Tags

, ,

Inleiding

Het thema voor de dienst vandaag is ‘twee bergen’
Een tijdje geleden verscheen er een boek met de titel ‘de tweede berg’. Sommige hier zullen het wel kennen, Het is een bestseller. In dat boek gaat het over twee bergen. De eerste berg, dat is de berg die de meeste mensen proberen te beklimmen: die van hoog en belangrijk zijn. Maar in dat boek gaat het erover dat er een tweede berg is, waar het nog veel beter en mooier is om te zijn. De berg van betekenis, van verbinding met anderen.
Mooie gedachten, en er zit ook best wat christelijks is.

Nu gaan we het vandaag in de preek ook hebben over twee bergen. En dan niet die twee bergen uit dat boek, maar twee bergen uit de Bijbel. We lezen voor de laatste keer uit het Bijbelboek Hebreeën, en daar kwam ik in hoofdstuk 12 die twee bergen tegen. En wordt ook hier een vergelijking gemaakt, en ook hier is de tweede berg veel beter.
Het gaat om de berg Sinaï, en de berg sion. Die worden vergeleken. En net als in die bestseller gaat het niet om letterlijke bergen, maar om een figuurlijke betekenis

De schrijver van de Hebreeënbrief zet het allemaal nogal beknopt neer, hij gaat ervanuit dat de mensen aan wie hij schrijft de Hebreeuwse Bijbel goed kennen. Om te zorgen dat het wat helderder wordt, lezen we eerst twee gedeeltes uit het oude testament. En daarna lezen we het stukje uit Hebreeën over de twee bergen.

Lezen: Exodus 19:16-25 en Psalm 87

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters,

[intro: hoe zie je God?]
Wie is God? Hoe zie jij hem, en u? Want hoe je Hem in je hoofd hebt, heeft heel veel invloed op je geloof en je leven. Voor de een is God heel vaag ‘er zal wel iets zijn’. Een ander ziet God als machtig en streng, Hij die van boven alles precies ziet… Terwijl een derde zegt ‘welnee, God is mijn hemelse Vader, abba, pappa!’ We kunnen van alles voelen en vinden.
Maar hoe is het nu echt? Wie is God? Om daar antwoord op te vinden moet je beter bij de Bijbel zijn, niet bij onze eigen ideeën. Wie is God? We lazen uit de Hebreeënbrief, en daar krijgen we een antwoord: “onze God is een verterend vuur!” Zo…! Een heftig beeld! En ik kan me indenken dat iemand meteen denkt van “Nee he! Dat wordt vast een zware preek”. Moeten we nu horen? Dominee, preek dan liever over een Johannes 4. Daar staat “God is liefde”. Ja, dat staat ook in de Bijbel. Maar laten we niet altijd onze favoriete teksten eruit pikken. En laten we deze woorden ook maar niet tegen elkaar uitspelen, alsof ze elkaar opheffen. Een God van vuur, een God van liefde… Het staat er allebei. “Onze God is een verterend vuur” en “God is liefde”.
De theoloog Berkhof heeft eens gezegd dat we over God altijd met twee woorden moeten spreken, en dat is een goed advies. Gods liefde is heilige liefde. Gods vuur is niet ‘dat God hard brandt’ zogezegd, maar ‘dat Gods hart brandt’. Over God met twee woorden spreken, dat is wijs. Rechter én redder, genadig én rechtvaardig.
Daarom gaan we het vanmorgen ook niet zomaar hebben over die tekst “onze God is een verterend vuur”. Nee, ik zei het net al, we gaan het hebben over twee bergen. Twee bergen die ons twee beelden aanreiken! Twee soorten woorden over God. En in Jezus komen ze samen.

