Preek Markus 1:40-45 ‘een melaatse genezen’

Tags

,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Weet u nog van alle coronamaatregelen? nu ligt het gelukkig alweer even achter ons, maar wat had dat een invloed. Wat stempelde dat je dagelijks leven. We leefden ineens in een heel andere wereld met zijn allen – of beter gezegd: ieder apart. Geen andere mensen ontmoeten, maar ieder in zijn eigen huis, eenzaam soms. Geen knuffel kunnen krijgen van je kleinkinderen, geen arm slaan om een ander, maar afstand! wie besmet was moest voor een tijd in quarantaine of in isolatie – in het begin zelfs afgezonderd van je eigen huisgenoten. En denk aan die vervelende mondkapjes, waardoor je elkaars gezicht niet goed kon zien, en waardoor mijn bril steeds besloeg. om nog maar te zwijgen van de complete pakken en schorten die je in het ziekenhuis soms aan moest doen. niet alleen het coronavirus was erg, de maatregelen ertegen hadden ook enorme impact. Op een bepaald moment vroeg je je misschien af: komt er ooit weer een normaal leven voor mij en mijn kinderen?
Waarom begin ik hiermee? Omdat we in het Bijbelgedeelte van vandaag een melaatse man tegenkomen – huidvraat, zegt onze vertaling. Niet alleen zijn ziekte, maar ook de maatregelen ertegen, hadden een enorme impact op zijn leven. Anders dan bij ons met corona, leek een normaal bestaan voor hem voorgóed verleden tijd.
Uit het Bijbelboek Leviticus lazen we de maatregelen die golden tegen melaatsheid, en waar de man dus mee te maken had. Ik moest meteen aan de coronatijd denken toen ik ze las. Als eerste moest een melaatse Lees verder

Verdiepingsdienst ‘zondag en zondagsrust’

Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Over zondag en zondagsrust gaat het vanavond. Wat dat betreft is er de afgelopen 50 jaar heel veel veranderd, zowel binnen de kerk als daarbuiten. Ouderen hier zullen zich nog wel dingen herinneren rond de zondagsinvulling vroeger. Was hen niet bij uzelf dan kent u de verhalen wel. Dingen als ‘niet fietsen op zondag’, ‘niet afwassen’, soms zelfs ‘niet buitenspelen’. Zondagse soep, die zaterdags al was gemaakt, zodat er op zondag niet gekookt hoefde te worden. Voor sommigen was de zondag een dag met warme sfeer in het eigen gezin; voor sommige andere misschien alleen maar een vervelende dag dat er niets te doen was. Er wás ook niets te doen, bijna alles was gesloten.
Voor jongere mensen klinkt dit waarschijnlijk als een compleet vreemde wereld. Zondagsrust is grotendeels uit de wetgeving verwijderd. Zondag: een dag voor sport, voor familiebezoek en andere leuke dingen. Hoewel, hoe zit dat als je gelovig bent…? In de tien geboden staat dat gebod over de rustdag. Maar wat betekent dat concreet? Daar wil ik vanavond met u over nadenken. De rustdag heiligen, hoe doe je dat?
Want dat staat er in het vierde gebod. Het is niet allereerst een vérbod, maar een gébod. “Houd de sabbat in ere als een heilige dag”. Dat is een gébod. Vorige generaties zijn dat wel eens vergeten, die legden meer nadruk op het verbod dat erachteraan komt. “Dan mag u niet werken”. Het gaat om een gébod: heilig de sabbat.

[sabbat en zondag]
[a) de dag]
Maar dan zijn we meteen al bij het eerste probleem van dit gebod. Om welke dag gaat het eigenlijk? De sabbat, staat er. Dat is Lees verder

Preek Markus 1:16-20 “Twee wonderen: dat Hij roept en dat jij volgt”

Tags

, ,

Dienst met doventolk.

