Berijming psalm 111

1. Met heel mijn hart prijs ik de HEER,
want wat Hij doet verdient de eer.
Ik zal in zijn gemeente zingen!
Wie van Gods werk houdt, denkt eraan.
Zijn macht is groot, zijn recht blijft staan.
De HEER doet schitterende dingen! Lees verder

Advertenties

Overdenking zangdienst, psalm 87

Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: de heerlijkheid van Jeruzalem]
Jeruzalem, wat een prachtige stad! Wat een bijzondere plek, met haar lange geschiedenis, met de klaagmuur en de tempelberg, de Via Dolorosa… Van wie er wel eens geweest is, hoor ik het herhaaldelijk: deze stad hééft iets!
De dichter van psalm 87 houdt van Jerusalem. ‘Zeer heerlijke dingen worden over u gesproken, stad van God’ zegt het derde Bijbelvers. Dat laatste, daar gaat het om: de stad van Gód, dat is Jeruzalem. De stad waar de Here is in zijn tempel. Andere steden uit die tijd zijn ook mooi, misschien wel mooier – Babylon met haar hangende tuinen, Ninevé met imposante vestingwerken… Maar Jeruzalem, Sion, is de stad van God! De plek is het waar Hij bij de mensen woont.
Jeruzalem, een oude stad in het Midden-Oosten. Tegelijk staat Jeruzalem voor heel veel méér. Het is de plaats van Gods heil; de plek waar God is, waar mensen bij Hem mogen zijn. In het laatste Bijbelboek horen we van het nieuwe Jeruzalem. Een nog véél mooiere plaats, of is het wel een plaats? Lees verder

Preek Handelingen 13

Tags

,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
daar staan ze dan aan de reling, Paulus en Barnabas. Langzaam verdwijnt de kade uit het zicht. Hun reis is nu echt begonnen! De golven bruisen, de wind waait door hun baard, de zon weerkaatst fel op het zoute water. Ze kijken elkaar eens aan. Daar staan ze nu. Hun bagage in het ruim, hun geld in hun gordel. Daar gaan ze! Op weg naar… ja, waarheen eigenlijk? Eerst maar naar Cyprus, het eiland waar Barnabas vandaan komt. En dan zullen ze wel weer zien hoe de Geest hen leidt.
Hoe zullen ze zich gevoeld hebben? Vol energie en zin, met een open blik vooruit? Of toch ook wel gespannen, onrustig; stil misschien? Het is nogal niet niets, om zo alles achter te laten. Maar ze weten: we zijn geroepen. God zelf heeft ons op weg gestuurd, zijn taak gaan we vervullen. Zou Hij dan niet voor ons zorgen?
Als thema voor de preek vanmorgen heb ik gekozen ‘God wil mensen redden. Wilt u ook?’ [herhaal]. Deze zendingsreis, war we over hoorden, is een schakel in Gods grote plan. God is bezig. En tegelijk gaat wat Hij doet niet buiten mensen om. ‘God wil mensen redden. Wilt u ook?’ – houd dat even vast! Lees verder

