Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Zodra Maria Elizabeth ontmoet, springt het kindje in Elizabeths buik op, zo lazen we. Hoe moet ik me dat voorstellen? Een ongeboren kind kan moeilijk opspringen, toch? Het hangt meestal zelfs ondersteboven in zijn moeders buik. Ik denk dat Elisabeth voelde dat het kindje ineens begon te bewegen, te schoppen. Het lijkt me een heel wonderlijk gevoel, dat binnen in je te voelen – ik als man heb daar uiteraard geen ervaring mee. Maar nog opvallender is dat er staat dat het kind van vreugde opspringt. Gek genoeg kan ik me er dan toch iets meer bij voorstellen. Iets zoals wanneer mensen wel zeggen ‘mijn hart maakte een vreugdesprongetje’. Zoiets zal Elizabeth hebben gevoeld, maar dan in haar buik. Een beweging van blijdschap.
Het hele Bijbelgedeelte dat we lazen is vol beweging van blijdschap. En daar willen we vanmorgen bij stilstaan. Het is Advent, de tijd voor kerst. Dat is een tijd van wachten, van uitzien naar het licht, van verlangen in deze donkere dagen. Maar… Advent mag ook een tijd van vreugde zijn.

[de geschiedenis]
Twee vrouwen ontmoeten we vanmorgen. Allereerst Maria. We hoorden vorige week hoe een engel haar bezocht. Zwanger zal ze worden, moeder van de Messias. Maar de engel is weer verdwenen, zonder een spoor achter te laten. Ik kan me zo voorstellen dat het al snel allemaal een droom leek voor Maria. Zal ze echt een kind krijgen? Een zwangerschap merk je natuurlijk nog niet meteen. Ze denkt misschien na over de gevolgen als het waar is: wat zullen de mensen zeggen? En Jozef, haar verloofde?
Dan denkt Maria aan hoe de engel zijn boodschap had afgesloten: “je familielid Elisabeth, die oude vrouw, is óók zwanger. Al zes maanden!” Kijk, dáár is bewijs of die engel wel echt was. Daar is iemand met wie ze misschien kan praten. Dus Maria gaat op weg. Een paar dagen lopen, en intussen zullen de gedachten in haar hoofd niet stil hebben gestaan
De andere vrouw die we zien is Elisabeth. Ook zij is zwanger door een wonder van God, ondanks haar hoge leeftijd. Zij heeft al meer tijd gehad om aan het idee te wennen, want ze is al zes maanden zwanger. Haar buik is dik aan het worden. Ook zij zal vol gedachten zijn. Met wie kan ze er over praten? Niet met haar man Zacharias, want die heeft zijn tong verloren lijkt het…
Maar kijk, daar komt iemand aan. Het is haar nichtje Maria. Wat leuk! Wat komt die doen? Elisabeth loopt naar de deur. En mét dat Maria haar groet, “sjaloom!” gebeurt er iets. Het kindje schopt, haar hart maakt een sprong, en Elisabeth wéét ineens dingen. Maria daar is ook zwanger. En niet zomaar, maar zwanger van de Messias! Elisabeth roept het uit, luidkeels: “Gezegend ben jij! Gezegend je kind! Waar heb ik dit hoge bezoek aan verdiend? Gelukkig jij, die geloofd hebt!” Ik stel me voor dat ze elkaar in de armen vallen. Maria begint ook al te jubelen – de lofzang van Maria die wij net zongen.
Wat een bijzondere ontmoeting! Ik wil er vanmorgen bij stil staan aan de hand van drie punten, en wel deze: De Heer komt naar je toe, dat maakt klein en blij. Dus als eerste: ‘de Heer komt naar je toe’, ten 2e ‘dat maakt klein’ en ten 3e ‘dat maakt blij’.