Gemeente van Jezus Christus, u hier in de kerk, en wie thuis meekijkt,

[intro]
Laten we in gedachten eens naar het meer van Galilea gaan. We zijn in de buurt van een dorpje dat aan de oever ligt. De witte huisjes weerkaatsen de felle zon. Op het strand van het meer voel je koele wind van over het water. Verschillende scheepjes liggen er, half op het strand getrokken. Ik zie een paar mannen staan, die een eindje het meer zijn ingelopen. Ze gooien een groot rond werpnet in het water, dat ze daarna langzaam weer inhalen. Iets verderop zitten een paar mannen in hun boot. Ze laten lange netten door hun handen gaan, en kijken die nauwkeurig na op beschadigingen. Het is wel duidelijk dat we bij een vissersdorpje zijn. Je kunt het zelfs ruiken – op platte stenen liggen vissen te drogen in de zon, zodat ze langer bewaard kunnen blijven. Het leven hier is verbonden aan het meer en de visvangst.
Er komt een man aangelopen langs het strand. De vissers kijken even op, ze kennen hem niet. De man blijft staan en kijkt rond. In één oogopslag ziet hij het hele bestaan van deze stoere mannen: huis, boot, net, vis. Maar dan gebeurt er iets vreemds. Hij roept. Hij roept naar de twee broers met hun werpnet: “Hé!” Ze kijken op. En de man roept verder: “Kom, ga met mij mee! Ik zal jullie leren om mensen te vangen in plaats van vissen!” Wat zou jij doen, als je een van die mannen was geweest? Ik kan van alles bedenken – dat je verbaasd bent; dat je gaat vragen wat hij wil; misschien wel dat je tegen je voorhoofd tikt en verder werkt… Ik zou nooit bedenken wat er in werkelijkheid gebeurt. Simon en Andreas, zo heten de vissers, laten meteen hun netten achter en gaan met de man mee. Jezus is het, die ze riep. Daarna gebeurt nog een keer hetzelfde bij de vissers die in hun boot zitten. Jezus roept, en meteen gaan ze mee. Is dat geen wonder?
Maar eigenlijk gebeuren er hier twéé wonderen, zo merkte ik toen in dit Bijbelstuk bestudeerde. Het ene wonder is dat die mannen zomaar meegaan. Maar er is nog een wonder: dat Jezus deze mannen roept! Over allebei die wonderen wil ik vanmorgen iets zeggen: dat Jezus roept, en dat mensen hem gaan volgen. En als derde kijken we nog kort wat voor gevolgen het heeft als je Hem volgt. Lees verder

Preek Nieuwjaarsmorgen 2023 ‘toekomstgericht leven’, n.a.v. 2 Petrus 3:14

Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: waar zie je naar uit]
Het is kerstvakantie. Na deze preek ben ook ik een weekje vrij. Er één ding dat ik altijd graag doe in de kerstvakantie: bezig gaan met de zomervakantie. Bespreken in het gezin waar we heen gaan, kijken welke accommodatie het voordeligste is, een datum prikken. Misschien al iets boeken. Zo bezig zijn stuurt je je gedachten alvast vooruit. Want een mooie zomervakantie is toch wel iets om naar uit te kijken!
Ik weet natuurlijk niet waar u of waar jij mee bezig bent voor het nieuwe jaar. kijk je ook uit naar een fijne zomervakantie? Of eerst naar de skivakantie misschien? Ga je dit jaar voor je examen? Hoop je te verhuizen naar een ander huis? Het kan van alles zijn waar we naar uitzien in 2023, of dat je verwacht in 2023.
Er is niets mis mee om naar zulke dingen uit te zien, of om op een mooi jaar of een mooie vakantie te hopen. Toch mogen we als christenen nog naar meer verlangen, naar iets anders uitzien. Daar ging het gisteravond over in de oudjaarspreek: “wij verwachten naar zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont”. Wie gelooft, ziet als het goed is uit naar Jezus’ wederkomst! Niet alleen verlangen naar mooie dingen op aarde, maar verlangen naar een hele nieuwe wereld. Uitzien naar de komst van Gods Koninkrijk, waar geen oorlog meer is en honger en ellende, waar de Heer bij de mensen zal wonen.
De vraag is dan wel, en ook daar ging het gisteravond over, of we daar inderdaad naar uitzien: naar Jezus’ komst. Is het misschien iets dat je met je verstand gelooft, maar meer niet? Verláng je er wel eens naar, of zijn onze verlangens helemaal horizontaal gericht? Wat houdt me meer bezig: een goed plekje op de camping deze zomer, of een plek in Gods koninkrijk dat komt? Lees verder