[God is heilig en ontzagwekkend]
Het eerste woord dat we vandaag horen, is dat God heilig is en ontzagwekkend. Een verterend vuur! Daar hoort de eerste berg bij: de berg Sinai. Het volk Israël was bevrijd uit de slavernij in Egypte, weggetrokken in de woestijn. En daar verscheen de Heer aan hen bij de berg Sinai. We hoorden het uit Exodus, en de Hebreeënschrijver vat het kort samen. Hij noemt zeven dingen [sheet ‘u bent niet genaderd…’], onze vertaling versluiert het helaas wat, in vers 18 en 19:

“U bent niet genaderd [tot de berg Sinai, bedoelt hij], tot iets tastbaars (een letterlijke berg), tot brandend vuur, donkerheid en duisternis, tot stormwind, bazuingeschal en het geluid van een stem”. Wat moet dat geweest zijn, als je die zeven dingen bij elkaar neemt! Kinderen, stel je voor dat je daarbij was geweest! En ouderen ook. Het werd donker, de aarde beefde. Je hoorde de donder, maar ook het geluid van een bazuin. Iedereen moest naar de voet van de berg komen. Bliksem flitste. En dan: daar klonk, vanuit een donkere wolk, de stem van God zelf. Ontzagwekkend! Hij gaf de Tien Geboden. Dat was zo heftig, dat de mensen het niet verdragen konden. Ze smeekten dat de Heer voortaan alleen tot Mozes zou spreken – en dat gebeurde ook.
Kijk, zó verscheen de Heer op de eerste berg, de berg Sinai. Als je dit alles op je laat inwerken, dan voel je het diep. God is heilig en ontzagwekkend. Dat is het éérste dat over Hem te zeggen is. En ik zeg er meteen bij: dat is niet iets van toen, van vroeger alleen… Zo denken wij onbewust soms, geloof ik. Ik wel tenminste. Maar er staat niet “onze God ‘was’ een verterend vuur”. Nee, Hij ‘is’ het. Déze God, die verscheen in vuur op de berg Sinai, is de God die wij vereren. Laat dat eens op je inwerken… [sheet weg, zwart scherm]

[gevolg: afstand en ontzag bij mensen]
Nu moeten we altijd met twee woorden over God spreken, ik zei het al. Maar laten we bij dit eerste woord, deze eerste berg nog even stilstaan. Wat zijn de gevolgen als je God zó ontmoet?
Allereerst kan het niet anders of je krijgt diep ontzag voor hem. Dat je beseft wie jij bent tegenover Hem. Dat je alleen met eerbied óver hem zult spreken, en tót Hem zult spreken als je bidt. Besef je wat een wonder het is, als jij, een mens, je tot God mag richten? Ik merk bij mezelf wel eens dat dat besef ontbreekt. Dat mijn ochtendgebed meer een soort is van ‘je weer even melden’. Maar wacht even: ik meld me wel bij de grote schepper van hemel en aarde! Bij de heílige God. Dan mag dat ook uitkomen en hoe je bidt: je woorden, en je houding. Ontzag, en dat gaat natuurlijk veel verder. Wie beseft wie God is, zal ook léven in ontzag voor Hem. Je zou denken dat die mensen daar bij de berg Sinai niet overtuigd hoefde te worden dat ze zich echt aan de 10 geboden moesten houden… (Dat viel trouwens tegen, zo leert het vervolg met het gouden kalf).
Als God heilig en ontzagwekkend is, dan schept dat ook afstand. Dat was letterlijk zo bij de berg Sinai. Mens of dier mocht de berg niet te dicht naderen, letterlijk. Maar ook figuurlijk is het zo: wij zijn mensen, klein maar ook onheilig tegenover deze God. En dat schept afstand. Heel dat beeld van de eerste berg, van Sinai, spreekt van afstand. Hij daarboven, wij hier beneden. Wij pássen niet bij Hem. We kunnen maar beter een respectvolle afstand bewaren, anders gaat het niet goed.
Als je God alleen zo kent, hoe leef je dan? Ik denk vol eerbied – Gods regels volgen. Nederig. Maar ook met die afstand. Misschien ook wel met angst. Want: doe je het goed? Als je sterft, en je komt voor Hem te staan, wat dan? U kunt zich misschien wel zo iemand indenken, uit wat ze noemen een zware kerk. Of misschien zit het wel in je eigen hart, dit gevoel.
Echter, er is méér te zeggen. Als je niet met twee woorden spreekt, ontspoor je. Er is ook een tweede berg, een tweede woord over God! Daarover nu.

