Preek 2 Samuel 6, ‘David dansend voor de ark’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[introotje]
wie kent niet de beelden van de koninklijke familie op Koningsdag? Mensen de hand schudden, kijken naar optredens, even meedoen bij een partijtje volleybal… Dichtbij het volk, benaderbaar zijn, dat is kenmerkend. In andere landen zul je zulke taferelen niet snel zien, in Europa niet, en daarbuiten al helemaal niet. Een koning moet juist bóven het volk staan, zijn waardigheid bewaren, is daar het idee.
In Thailand kun je de gevangenis ingaan als je een bankbiljet verscheurt waar de koning op staat afgebeeld. Hier in Nederland lachen we daarom. Maar toch, er moet wel een zeker respect blijven. De koning is de koning! Ik herinner me nog de keer dat koningin Beatrix, zo heette ze toen nog, met haar familie Veenendaal bezocht, waar mijn ouders wonen. Prins Willem-Alexander werd uitgenodigd om mee te doen aan een wedstrijd toiletpot-werpen, en dat deed hij ook. Op de beelden ervan kwam nogal wat commentaar: is dat nu passend voor de aanstaande koning?
Maar dan het Bijbelgedeelte van vanmorgen! Koning David zien we daar dansen en springen, met slechts een eenvoudig hemd aan. En dat niet in het genivelleerde Nederland, maar in het oude Oosten, waar eer en status veel belangrijker is dan hier. Stel je al voor dat de koning hier in zijn hemd stond te hossen – wat zou Máxima zeggen? Ongetwijfeld net zoiets als wat Michal, Davids vrouw, tegen hem zegt: ‘Wat hééft de koning zich waardig gedragen vandaag!’ Wat is hier aan de hand? Dat zullen we vanmorgen proberen te ontdekken.

[God voor je kar spannen]
Waar het allemaal mee begint, is dat koning David de heilige Ark naar Jeruzalem wil brengen. De ark, de verbondskist, is hét symbool van Gods aanwezigheid onder Israël, al sinds de verbondssluiting in de woestijn heel lang geleden. Dat David de ark in Jeruzalem wil hebben heeft te maken met het vestigen van zijn macht. Nog niet lang geleden is koning Saul gesneuveld. David werd eerst koning van Juda, en later ook van de noordelijke stammen. Hij heeft de stad Jeruzalem veroverd en daar maakt hij de nieuwe hoofdstad van, mooi midden in het land. Een strategische zet! Israël wordt van een verzameling stammen omgevormd tot een echte staat, met David aan het hoofd. En wat is mooier dan dat de centrale hoofdstad stad ook het godsdienstige centrum zal zijn?
Daarom gaat David de ark halen. Hij gaat erheen met maar liefst dertigduizend strijders, die hij waarschijnlijk nog bij de hand had van zijn laatste gevechten tegen de Filistijnen. Muziekkorpsen spelen op allerlei instrumenten, één en al pracht en praal. De ark zelf wordt op een wagen gezet en is het centrum van de processie. Maar opvallend, over God zelf hoor je niet veel. En die wagen? Stond er niet in de Thora dat de ark gedragen moest worden, door gewijde Levieten?
Die wagen, die kar is haast een symbool. Een symbool hiervan: dat David God voor zijn karretje wil spannen! Het moet allemaal dienen tot versterking van de positie van Jeruzalem, en natuurlijk van David, die daar koning is. David is diep gelovig, zeker, maar dat neemt niet weg dat de ark, ja, God zelf, hier door David gebruikt lijkt te worden voor eigen doelen.
Gebeurt dat tegenwoordig ook soms niet? Ik denk aan president Trump die kort voor zijn verkiezing vrome dingen zei om Amerikaanse ‘evangelicals’ op hem te laten stemmen. Ik denk aan de conservatieve partij in Polen, deze week nog in het nieuws omdat ze rechters ontslaan. Die partij gebruikt als medium graag ‘Radio Maryja’, omdat ze afhankelijk zijn van de steun van conservatieve katholieken. God en geloof als middel om macht te krijgen! In ons land speelt dat niet zo in de politiek, we zijn te geseculariseerd, maar in het verleden is dat soms anders geweest. God voor je karretje spannen. Dat kan ook op andere manieren. Ik denk aan de verkoop van allerlei christelijk-achtige spullen. Laatst zag ik nog reclame voor een christelijk energie-inkoop-collectief…. Ik denk aan opvoeding, als ouders zeggen: denk eraan, God ziet alles! Of: ‘Eer uw vader en uw moeder’ zo gebruiken. Zo moet het niet!