Preek Oudjaar 2023 ‘hoe lang nog?’ n.a.v 2 Petrus 3:13

Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Het is oudejaarsavond vanavond. Weer een jaar voorbij! De kerstdagen zijn geweest, en morgen slaan we de nieuwe agenda open. Oud en nieuw, Het is zo’n tijd dat je als vanzelf wat gaat reflecteren, dat je je gedachten laat gaan. Veel mensen hebben vrij, dan word je even niet opgeslokt door de drukte van deadlines – zo heb je wat meer tijd voor een reflectie. Bijna vanzelf ga je terugkijken en vooruitkijken. Wat voor een jaar heb je gehad, en wat is er te verwachten voor het komende jaar?
Dat zal voor ieder natuurlijk anders zijn. Haalde je in 2022 je diploma, of verloor een geliefde? En als je naar de grote wereld kijkt, geholpen door de jaaroverzichten: wat was 2022 voor een jaar op aarde? Nu met kerst en oud en nieuw heb je donkere dagen, met daarin allerlei lichtjes. Misschien is dat ook wel de sfeer waarin we naar de wereld kijken: donker met lichtjes. De jaaroverzichten noemen gewoonlijk nogal wat sombere dingen. Dit jaar is dat niet anders, met de oorlog in Oekraïne als donker dieptepunt. Je kijkt alvast vooruit naar het komende jaar: wat is er dan te verwachten, waar mogen we op hopen? Zal die oorlog stoppen, of gaat Poetin dit jaar op de rode knop drukken?
Zo kun je van alles denken. Maar vanavond wil ik een andere insteek kiezen hier in de kerk. Weer een jaar voorbij – dat wil zeggen: weer een jaar dichter bij Jezus’ wederkomst! Oudjaar: weer een jaar dichter bij het einde van het huidige wereldbestel, en bij de komst van Gods nieuwe wereld. Als tekst heb ik daarom gekozen voor 2 Petrus 3 vers 13. Daar staat: “maar wij vertrouwen op Gods belofte, en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”

[de belofte]
“Wij vertrouwen op Gods belofte”, staat er. Welke belofte? De grote belofte die door de hele Bijbel heen gaat: dat God alle dingen nieuw zal maken. Of om het nog anders te zeggen: dat Jezus zal wederkomen. Die grote dag, dat alle kwaad gestraft, alle onrecht rechtgezet zal worden, dat de Heer bij de zijnen zal wonen. Petrus citeert uit Jesaja hoofdstuk 65 “zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Maar het gaat niet om een losse tekst. De theoloog Noordmans heeft eens gezegd “als de Bijbel een titel zou hebben, zou het deze zijn: ‘Hij komt!’ Het gaat om de grote belofte die de hele Bijbel doortrekt: dat de huidige wereld eens zal eindigen, en plaats zal maken voor een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Waar alles gaat zoals God wil, waar alles góed is en eerlijk en recht. Zijn koninkrijk. Dáár gaat het heen met deze wereld! Een heel andere richting dan wanneer je de lijnen uit de jaaroverzichten doortrekt.
“Wij zien uit”, zegt Petrus. Maar… is dat zo? Zien we uit naar Jezus’ komst? De vroege christenen komen aan wie Petrus schrijft, zagen sterk uit naar Jezus’ komst. Ze verwachtten Hem nog tijdens hun eigen leven. Hun hele bestaan werd er door gestempeld! Heilig leven, het evangelie doorgeven… Want Jezus komt eraan! Wij leven intussen een hele tijd verder; onze verwachting is minder gespannen. Het wachten heeft al zo lang geduurd, bijna twee millenia, dus dan kan het nog wel even duren, denk je. We beseffen goed wat vers 8 zegt: ‘één dag is voor de Heer als 1000 jaar, en 1000 jaar als één dag’. En inderdaad, niemand kan de dag van Jezus wederkomst berekenen. Maar dat is ook niet de vraag. De vraag is: zien we er naar uit? Kunnen we onze tekst na zeggen: “wij vertrouwen op Gods belofte, en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont”? Zijn wij Maranatha-mensen, om het zo eens te zeggen? Of staat onze horizon net zo horizontaal als overal in onze maatschappij?