[contrast: vreugde en gemeenschap bij de berg Sion]
De schrijver van de Hebreeënbrief gaat meteen door naar die tweede berg. De berg Sion. En ook daar noemt hij, niet toevallig, weer precies 7 dingen over in vers 22 t/m 24. Hij zegt [sheet ‘U bent de Sionsberg genaderd…’]:

U bent de Sionsberg genaderd,

  1. de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem,
  2. duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn,
  3. de gemeenschap van eerstgeborenen
  4. God genaderd, de rechter van allen,
  5. de geesten van de vervolmaakte rechtvaardigen
  6. bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus,
  7. het gesprenkelde bloed dat betere dingen spreekt dan dat van Abel.

Dit is de tweede berg, de berg Sion. Geen tastbare berg, maar een beeld. Niet het letterlijke, maar het hemelse Jeruzalem. Een beeld van de plek waar God is en degenen die bij Hem horen.
Laat deze zeven dingen ook eens op je inwerken! Dat geeft een héél andere sfeer. Geen donkere wolk, maar hemels licht en vreugde. Ik heb er geen plaatje bij gezet, want dit is niet aards meer. Stel het je voor: duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn – kinderen, hoor je ze in gedachten vrolijk zingen en muziek maken? En mensen zijn er ook: de eerstgeborenen, de vervolmaakte rechtvaardigen – mensen die bij de Heer horen en die meedoen aan het hemelse feest! Daar is God Zelf. De Rechter van allen wordt hij genoemd – dat komt alweer in de sfeer van ‘ontzagwekkend’ en ‘verterend vuur’. Maar wat staat er nu?! U bent genaderd tot God. Waar Hij op de eerste berg onbenaderbaar was, op afstand, is hier geen afstand meer. Hoe dat kan, daar kom ik zo op. God Zelf is het middelpunt van het feest, samen met Jezus, God-met-ons.
Wat een verschil met de eerste berg, met Sinai. De berg Sion. Laten de woorden uit Psalm 87 ons maar helpen om deze tweede berg voor te stellen. Zang, en dans, en klaterende fonteinen. En… mensen alle volken komen hier thuis. Uit Babel, uit Nubië, uit Nederland ook. Een feestelijke vergadering, zegt de Herziene Statenvertaling. En zo is het! [sheet weg, zwart scherm]

[hoe kom je daar? Door Jezus!]
Deze tweede berg zal ons meer aantrekken. Dit tweede dat we van God mogen weten, klinkt beter! Daar zou ik wel bij willen zijn. Maar dan is natuurlijk wel de grote vraag: hoe kom je daar? Want daar ben je niet vanzelf. Uit onszelf hebben we geen idee van wie god is. Of Misschien hebben we nog een besef dat hij de ontzagwekkende wetgever is – en dan meteen dat gevoel dat je dan waarschijnlijk wel tekort zult schieten. Maar hoe kunnen we hem zo kennen? Als het middelpunt van een hemels feest waar je welkom bent?
Kijk, daarvoor moeten we bij het laatste van de zeven dingen zijn die genoemd worden [sheet met 7e punt omcirkeld]. Dat kan door het gesprenkelde bloed. Je kunt hier komen, dankzij het offer van Jezus’ leven. Onlangs, toen we Avondmaal vierden, hebben we ervan gehoord. In het Oude Testament werd er offerbloed gesprenkeld op Grote Verzoendag, om de zonden van het volk Israël weg te nemen. Net zo heeft, bij wijze van spreken, Jezus zichzelf geofferd toen hij stierf aan het kruis. Zijn bloed brengt verzoening. Zijn dood voor de zonden van de wereld zorgt dat mensen weer bij God kunnen komen – ieder die in Hem gelooft. Het bloed van Jezus spreekt van betere dingen dan dat van Abel, staat er. Abel, de eerste mens die vermoord werd, zijn bloed riep naar de hemel om wraak. Maar Jezus’ bloed roept naar de hemel om verzoening, om vergeving. Het maakt de hemel open.
Het is door Jezus’ offer voor ons, door zijn dood, dat je tot God mag naderen. Eerder stond het al in de brief, in 4:16, ‘laten wij dan zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige’. Dankzij Jezus. Want God is niet alleen een verterend vuur. God is de Genadige, die zijn zoon gaf voor ons. Jezus, onze Heer, toont hoe God óók is: een God die de afstand wil overbruggen. Die de dood wil dragen. [sheet weg, zwart scherm]. Dat duizelt me: de hoge, heilige God doet dát. Zo is Hij ook. Twee woorden. Twee bergen.

