Preek ‘… om door de mensen gezien te worden’, n.a.v Mattheüs 6:1

Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: naam maken door goed doen]
Als je de Verenigde Staten bij een universiteit komt, valt het op dat erop veel van de nieuwere gebouwen namen staan. Bijvoorbeeld het “John and Martha Jones building”. Of de “Agatha Jackson concertzaal”. Waarom staan die namen daar? Het zijn de namen van de mensen die het geld hebben gegeven om die gebouwen neer te zetten. Zo werkt dat in de VS, in Nederland zou je dat niet snel zien. Hoewel… laatst was ik een keer in het Concertgebouw in Amsterdam en daar hangt aan een muur een groot bord “vrienden van het Concertgebouw” met daarom allerlei naamplaatjes van mensen en bedrijven, die het Concertgebouw sponsoren. Net zoals je in sommige dierentuinen een dier kunt adopteren, en dan komt je naam bij het hok te hangen.
Ik moest aan deze dingen denken, toen ik de eerste zin las van het Bijbelgedeelte van vanmorgen. Jezus zegt: “let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden”. Al die namen op gebouwen, op sponsorbordjes – ze zijn natuurlijk bedoeld om wél gezien te worden. Het is blijkbaar niet voldoende om gewoon bij te dragen aan dat goede doel: onderwijs, cultuur, natuurbehoud… Nee, je wilt ook wel dat de mensen het weten!


Het kan ook anders. In het Reformatorisch Dagblad is af en toe een actie voor een goed doel, en de advertenties daarvoor worden gesponsord. Het logo van de sponsor staat er vaak bij. Echter, af en toe staat er een wit hokje met de letters ‘N.N.’. Dan heeft iemand bijgedragen die níet in de spotlights wil staan. “Let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden”. Bij deze woorden, en bij het hele Bijbelgedeelte wat we lazen, willen we vanmorgen stilstaan.

[letterlijke betekenis, en overgang]
De letterlijke betekenis van Jezus’ woorden is niet moeilijk. Goede dingen doen, gerechtigheid, wat God wil – heel mooi! Maar doe het nou niet om jezelf in de spotlights te zetten, doe het voor God. Een goede les om keer te horen, en om er je leven naast te leggen. Als je actief bent in de kerk, of als je geeft aan een goed doel – doe je het misschien ook een beetje om gezien te worden? Of om zelf een goed gevoel te hebben? Dat kan. In Jezus’ tijd gebeurde het ook al. Rijke Romeinen lieten badhuizen bouwen met hun naam erop, vrome Joden met geld doneerden een synagoge. Of iets kleiner: geld geven aan de armen, maar wel zo dat anderen het zien. Bidden of vasten op een opvallende manier…
Er is echter wel een flink verschil tussen Jezus’ tijd en de onze. Destijds kon je veel punten scoren met vroomheid. Als je er uitgemergeld uitzag van het vasten, of als je op een straathoek stond te bidden, dan kon dat je een religieuze reputatie geven: die is serieus, zeg! Tegenwoordig werkt dat veel minder zo. Religie doortrekt onze samenleving niet zoals toen. En ook in de kerk denk ik dat mensen eerder meewarig hun hoofd schudden dan dat ze je gaan bewonderen, wanneer je al te opvallend vroom doet. Hoewel, ik zei al, op subtiele manieren kan ook ik of u nog bezig zijn om goed over te komen, zelfs in geloofsdingen. Pas ervoor op!
Toch is onze tekst zeer toepasselijk voor het heden. Dan gat het met name om de woorden “door de mensen gezien te worden”. Volgens mij is dat iets waar heel veel mensen mee bezig zijn, of je gelooft of niet. Gezien worden! Dáár wil ik vanmorgen dan ook op focussen. Dingen doen om door de mensen gezien te worden.