[aanvechting schetsen]
Bij de christenen aan wie de brief gericht is, stond die verwachting al onder druk. Jezus kwam niet zo snel als ze dachten. Er overleden zelfs al christenen… En dan komt als vanzelf die vraag op uit vers 4 “waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? de generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het was”. Voor sommigen misschien een vetwijfelde vraag. Maar het is een vraag die ook spotters stellen, schrijft Petrus. Mensen die al lang hun conclusie hadden getrokken: die wederkomst, daar geloof ik niet in. Welke gedachten daar verder precies achter zaten, doet er voor ons nu niet zoveel toe. Maar het is een vraag die ook nu kan spelen. Waar blijft Hij nu? Is die hele belofte van God geen sprookje? Als bange vraag van een gelovige, of als spottende vraag van een ander. Want, laat ik duidelijk zijn, het is niet altijd een spotter die deze vraag voelt opkomen. Het is een vraag die altíjd bij het geloof hoort. We hoorde de afgelopen tijd preken uit Jeremia. Jeremia zegt al, in hoofdstuk 17 van zijn boek: “ze zeggen tegen mij: ‘wat komt er uit van de woorden van de Heer?'” In de psalmen wordt geklaagd: “hoe lang nog, Heer grijpt u niet in?” en ga zo maar door.
Ook ons kan deze vraag aanvliegen. We leven midden in een cultuur die niets kan met de belofte van Jezus’ komst en van een nieuwe wereld. Een mens van nu zegt als vanzelf wat in vers 4 staat: “alles gaat zoals het vanouds gegaan is” en meer is er niet. De wereld draait, in principe geregeerd door natuurwetten, niet door God. Ja, bij het einde van de wereld, een apocalyps, kunnen mensen zich dan wél weer iets voorstellen. Een kernoorlog misschien die al het leven op aarde vernietigt – taferelen met vlammen en gedreun zoals vers 10 het beschrijft. Of andere vormen van ondergang: door een meteoriet, of door ineenstorting van ecosystemen… Een einde, OK, dat kan in de kaders van deze wereld helaas wel. Maar een nieuw begin? Nee, dát valt buiten de horizon. Want God is uit de wereld gedrongen.
In hoeverre beïnvloedt zoiets ook mij, en ons allen? Komen zulke vragen als in vers 4 ook wel eens in jouw hart op “Klopt het wel dat Hij komen zal”? Het vraagt moed om deze vragen in de ogen te kijken, want je voelt wel dat het er dan om spant. Kun je op God en zijn beloften vertrouwen? Is Hij er echt? Je kunt ermee worstelen. Maar wellicht nog vaker worstel je er níet mee, en schuift de belofte van Jezus’ komst ongemerkt met de tijdgeest mee naar de rand van onze gedachten, en uiteindelijk over de rand… Dan nog liever eerlijk gevecht met zulke vragen, daar blijf je wakker van! Maar makkelijk is het niet. Geloof is, juist onze tijd, tegen de stroom in worstelen, strijden om niet meegesleurd te worden. Petrus schrijft niet voor niets in vers 17 “wees op uw hoede, laat u niet meeslepen”