[PUNT 1: Jezus’ komst ook naar/voor ons]
Als eerste punt: de Heer komt naar je toe. Dat was zo voor Elizabeth. Door de Heilige Geest weet ze het, dat Maria de Heer in zich draagt, Jezus. Dat maakt het bezoek zo bijzonder, heel wat meer dan een familievisite van een nichtje. En dit is Natuurlijk ook het hele hart van kerst: de Heer komt naar je toe. Dat is waar het om gaat bij dat feest. “The reason for the season” zoals het in het Engels zeggen – dat de Heer naar ons toegekomen is. Dat is inderdaad wel reden voor een feest, vol ontzag en vreugde. Als je erover nadenkt word je er klein van en blij: dat de grote God als een baby geboren werd, dat Hij zo naar ons toe is gekomen.
Besef het eens wat dit inhoudt! Het Woord waardoor de wereld is geschapen, God de Zoon, wordt nu zelf geboren uit een schepsel, wordt Maria’s zoon. Hij die machtig is en groot, wordt machteloos en klein, een kindje dat groeit in een buik. Ook al heb je het al honderd keer gehoord – het is en blijft ontzaglijk en onvoorstelbaar. Hij neemt niet een mensengestalte aan, zoals verhalen in andere religies, Hij wórdt een mens, een baby, één van ons.
Ja, want daar is het voor. De Heer kwam naar deze wereld toe, voor ons; voor jou en mij. Waarom? Omdat wij in het donker zitten als mensen. Omdat wij God kwijt zijn. Omdat wij het liever zelf uitzoeken, maar er niet uitkomen. Elkaar eerder de tent uitvechten. Maar God wil ons niet aan onszelf over laten. En daarom is Hij gekomen met Kerst!
De Heer komt naar je toe. Dat is toen gebeurd. Maar dat gebeurt nog! Zoals bij Elisabeth, die Maria ziet komen met het kind in zich. Zoals Maria zelf, die de Heer in zich draagt. De Heer die naar je toekomt, dat is ook iets persoonlijks. Niet alleen ooit, daar, in Bethlehem gekomen – dat is op afstand. Maar de Heilige Geest kan het laten binnenkomen, zoals hier bij Elisabeth. Dat je hoort van de Heer en zijn komst, en dat het je ráákt. Dat je hart een vreugdesprong maakt. Omdat je hoort, net als eens de herders: “voor ú is heden geboren”. En dat je dat gelooft. Dat Jezus kwam, voor jóu. Dat Hij bij je wil zijn, sterker nog: bij je ís. Zoals hij beloofde later: ik ben met jullie, alle dagen.
De Heer komt naar je toe. Als die vonk overspringt, je zijn goedheid gelooft. Als het licht van Kerst gaat schijnen van binnen. Heb je dat weleens ervaren? Werd je geraakt door Zijn kleinheid voor jou? Hij komt naar mensen toe. Ook naar ons. Ook vanmorgen, nu ik hier sta te preken. Wie je ook bent, jong of oud. Jezus werd geboren, voor jóu. Ja, ook als je jezelf niet veel waard vindt. Ook als je maar een suffe baan hebt, of voor je gevoel geen goede moeder bent, of als je op school het maar net redt. Voor jou, al zit je in het donker, van zorgen of van zonde. Dit is Kerst: de Heer komt naar je toe. En zijn Heilige Geest laat het geloven, zodat je hart opspringt!

[PUNT 2 klein worden als passende reactie]
Maar dan ook het tweede punt: de Heer komt naar je toe, en daar word je klein van. Klein, op een positieve manier. Je ziet het bij Elisabeth. Ze roept uit “wie ben ik, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?” Wie ben ik – waar heb ik dit aan verdiend, deze grote eer? Bij Maria merk je het ook. Ze gaat zingen, ze juicht en jubelt over wat God heeft gedaan. Maar hoe noemt ze zichzelf? “zijn minste dienares”. Ze denkt niet groot van zichzelf – ze zou verbaasd staan over de protserige Mariabeelden die in sommige katholieke kerken staan. De Heer komt bij hen, bij Maria en Elisabeth, en daar worden ze klein van.
Hoezo klein? Beseffen ze misschien dat zij zondige mensen zijn en God de heilige? Nou, daar staat geen woord van. Elisabeth werd eerder zelfs een rechtvaardige genoemd die een onberispelijk leven leidde. Ze voelt zich niet klein wegens eigen tekort. Ze voelt zich klein omdat God zo groot is, en zo goed, en zo dichtbij komt. Omdat Hij zulke grote dingen doet. Het is net als met David, die lang geleden al de belofte kreeg dat de Messias geboren zou worden uit zijn familie. Hij riep uit, we hoorden het in de aanvangstekst: “wie ben ik, Heer mijn God, wat is mijn familie, dat U dít aan ons geeft?” Alsof je Elisabeth hoort “wie ben ik…?” Of Maria “Hij had oog voor míj, zijn minste dienares!”
En zo is het nog. Als je echt beseft hoe groot en hoe goed God is, voor jóu… Als het door de Heilige Geest doordringt bij je, dat Jezus kwam voor jou. Kind wilde zijn, en zelfs op weg gaan naar het kruis. Ja, voor míj – wie ben ik? Daar word je klein van. Klein op een positieve manier. Niet klein zoals wij ons soms klein voelen: wat stel ik nu helemaal voor? Ik kan niets bijzonders. Ik ploeter me door de dagen, zit suf op school. Wat ben ik nu helemaal waard? Er zijn helaas maar al te veel mensen, vooral ook veel jongeren, die zo denken. Klein over zichzelf, negatief. Maar als de Heer naar je toekomt, dan ga je je klein voelen op een heel andere manier. Zo van ‘waar heb ik dít aan verdiend?’ Alsof iemand je opeens een miljoen geeft. Of nog beter: dat het knapste meisje, of de stoerste jongen van de school voor jóu kiest. Dat je denkt: dit is te mooi, dit verdien ik niet. Dat hoort bij ware liefde denk ik, een gevoel van nederigheid, dankbaarheid, dat die ander jóu wil en kiest en geweldig vindt zelfs – terwijl jij jezelf anders ziet.
Kijk, en zo is het ook in het geloof. Als de Heer naar je toekomt door zijn Geest en zijn Woord, als je merkt dat Hij jou ziet zitten, als het tot je doordringt dat Jezus écht alles voor je over had, van kribbe tot kruis – dat je dan uitroept ‘wie ben ik? Waar heb ik dit ooit aan verdiend??’ Daar word je klein van. Niet van dat je zo weinig voorstelt, maar juist dat je zovéél waard bent blijkbaar. Ben je zó al eens als het ware weggesmolten voor God?