Column: De deugd in het midden

Tags

Onlangs hoorde ik het iemand nog zeggen: ‘de deugd in het midden’. Vooral oudere mensen zullen deze uitdrukking kennen, schat ik in. Dus voor mensen van mijn leeftijd: soms wordt het half schertsend gezegd als iemand de middelste is op de bank of iets dergelijks. Waar komt deze uitdrukking eigenlijk vandaan? Iemand beweerde dat het komt van Jezus die als onschuldige gekruisigd werd tussen twee misdadigers. De Deugd in het midden!
Waarschijnlijk komt het echter van nóg langer geleden: bij de oude Grieken. Zij spraken veel over deugden, ook al zo’n woord dat je niet veel meer hoort. Een deugd is een goede karaktereigenschap, zoals moed of zelfbeheersing of rechtvaardigheid. Nu is volgens de Griekse filosoof Aristoteles een deugd te definiëren als ‘het juiste midden’. Moed is bijvoorbeeld het juiste midden tussen angst en overmoed. Je laat je niet verlammen door angst voor gevaar, maar je neemt ook niet overmoedig risico’s alsof je onkwetsbaar bent. Dat past wel heel goed bij die uitdrukking ‘de deugd in het midden’!
De oude Grieken kenden 4 deugden: verstandigheid, matigheid, zelfbeheersing en moed. In de christelijke traditie worden er echter gewoonlijk zeven geteld: de vier Griekse plus geloof, hoop en liefde. Weet u wat nu het bijzondere is? Deze christelijke deugden zijn níet het juiste midden. Je kunt eenvoudig niet teveel geloven, hopen of liefhebben! Daarom is een een christen als het goed is ook niet iemand van het gematigde midden, een brave burger. Nee, wie Jezus volgt, is geroepen om extreme dingen te doen: je vijanden liefhebben bijvoorbeeld, of tegen alles in blijven geloven dat Gods rijk zal komen. Ik vrees dat kerkmensen veel te veel bekend zijn als mensen die nooit uit de band springen, het veilige midden kiezen. Als ik naar Jezus kijk zie ik toch iets anders! Laat christenen maar meer ‘extremistisch’ worden – zo ver gaan in geloof, hoop en liefde dat het buiten de burgerlijke bandbreedte valt!

Preek ‘wees een zegen’

Tags

,

Preek in het kader van het jaarthema ‘geef het geschenk door’. Uit de Bijbel is gelezen: Genesis 12:1-4 en 1 Petrus 3:8-12

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
een tijdje geleden is er een onderzoek gedaan naar zendingswerk in Thailand. Een onderzoeker richtte zich op twee groepen christenen die naar dat land gingen. De eerste groep bestond uit mensen die zich richten op praktische hulp. Zeg maar ontwikkelingswerk. Een dokterspost oprichten, een brug bouwen, weeskinderen opvangen, cursussen geven en ga zo maar door. Dat deden ze vanuit hun christelijke levensovertuiging, daar waren ze niet geheimzinnig over. Maar ze preekten niet en ze deden niet aan evangelisatiecampagnes. Als ze zondags samen kwamen, stond de deur open daar wel. Maar zoals ik al zei: deze groep wilde vooral er zijn voor de mensen en tot zegen zijn in de praktijk.
Dan was er in een andere provincie ook een andere groep bezig. Zij hadden een heel andere insteek. Lees verder

Preek HC zondag 5

Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: psalm 130, en Filippenzen 3:2-14

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
afgelopen week zijn er weer Nobelprijzen uitgereikt. Voor natuurkunde, scheikunde,literatuur… De hoogste onderscheiding in zo’n vakgebied als je een Nobelprijs krijgt, de erkenning dat je werk echt waarde heeft in de wetenschap.
Aan de Nobelprijzen zit een verhaal vast. Ze zijn ingesteld door Alfred Nobel, een rijke Zweedse industrieel uit de 19e eeuw – in het bedrijf AkzoNobel hoor je zijn naam nog. Alfred Nobel was de uitvinder van het dynamiet en verdiende veel geld met het produceren van springstoffen en explosieven. Niet alleen mijnbouwers maar ook wapenbedrijven waren grote klanten bij hem. Alfred woonde op een gegeven moment in Parijs, en daar las hij een opvallend bericht in een krant: zijn eigen overlijdensbericht! Dat was natuurlijk een fout van de krant. Alfred leefde nog, maar een broer van hem was overleden en ze hadden het verkeerde ‘in memoriam’ geplaatst. Maar zo kreeg Alfred een onverwacht inkijkje in hoe hij bekend stond en hoe mensen hem zouden herinneren. In dat overlijdensbericht werd hij genoemd een ‘handelaar in de dood’. Iemand die dankzij zijn springstoffen schatrijk was geworden, maar dankzij het oorlogsleed dat hij de mensheid aandeed, ten koste van vele mensenlevens.
Dat bericht had een grote invloed op Alfred. Het zette hem aan om Lees verder