[geen ‘bewijs’, wel aanwijzingen]
Opvallend is dat Petrus wel de vraag noemt, maar niet gaat argumenteren om de wederkomst te bewijzen. Dat kan ook niet. Je kunt niet sluitend ‘bewijzen’ dat Jezus zal terugkomen, of dat God er is en zijn woorden waar zijn. Dat is het lastige van geloof! En tegelijk zegt Petrus iets, dat ik diep ironisch vind. Hij zegt eigenlijk, in vers 2 en 3, het volgende: wees niet verbaasd over die spottende vragen. Het klopt juist met wat Jezus al zei, en wat de profeten zeiden en de hele Bijbel: dat het zwaar zal worden om op Gods weg te gaan, juist tegen het einde. Je ziet het nu gebeuren, zegt Petrus – juist in het moeten wachten, juist in die die spottende en kritische vragen. Op een ironische manier zijn zelfs die spotters een soort bewijs binnen het grote verhaal van de Bijbel.
Is dit niet een goede richtingwijzer? Meer je oor te luisteren leggen bij de Bijbel, en minder bij wat de tijdgeest influistert! De wereld bekijken in het kritische licht van de Bijbel, niet andersom… Uiteindelijk blijft het een keuze, in welk verhaal je je wilt onderdompelen. Als je de Bijbelbeloften stelt ónder wat in de wereld van nu voor wijsheid doorgaat, moet je wel zeggen: mooie woorden, maar niet méér dan dat – onbewijsbaar en onmogelijk. Dan moet je stoppen met uitzien naar Gods nieuwe wereld.
Maar als je het nu eens andersom doet, op de manier waarom Petrus naar die spotters kijkt? Als je de wereld van nu en haar ontwikkelingen bekijkt in het licht van de Bijbel, dan zie je heel veel dingen waarvan je zegt: hé, het klopt, het past in het plaatje dat Jezus’ komst dichterbij komt. Aan de ene kant moeite om te geloven, strijd om te volharden, kwaad dat zich groot maakt, zodat je ook nu uitroept “hoe lang nog?”. En aan de andere kant hoe het evangelie over haast de hele wereld verspreid wordt, en hoe het Joodse volk terugkeert naar het beloofde land. Zei de Bijbel daar niet iets over? Of is dat gewoon toeval?
Maar de basis van onze hoop mag nog dieper liggen dan in een boek. Ik merkte namelijk in de voorbereiding op deze preek dat Petrus al véél eerder in zijn brief is begonnen met de kritiek te weerleggen. In hoofdstuk 1 vers 16 schrijft hij: “Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien”. Waarom gelooft Petrus, en waarom geloof ík persoonlijk dat Jezus zal terugkomen, dat God alles nieuw gaat maken? Omdat je er al iets zag toen Jezus op aarde was. Zijn woorden schilderen Gods koninkrijk. Zijn wonderen lieten er iets van ervaren, in genezing, in voedsel voor velen, in stillen van stormen, en ga zo maar door. En bovenal: zijn dood en opstanding laten zien dat God zelfs de zwartste nacht in licht kan veranderen, de dood kan doden, recht kan laten zegevieren. Als dát waar is – en dat is het – dan geloof ik dat God ook de héle wereld zal vernieuwen. Ik geloof in Jezus die gekomen is – het is net Kerst geweest immers! – en daarom geloof ik in Jezus die komen zal!

