Column ‘Vakantie – Vacare’

Tags

5 juli 2026

Voor velen staat de vakantietijd voor de deur. Vakantie komt van het Latijnse woord ‘vacare’ dat letterlijk ‘leeg zijn’ betekent – denk ook aan woorden als ‘vacuüm’ en ‘vacature’. Leeg: eindelijk een lege agenda, een tijd om lekker niks te doen en te ontspannen.
Nu zegt een oud spreekwoord ‘ledigheid is des duivels oorkussen’. Als dat waar is, heeft de duivel een goede tijd in de komende vakantie! Maar klopt dat spreekwoord wel? Ik denk eigenlijk dat in onze tijd het omgekeerde wel eens meer van toepassing zou kunnen zijn: ‘rusteloosheid is des duivels oorkussen’.
Want wat zijn we druk met zijn allen! Vraag maar eens aan een paar mensen hoe het gaat. “Goed hoor, wel druk”. Zelfs bejaarde mensen bel ik meestal voordat ik bij ze langsga, anders is er gerede kans dat ze al bezet zijn. En in de vakantie? Zo leeg is die niet. Eénderde van de Nederlanders checkt de werkmail als ze op vakantie zijn, las ik. Een vakantie wordt soms volgestopt met van alles: bezienswaardigheden, activiteiten, actieve outdoor-ervaringen… Is er nog wel tijd om gewoon níets te doen?
De Franse filosoof Pascal stelt dat het grote ongeluk van de mens is dat hij niet kan stilzitten en niets doen. Pascal zegt het heel zwaar: de mens durft niet geconfronteerd te worden met zijn vragen en sterfelijkheid, en daarom vlucht hij in activiteit. Zou daar iets inzitten? Test het uit deze vakantie zou ik zeggen! Ga maar eens een paar uur stil op een stoel zitten… Wat voel je?
En toch kan die leegte het begin zijn van iets goeds. Vacare is ook een term uit het kloosterleven. ‘Vacare Deo’ betekent voor de kloosterling: leeg worden, je van binnen vrij maken, maar met een doel. Leeg worden zodat er ruimte komt voor Gods stem. Want de wereld is niet leeg, je hart hoeft niet hol te zijn. Je kunt naar die stem leren luisteren. Eén geeft er werkelijk rust. Die rust wens ik ieder toe deze vakantie!

Ds. Adriaan Molenaar

Column ‘sterren en gedichten’

Tags

9 april 2026

Heerlijk weer, in deze dagen na Pasen. Overdag steeds warmer, maar ’s nachts nog koud. En vooral heel helder in de nacht. Wie al jaren in Beekbergen woont, beseft het misschien niet meer, maar wat zie je hier veel sterren! Alleen naar het noorden is er verstoring door de lichten van Apeldoorn, in de andere richtingen is het goed donker. Hoe langer je kijkt, hoe meer sterren je ’s nachts ziet.
Onder zo’n koepel vol sterren te staan, dat doet iets met je! Je voelt je klein worden. Zeker als je bedenkt dat elke ster eigenlijk een zon is als de onze! Wat stelt een mens dan helemaal voor? “Het besef / een broodkruimel te zijn op de rok van het universum” zegt de dichter Lucebert. Als je het zo zegt, is dat geen erg fijne gedachte. Een kruimel, die veeg je zo weg. Het enorme heelal draait zijn rondjes, en wij doen er niet toe. Een andere dichteres, Moes Wagenaar, zegt zelfs: “de lichten in de stad / verblinden de sterren./ Met elk een eigen ster / ziet niemand, niemand, / hoe nietig hij is. / Gelukkig maar!” Blij met lichtvervuiling…?
Een ander lied spreekt mij meer aan. Een aloude psalm. “Zie ik de hemel, het werk van uw vingers / de maan en de sterren door U daar bevestigd / wat is een mens dan dat U aan hem denkt / het mensenkind dat u naar hem omziet?” Als je sterbespikkelde hemelkoepel ziet, voel je soms: wat stel ik nu helemaal voor? Maar het kan ook een diep besef oproepen van ontzag voor de Maker van het ontzaglijke universum. Hoe groot moet Die wel niet zijn? En dan zegt dat oude lied ineens: ‘wat is een mens dan dat U naar hem omziet?’. Want dat doet God: omkijken naar mensen. Dat staat niet aan de hemel geschreven. Dat staat geschreven in de Bijbel: de machtige Maker van al die sterren wil zich aan mij verbinden! Wie daarvan weet, raakt nog dieper verwonderd.

ds. A.J. Molenaar

Column ‘de donkere dagen ná Kerst’