[gezien willen worden]
Iedereen wil namelijk gezien worden. Bevestiging ontvangen van anderen. Gewaardeerd worden. Het is een basisbehoefte. Het begint al als kind. Dat je ouders aandacht voor je hebben, het zien als je wat nodig hebt; dat ze je een knuffel geven, luisteren naar een kleuterverhaal, een tekening bewonderen. Gezien worden is een basisbehoefte. Wanneer je als kind geen bevestiging en liefde ontvangt, kan dat levenslang je levensinstelling beïnvloeden.
Maar ook als we ouder worden, willen we door de mensen gezien worden. Dat de manager merkt hoe hard je werkt. Dat je echtgenoot niet als een gegeven aanneemt wat je voor het huishouden doet. Als tiener zit je niet meer op complimentjes van je ouders te wachten, maar is het wel heel belangrijk hoe je klasgenoten je zien. Op een bepaalde manier hebben we dat allemaal: we willen gezien worden. Zeker als je in je jeugd thuis te weinig bent gezien en geliefd, maar so wie so.
We willen er ook moeite in stoppen om daarvoor dingen te doen. Dingen die de anderen goed zullen vinden, die zorgen dat ze je zien. Goede cijfers halen. Posten op de socials, zodat je likes of volgers zult krijgen. Er goed uitzien, of je inzetten voor een club. Dingen die góed zijn – maar je doet ze om gezien te worden. En dat is minder goed. Want zulke waardering is wankel. Wat als je ze niet meer doet, of niet meer kunt? Zijn er ook mensen die je zien staan, gewoon om wie je bent?

[gezien willen worden geeft geen vaste basis]
Onze hele maatschappij is er meer en meer één waar je je plek moet verdienen. Waar die plek niet gewoon is gegeven omdat je er bent, maar waar je je waar moet maken. Succes ligt aan jezelf, dan word je gezien, en mislukking ligt ook aan jezelf, dan kijkt bijna niemand naar je om. Maar weet je hoeveel druk en stress dit allemaal meebrengt? De goede dingen doen om gezien te worden. Bevestiging moeten verdíenen. Het is geen wonder dat er zoveel mensen burn-out raken, zoveel jongeren depressieve klachten hebben. Iedereen heeft het perfecte leven als je Instagram mag geloven, wat moet je wel niet doen om dan nog gezien te worden? Janna loopt een marathon voor een goed doel, Henk post plaatjes van hoe hij vrijwilliger is bij de voedselbank. En jij – je bent allang blij als je de dag doorkomt met werken en leren en de thuisdrukte. Je voelt je niet gezien.
En die Janna en Henk? Ja, ze doen goede dingen. Maar is dat wie ze zíjn? Jezus heeft het over ‘huichelaars’ – dat klinkt zwaar. Maar dat woord moeten we goed begrijpen. Ik bedoel niet dat wie bij de voedselbank werkt of een sponsorloop doet schijnheilig of slecht is. Het woord dat Jezus gebruikt betekent letterlijk iets van ‘toneelspeler’, ‘een rol spelen’. En dát is al te vaak waar, of je het bewust doet of niet. Een beeld neerzetten van jezelf, zodat anderen je zullen zien, zullen prijzen. De rol spelen van een goed en geslaagd mens. Maar wat als je uit je rol valt? Als je masker afvalt? Wie ziet je nog als je moe bent, niets goeds doet of niet slaagt?
We willen allemaal gezien worden, en doen er dingen voor. Maar uiteindelijk zoeken we diep van binnen naar onvoorwaardelijke aanvaarding, los van hoe goed je dingen doet. We verlangen naar iemand die ons ziet zoals we zijn, en die ons dan niet afwijst. Iemand die van ons houdt, gewoon. Zoals je ouders dat deden als het goed is – helaas is het lang niet altijd goed. Hoeveel gebrokenheid is er niet in gezinnen… Een vader, een vriend. Zo iemand hebben we allemaal nodig.