[uitzien geeft geloofskracht]
“Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont”, schrijft Petrus. Ik hoop dat u en dat jij het hem nazegt – hoezeer soms ook met twijfel in je hart. En dan gaat het niet alleen om de hoop vasthouden, de belofte blijven geloven, maar ook om eruit te leven. Daar is nog veel over te zeggen, dat wil ik morgenochtend in een aparte preek doen. Leven gericht op Gods toekomst, dat is nodig in deze tijd. Dat dus morgen.
Intussen moeten we wachten, en wie weet hoe lang? Misschien wel helemaal niet lang meer – de uren voor zonsopkomst zijn vaak het donkerst. Wie weet wat er in 2023 gebeurt? Maar intussen mag je je vastklampen aan de hoop die de Heer belooft, tegen de stroom van onze cultuur in. In een beeld: als iemand die in een rivier is gevallen en een rots vastklampt om niet meegesleurd te worden door de stroming. Zó vasthouden aan Gods belofte, wachten tot de dag komt dat God je redt. Terwijl je armen pijn doen, terwijl je de kou voelt en moe wordt, toch vasthouden. Omdat God belooft heeft: ik zal je redden. Jezus zál komen. Geloven is soms afzien, volhouden. Het is zoveel makkelijker om je te laten meevoeren door de geest van de tijd, die zegt ‘alles gaat zoals het gaat en meer is er niet’. Maar dan ga je uiteindelijk onder. Wie volharden zal tot het einde, die zal gered worden – dat zei Jezus zelf, toen hij het had over zijn wederkomst! Of met Petrus’ woorden: laat u niet meeslepen! (vers 17)

[Gods geduld]
Ja, dat is er volharding nodig en geduld. En soms vraag je je af, niet spottend in ongeloof maar serieus als vraag: “waar blijft Hij toch? Hoe lang nog?” Ik zei al, een eeuwige vraag voor wie gelooft in wat beloofd is maar niet zichtbaar. En dan zegt Petrus iets moois en dieps. Hij schrijft: God Zélf heeft ook veel geduld. Hij wacht nog even.
Weet je waarom? Als Jezus terugkomt, als de nieuwe wereld aanbreekt, dan is de tijd op om tot inkeer te komen. Dan komt de Heer als rechter die alles rechtzet en ieder oordeelt. Dan valt het doek, dan wordt de eindafrekening gemaakt. Dan zal Hij ieder mens beoordelen op zijn of haar daden. De Heer ziet hoeveel mensen er niet klaar voor zijn, en daarom wacht Hij! Daarom heeft Híj geduld. Daarom wacht Hij, wacht hij nog even, of er iemand tot inkeer komt. Een diepe gedachte is dit! Er is geen traagheid bij God, hij heeft de zijnen niet vergeten, maar Hij denkt ook aan die anderen…
En intussen zijn als het goed is de mensen van de Heer niet alleen bezig met zichzelf vast te klampen, maar zijn ze ook bezig met zijn opdracht: verbreid de goede boodschap! Gooi reddingsboeien, red anderen! Petrus zegt in vers 12 dat wíj zijn komst kunnen bespoedigen – wonderlijk woord. Hoe? Ongetwijfeld door het evangelie te verspreiden overal. God heeft geduld – met een wereld die zich niet wil bekeren, maar ook met een kerk die niet wil evangeliseren.
Als wij tegen de Heer zeggen: waarom kómt u niet, waarom doet u niet wat u hebt toegezegd? Dan zegt Hij misschien: waarom gá jij niet, waarom doe jij niet wat ik jou heb gezegd? Dan mag ik, dan mogen wij wel beschaamd zwijgen…

[Slot]
Gods belofte staat. “een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont”. Met die belofte mogen wij het oude jaar uitgaan, en het nieuwe jaar ingaan. Moge ook ons vertrouwen staan – op Jezus met wie het nieuwe al begon, op Gods woord dat waar is. Moge het voor ons gelden wat de tekst zegt “Maar wij vertrouwen”. Maar, zo begint de tekst, maar… – dat is de tegenstelling met de mensen toen en nu zonder die hoop en zonder dit vertrouwen, die er zelfs om lachen, een wereld die ons wil meeslepen in haar stroom, haar denkpatroon van ‘het is zoals het is’. Laat u niet meeslepen, zegt Petrus!