[wakkergeschud door God]
Zó lijkt David hier intussen wel te doen. God voor zijn karretje, de ark op een kar, een grote militaire processie tot zíjn eer en glorie! Intussen lijkt de ark alleen een ‘ding’ te zijn, een symbool. Je kunt hem verplaatsen en neerzetten waar je wilt. Of niet? De Thora is er helder over, en vers 2 ook: de ark is niet zomaar een gouden kist, het is de plaats waar de HERE troont op de cherubs – de gouden engelen op het deksel. Die ark is niet zomaar een ding, het is Gods troon. En met de HERE zelf kun je al helemaal niet zomaar wat doen.
Dat laat Hij merken ook, en de feeststemming is direct over. De ossen die de de kar trekken, struikelen en de kar gaat scheef. Uzza, een man die de kar begeleidt, steekt zijn hand uit om de ark tegen te houden. Maar dan gebeurt er iets ergs. ‘De toorn van God ontbrandde tegen Uzza’ zo zegt de Bijbel, en hij stierf ter plekke. Geen mens mocht ooit de heilige ark aanraken, zegt de Thora, alleen de priesters. Zelfs de levieten die de ark zouden moeten dragen, mochten alléén de draagbomen aanraken, niet de gouden kist zelf, anders zouden ze sterven (Numeri 4:14). Uzza raakt de ark aan, en hij sterft inderdaad ter plekke. Een sterke onderstreping van Gods heilige aanwezigheid. De ark is niet zomaar een kist! De HERE is eraan verbonden, en met Hem is niet te spotten!
Je kunt je natuurlijk afvragen: is dit wel eerlijk? Uzza bedoelde het toch goed? Daar maakt de Bijbelschrijver zich echter niet druk over, dus dat laat ik liggen. Waar de Bijbeltekst wél op inzoomt, is wat dit met David doet. Eerst is hij boos, en dan wordt hij bang. Hij stelt de vraag die hij al veel eerder had moeten stellen: ‘hoe zal de ark van de HERE bij mij komen?’ Voor hij de Filistijnen aanviel, in het vorige hoofdstuk, vroeg hij de HERE om raad. Toen ging het goed. En nu, zij het laat, stelt hij diezelfde vraag. Wat wil de HERE? Wil Hij eigenlijk wel naar Jeruzalem komen? Door dit verschrikkelijke voorval gaat David beseffen dat de HERE de Hoogste is, de ware koning. Hij, David moet doen wat de HERE wil, niet mét de HERE doen wat hij zelf wil!