Tags

19 januari 2026

Er wordt vaak gesproken over de donkere dagen voor Kerst. Inderdaad de donkerste dagen van het jaar, 21 december is immers de kortste dag. Maar ergens valt het wel mee met die donkerheid: de kerstboom schijnt gezellig met zijn lampjes, in de winkelstraten hangt sfeervolle kerstverlichting en overal zijn kerstconcerten. Best gezellig, die donkere dagen!
Nee, dan de donkere dagen ná Kerst en na de kerstvakantie. Als de kerstboom weer is opgeruimd, er géén feestdagen in het verschiet liggen en de bloembollen nog niet opkomen. De tijd van de winterdip, ergens op de grens van januari en februari. Snijdende wind maar geen sneeuw, alle bomen voorlopig nog kaal. Dagen die nog altijd véél te vroeg eindigen in duisternis. Dit zijn de donkere dagen ná Kerst, en die zijn veel erger!
Zo rond de Kerst worden er allerlei gezellige dingen georganiseerd. Kerst lijkt de tijd te zijn dat iedereen een warm hart heeft voor de ander. Minima krijgen een extraatje, er worden kerstdiners georganiseerd voor eenzamen en ouderen. U nodigde misschien uw oude tante wel uit op met de feestdagen – want wat is er erger dan dat iemand dán alleen zit?
Nu zitten we in de donkere dagen ná kerst. Zou het niet mooi zijn als we niet alleen rond 25 december een warm hart voor de ander hebben? Ook in de donkere dagen ná Kerst zijn er mensen eenzaam of onbemiddeld… Ze moeten vaak weer wachten tot de volgende decembermaand, vrees ik. Zou het geen goed voornemen zijn voor het nieuwe jaar om ook naar elkaar om te zien in de donkere dagen na Kerst? Om die mensen waar u met Kerst iets voor deed, ook de rest van het jaar niet te vergeten?

Ds. A.J. Molenaar, Dorpskerk Beekbergen

Column ‘veel heil en zegen’

Tags

,

5 januari 2026

Allereerst wil ik ieder die dit leest, een voorspoedig nieuw jaar 2026 toewensen. Of je nu oud bent of jong, in Beekbergen woont of niet: de beste wensen voor het nieuwe jaar! Of je kunt ook zeggen: veel heil en zegen. Deze laatste manier vind ik eigenlijk nog het mooiste.
‘Heil’ heeft alles te maken met ‘heel’. Het is het tegenovergestelde van ‘stuk’ – in stukken, kapot. Wat is het mooi als je leven een eenheid is, in plaats van een verzameling losse fragmenten. Scherven zelfs misschien… Wat is het mooi als je een mens tegenkomt die ergens voor leeft, ergens voor gaat. Heil, dat wil zeggen dat er iets is dat je leven bijéénhoudt, en dat het je daarom goed gaat. Een groter verband. En dan denk ik onvermijdelijk aan het geloof dat doel en richting wil geven aan een mensenleven. Dat wens ik ieder toe.
‘Zegen’ is het andere wat ik u toewens. Het is een oeroud bijbels woord. Al het goede, wil het zeggen, maar dan beleefd als iets wat je ontvangt. Zegen is méér dan voorspoed. Heel letterlijk betekent ‘zegen’ eigenlijk ‘groeikracht’. Gezegend worden wil zeggen ruimte krijgen om te groeien zodat je kunt zijn zoals je bent bedoeld. Het wil zeggen dat God erbij is in je leven. Als het goed gaat, maar ook als het moeilijk is.
Wat dit nieuwe jaar gaat brengen? Niemand weet het. Voorspoed en gezondheid, ze kunnen wegvallen. Maar heil en zegen zijn dieper. Een leven uit één stuk, gedragen door de goede God. Dat wens ik u allen toe. Dan zal 2026 een goed jaar zijn, wat de toekomst ook brengt.
Veel heil en zegen in het nieuwe jaar!

ds. A.J. Molenaar, Dorpskerk Beekbergen

Column ‘Kerstster’

Tags

,

22 december 2025

In de tweede wereldoorlog vochten Amerikaanse soldaten over de hele wereld. Er ontstond toen de gewoonte dat elk gezin, dat een zoon in de oorlog had, een lichtende ster voor het raam plaatste.
Eens op een avond, het liep tegen Kerst, liep er man door de straten van New York met een kleine jongen aan de hand. De jongen vond die lichtjes voor de ramen erg interessant, zeker toen zijn vader hem uitlegde wat al die sterren betekenden. Telkens als hij weer een huis zag met een ster, klapte hij in zijn handen. En terwijl ze zo het ene huis na het andere voorbij liepen, riep hij: “Kijk eens pappa, daar is ook een huis, dat een zoon voor de oorlog heeft gegeven! En daar nóg een! En daar is er een met twee sterren! En kijk: daar is een huis, dat helemaal geen ster heeft!”
Eindelijk kwamen ze bij een open plek tussen de huizen. In de donkere lucht was duidelijk de avondster te zien, die een helder schijnsel gaf. Het jongetje hield zijn adem in. “Kijk eens pappa”, riep hij uit, “God heeft Zijn Zoon zeker ook gegeven, want Hij heeft ook ster opgehangen!”
Inderdaad, God heeft zijn Zoon gegeven. Dat is nu waar het met Kerst over gaat. Jezus, Gods Zoon, kwam naar deze wereld die soms wel een slagveld lijkt, een slagveld tussen goed en kwaad. Zoals de Amerikanen het verdrukte Europa te hulp kwamen, zo kwam Jezus ons mensen te hulp. Jezus ging het gevaar tegemoet – wie naar de oorlog gaat, weet van de risico’s. Hij had zijn leven ervoor over, want zijn weg leidde naar het kruis. Maar juist zo overwon Hij.
Is dat geen wonder? Een ster voor Gods raam. Teken van zijn ingrijpen. Niet het duistere kwaad zal de wereld voorgoed bezet houden, maar Jezus’ licht overwint. Zo schijnt zijn licht in onze wereld. Want inderdaad: God heeft óók zijn Zoon gegeven!