[PUNT 3 blij worden als passende reactie]
En nee, dat is niet zwaar of raar, dat is juist iets moois. Iets waar je door volstroomt van vreugde. Want dat is het derde en laatste punt vanmorgen. Als de Heer naar je toekomt, dan word je klein, en dan word je blij. Blij, vol vreugde tot in het diepste van je hart! Ook dit zien we bij Maria en Elisabeth. Elisabeth roept het uit, luidkeels volgens de grondtekst: ‘Gezegend jij! Gezegend jouw kind! Gelukkig ben je!’ En zelf is ze al net zo gelukkig, dat is overduidelijk. Maria net zo. Na deze wonderlijke begroeting door haar tante gaat Maria zingen. “Mijn ziel prijst, mijn hart juicht! Want God had oog voor mij!” En verder zingt ze niet veel over zichzelf. Het gaat vooral over God. Over God die groot is en grote dingen doet. Grote dingen voor kleine mensen. Ze is er vol van, en waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over in een lied. Heel veel prachtige muziek is er gemaakt van deze lofzang, zoek thuis maar eens een versie op van Youtube.
En zó mag het ook zijn bij ons. Blijdschap, omdat de Heer naar ons toekomt. Met Kerst, en telkens weer. Als de Heilige Geest je hart een vreugdesprong laat maken. Als je er vol van mag zijn, dat Hij kwam voor ons. Voor jou persoonlijk. Dat Hij nog altíjd bij ons is. Dan word je toch vol vreugde? Dan wil je ook zingen. Al die prachtige kerstliederen, niet over Jingle Bells en Santa Claus, maar over de komst van het Kind. Dat de Héér naar ons toegekomen is met Kerst. Zing maar! Een nieuw opwekkingslied of een oude psalm, dat maakt niet uit.
Die blijdschap ligt diep in het hart. Maar wat we zien bij Maria en Elisabeth: juist als ze elkaar ontmoeten, dan komt de vreugde los. Als je sámen gelooft. Samen looft. Wat is het dan goed om samen te zijn hier in de kerk, nu en met Kerst. Wat is samen zingen een geweldige manier om elkaar te bemoedigen, elkaars hart te richten op God en wat Hij doet! We zingen hier in de kerk niet als opvulling tussen de programma-onderdelen of zo, maar dáárvoor. Om God te eren en zelf opgeheven te worden. Soms is over God zingen trouwens ook een stuk eenvoudiger dan over Hem spreken – zing dan maar!
Maar spreek er ook over, waar dat kan. Over wie Jezus is – tegen je kinderen, of je kleinkinderen bijvoorbeeld. Bij het kerstdiner, laat het evangelie maar horen en praat erover door. En niet om te preken, nee – laat vooral de vréugde doorklinken. Dat God ons opzoekt, jou opzoekt – en dat je daar klein van wordt en blij. Omdat Hij ons hoog heeft. Wat een wonder!

[Slot]
Zo gaan we naar Kerst toe. Drukke dagen voor veel mensen. Allerlei feestelijkheid, en dat mag ook. Juist wie van Jezus weet, heeft alle reden om blij te zijn! Maar laat het bij ons de blijdschap zijn die basis heeft. Niet ontmoeten, eten, genieten alleen. Dan draait het om onszelf. Maar laten we blij zijn omdat de wereld gelukkig níet om ons draait. Maar om de grote God die klein werd als een kind. Voor ons!
Als dat doordringt, dan word je zelf klein. Dan word je blij – echt blij. Misschien wel stille blijdschap. Misschien wel juichend en zingend. Dan gaat het niet meer over jezelf, maar over God die groot is. En die jouw God is! Om Jezus’ wil.

Amen