[dankbaar dansend]
De processie wordt ontbonden, de ark wordt geparkeerd in een nabijgelegen huis, en David gaat zonder ark naar Jeruzalem. Dan, drie maanden, later wordt een tweede poging ondernomen. David heeft gehoord hoe de ark, of beter gezegd, hoe de Here het huis zegent waar de ark staat. Daardoor gaat David verlangen dat de ark in Jeruzalem komt. Hij beseft: die zegen heeft mijn jonge koninkrijk nodig, Góds zegenende aanwezigheid. Daarom gaat hij de ark weer halen. Niet als onderstreping van Davids groeiende macht, niet als legitimatie van Davids plannen, maar… omdat David, omdat Israël de Here nodig heeft. Zijn zegenende aanwezigheid moet de kern zijn van het pasgevormde rijk!
Ditmaal gaat David anders te werk. Nu wordt de ark wel eerbiedig gedragen door Levieten. Nu geen soldaten en marsmuziek, maar zang en het geluid van de sjofar. Niet een religieus symbool ophalen, maar de Here inhalen! Offers worden gebracht, en het volk zingt en danst. En David… David danst mee! Zijn hart is vol vreugde, hij kan zich niet inhouden. Waarom is hij dan zo blij? Omdat hij beseft: de Allerhoogste wil bij ons wonen. Hij wil mij en mijn volk zegenen met zijn aanwezigheid! Daarom danst hij, danst hij uit alle macht, De Here komt, en David is zijn dienaar. Hij is nu niet ‘de hoge koning’ die de godsdienst gebruikt voor eigen doeleinden, nee, David is weer de gelóvige
Wij zullen misschien niet snel dansen voor God. In andere culturen zit daar niet zo’n rem op, zij staan wat dat betreft dichter bij David. Maar het gaat hier niet om de manier. Het gaat erom dat David blij is omdat de Here dichtbij is, en dat hij daarom zichzelf vergeet. Hij laat zich gaan, hij legt zijn koningsmantel af, hij danst en springt zonder aan zijn waardigheid te denken. Hier zie je hoe bevrijdend het is om de Here boven je te erkennen! Dan hoef je je stand niet op te houden, desnoods zelfs met vrome woorden en daden. Dan hoef je niet streng te kijken, stijf te doen, dan ben je vríj. Vrij om alles te doen wat vreugde brengt en goed is en God eert.
Ik herinner me een conferentie van christelijke studenten tijdens mijn studententijd. Er was een viering met liederen van aanbidding, God kreeg de eer. Tijdens het zingen zie ik iemand van zijn stoel opstaan. Ik kende die jongen, hij was zonder twijfel de briljantste student die ik gekend heb, tegenwoordig is hij een wetenschapper waarvan de ster snel rijst. Wat doet hij? Hij knielt zomaar in het gangpad, zomaar op de grond waar iedereen hem kon zien en over hem struikelen, want hij bleef geruime tijd geknield liggen. Anderen keken: wat doet hij nu? Maar het kon hem niet schelen! Hij was onder de indruk van Gods grootheid, geraakt door de liederen, en dat wilde hij uiten met zijn hele lichaam. David danste, hij knielde – wat anderen er ook van mochten denken. Gezegend ben je, als God lévend voor je is, als Hij alles voor je is, en de rest je niet meer kan schelen! Hoe zit dat bij ons eigenlijk?

[Michals kritiek]
David komt thuis, nog vol van alle mooie dingen van de dag. Daar staat zijn eerste vrouw (want hij had er meerdere), daar staat Michal al op hem te wachten. Haar gezicht spreekt al boekdelen! Niet voor niets wordt ze in dit gedeelte steeds ‘de dochter van Saul’ genoemd, niet ‘Davids vrouw’. Ze heeft alles gezien uit haar raam, maar ze kan Davids aanbidding totaal niet meemaken! ‘Wat heeft de koning zich waardig gedragen vandaag!’ zegt ze bitter. ‘Halfnaakt rondgedanst bij de dienstmeisjes van je dienaren…’ Het is duidelijk, juist uit deze laatste woorden, dat zij nog helemaal zit in het denken van stand en waardigheid. David, de koning, moet zich toch juist onderscheiden van de onderdanen? Dat de ark hierheen komt snapt ze, dat is goed voor Davids macht, maar dat dansen… Zo staat David in zijn hemd, letterlijk! Zo bederf je toch het hele beoogde effect?!
David geeft het enige juiste antwoord. Met één ding rekent Michal niet, net als hij eerst, en dat ding is nu juist geen ding: het is de HERE, de levende God. David zegt helder: voor de HERE, ja voor de HERE heb ik gedanst! Niet omdat ik dacht dat dat goed overkomt of slecht, maar voor Hem. Hij is de ware koning! En, mens als hij is, kan hij het niet laten om nog een steek onder water toe te voegen: De HERE, die mij heeft uitgekozen boven jouw vader en familie! En tegelijk is dit een kernzin. Hij zegt zo: ik heb mijn macht gekrégen, gekregen van God, niet door eigen daden verworven ten diepste. Ik gebruik God en de ark niet voor mijn doelen, ik word door Hem gebruikt!

