Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: naam maken door goed doen]
Als je de Verenigde Staten bij een universiteit komt, valt het op dat erop veel van de nieuwere gebouwen namen staan. Bijvoorbeeld het “John and Martha Jones building”. Of de “Agatha Jackson concertzaal”. Waarom staan die namen daar? Het zijn de namen van de mensen die het geld hebben gegeven om die gebouwen neer te zetten. Zo werkt dat in de VS, in Nederland zou je dat niet snel zien. Hoewel… laatst was ik een keer in het Concertgebouw in Amsterdam en daar hangt aan een muur een groot bord “vrienden van het Concertgebouw” met daarom allerlei naamplaatjes van mensen en bedrijven, die het Concertgebouw sponsoren. Net zoals je in sommige dierentuinen een dier kunt adopteren, en dan komt je naam bij het hok te hangen.
Ik moest aan deze dingen denken, toen ik de eerste zin las van het Bijbelgedeelte van vanmorgen. Jezus zegt: “let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden”. Al die namen op gebouwen, op sponsorbordjes – ze zijn natuurlijk bedoeld om wél gezien te worden. Het is blijkbaar niet voldoende om gewoon bij te dragen aan dat goede doel: onderwijs, cultuur, natuurbehoud… Nee, je wilt ook wel dat de mensen het weten!


Het kan ook anders. In het Reformatorisch Dagblad is af en toe een actie voor een goed doel, en de advertenties daarvoor worden gesponsord. Het logo van de sponsor staat er vaak bij. Echter, af en toe staat er een wit hokje met de letters ‘N.N.’. Dan heeft iemand bijgedragen die níet in de spotlights wil staan. “Let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden”. Bij deze woorden, en bij het hele Bijbelgedeelte wat we lazen, willen we vanmorgen stilstaan.

[letterlijke betekenis, en overgang]
De letterlijke betekenis van Jezus’ woorden is niet moeilijk. Goede dingen doen, gerechtigheid, wat God wil – heel mooi! Maar doe het nou niet om jezelf in de spotlights te zetten, doe het voor God. Een goede les om keer te horen, en om er je leven naast te leggen. Als je actief bent in de kerk, of als je geeft aan een goed doel – doe je het misschien ook een beetje om gezien te worden? Of om zelf een goed gevoel te hebben? Dat kan. In Jezus’ tijd gebeurde het ook al. Rijke Romeinen lieten badhuizen bouwen met hun naam erop, vrome Joden met geld doneerden een synagoge. Of iets kleiner: geld geven aan de armen, maar wel zo dat anderen het zien. Bidden of vasten op een opvallende manier…
Er is echter wel een flink verschil tussen Jezus’ tijd en de onze. Destijds kon je veel punten scoren met vroomheid. Als je er uitgemergeld uitzag van het vasten, of als je op een straathoek stond te bidden, dan kon dat je een religieuze reputatie geven: die is serieus, zeg! Tegenwoordig werkt dat veel minder zo. Religie doortrekt onze samenleving niet zoals toen. En ook in de kerk denk ik dat mensen eerder meewarig hun hoofd schudden dan dat ze je gaan bewonderen, wanneer je al te opvallend vroom doet. Hoewel, ik zei al, op subtiele manieren kan ook ik of u nog bezig zijn om goed over te komen, zelfs in geloofsdingen. Pas ervoor op!
Toch is onze tekst zeer toepasselijk voor het heden. Dan gat het met name om de woorden “door de mensen gezien te worden”. Volgens mij is dat iets waar heel veel mensen mee bezig zijn, of je gelooft of niet. Gezien worden! Dáár wil ik vanmorgen dan ook op focussen. Dingen doen om door de mensen gezien te worden.