[God en de beloning]
Laten we onze tekst eens wat verder lezen. “Je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden. Dan beloont jullie vader in de hemel je niet”. Dan vallen mij twee dingen op. Allereerst dat Jezus telkens “Vader” zegt, en niet “God”. Zou er bij Hem, bij de hemelse Vader, die aanvaarding te vinden maar ieder mens ten diepste naar hunkert? Gezien worden door… God?
Maar als tweede, en dat is lastig: Het gaat hier nogal over beloond worden door de Allerhoogste. Niet alleen in vers 1, ook in vers 4, 6, en 18. Als je goed doet, gerechtigheid, wat God wil: “Hij zal je ervoor belonen”. Dingen doen om door de mensen gezien te worden, dat werkt dus niet. Maar – en nu komt het geloof erbij – moeten we dan dingen doen om door Gód gezien te worden?
Ik denk dat veel mensen zo denken. Toen al, in Jezus’ tijd, en nu nog. Als je weet van een God, en dat hij bepaalde dingen wil en niet wil, volgt het logisch: ik ga het goed doen, dan zal Hij me belonen. Me waarderen. Me zeker zien staan. En dat is nog waar ook! De Allerhoogste ziet gráág mensen die het goede doen. Echter, het grote gevaar is dat God zo je baas wordt, je werkgever of inspecteur. Zo van, ik hoor het echt té vaak bij oudere mensen, en bij jongere ook ‘ik heb best goed geleefd, dus ik mag hopelijk in de hemel komen’. Of mensen die streng zijn op regels: zondagsrust, kerkgang, kleding… Of zo druk zijn met goede dingen – dat je denkt: is God nu je baas, of je Vader?
Eén ding wil ik onderstrepen: bij God moet je niet meteen denken in beloning. Dat is funest voor je geloof. Dan hangt het wéér van jezelf af – en als je daar tegenover de mensen al moe van wordt, hoe denk je dat dat is tegenover God die alles weet, die in het verborgene ziet? Nee, de nadruk in Jezus’ woorden mag en moet je leggen op het woord ‘Vader’. Dáárin ligt bevrijding.

[aanvaard door de Vader]
Gezien worden. Dat wórdt u, en dat word jij, en ik. Door wie? Niet door een Goddelijk alziend oog -je wordt gezien door de Vader. Gezien en geliefd door de Vader in de hemel. Want zó leert Jezus ons God noemen. Zijn Vader, maar Hij zegt ook ‘jullie Vader’. Ieder die Jezus volgt, mag dat woord horen en overnemen. God heeft lief, zoals een vader dat doet – of zoals een vader zou moeten doen, zeg ik erbij voor iedereen die geen goede vader had. De hemelse Vader houdt van u, hij heeft jou lief. Niet alleen als je goed genoeg doet, niet áls je gelovig genoeg bent. Dat is voorwaardelijk. Nee, Hij heeft u lief, niet om wat je doet, maar ondanks wat we vaak doen. Tóch. Hij houdt niet alleen van rechtvaardige mensen, maar van falende, zondige, vaak stomme en slechte mensen. Hij houdt niet alleen van wie gerechtigheid tentoonspreiden, Hij heeft de wéreld lief – zo zegt die bekende Bijbeltekst uit Johannes 3. Heel deze rotte wereld. Daarom kwam Jezus. Om ons dat te vertellen, van Gods liefde. Om ons dááruit te laten leven. Om zelfs zijn leven te geven, zodat God, die niet liever wil dan verzoenen, onze zonden kán verzoenen.
Ik mag het u en jou vertellen vanmorgen. Je mag je gezien weten, gezien door God – door de hemelse Vader. Ja, en natuurlijk wil Hij dat je het goede doet. En natuurlijk gaat het ook om geloof. Maar zijn liefde gaat vooraf. Je bént gezien. Je mag daarin je bevestiging vinden. Je mag er zijn, op Gods wereld. Je bent waardevol, in Gods ogen. Geliefd als een kind.
Als je dat toch durft geloven! Als je dáár toch uit leeft! Dan hoef je je niet meer beter voor te doen, naar God en naar anderen. Al ziet niemand je staan, al lukt het je niet om goed te zijn en goed te doen. De Vader ziet je! Dáár mag je uit leven. Zoals Jezus dat deed. Hij trok zich er al erg weinig van aan wat mensen van hem vonden. Waarom? Omdat Hij wist dat zijn Vader hem zag. Dat was zijn basis, en dat gaf zijn weg een doel: ‘de wil doen van de Vader die mij gezonden heeft’. En zo wil Hij ook u en jou en mij leren leven. Leven in gerechtigheid, niet ópdat, maar ómdat de Vader je ziet en liefheeft. Wat een wonder!