[wat heeft toekomst]
Het verhaal sluit af met de mededeling dat Michal geen kinderen kreeg. Is dat een straf van God? Is het gewoon omdat David haar niet meer opzocht en bij zijn andere vrouwen sliep? Het een sluit het ander niet uit… In elk geval wordt zo heel duidelijk: de houding van Michal is vruchteloos, steriel, die heeft geen toekomst. Met leven voor je eigen stand en macht en image, en desnoods zelfs God daarvoor inschakelen, kom je niet verder. Die weg loopt dood. Een waarschuwing, ook voor ons!
De toekomst van Davids rijk is niet door haar. En dat is maar goed ook: stel dat ze wél een kind hadden gekregen, dan was dat typisch een kind geweest van aardse berekening en politiek. Een nakomeling van de nieuwe vorst, David, én van het oude huis van Saul. Zou dat niet de ideale opvolger zijn in mensenoog om ieder achter zich te krijgen?
Maar God denkt anders. Hij gaat verder met David, maar niet met Michal. De weg van de berekening, van het zelf een rijk bouwen, wordt afgesloten. Een kind wordt koning dat niemand had verwacht: Salomo – vredeskind. En uit hem komt uiteindelijk voort Jezus, de grote koning. Hij reed niet op een paard, maar op een ezel. Hij was een vriend van tollenaars en zondaars, tot grote ergernis van de vromen. Hij lette ook niet op zijn waardigheid. Sterker nog, Hij legde al zijn waardigheid af. Zijn Goddelijke waardigheid, toen hij als kindje geboren werd. En zelfs zijn menselijke waardigheid behield hij niet, toen Hij werd bespot en gedood aan het schandelijke kruis.
Want dít, juist dít, is de weg tot heerlijkheid. Davids rijk wordt gezegend omdat Hij danst zonder te denken aan waardigheid. Jezus brengt de grootste zegen, juist omdat Hij al zijn waardigheid aflegde. Hij is zachtmoedig en nederig van hart, en leert ons om dat óók te zijn. Michal vraagt zich af of ze wel wil horen bij een koning die zichzelf zo vergeet – haar antwoord is nee! Maar die vraag mogen ook wij onszelf stellen. Wil je bij zó’n koning, bij zo’n koninkrijk horen? Het gaat dwars tegen onze natuur in. Jezelf verloochenen, niet voor eigen eer gaan… Maar juist zó vind je het ware geluk, kun je wel dansen van vreugde. Als je de HERE als hoogste hebt, en daarom zelf niet zo nodig hoog hoeft te zijn. Nederig, zo is een christen. Dat is, ik heb het volgens mij al eens eerder gezegd: niet minder van jezelf denken, maar minder áán jezelf denken. Daarom kon David dansen.

[slot]
Laat ik afsluiten met een vraag: danst u wel eens? Of nee, dat is niet de vraag waar het om gaat. Laat ik liever vragen: hoe belangrijk vind je je eigen waardigheid, je status, wat mensen van je vinden? Het antwoord is een goede graadmeter voor hoe dicht je bij de Here leeft. Wie is er werkelijk koning, ook in uw of jouw leven? Hoe hebben we zijn zegenende nabijheid nodig. Niet als truc om het goed te hebben, maar Hijzelf bij ons met zijn zegen! En wat is het dan een zegen om te weten: Hij is gekomen! Naar Jerusalem, naar deze wereld, naar u, ook vandaag. Laat Hij op de troon zitten, laat Hij voor ons lévend zijn, dan kun je eindelijk jezelf vergeten. En dan, juist dan ben je bruikbaar dat Hij u, of dat Hij jóu kan gebruiken voor zijn plannen!
Lof zij Christus in eeuwigheid,

Amen

Advertenties

Preek ‘de dood… en Jezus’

Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
een man liep eens door het bos op een herfstachtige middag, nadenkend over de moeilijke vragen van het leven en de dood. Midden in het bos kwam hij terecht bij een open plek met een put. Hij ging op de rand zitten om uit te rusten van zijn wandeling. Maar intussen bleven zijn hersens malen over met menselijk bestaan en de eindigheid ervan – de man was een filosoof. Al zittend op de rand van die put verzuchtte hij: ‘wat is het leven?’ Vanuit de diepe put klonk een echo die het antwoord gaf: ‘even, even…’ De man keek vreemd op, en hij zei: ‘en wat is dan sterven?’ De put antwoordde: ‘erven…’. Het was alsof de put met hem sprak. Het leven is even, en sterven is erven. Verbaasd riep de man uit: ‘Erven… Maar de dood is toch zwaar?’ ‘waar, waar, waar’, zei de put.
Ik denk dat deze echoput ons drie heel belangrijke dingen leert, waar ik vanavond met u bij stil wil staan. De catechismus reikt ons aan dat Lees verder