[gezien willen worden]
Iedereen wil namelijk gezien worden. Bevestiging ontvangen van anderen. Gewaardeerd worden. Het is een basisbehoefte. Het begint al als kind. Dat je ouders aandacht voor je hebben, het zien als je wat nodig hebt; dat ze je een knuffel geven, luisteren naar een kleuterverhaal, een tekening bewonderen. Gezien worden is een basisbehoefte. Wanneer je als kind geen bevestiging en liefde ontvangt, kan dat levenslang je levensinstelling beïnvloeden.
Maar ook als we ouder worden, willen we door de mensen gezien worden. Dat de manager merkt hoe hard je werkt. Dat je echtgenoot niet als een gegeven aanneemt wat je voor het huishouden doet. Als tiener zit je niet meer op complimentjes van je ouders te wachten, maar is het wel heel belangrijk hoe je klasgenoten je zien. Op een bepaalde manier hebben we dat allemaal: we willen gezien worden. Zeker als je in je jeugd thuis te weinig bent gezien en geliefd, maar so wie so.
We willen er ook moeite in stoppen om daarvoor dingen te doen. Dingen die de anderen goed zullen vinden, die zorgen dat ze je zien. Goede cijfers halen. Posten op de socials, zodat je likes of volgers zult krijgen. Er goed uitzien, of je inzetten voor een club. Dingen die góed zijn – maar je doet ze om gezien te worden. En dat is minder goed. Want zulke waardering is wankel. Wat als je ze niet meer doet, of niet meer kunt? Zijn er ook mensen die je zien staan, gewoon om wie je bent?

[gezien willen worden geeft geen vaste basis]
Onze hele maatschappij is er meer en meer één waar je je plek moet verdienen. Waar die plek niet gewoon is gegeven omdat je er bent, maar waar je je waar moet maken. Succes ligt aan jezelf, dan word je gezien, en mislukking ligt ook aan jezelf, dan kijkt bijna niemand naar je om. Maar weet je hoeveel druk en stress dit allemaal meebrengt? De goede dingen doen om gezien te worden. Bevestiging moeten verdíenen. Het is geen wonder dat er zoveel mensen burn-out raken, zoveel jongeren depressieve klachten hebben. Iedereen heeft het perfecte leven als je Instagram mag geloven, wat moet je wel niet doen om dan nog gezien te worden? Janna loopt een marathon voor een goed doel, Henk post plaatjes van hoe hij vrijwilliger is bij de voedselbank. En jij – je bent allang blij als je de dag doorkomt met werken en leren en de thuisdrukte. Je voelt je niet gezien.
En die Janna en Henk? Ja, ze doen goede dingen. Maar is dat wie ze zíjn? Jezus heeft het over ‘huichelaars’ – dat klinkt zwaar. Maar dat woord moeten we goed begrijpen. Ik bedoel niet dat wie bij de voedselbank werkt of een sponsorloop doet schijnheilig of slecht is. Het woord dat Jezus gebruikt betekent letterlijk iets van ‘toneelspeler’, ‘een rol spelen’. En dát is al te vaak waar, of je het bewust doet of niet. Een beeld neerzetten van jezelf, zodat anderen je zullen zien, zullen prijzen. De rol spelen van een goed en geslaagd mens. Maar wat als je uit je rol valt? Als je masker afvalt? Wie ziet je nog als je moe bent, niets goeds doet of niet slaagt?
We willen allemaal gezien worden, en doen er dingen voor. Maar uiteindelijk zoeken we diep van binnen naar onvoorwaardelijke aanvaarding, los van hoe goed je dingen doet. We verlangen naar iemand die ons ziet zoals we zijn, en die ons dan niet afwijst. Iemand die van ons houdt, gewoon. Zoals je ouders dat deden als het goed is – helaas is het lang niet altijd goed. Hoeveel gebrokenheid is er niet in gezinnen… Een vader, een vriend. Zo iemand hebben we allemaal nodig.