[wat werkt het uit]
Wat maakt dit een verschil, als je ’s morgens zegt als je opstaat: ‘Vader!’ en dat woord echt even proeft. ‘Vader, hier ben ik, help mij vandaag’. Wat maakt dat dan voor verschil? Tja… misschien doe je wel ongeveer hetzelfde. Je werk, je studie, je inzet voor anderen. Maar: je doet het met een andere houding. Niet voor de waardering van mensen, al blijft die fijn. Je doet je werk ‘als voor de Heer’ zoals dat ergens heet. De Heer, niet als je nieuwe baas, maar als je Vader die je graag behaagt. Het gaat misschien zelfs beter, omdat je minder bezig bent met hoe dingen overkomen. En als een ander je even niet ziet, of je niet goed vindt, dan kun je ermee dealen. Want “je bent een kind door God bemind” – zoals een oud lied zegt.
Tja, en misschien moet je met sommige dingen ook wel ophouden. Van die dingen die je eigenlijk alleen doet om te zorgen dat anderen je zien, je goed vinden en zo, maar wat ten diepste een masker is. Stop daar maar mee! En misschien moet je andere dingen wél doen, waar je geen waardering voor oogst, maar die gewoon goed zijn. Er is genoeg!
Wat mag je, wanneer je gelooft in de Vader, iets hebben wat velen missen. Dat je je gezien weet – dat je geliefd bent. Dat je het niet hoeft te verdienen. Dat Hij je niet laat vallen. Wat is dat iets wat veel mensen zoeken, en missen. Wat is dat missionair, als je uit Gods liefde mag leven! Zien ze het aan jou?

[hoe houd je dit vast]
Gelóóf je het? Het is wáár, ik mag het je in Godsnaam zeggen. ‘Vader’ wil Hij heten, wil Hij zijn. Hij ziet je! Dat mag mijn basis zijn. En tegelijk… tegelijk blijft het een strijd. Om daaruit te leven. Om niet toch weer te gaan voor waardering van anderen. Om niet toch weer onbewust te denken dat ik Gods liefde verdienen moet. Hoe houd je dit vast? Goede vraag! Dan vind ik het treffend dat dan de drie dingen die Jezus noemt, drie dingen die je goed en fout kunt gebruiken, het gebed het middelste is. Het centrale. Zo leven zal alleen biddend kunnen. Vragend om geloof, om vrijheid. Dankend ook, danken en aanbiddend, wie de Heer is en zijn wil voor ons. Nee, dan kun je niets verdienen met gebed, maar dan heb je het hard nodig – tijd doorbrengen met de Hemelse Vader. Zonder zal het niet gaan! Volg Jezus daarin. Hij die leefde uit de verbinding met de Vader, hij nam tijd voor gebed. En van dááruit deed Hij zijn werk. Laten wij het ook maar zo doen.

[slot]
Stel je voor dat er een gebouw naar je is genoemd – dat zou mooi zijn. Maar nog mooier is het, als je zelf een levende steen bent in Gods gebouw. Een plek waar Hij woont. Stel je voor dat jouw naam gegraveerd staat op een sponsorplaatje – dat voelt goed. Maar véél, véél beter is het te weten dat jouw naam in Gods halmpalm staat gegraveerd. Dat je een Vader hebt, die je ziet. In goede en kwade dagen, in succes en mislukking, altijd. Dat je een Vader hebt die onvoorwaardelijk, echt, van jou met al je fouten houdt. Niet om wie jij bent, maar om wie Hij is.
Laten we dááruit leven. Laten we voor Hem leven. Dan ben je rijk!

Amen

 

Preek “Wat de Bijbel zegt over Echtscheiding”

Tags

, , ,

[Aanvangstekst]

De dienst van vanavond is een leerdienst over echtscheiding. Een belangrijk thema, een moeilijk thema, en een gevoelig thema. Wat heeft de Bijbel daarover te zeggen?

Als aanvangstekst wil ik beginnen met woorden van de apostel Paulus uit een Korinthe 7:
“Degenen die getrouwd zijn geef ik, nee, niet ik – de Heer geeft hun het volgende gebod: een vrouw mag niet scheiden van haar man (is ze al gescheiden, dan moet ze dat blijven of zich met haar man verzoenen), en een man mag zijn vrouw niet wegsturen”.