Preek over 2 Samuel 24

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
‘zo liet de Here zich verbidden ten gunste van het land’, staat aan het einde van de Schriftlezing die we zojuist hoorden. Verbidden, dat is een mooi en diep woord. Ik moest direct denken aan een boek van Thea Beckman, de schrijfster van onder andere het verfilmde boek ‘kruistocht in spijkerbroek’. In één van haar boeken voor tieners komt het voor dat er iemand verbeden wordt. Een bandiet staat op het punt om opgehangen te worden, als een meisje in de menigte roept ‘Stop! Ik verbid hem!’ Dat was een gewoonte uit die tijd en streek. Als een ongehuwd meisje bereid was om te trouwen met een terdoodveroordeelde, ging het vonnis niet door. Hij werd verbeden, zo heette dat. In het boek van Thea Beckman is dat verbidden natuurlijk het begin van een hele reeks avonturen van het meisje en haar kersverse man.
Nu hoorden we uit de Bijbel dat God wordt verbeden. Niet helemaal hetzelfde natuurlijk, maar het heeft toch dezelfde kern: een straf die dreigde gaat niet door vanwege het roepen van een mens. David in dit geval, die voor zijn volk offert en bidt. “Zo liet de HERE zich verbidden ten gunste van het land”. Wat een bijzondere woorden! De Here is niet onverbiddelijk, maar juist het tegenovergestelde, Hij is te verbidden.
Ik kan hier op zich al een hele preek over houden denk ik. Bidden heeft zin! Maar als we deze woorden in het verband lezen, rijzen er toch een heleboel vraagtekens. Lees verder

Overdenking psalm 63

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
het is ongekend droog in ons land, daar vertel ik u niets nieuws mee. Het is niet voor niets dat ik de afgelopen week bij psalm 63 terecht kwam, die spreekt over ‘een dor en dorstig land dat snakt naar water’. Buiten bleef de zon maar branden, terwijl ik deze overdenking aan het maken was, en hoe lang is het niet geleden dat er regen is gevallen? Op internet of op tv zag je beelden die we normaal alleen uit ander landen kennen. Rivieren die half droog staan, grond die gebarsten is van de hitte. Een heel mooi beeld had iemand op Texel gemaakt, een foto van een molen – oer-Hollands. Maar daarnaast niet de gebruikelijke Hollandse sloot, maar een bruine vlakte vol scheuren. Een heel raar gezicht!
Droogte dus. Wat kun je dan gaan verlangen naar regen! Vaak genoeg in ons land mopperen we als het regent, maar nu weten we wel hoe nodig die regen is. Je gaat ernaar uitzien, naar water voor de planten, naar verkoeling voor jezelf. Hoe welkom zou een weersverandering zijn! Het land snakt naar water, en wie een beetje meevoelt met de natuur doet dat ook.

[de dichter en zijn omstandigheden]
De dichter van psalm 63 verkeert in nog veel drogere omstandigheden dan wij, en ook hij verlangt naar verandering. ‘Mijn ziel dorst… mijn lichaam verlangt’. David, want hij Lees verder

Preek 1 Samuël 9, ‘David en Mefiboseth’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
‘het is gelukkiger te geven dan te ontvangen’ heeft Jezus eens gezegd. Dat is iets waar we het allemaal me eens zullen zijn, als je er even over nadenkt. Het is toch een stuk fijner om een ander iets te kunnen geven dan dat je steun moet ontvangen! Het voelt een stuk beter om te helpen dan om geholpen te worden. Ik hoor regelmatig van oudere mensen, dat ze tegen me zeggen: een van de lastigste dingen vind het lastigste vind ik dat ik zo afhankelijk ben! Overal moet je hulp voor vragen: als ik naar het ziekenhuis moet, als ik steunkousen aangetrokken moet krijgen, hulp bij het douchen en hulp in de huishouding. Ik zo het zo graag zélf doen! Vroeger stond ik altijd klaar voor anderen, en nu moet ik zelf geholpen worden.
Ja, geholpen moeten worden, ontvangen, dat ligt ons niet. Veel mensen die bij de voedselbank lopen, houden dat geheim. Nee, veel Lees verder

Preek 2 Samuël 7 ‘David wil voor God een huis bouwen’

Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: 2 Samuël 7:1-18 en Lukas 1:26-38