[God en de beloning]
Laten we onze tekst eens wat verder lezen. “Je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden. Dan beloont jullie vader in de hemel je niet”. Dan vallen mij twee dingen op. Allereerst dat Jezus telkens “Vader” zegt, en niet “God”. Zou er bij Hem, bij de hemelse Vader, die aanvaarding te vinden maar ieder mens ten diepste naar hunkert? Gezien worden door… God?
Maar als tweede, en dat is lastig: Het gaat hier nogal over beloond worden door de Allerhoogste. Niet alleen in vers 1, ook in vers 4, 6, en 18. Als je goed doet, gerechtigheid, wat God wil: “Hij zal je ervoor belonen”. Dingen doen om door de mensen gezien te worden, dat werkt dus niet. Maar – en nu komt het geloof erbij – moeten we dan dingen doen om door Gód gezien te worden?
Ik denk dat veel mensen zo denken. Toen al, in Jezus’ tijd, en nu nog. Als je weet van een God, en dat hij bepaalde dingen wil en niet wil, volgt het logisch: ik ga het goed doen, dan zal Hij me belonen. Me waarderen. Me zeker zien staan. En dat is nog waar ook! De Allerhoogste ziet gráág mensen die het goede doen. Echter, het grote gevaar is dat God zo je baas wordt, je werkgever of inspecteur. Zo van, ik hoor het echt té vaak bij oudere mensen, en bij jongere ook ‘ik heb best goed geleefd, dus ik mag hopelijk in de hemel komen’. Of mensen die streng zijn op regels: zondagsrust, kerkgang, kleding… Of zo druk zijn met goede dingen – dat je denkt: is God nu je baas, of je Vader?
Eén ding wil ik onderstrepen: bij God moet je niet meteen denken in beloning. Dat is funest voor je geloof. Dan hangt het wéér van jezelf af – en als je daar tegenover de mensen al moe van wordt, hoe denk je dat dat is tegenover God die alles weet, die in het verborgene ziet? Nee, de nadruk in Jezus’ woorden mag en moet je leggen op het woord ‘Vader’. Dáárin ligt bevrijding.

[aanvaard door de Vader]
Gezien worden. Dat wórdt u, en dat word jij, en ik. Door wie? Niet door een Goddelijk alziend oog -je wordt gezien door de Vader. Gezien en geliefd door de Vader in de hemel. Want zó leert Jezus ons God noemen. Zijn Vader, maar Hij zegt ook ‘jullie Vader’. Ieder die Jezus volgt, mag dat woord horen en overnemen. God heeft lief, zoals een vader dat doet – of zoals een vader zou moeten doen, zeg ik erbij voor iedereen die geen goede vader had. De hemelse Vader houdt van u, hij heeft jou lief. Niet alleen als je goed genoeg doet, niet áls je gelovig genoeg bent. Dat is voorwaardelijk. Nee, Hij heeft u lief, niet om wat je doet, maar ondanks wat we vaak doen. Tóch. Hij houdt niet alleen van rechtvaardige mensen, maar van falende, zondige, vaak stomme en slechte mensen. Hij houdt niet alleen van wie gerechtigheid tentoonspreiden, Hij heeft de wéreld lief – zo zegt die bekende Bijbeltekst uit Johannes 3. Heel deze rotte wereld. Daarom kwam Jezus. Om ons dat te vertellen, van Gods liefde. Om ons dááruit te laten leven. Om zelfs zijn leven te geven, zodat God, die niet liever wil dan verzoenen, onze zonden kán verzoenen.
Ik mag het u en jou vertellen vanmorgen. Je mag je gezien weten, gezien door God – door de hemelse Vader. Ja, en natuurlijk wil Hij dat je het goede doet. En natuurlijk gaat het ook om geloof. Maar zijn liefde gaat vooraf. Je bént gezien. Je mag daarin je bevestiging vinden. Je mag er zijn, op Gods wereld. Je bent waardevol, in Gods ogen. Geliefd als een kind.
Als je dat toch durft geloven! Als je dáár toch uit leeft! Dan hoef je je niet meer beter voor te doen, naar God en naar anderen. Al ziet niemand je staan, al lukt het je niet om goed te zijn en goed te doen. De Vader ziet je! Dáár mag je uit leven. Zoals Jezus dat deed. Hij trok zich er al erg weinig van aan wat mensen van hem vonden. Waarom? Omdat Hij wist dat zijn Vader hem zag. Dat was zijn basis, en dat gaf zijn weg een doel: ‘de wil doen van de Vader die mij gezonden heeft’. En zo wil Hij ook u en jou en mij leren leven. Leven in gerechtigheid, niet ópdat, maar ómdat de Vader je ziet en liefheeft. Wat een wonder!