[het wonder: horen bij de heilige God]
En nu even persoonlijk. Hoe kun jij bij dat feest komen op de tweede berg, in het hemelse Jeruzalem? Door geloof in Jezus, dat is de weg. Door eerst meer eens te erkennen: ik pas uit mezelf niet bij de hoge God. Nooit! En door je dan ook aan Jezus over te geven, als de enige die jou kan en wil brengen waar je uit jezelf niet komen kan. Door te geloven: dat offer was ook voor mij! Als u, als jij je in geloof aan Hem overgeeft, dan mag je naderen. Naderen tot de Genadige – want zo wordt de heilige God genoemd, die zo ontzagwekkend is. De rechter van allen, zeker. Maar je wordt door Hem vrijgesproken, omdat Jezus werd veroordeeld. Deze God, zo groot en goed, zo verterend en zo vergevend, je mag hem “Vader” gaan noemen. Van de eerste berg kom je bij de tweede. En daar is het veel beter!
Ja, dit is de goede boodschap! Er zijn wel twee bergen, maar er is maar één God. Hij is ontzagwekkend én ontvangt zondaars. Dat komt in Jezus allemaal samen. God is een verterend vuur én een verzoende Vader voor wie gelooft!
Bij de eerste berg blijven staan maakt je bang. Maar laten we oppassen om van de weeromstuit niet alleen maar het tweede woord spreken, van vergeving en vader en vriend. Dat is allemaal waar. Maar als je alleen maar zegt dat ieder welkom is bij Hem, dan wordt het zo plat. Zo van “God vergeeft wel, dat is zijn beroep” – dat zei de filosoof Voltaire. Ja, God vergeeft – maar niet vanzelf: Jezus moest en wilde er voor sterven. Want God is ook heilig, en de rechter van allen. Vergeet je dat, dan is de kans groot dat je niet meer verwonderd bent. Dat je heel makkelijk gaat leven, bijna alles kan ermee door. Dat je de eerbied kwijtraakt.
Nee, laat dit wonder ons steeds weer stil maken. Door geloof in Jezus mag ik naderen tot de heilige en ontzagwekkende God, en wil Hij mijn hemelse Vader zijn. God is God, en ik ben ik, en tóch… Tóch mag ik op weg zijn naar dat feest op de tweede berg. Dankzij Jezus, door Hem alleen!

[de gepaste reactie]
Dan is er maar één reactie die passend is: liefdevol ontzag. Vroeger noemden ze dat wel ‘de vreze des Heren’. Daar zit ‘vrees’ in, maar niet in de zin van ‘angst’. Nee, liefdevol ontzag. Dan kun je niet zonder Jezus, dan wil je niet verder zonder zijn Vader.
Dan zal dat uitkomen in hoe je leeft. Dan beklim je niet de berg van hoog en belangrijk zijn. Dan ken je je plek, heel simpel gezegd: onder God. Dan zul je zoeken wat Hij wil, ieder woord van Hem ernstig nemen. Dan lees je de Bijbel en leef je ernaar. Doen wij dat echt? Diep onder de indruk van wie God is?
Het mag ook blijken in ons gemeenteleven. Vol liefdevol ontzag voor God – en daarom ook vol geduld naar elkaar. Vreugde in onze eredienst, als voorproefje op het hemelse Sion. En tegelijk eerbied, geen platheid, want het gaat om de heilige God!
Twee bergen. Dan mogen we uitzien naar de dag dat we het feest op de Sionsberg bereiken. Het zal nog veel heerlijker zijn dan we ons nu voorstellen. En wie nu hoort bij Jezus, mag daar naderen tot God!
Amen