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Ieder volk heeft zijn eigen volksaard, zegt men. Japanners zijn ijverig, zo is het beeld, terwijl mensen uit Midden-Amerika juist niet al te hard lopen met hun ‘siësta’ en ‘mañana’. Duitsers worden vaak neergezet als mensen die erg van regels en gezag zijn en nogal burgerlijk; en ga zo maar door. Het zijn natuurlijk vooroordelen, maar toch zit er in vooroordelen vaak een kern van waarheid. Elk land of elke streek heeft zijn eigen mentaliteit, ook binnen Nederland. Denk aan de Limburgse gezelligheid en relaxtheid, of de gesloten Groninger.
Ook hier in het Westland is een eigen volksaard, dat kun je niet ontkennen. Geen woorden maar daden, zou hier een motto kunnen zijn. De gemiddelde Westlander is geen diepe denker, maar wel een harde werker. Natuurlijk is er nog meer te zeggen, bijvoorbeeld over de sociale samenhang, hoe mensen naar elkaar om kijken, over de keten en het drankgebruik, maar dit is denk ik toch wel het meest kenmerkende: Westlanders zijn doeners, mensen die van aanpakken weten. Daar kom je ver mee in de wereld – de Westlandse kassenbouwers komen op alle continenten.
Ook geloof is in onze streek vaak heel praktisch. Mensen doen graag iets voor de kerk, maar komen minder graag op een Bijbelstudie. Dat aanpakken is mooi! Het Bijbelgedeelte dat we vandaag lazen bevat echter een lastige les voor mensen die graag aan de slag gaan. Lees verder

Preek HC zondag 15 “Jezus’ verzoenend sterven”

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
stelt u zich voor, u bent aan het shoppen in Rotterdam of Den Haag, in een druk winkelgebied in het stadscentrum. Het is gezellig druk en er is veel te zien. Eén van de dingen die u ziet is een man met een kleed en een karretje met folders. Bovenop het karretje staat in rode letters ‘Laat u met God verzoenen!’. Hij probeert het evangelie te verspreiden onder de winkelende mensen. Iedereen die langskomt biedt hij een folder aan, die soms wordt aangenomen, en vaak ook niet. Als je het van een afstandje observeert, zie en hoor je hoe hij te werk gaat. Tegen iedereen zegt hij, op exact dezelfde toon: ‘Weet u al dat Jezus voor uw zonden gestorven is?’ Op de voorkant van het foldertje staat dan ook ‘Hij gaf zichzelf voor u’, met een afbeelding erbij van een kruis in de avondzon.
Velen halen hun schouders op, of zeggen ‘nee, dank u’. Maar af en toe reageert er iemand op wat hij zegt ‘weet u al dat Jezus voor uw zonden gestorven is?’. ‘Nou, zo’n zondaar ben ik niet hoor!’ zegt een jongen met een rugtas lachend. Eén vrouw reageert zelfs heel fel. ‘Houd op met dat oude sprookje, daar ben ik helemaal klaar mee! Wat heb ik eraan, als er tweeduizend jaar geleden iemand doodging? Wat is dat voor een God, die bloed wil zien voor Hij vergeeft? Kap eens met mensen lastig vallen met die onzin!’ Boos gooit ze het foldertje op de grond. Lees verder

Preek ‘God werd een mens!’ n.a.v. HC zondag 14

Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
We gaan vanavond in de leerdienst weer verder met onze reis door de geloofsbelijdenis. Die reis brengt ons, al is het midden in de zomer, vandaag bij het Kerstfeest! Geen kerstfeest van sneeuw, kerstmarkten en kerstballen, maar dat waar het met kerstfeest echt om gaat: de geboorte van Jezus Christus. Of theologisch gezegd: de incarnatie, de vleeswording, God die mens werd! Dit wonder is te groot om het alleen voor de decembermaand te reserveren, we mogen daar ook vanavond over nadenken.
We doen dat aan de hand van de Heidelbergse catechismus, vraag 35 en 36. Daar wordt echter veel te veel aangedragen om in één keer te behandelen. Zo gaat het over de menselijke natuur van Jezus – dan brengt bij wat theologen de ‘tweenaturenleer’ noemen, het feit dat Jezus zowel God is als mens. Dit onderwerp hebben echter enige tijd geleden al behandeld, toen het ging over dat Jezus de Middelaar is, dus dat laat ik nu liggen. Ook wordt genoemd dat Jezus geboren is uit de maagd Maria – dat brengt ons bij de maagdelijke geboorte en alle vragen die dat oproept. Ook dat laat ik nu liggen. Tenslotte heeft de catechismus het over de zonde waarin ik ben ontvangen en geboren – dan komen we bij het onderwerp van de zogenaamde erfzonde. Ook dit kwam eerder al aan de orde, toen het ging over de zondeval.
Vanavond focussen we eenvoudig op Lees verder