Je zou kunnen zeggen: dat is dan duidelijk. Scheiden mag niet van de Bijbel. Dan zijn we snel klaar met de dienst vanavond. Maar is dat zo? Ik bedoel niet of de Bijbel scheiden afkeurt, dat is zo, Daar horen we straks meer over. Maar de vraag is of we daarmee klaar zijn. Of beginnen dan de problemen juist? Want juist als je het houdt bij “nee mag niet”, wordt het moeilijk. Wat als een situatie tussen twee mensen echt onhoudbaar wordt? Wat als een van beiden hier geen boodschap aan heeft? En ga zo maar door.
Gods voorschriften zijn goed en heilzaam. Maar wij leven in een gebroken wereld. En dat niet alleen, soms maken we ook stomme of slechte keuzes. En juist bij een onderwerp als vanavond wordt dat alles soms pijnlijk voelbaar…

We gaan eerst maar eens zingen uit psalm 130 “vanuit het diepe duister, roep ik om antwoord Heer”.
————-

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro]
40% van de huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding. Ik denk dat iedereen hier er in de nabije omgeving wel mee te maken heeft. Misschien zelfs wel in ons eigen leven, of bij je kinderen. En dan is ‘scheiden’ één woord, waar heel verschillende situaties achter kunnen schuilgaan.
Ik denk aan de jonge man, net 25. In de kerk getrouwd, vol overtuiging had hij ja gezegd. “in goede en Kwade dagen… tot de dood ons scheidt”. Maar nog geen jaar na een huwelijk bleek zijn vrouw er nog een andere relatie op na te houden. Toen het uitkwam koos ze voor die ander. Daar stond hij dan, 25 en gescheiden…
Ik denk aan het stel dat steeds vaker ruzie kreeg, zeker nu de kinderen het huis uit waren. Ze hadden het geprobeerd met gesprekstherapie. Maar hij had niet veel met “al dat gepraat over je gevoelens”. Het leverde eerder meer conflicten op, en uiteindelijk liep het uit op een scheiding.
Ik denk aan een vrouw die mishandeld werd en uiteindelijk het huis uitvluchtte. Maar ik denk ook aan stellen die een kaartje rondsturen “in goed overleg hebben we besloten niet samen verder te gaan”. Alles rond de kinderen is goed geregeld, en ze hebben geen ruzie. Maar wel uit elkaar.
Ach, zo zou ik door kunnen gaan. Verhalen, elk met eigen pijn. De een opgelucht na een scheiding, bij een ander is het na jaren nog altijd een open wond.
Ook onder christenen wordt gescheiden; het taboe is er wel vanaf, lijkt het. Al zijn de vragen en de pijn dan soms misschien nog groter. Je hebt immers voor Gods aangezicht trouw beloofd?!
Wat zegt de Bijbel over scheiden? Daar gaan we het vanavond over hebben. En dat belangrijk. Niet op gevoel varen, of doen wat anderen doen, maar zoeken naar Gods wil, ook op dit vlak.

Lees verder

Preek ‘Geloof ondanks vragen: Jezus’ boodschap voor hedendaagse twijfels’

Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Wist u dat de eerste christenen er wel van beschuldigd werden om menseneters te zijn? Mensen in de Romeinse tijd hadden geruchten opgevangen over wat christenen zondagsmorgens deden in hun bijeenkomst. Ze hielden daar een soort rituele maaltijd, waarbij ze iemands lichaam zouden eten en zijn bloed drinken. En zo zouden die christenen dan denken goddelijk levend te ontvangen. Nu waren de mensen in de Romeinse tijd wel wat gewend qua vreemde rituelen. Bij de Mithras-cultus bijvoorbeeld werd stierenbloed over mensen uitgestort en zelfs gedronken. Maar die christenen, als dat waar was zeiden, dat ging toch alle perken te buiten. Een mens eten en zijn bloed drinken. Walgelijk!
U zult wel begrijpen waar zulke geruchten vandaan kwamen, zeker nu hier vandaag de tafel staat. Buitenstaanders hadden iets opgevangen over het heilig avondmaal. “Neem, eet, dit is mijn lichaam” en “drink allen daaruit, dit is mijn bloed” – we hoorden het net ook nog. Tja, als je dat te letterlijk neemt… Dan klinkt het raar en zelfs afstotelijk!
Net zo’n misverstand komen we tegen in het Bijbelgedeelte dat we lazen. Jezus had al gezegd dat hij het brood is dat leven geeft – we stonden er vanmorgen bij stil. Maar nu gaat hij verder. Het brood dat ik geven zal, zegt Hij, is mijn líchaam. ‘Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven’. Tja… het lijkt erop dat veel hoorders van toen dat letterlijk opvatten. Hun reactie liegt er niet om “dit zijn harde woorden, wie kan daar naar luisteren”. En ze willen Jezus niet langer volgen. Zijn lichaam eten, zijn bloed drinken, kom nou!