“Maar wij vertrouwen op Gods belofte en verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont”. Dáár gaat het heen uiteindelijk. Wie die hoop vasthoudt, zal niet beschaamd worden. Een lied zegt het zo, waar we nu naar gaan luisteren:

Eenmaal maakt U alles weer nieuw, Jezus (om redenen van copyright is de rest van het lied hier te lezen)

Amen

Gedicht ‘Jozef droomt’

Tags

, ,

Verward en zwart zijn Jozefs dromen
omdat Maria zwanger is
en, wat nog zoveel wranger is
het niet door hem zo is gekomen

Dan hoort hij plots een engel spreken
die hem verklaart wat is geschied:
ontrouw is zijn Maria niet
maar van Gods trouw het levend teken

Een kind is in haar schoot gaan leven
door een geheim dat niemand weet
‘Jezus’ is hoe dit kindje heet
en híj moet het die naam gaan geven Lees verder

Preek Kerst 2022 ‘Grote blijdschap’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, ieder hier en ieder die thuis meekijkt,

[intro]
Welk gevoel past er het beste bij Kerst? Welke sfeer is kenmerkend voor deze dagen? Als ik de reclame mag geloven, dan is dat gezelligheid. Buiten alles koud en donker, binnen warmte waar mensen samen zijn. Kerst als knus gevoel! Huiselijkheid, lekker eten met elkaar, lichtjes… Het echte kerstgevoel is ook wat romantisch volgens veel mensen. Een echte Kerst is toch een witte Kerst, zoiets. Daarbij dan het aloude verhaal over een kindje dat geboren werd in een arme stal, of een ontroerende kerstfilm waar uiteindelijk alles goed komt. Romantische sfeerverlichting, kerstmarkten en chocolademelk: we kennen het allemaal. O ja, en omzien naar elkaar.
Welk gevoel past er bij Kerst? Is dat warmte, knusheid, gezelligheid? Misschien. Er is niets mis mee. Maar toch hoort er nog een ander gevoel bij Kerst, en juist bij het christelijke kerstfeest. Welk gevoel dan? Blijdschap, vreugde, vrolijkheid. We hoorden net het Kerstevangelie. Daar zegt de engel niet: ik verkondig u grote gezelligheid! Nee, ‘ik verkondig u grote blijdschap’. Met Kerst mag je vrolijk worden, en maar niet een klein beetje. Véél vreugde!
Blijdschap om Jezus’ geboorte, dat is de kern van Kerst. Dáár draait het om, daar mag je vrolijk van worden, als je echt beseft wat dat betekent. Ja, blijdschap is de kern van Kerst. Dat geldt heel letterlijk in het Kerstevangelie Lees verder

Overdenking Kerstavond 2022 ‘Zijn naam zegt het al’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, gasten, ieder hier of die thuis verbonden is,

[intro: namen]
de Engelse dichter Shakespeare heeft eens gezegd: “what’s in a name?” Wat betekent een naam nu helemaal? Hij gaat verder: ‘Zou een roos niet net zo heerlijk ruiken, als we er een andre naam aan gaven’? Het is waar natuurlijk, een naam is ergens maar een klank om iets of iemand aan te duiden. Een ‘meigui’ uit China ruikt net zo lekker als een roos uit Nederland.
Maar toch heeft een naam méér in zich. Vooral de naam van een belangrijke leider zégt vaak iets. Ik denk aan de bekende keizer Augustus, die regeerde toen Jezus geboren werd. ‘Augustus’, het betekent ‘de verhevene’ – dat is de naam die deze keizer kreeg toen hij zijn macht had gevestigd. Eigenlijk heette hij Gaius Octavianus, maar dat klinkt lang niet mooi als ‘Augustus’, ‘de verhevene’.
Of denk aan Stalin – de man van staal. Met die naam wilde Josef Djoegasjvili graag bekend staan, en hij regeerde als Stalin inderdaad met ijzeren vuist over de Sovjet-Unie. Zijn naam zei veel over hem! Of ‘Atatürk’, dat betekent ‘Vader van de Turken’, de stichter van het moderne Turkije– eigenlijk heette hij Mustafa Kemal Pasja. ‘Atatürk’, ‘Turkenvader’, zo’n naam zégt iets
Vanavond komen we ook namen tegen in de Bijbel, in het gedeelte dat we lazen uit het evangelie van Mattheüs. Een kindje zal komen, en het moet de naam ‘Jezus’ krijgen. Wat dat betekent? Het betekent Lees verder

