Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: rijst des levens?]
Stel je voor dat je in een cultuur leeft waar rijst het dagelijks voedsel is. Driemaal daags een kommetje rijst, zelfs bij het ontbijt – op veel plaatsen in Azië is dat heel gewoon. En stel je voor dat je de bijbel dan in de taal van een bevolkingsgroep wilt vertalen. En je komt bij de tekst van vanmorgen. Jezus zegt “Ik ben het brood dat leven geeft”. Brood, dat is daar geen gewoon voedsel. Dat is exotisch, voor rijke mensen, of bijzondere gelegenheden. Niet iets voor de gewone man. Is jezus dan ook niet voor gewone mensen? Ja wel toch? Moet je dan misschien in de vertaling gaan neerzetten dat de Heer zegt “Ik ben de rijst die leven geeft”? Misschien geeft dat de boodschap wel beter weer op sommige plaatsen in de wereld. Maar ja, dan kom je toch in de knoop. In de knoop met het feit dat Jezus deze woorden niet zomaar zegt. “Ik ben het brood”. Hij zegt dit, net nadat Hij brood heeft vermenigvuldigd. Vijf broden en twee visjes, daarmee werd een menigte gevoed. Letterlijk brood, dáár kun je toch moeilijk iets anders van maken. .
Nee, dan is het toch maar beter om te laten staan wat er staat, en uit te leggen wat de Heer bedoelt. Wat het ons te zeggen heeft. En dat is precies wat wij vanmorgen mogen horen. Op deze morgen dat het brood klaar staat op de avondmaalstafel.

[Jezus het brood dat leven geeft]
‘Ik ben het brood dat leven geeft’, de oude vertaling zegt ‘het brood des levens’. Wat bedoelt de Heer daarmee? Brood was in Israël het volksvoedsel. En Jezus zegt eigenlijk: wat brood, wat voedsel doet voor het natuurlijke leven, dat doe ik voor het geestelijk leven. Wat doet brood? Het verzadigt je honger en houdt je in leven. En zo, zó doet de Heer ook, maar dan op een dieper niveau.
Honger, een leeg gevoel – wat is dat akelig. Wij kennen het nauwelijks in Nederland, overal is eten te krijgen. Wat is het fijn als er eten is wanneer je honger hebt. Wat kun je verlangen naar het avondeten na een lange dag werken.. Eerst misschien chagrijnig, daarna je honger gestild; verzadigd, tevreden, ontspannen.
Een mens kan echter ook een diepere honger hebben. Niet naar brood, maar naar iets anders. Een leegte, een verlangen dat veel verder gaat. Verlangen naar een ander leven, anders dan alleen zwoegen voor je dagelijks brood. Snakken naar echte blijdschap, als alles zo bleekjes is. Al heb je overvloed aan eten, soms voel je een heimwee, een honger naar echte verzadiging voor je hart. Een diep verlangen naar een heel andere wereld. Bijvoorbeeld als je wéér hoort over onrecht en oorlog. Als je misschien zelf in de problemen of zorgen zit. Jezus zegt “gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid” – dat alles récht wordt. En Hij zegt erbij “zij zullen verzadigd worden”. Hoe dan? Dan moet je in elk geval bij Hem zijn. Want Hij is het Brood met een hoofdletter, voor wie hongert van binnen.
Brood, basisvoedsel, het houdt je in leven. Net zo heb je Jezus nodig, wil je werkelijk leven, Leven met een hoofdletter. Eeuwig leven, zoals hij het noemt. Dat is niet alleen iets voor later. Nee, ook nu al. En straks ook, altijd. Zó is Jezus, zó stelt Hij zich voor: als Brood. Brood dat leven geeft, en hartehonger stilt. Geloof je het?

[‘eten’ in geloof]
Ja, want dat is wel nodig. Brood, letterlijk brood, moet je opeten om er iets aan te hebben. En zo moet je Jezus, met eerbied gesproken, ook eten om iets aan Hem te hebben. Eten hoe? Door geloof. Alleen van Hem horen is niet genoeg, net zoals alleen weten wat brood is je honger niet opheft. Alleen kijken is ook niet genoeg. Nee, je moet dit Brood met een hoofdletter tot je nemen. En dat doe je door te geloven. De Heer zegt het Zelf, in vers 29: ‘dit moet u doen: geloven in Hem die God gezonden heeft’. Wie bij Mij komt, zegt Jezus, zal nooit meer honger hebben. Wie komt in geloof. Dán zul je merken dat je honger verzadigd wordt. Dán krijg je deel aan het leven dat Hij geeft, Leven met een hoofdletter.
Hoe je dat doet, komen in geloof? Heel eenvoudig. Door te horen wie Jezus is, en daarop te vertrouwen. Door het uit te spreken, bijvoorbeeld zo “Heer Jezus, U bent het brood dat leven geeft. Ik heb u nodig, om mijn diepste honger te vervullen. Ik geloof dat U alles kunt geven wat ik nodig hebt. Voed mij, vul mij, geef mij dat echte leven!” Dat is geloven. Je leegte zien en ermee naar Hem gaan. Heb je dat al eens gedaan?