Lees verder

‘Jezus: het Brood dat leven geeft’ – korte preek bij viering Heilig Avondmaal

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: rijst des levens?]
Stel je voor dat je in een cultuur leeft waar rijst het dagelijks voedsel is. Driemaal daags een kommetje rijst, zelfs bij het ontbijt – op veel plaatsen in Azië is dat heel gewoon. En stel je voor dat je de bijbel dan in de taal van een bevolkingsgroep wilt vertalen. En je komt bij de tekst van vanmorgen. Jezus zegt “Ik ben het brood dat leven geeft”. Brood, dat is daar geen gewoon voedsel. Dat is exotisch, voor rijke mensen, of bijzondere gelegenheden. Niet iets voor de gewone man. Is jezus dan ook niet voor gewone mensen? Ja wel toch? Moet je dan misschien in de vertaling gaan neerzetten dat de Heer zegt “Ik ben de rijst die leven geeft”? Misschien geeft dat de boodschap wel beter weer op sommige plaatsen in de wereld. Maar ja, dan kom je toch in de knoop. In de knoop met het feit dat Jezus deze woorden niet zomaar zegt. “Ik ben het brood”. Hij zegt dit, net nadat Hij brood heeft vermenigvuldigd. Vijf broden en twee visjes, daarmee werd een menigte gevoed. Letterlijk brood, dáár kun je toch moeilijk iets anders van maken. .
Nee, dan is het toch maar beter om te laten staan wat er staat, en uit te leggen wat de Heer bedoelt. Wat het ons te zeggen heeft. En dat is precies wat wij vanmorgen mogen horen. Op deze morgen dat het brood klaar staat op de avondmaalstafel.

Lees verder

Preek ‘het kritisch gezag van Jezus in de tempel’

Tags

, , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Maleachi 3:1b-3 en Johannes 2:13-22. In deze dienst werden ambtsdragers bevestigd en namen anderen afscheid van de kerkenraad

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro: de beeldenstorm]
het gedeelte dat we uit de Bijbel lazen deed met denken aan de beeldenstorm. De beeldenstorm, misschien hebben we nog niet alle kinderen het met geschiedenis gehad. In de tijd van de tachtigjarige oorlog was het. Groepen mensen gingen de katholieke kerken binnen sloegen daar heiligenbeelden kapot. Maar dat niet alleen, ze vernielden ook kandelaars, koorhekken, orgels, gewaden… Het ging er niet zachtzinnig aan toe. Dingen waarvan de protesteerders, of zoals wij tegenwoordig zeggen: de protestanten – waarvan zij vonden dat ze niet in een kerk thuishoorden, werden er hardhandig uitgegooid. Stel je voor dat je erbij was geweest, wat voor sfeer moet er hebben gehangen? Boosheid of juist opwinding? Heilig enthousiasme of vooral vernielzucht? In die tijd zijn ook de muurschilderingen in deze kerk achter een laag witte verf verdwenen.