Preek ‘Jezus onze Heer’ n.a.v. HC vr 34

Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
hoe ziet Jezus eruit? Of je nu wilt of niet, bij ieder van ons zal wel één of ander beeld in het hoofd naar voren komen als we denken aan Hem. Misschien, als u wat ouder bent, is het wel gevormd naar de platen die u vroeger zag op de zondagsschool of de school met de Bijbel. Daar zie je Jezus als de goede herder, of als degene die kinderen zegent, ‘laat de kinderen tot Mij komen’. Maar is dat hoe Hij is? Op zulke afbeeldingen is Jezus gewoonlijk een blanke man met halflang haar en een klein baardje. In werkelijkheid was Hij natuurlijk geen westerling. In hedendaagse kinderbijbels zie je Hem op allerlei verschillende manieren afgebeeld. Feitelijk weten we echter helemaal niets over zijn uiterlijk.
In de Bijbel gaat het niet over hoe Hij er uitziet, maar over wie Jezus ís – en dat is nog een laag dieper. Niet welke kleur ogen of welke lichaamslengte, maar wat voor iemand is Jezus Christus? Ook daar hebben we allemaal wel onze ideeën over. Bijvoorbeeld ‘welk een vriend is onze Jezus’, of ‘Jezus is de goede herder’, of ‘verlosser, vriend, o hoop en lust van die u kennen’. Dat zijn allemaal Bijbelse woorden. We hoorden laatst nog hier in de kerk, hoe Jezus een vriend is van tollenaars en zondaars. Toch is het gevaar niet denkbeeldig dat ons beeld van Jezus al snel wat zoetig wordt, net als die oude platen van Hem in pasteltinten. Daarom is het goed om vanavond eens stil te staan bij een andere kant van wie Hij is. Lees verder

Overdenking ‘wees niet jaloers’ 10e gebod, met gehandicapten

Tags

, ,

[vooraf: jas v Jozef op de kansel klaarleggen]

Lieve broers en zussen in de Here Jezus,

[intro]
ik mag jullie vandaag iets vertellen over het tiende gebod, de laatste regel uit de tien geboden. “Wees niet jaloers op wat een ander heeft, je wordt zielsgelukkig als je zo leeft”. Niet jaloers zijn, daar gaat het over. Maarre…
→ zijn jullie wel eens jaloers? Wanneer dan?
Ik kan me het best voorstellen! Als iemand in jouw huis nieuwe kleren heeft gekregen, en jij niet. Of als er een feestje is, en je denkt dat een ander een groter stuk taart krijgt. Dan kun je al heel snel jaloers worden!
Thuis heb ik twee kinderen, een tweeling, twee jongens. En die letten daar héél erg op: of ze wel hetzelfde krijgen als de ander. Of hun broer niet vaker voorin mag met de auto, of ze allebei wel een even groot stuk worst krijgen bij de boerenkool. Mijn vrouw en ik worden er wel eens moe van!
En laat ik eerlijk zijn: ik ben af en toe ook wel eens een beetje jaloers. Volgens mij is iedereen dat wel eens!
Maar nu zegt de Here God dus in de Bijbel, in zijn regels: ‘wees niet jaloers!’ Waarom niet? En hoe doe je dat, het gaat toch vanzelf?

[verhaal Jozef]
Om dat uit te leggen gaan we even naar het verhaal van Jozef. We hoorden het net uit de Bijbel. Jozef is een zoon van vader Jakob. Jozef heeft nog een heel aantal broers, eigenlijk halfbroers. En die broers, die zijn jaloers op Jozef. Weet je hoe dat komt? Jozef heeft iets wat zij niet hebben! Hij heeft een mooie jas, een jas, met allerlei prachtige kleuren. En daarom zijn ze jaloers.
Moet je kijken, ik heb hier Lees verder