Preek Jeremia 22 en 33 ‘onrechtvaardige koningen en de rechtvaardige Koning die komt’

Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Jeremia 22:1-5, 1319 en 33:1-3,14-19

 

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Deze week liep ik op de begraafplaats hier in Woudrichem. Op de meeste stenen lees je een naam en soms nog een korte tekst, maar ik zag één steen die anders was – met nogal veel tekst. Er stond naast een naam ook een functie op: maatschappelijk werkster. Ook stond er vermeld dat deze persoon een koninklijke onderscheiding had ontvangen. En weer daaronder stond een aanhaling uit de Bijbel uitgeschreven “niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God ” – Micha 6 vers 8. Het moet wel een bijzonder mens zijn die daar begraven ligt. Blijkbaar was dat haar levensmotto “niet anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig te wandelen met God” – een geloof van de daad, passend bij haar maatschappelijk werk. Ze zou vast met instemming hebben geluisterd naar de preek van vanmorgen.
Want vanmorgen komen we opnieuw Jeremia tegen, die in een poort staat en preekt tegen de mensen die langskomen. Eerder deed hij dat al in de tempelpoort, we hebben het een tijdje geleden kunnen horen. Nu staat hij in de poort naar het paleis, waar hovelingen en beambten hem passeren. En wat is zijn boodschap? “Dit zegt de Heer: handhaaf recht en gerechtigheid”. Spreek eerlijk recht, red onderdrukten, kom op voor wie zwak zijn. Recht en gerechtigheid – dát is wat God wil. Niet alleen toen, maar altijd. Daar wil ik vanmorgen bij stilstaan. Als opdracht voor leiders toen en nu, maar ook een boodschap voor ons allemaal. Lees verder

Preek Jeremia 32, ‘tóch toekomst’

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, jong en oud, hier en thuis,

[de ellende toen heel helder schetsen]
Stel je voor dat je in Jeruzalem had gewoond destijds! De stad werd belegerd door de troepen van koning Nebukadnezar. Alle poorten zaten potdicht. Op de muren stonden soldaten van het Israëlische leger op de uitkijk. Misschien kwamen kinderen uit de stad soms ook wel even op de muur gluren. En wat je dan zag was niet best: de soldaten van het Babylonische leger waren druk aan het werk om de stad te gaan innemen. Ze legden belegeringswallen aan, een soort schuin oplopende dijken naar bepaalde plekken van de muren en poorten. Daar zouden ze stormrammen overheen kunnen dragen, of een belegeringstoren naar boven rijden. Misschien heb je er een middeleeuwse verhalen wel eens over gehoord. Zo’n belegeringstoren was een houten gevaarte, net zo hoog als de muur. Als de toren tegen de muur aan stond, lieten ze bovenaan een brug zakken en stormden de soldaten zo de stadsmuur op…
Nee, het zag er buiten niet best uit. En binnen in de stad ook niet. Voedsel raakte op, eten werd onbetaalbaar. Zelfs als de Babyloniërs niet over de muur konden komen, konden ze nog de stad uithongeren. er dreigden al besmettelijke ziektes uit te breken.
Ergens in die stad zit Jeremia gevangen. Hij zit gevangen omdat hij al jarenlang een sombere boodschap brengt. Jeruzalem zal ondergaan, omdat koning en volk God vergeten en slechte dingen doen. De koning zette hem gevangen, omdat zijn woorden het moreel ondermijnen. Maar het lijkt er inmiddels wel erg op dat Jeremia’s woorden uitkomen Lees verder