Preek Handelingen 12

Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Exodus 12:1-6,11-12,51 en Handelingen 12:1-19

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
bidt u wel eens? Ik neem haast aan van wel. Al was het maar voor het eten. Maar wil dat zeggen dat we de kracht van het gebed werkelijk beseffen? Als ik naar mezelf kijk moet ik toch zeggen: nee, vaak niet…
Een hele tijd geleden, ik was nog student, had ik een wat verder verwijderd familielid dat ongeneeslijk ziek werd. Met God en geloof had hij niet veel. Toen ik hoorde dat hij ziek was ging ik, en andere familieleden ook natuurlijk, bidden voor hem. Want het werd snel duidelijk: de dood naderde. Dan moest ook hij voor God verschijnen! Reden om ernstig voor zo iemand te bidden… Maar om nu te zeggen dat ik echt vertrouwde dat er veel zou gebeuren, nou nee. Ik bad gewoon, omdat dat ‘toch goed is’, zal ik maar zeggen. Maar… wat gebeurde er? Mijn familielid kwam in het ziekenhuis echt tot geloof. Een bevriende voorganger bezocht hem vaak en sprak met hem, en daardoor kon hij uiteindelijk sterven in vertrouwen op God. Dat was dus véél meer dan wat ik en mijn familie verwacht hadden toen we voor hem baden! God blijkt inderdaad te verhoren ‘boven bidden en boven denken’, zoals de bijbel zegt. Wij baden van ‘ach ja, misschien helpt het wel’, maar dit gebed om een ingrijpen van God werd meteen helemaal verhoord!
In het Bijbelgedeelte dat we net lazen gaat het ook over gebed en over verhoring boven verwachting. Laten we het eens van dichtbij bekijken. Lees verder

Column: Woordinflatie

Tags

Onlangs betrapte ik mezelf erop. “Heel erg bedankt!”, zei ik tegen iemand die iets voor me gedaan had. Nou en, denkt u misschien, dat is toch juist goed en aardig? Ja, maar het gaat mij nu om de exacte woorden die ik gebruikte. ‘Heel erg’ bedankt, dat is wel veel. Is een gewoon bedankwoord niet meer voldoende? Let er maar eens op hoe vaak dit voorkomt. Een avondje theater bijvoorbeeld was ‘superleuk’ en ‘ongelooflijk inspirerend’. Sommige mensen op TV hebben er ook een handje van, dat ze voortdurend in de overdrive staan qua enthousiaste uitdrukkingen.
Er is zelfs een taalkundige term voor dit verschijnsel: woordinflatie. Net zoals er bij inflatie steeds grotere bedragen moeten worden neergelegd om het zelfde te kopen, moet er bij woordinflatie steeds grotere woorden worden gebruikt om hetzelfde te zeggen. En net als bij inflatie: het doet je loon misschien stijgen, maar je wordt er niet rijker van, eerder armer.
Eigenlijk zou zo’n opgeschroefde manier van uitdrukken beter woorddevaluatie kunnen heten. Kun je nog gewoon ‘bedankt’ zeggen, als iedereen het heeft over ‘hartstikke bedankt’, ‘superfijn’ enzovoorts? Ik zou het toch maar doen! Juist overdrijven maakt je woorden onecht, ‘opgeblazen’. Dat is trouwens wat het woord inflatie letterlijk betekent. Je prikt erin, en wat blijft erover? Misschien niet meer dan een aangeleerd maniertje.
Wat dat betreft heeft Jezus iets helders gezegd: “Laat uw ‘ja’ ja zijn, en uw ‘nee’ nee. Wat daar boven uitgaat is uit de boze”. Wees liever iemand die geen overdrijving nodig heeft. Laat het zo zijn dat mensen weten dat je je woorden meent. Een oprecht ‘bedankt’ kan méér zeggen dan vele opgeklopte woorden. Als je het maar vanuit je hart zegt. Nee, eenvoud is het kenmerk van het ware.
Toevoeging: de dag nadat ik dit tikte stond ik bij een balie in Den Haag. Ik: ‘een gezinskaart alstublieft’. Verkoopster: ‘ja, hartstikke goed, dat is dan … euro’. Toen wist ik heel zeker dat deze column actueel was. Eh, toen wist ik zeker, bedoel ik.