[wat werkt het uit]
Wat maakt dit een verschil, als je ’s morgens zegt als je opstaat: ‘Vader!’ en dat woord echt even proeft. ‘Vader, hier ben ik, help mij vandaag’. Wat maakt dat dan voor verschil? Tja… misschien doe je wel ongeveer hetzelfde. Je werk, je studie, je inzet voor anderen. Maar: je doet het met een andere houding. Niet voor de waardering van mensen, al blijft die fijn. Je doet je werk ‘als voor de Heer’ zoals dat ergens heet. De Heer, niet als je nieuwe baas, maar als je Vader die je graag behaagt. Het gaat misschien zelfs beter, omdat je minder bezig bent met hoe dingen overkomen. En als een ander je even niet ziet, of je niet goed vindt, dan kun je ermee dealen. Want “je bent een kind door God bemind” – zoals een oud lied zegt.
Tja, en misschien moet je met sommige dingen ook wel ophouden. Van die dingen die je eigenlijk alleen doet om te zorgen dat anderen je zien, je goed vinden en zo, maar wat ten diepste een masker is. Stop daar maar mee! En misschien moet je andere dingen wél doen, waar je geen waardering voor oogst, maar die gewoon goed zijn. Er is genoeg!
Wat mag je, wanneer je gelooft in de Vader, iets hebben wat velen missen. Dat je je gezien weet – dat je geliefd bent. Dat je het niet hoeft te verdienen. Dat Hij je niet laat vallen. Wat is dat iets wat veel mensen zoeken, en missen. Wat is dat missionair, als je uit Gods liefde mag leven! Zien ze het aan jou?

[hoe houd je dit vast]
Gelóóf je het? Het is wáár, ik mag het je in Godsnaam zeggen. ‘Vader’ wil Hij heten, wil Hij zijn. Hij ziet je! Dat mag mijn basis zijn. En tegelijk… tegelijk blijft het een strijd. Om daaruit te leven. Om niet toch weer te gaan voor waardering van anderen. Om niet toch weer onbewust te denken dat ik Gods liefde verdienen moet. Hoe houd je dit vast? Goede vraag! Dan vind ik het treffend dat dan de drie dingen die Jezus noemt, drie dingen die je goed en fout kunt gebruiken, het gebed het middelste is. Het centrale. Zo leven zal alleen biddend kunnen. Vragend om geloof, om vrijheid. Dankend ook, danken en aanbiddend, wie de Heer is en zijn wil voor ons. Nee, dan kun je niets verdienen met gebed, maar dan heb je het hard nodig – tijd doorbrengen met de Hemelse Vader. Zonder zal het niet gaan! Volg Jezus daarin. Hij die leefde uit de verbinding met de Vader, hij nam tijd voor gebed. En van dááruit deed Hij zijn werk. Laten wij het ook maar zo doen.

[slot]
Stel je voor dat er een gebouw naar je is genoemd – dat zou mooi zijn. Maar nog mooier is het, als je zelf een levende steen bent in Gods gebouw. Een plek waar Hij woont. Stel je voor dat jouw naam gegraveerd staat op een sponsorplaatje – dat voelt goed. Maar véél, véél beter is het te weten dat jouw naam in Gods halmpalm staat gegraveerd. Dat je een Vader hebt, die je ziet. In goede en kwade dagen, in succes en mislukking, altijd. Dat je een Vader hebt die onvoorwaardelijk, echt, van jou met al je fouten houdt. Niet om wie jij bent, maar om wie Hij is.
Laten we dááruit leven. Laten we voor Hem leven. Dan ben je rijk!

Amen