[geloven is lastig]
Geloven, dat is nodig. Het is het geestelijke eten van het brood waar je van leven moet. Geloof verbindt je aan de Heer. Maar… geloven is lastig. Dat is nu zo, dat was ook toen al zo. Jezus is als Hij dit zegt in discussie met een groep mensen, en ze geloven duidelijk niet in Hem. Ze vragen om tekens, terwijl ze net al dat grote wonder hebben meegemaakt van de broodvermenigvuldiging. Ze zijn vooral op zoek naar dagelijks brood, voedsel dat vergaat.
Zo kan het nog zijn, ook als je in de kerk zit. Je bent druk voor je dagelijks brood. Werk, studie, van alles… Dat er méér is, en dat er meer nódig is, dat kan zo naar de achtergrond verdwijnen. Ook al hoor je in de kerk over ‘Brood des levens’, wat heeft dat met je dagelijks leven te maken? Ja, zelfs als je in Jezus zegt te geloven, kan het toch allemaal wat vaag voelen, wat onwerkelijk. Brood om in te bijten, dat is écht, tastbaar. Maar onvatbaar brood, dat je eet door geloof, waar je dan eeuwig leven van krijgt? Dat sluit slecht aan bij onze wereld en onze ervaring. Dat gaat slecht samen met onze aardsheid, onze ongevoeligheid voor die honger heel diep van binnen. Geloven in Jezus is voor ons tegennatuurlijk. Het is bóvennatuurlijk… En dat is meteen het probleem.

[het Heilig Avondmaal helpt geloven]
Kijk, en daarom vind ik het zo mooi dat onze Heer méér doet dan alleen die grote woorden spreken. Eérst maakte Hij het concreet. Hij gaf letterlijk brood aan een grote groep mensen. Ze konden iets proeven van wat Jezus geeft. Letterlijk eten, om ze zo te helpen om geestelijk te eten van het ware Brood – Hijzelf.
En weet je, zo doet de Heer nog. Hij geeft ons niet alleen woorden. Hij maakt het ook vandaag concreet. Hij geeft letterlijk brood, brood en wijn aan de tafel van het Heilig Avondmaal. Om ons te helpen geloven. Om ons te helpen ook geestelijk gevoed te worden.
Dat wonder met die broden toen, het wordt veelzeggend een ‘teken’ genoemd. Geen verbluffend mirakel, maar een wonderbaarlijke maaltijd die iets betekent. Die wijst naar wie Jezus is. Is het met het Heilig Avondmaal niet net zo? In de traditie wordt het een ‘teken en zegel’ genoemd. Het wijst naar wie Jezus is en wat Hij geestelijk geeft. Net als toen mogen we iets vandaag proeven wat ons op het spoor zet van het Levensbrood. Dan mag de avondmaalstafel zelfs een voorproefje zijn van Gods grote maaltijd in zijn koninkrijk, net zoals de mensen toen er iets van mochten ervaren: overloed en verzadiging, en gemeenschap als groep.
Toen, bij het Meer van Galilea, voedde de Heer een hele menigte mensen met zo goed als niets – vijf broden en twee vissen. Maar Hij maakte het tot overvloed. Net zo krijgen we aan de tafel maar een klein stukje brood. Dat voedt toch niet? Maar wél als de Heer het gebruikt. Dat voedt het zelfs je diepste honger, waar geen brood tegen opgewassen is.
Toen, bij het meer, kregen de mensen ook vis. Dat krijgen wij niet. Of toch wel? Het Griekse woord voor vis is ‘ichthus’. En laat dat nu net een aanduiding zijn voor de Heer zelf. ‘Ichthus’ – het is de afkorting voor ‘Jezus Christus, Gods Zoon, Redder’. Hem ontvangen we, als we het Avondmaal vieren in geloof. En in Hem ontvangen we eeuwig leven.

[aansporen tot gelovig gebruik van het Avondmaal]
Zo mogen we straks het Avondmaal vieren. Het brood gebruiken in geloof. Dat geloof is nodig, anders krijg je slechts een stukje brood. Maar je mág geloven, de Heer helpt door dit teken. Zo waar je het brood ontvangt, geeft Hij zijn leven aan jou. Zo waar het brood wordt gebroken, zo waarlijk wilde Hij zich laten breken voor ons in de dood. En daarom: kom, en ontvang het. Ontvang Hem!
Iedereen die in Hem gelooft, is welkom. Ja, ook iedereen die het moeilijk vindt. Ieder die zegt “kom mijn ongeloof te hulp”: Kom. De Heer geeft het teken van het brood. Want Hij is het brood dat eeuwig leven geeft.

Amen