Achteraf kun je je afvragen wat de zin is van zo’n wanordelijke beeldenstorm. Waren die dingen in de kerken nu echt zo erg, echt zo verkeerd? Heiligenbeelden als herinnering aan voorbeeldige gelovigen, een rijk aangeklede kerk omdat God het allermooiste en beste verdient, een orgel om bij te zingen… Dat hoeft je toch niet te hinderen om de Heer te aanbidden in zo’n kerk?
Maar soms… soms is het nodig om orde op zaken te stellen. Niet omdat dingen op zich zo verkeerd zijn, maar omdat ze de hoofdzaak naar de achtergrond laten verdwijnen. De hoofdzaak in de kerk, in het geloof. God zelf, en zijn Woord. En dát was aan de hand in de kerk van toen. Dát voelden die beeldenstormers diep van binnen, en dat kwam tot uitbarsting naar buiten. En zo was het ook toen Jezus Lees verder

‘Hoe radicaal moet je zijn?’ Preek n.a.v. Mattheüs 5:29-3

Tags

, , , ,

Eerst de tekst voorlezen: Mattheus 5:29-30

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: radicaal]
De AIVD, de inlichtingendienst, doet regelmatig onderzoek naar gevaren die onze samenleving bedreigen. Gevaar van Russische sabotage, gevaar van terroristische aanslagen… Een van de dingen die telkens terugkomt in hun rapporten is het gevaar van radicalisering. Radicalisering, wat is dat? Dat een bepaalde groep steeds extremer wordt in haar standpunten, en ook bereid is steeds extremere dingen te doen. Je hoort van moslimjongeren die radicaliseren. Eerst deden ze weinig met geloof, maar ze gaan steeds vaker naar de moskee. Ze gaan 5 keer per dag bidden, laten een baard staan er lopen in een lang gewaad. En ze zijn soms vatbaar voor de boodschap van filmpjes op internet die oproepen tot geweld, tot strijd voor de Islam. Dan krijg je berichten zoals “man die inreed op kerstmarkt was geradicaliseerde Syriër”. Maar ook bijvoorbeeld een milieuactivist kan radicaliseren.
Dat is één ding. Aan de andere kant kom je ook regelmatig mensen tegen die oproepen tot radicaal christen zijn. Je moet die zoekterm maar eens intikken op internet, dan vind je van alles. Soms goed, soms minder, maar mensen die oproepen tot een radicaal christen-zijn hebben wel één ding gemeen. Ze vinden de meeste christenen veel te lauw en te slap. Alles kan ermee door qua levensstijl, er wordt niet geëvangeliseerd, enzovoorts. Slappe hap! Jezus was radicaal, zo wordt gezegd, dan moeten zijn volgelingen dat ook zijn!
Wás Jezus radicaal, is dat zo? En hoe dan? In het Bijbelgedeelte dat we lazen Lees verder

Terugblikken op 2025: Gods werk in de chaos van de wereld

Tags

, , , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Psalm 33, en 1 Korinthiërs 3:9-15

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro: de insteek van de preek]
Oudjaar is het vandaag, en een oudjaarspreek mag ik dus houden. Maar ik wil dat doen met misschien een wat andere insteek dan meestal. Met oudjaar hebben we nogal de neiging om terug te kijken wat er het afgelopen jaar gebeurd is, en daar is op zich niets mis mee. Je wordt er ook nogal mee geholpen door allerlei jaaroverzichten die verschijnen. De belangrijkste koppen uit het nieuws dit jaar natuurlijk, maar ook het sportjaar 2025, het weeroverzicht, of een lijstje met alle beroemdheden die de afgelopen 365 dagen zijn overleden. Zo wordt als vanzelf je aandacht gericht op die dingen: dat is blijkbaar wat er toe doet. De gebruikelijke chaos op het wereldtoneel, politiek en natuurrampen, de showbizz en de BN’ers en de sport.
Ook in je eigen leven kun je terugkijken, op een avond als vanavond. Wat heb je meegemaakt, wat zal je bijblijven? Waren er hoogtepunten of juist dieptepunten, of ging alles vooral zijn rustige gangetje? Niets mis mee, om zo eens terug te kijken. Vooral als je dan bewust je zegeningen telt en God dankt voor als het goede.
Echter: als je niet oppast blijft al het terugkijken zo beperkt tot het platte vlak. Jouw leven en wat de media beheerst. Heeft God ook nog een plek in dat alles? Zou het niet goed zijn om het jaar vanavond eens uit dat perspectief te bekijken? Want voor je het weet denk je, ook als christen, net zo horizontaal als iedereen.