Preek Israëlzondag 2017

Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: gedeeltes uit Handelingen 10 en 11

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: herhaling in Hand 10-11]
Herhaling is de beste leermeester, zeggen ze. als je iets maar vaak genoeg hoort, blijft het vanzelf hangen. Reclamemakers weten daar alles van, van de kracht van de herhaling. Op de TV en radio komen dagenlang dezelfde reclamespotjes langs, elk uur opnieuw. Ik zat van de week in de auto, met de radio aan en toen viel het me weer op. Soms gaat het zelfs zover, dat in één reclameblok tweemaal hetzelfde bedrijf langskomt: eerst als gewone commercial, en dan aan het eind van het blok nog een korte herhaling. Waarom? De kracht van herhaling. Onderzoek heeft uitgewezen dat de bedrijfsnaam dan beter blijft hangen bij de luisteraar, en daar gaat het om!
In het dagelijks leven vinden we herhaling niet zo fijn. Als iemand drie keer hetzelfde vertelt, denk je al snel: ja, nu weten we het wel hoor! Maar één ding weet je wel, als bijvoorbeeld je oude oma telkens op hetzelfde uitkomt: dat onderwerp is belangrijk voor haar. Dat zit steeds in haar gedachten.
Uit het Bijbelboek Handelingen lazen we stukken uit hoofdstuk 10 en 11. Eigenlijk is dat één lang gedeelte dat bij elkaar hoort. Maar Lukas, de schrijver, valt nogal in herhaling. In Lees verder

Column: Waar ligt mijn telefoon?

Tags

Ik moet een column schrijven voor dit blad. Maar ik heb mijn telefoon niet in mijn zak. En ook niet op mijn bureau liggen. Waar kan het ding zijn? Als vanzelf kijk ik rond, til een tijdschrift op. Niets! Ik sta op, en loop naar een andere kamer waar ik net geweest ben. Misschien heb ik hem daar laten liggen. Nee… ook hier niet te vinden. Het begint me te irriteren, en ik ben al op weg om de vaste telefoon te pakken. Dan mezelf maar even bellen, dan hoor ik vanzelf waar mijn ringtone vandaan komt.
Maar waarom eigenlijk? Waarom wil ik mijn telefoon bij de hand hebben als ik een stukje moet tikken. Heb ik het ding daarbij nodig? Nee, totaal niet. Het is alleen maar een mogelijke bron van afleiding, als je gebeld wordt of geappt. Als mijn telefoon wél naast me had gelegen, had ik hem misschien wel even op stil gezet. Maar waarom ga ik hem dan zoeken als hij er niet ligt en ik hem niet nodig heb? Ik vrees dat ik me zonder gewoon incompleet voel. Wat dat betreft ben ik niet de enige. Vraag maar eens aan een jongere om een dagje zonder telefoon te leven – ze kijken je aan alsof je voorstelt een dag zonder adem te leven.
Zou dit het zijn: die telefoon is je verbinding met de rest van de wereld. De levenslijn naar je netwerk. Zonder ben je alléén – en is dat niet een diepe angst voor bijna ieder mens? Alleen zijn, zonder contact, verlaten. En tegelijk speelt er een andere angst: iets te missen, achterlopen. ‘Ik heb een telefoon’, zeg je zo makkelijk. Maar ‘de telefoon heeft mij’, dat is misschien wel net zo waar. Dit alles deed me denken aan uit de Bijbel, woorden van de apostel Paulus ‘ik zal me nergens door tot slaaf laten maken’. Hij dacht aan andere dingen, maar dit is wel héél toepasselijk. Ten diepste gaat het om de vraag: waar vind ik houvast? Daar heeft de Bijbel wel het een en ander over te melden… Een verbinding met Boven. Die heeft invloed ook op zulke concrete dingen als mijn houding tegenover een telefoon!