Ds. A.J. Molenaar, Dorpskerk Beekbergen

Column ‘Advent’

Tags

,

8 december 2025

Toen ik klein was, kreeg ik van mijn ouders een tijdje voor kerst een adventskalender. Dat was een heel leuk ding: een soort platte doos om aan de muur te hangen, met een kerstplaat erop. In die plaat zaten allemaal deurtjes. Vanaf een maand voor kerst mocht ik elke dag één deurtje openmaken, en erachter zat dan een stukje chocola. Als kind zat ik natuurlijk uit te kijken naar elke nieuwe dag, en het nieuwe chocolaatje…
Zo’n kalender laat een kind op speelse wijze de adventstijd meebeleven. ‘Advent’, zo wordt in de kerk de periode van 4 zondagen voor Kerst genoemd. Een tijd van verwachting en uitzien. In deze tijd zien christenen uit naar de viering van Jezus’ komst met het kerstfeest.
Advent is echter ook een tijd om uit te zien naar Jezus’ komst in ónze wereld. Als het alleen ging om zijn komst lang geleden, was er weinig spannends aan, je weet allang hoe het afloopt. Maar christenen geloven dat Jezus nogmaals zal komen, om de hele wereld te vernieuwen. Wanneer? Dat weet niemand! Maar dát Hij eraan komt staat vast.
Is Jezus’ komst iets om naar uit te kijken? Jazeker! Als je om je heen kijkt, zie je zóveel dat helemaal niet klopt. In het groot: natuurrampen, honger en oorlog. In het klein: ruzies, ziekte en eenzaamheid. Deze wereld heeft het nódig, zo enorm nodig dat alles anders wordt! Vanzelf zal de wereld niet veranderen, daar is ingrijpen van Boven voor nodig. En dát is waar ik in geloof, waar ik op hoop. Tegelijk is het een ontzagwekkende gedachte: als de Heer zelf komt, wat zal Hij dan over míj denken? Hoe zal hij úw leven beoordelen? Dat is één van de redenen dat mensen liever niet in Zijn komst willen geloven. Maar toch… dat Hij komt is de diepste hoop voor deze wereld! En wie op Hem vertrouwt, hoeft niet te aarzelen. Die mag uitzien. Advent!

Ds. A.J. Molenaar, Dorpskerk Beekbergen

Gedicht ‘Het mooiste lied’

Overal waar mensen leven
blijkt hun creatieve kracht.
IJverig en zeer bedreven
wordt veel moois tot stand gebracht.
Maar het mooiste is wanneer
er een lied groeit voor de Heer.

Overal waar mensen zingen
over God, behoort zo’n lied
tot de meest verheven dingen
die de hele wereld biedt.
Maar geen mens zingt mooier dan
wie eerbiedig zingen kan.

Tekst: Paul Gerhardt (1607-1676) ‘Unter allen, die da leben’
Vertaling: Adriaan Molenaar

Gedicht ‘Septemberlicht’

Dit is elk jaar de mooiste tijd.
Het zonlicht raakt zijn scherpte kwijt
en langer zijn de nachten.
De mais staat op zijn allerhoogst
de tarweakker is geoogst
en ligt nu stil te wachten.

De zwaluwen zijn bijna weg,
vol bessen hangt de taxusheg,
vol blad zijn nog de bomen.
Alles is rustig, alles klaar –
de gouden dagen van het jaar.
De herfst zal spoedig komen.

 

Gedicht ‘Warm weer’

September en toch tweeëndertig graden.
Je zit met vrienden fijn op een terras,
ziet mensen zwemmen of gaan zonnebaden:
vakantiesfeer rondom de hele plas.

Zei iemand ‘onnatuurlijk warme dagen’?
Het zou best kunnen, als je dieper denkt
maar nu wil je genieten en niet klagen,
en niemand weet toch wat de toekomst brengt.

’s Nachts lig je in een broeiend bed te woelen. Lees verder

Gedicht ‘Toverhazelaar’

Aan het begin van ieder jaar
bloeit onze toverhazelaar

Al zijn de dagen nog zo kort,
de gele bloemen laten weten
dat elke dag al langer wordt,
dat eens de kou zal zijn vergeten.

De winter is soms somber, maar
juist dan bloeit deze hazelaar

Het heeft gesneeuwd, de tuin is wit;
nergens meer kleur en nergens leven,
maar vol verbazing zie ik dit:
zelfs nu is hij in bloei gebleven

Al maakt de sneeuw de takken zwaar
toch bloeit de toverhazelaar!
Gods nieuwe lente staat al klaar.
ik zwijg en kijk ernaar.