De tekst die centraal op deze oudjaarsavond, is psalm 33:10-11. Daar worden je gedachten een andere kant op geleid dan in de jaaroverzichten! Luister maar Lees verder

Preek Kerst 2025 ‘vrede van boven, vrede van beneden’

Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: ‘vrede op aarde’]
Vrede op aarde, zongen de engelen in de kerstnacht. Vrede op aarde, echt een thema voor kerst. Liederen zingen ervan, en mensen verlangen ernaar. Tijdens verschillende oorlogen zijn er kerstbestanden geweest: tijdelijke vrede tijdens de kerstdagen, even geen strijd en beschietingen. Op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog werden kerstliederen gezongen in verschillende talen, terwijl de wapens zwegen. Want iedereen voelt wel aan: schieten en strijd, dat past niet bij kerst. Kerst is een feest van vrede. Jezus kwam als kwetsbaar kind, niet als strijdbare soldaat. Hij is de Vredevorst, vrede op aarde!

Ja, vrede op aarde, zou jij er niet naar verlangen? Als je denkt aan die oorlog in Oekraïne die voortduurt. Als je denkt aan mensen in tentenkampen in Gaza. Als je hoort over de vergeten strijd in Soedan en Congo, die ook deze dagen onverminderd doorgaat. Vrede overal, wat zou dat mooi zijn! En tegelijk: wat lijkt het ver weg.
Het is goed om ook dichterbij te kijken. Wij in Nederland hebben al een mensenleven lang geen oorlog meegemaakt. Maar of het overal vrede is? Soms zijn er knallende ruzies tijdens kerstdiners, of er ontbreken mensen aan tafel. Ruzie in de familie. Ruzies tussen buren. Vriendschappen die knappen, om allerlei stomme redenen. Verharding in de maatschappij. Vrede is vaak ver te zoeken, ook in je eigen leven.
Vrede op aarde – hoe komt het er ooit? Vanmorgen wil ik het daarover hebben: “vrede op aarde” – dat waar de engelen bij Bethlehem van zongen. En dan wil ik twee soorten vrede tegenover elkaar zetten: vrede van boven, en vrede van beneden. Maar… misschien anders dan je zou verwachten! Lees verder

Overdenking kerstavond 2025 ‘Beter dan boeken’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro]
Er zijn talloos veel boeken volgeschreven over God en geloof. De kasten in mijn studeerkamer staan er vol mee. Vroeger, toen ik studeerde voor predikant, kwam ik regelmatig in de universiteitsbibliotheek. Daar stonden letterlijk dúizenden boeken over God.
Boeken horen blijkbaar bij geloof. Ga maar eens naar de christelijke boekhandel… Je zou je bijna afvragen: is God ook bereikbaar voor mensen die niet houden van boeken lezen? Voor doeners of dromers, of voor jou die vooral berichten van een schermpje leest?
Het Joodse geloof is een boekgodsdienst. Bij hen voorin de synagoge geen beelden of altaren, zoals in veel andere godsdiensten, maar een kast met Thorarollen. Protestantse christenen hebben er iets van overgenomen. Hier in de kerk ligt altijd één boek open: de Bijbel.
Maar wat je je kunt afvragen: kun je God nu echt leren kennen uit boeken? Zeker als er kasten vol van zijn: wie schrijft al die bladzijden vol, en waar baseer je je dan op?

[het schilderij]
Op deze kerstavond wil ik graag eens met u kijken naar een plaatje. Een schilderij. Kijk maar even! Wat zien we…?

Ik zie een bouwvallige stal, door een gat in de muur is de avondlucht zichtbaar. In de stal staat een kribbe, een voerbak met stro. Stal en stro, dan denk je vandaag natuurlijk aan het Bijbelse Kerstverhaal, hoe Jezus geboren werd in een stal en in een kribbe gelegd.
We zien een aantal mensen die ingespannen kijken naar wat er in de kribbe ligt. Maar dan het opvallende! In de kribbe ligt geen baby’tje, geen kindje Jezus. In de kribbe ligt een boek. Dat trekt meteen de aandacht. Wat zou de schilder híermee kunnen bedoelen? Lees verder