Gemeente van Jezus Christus,
[intro]
We zongen het zojuist “wie geboeid zijn, hij bevrijdt ze; blinden geeft hij het gezicht”. Dat is precies waar het over gaat in het Bijbelgedeelte wat we lazen. Het hele hoofdstuk uit Johannes gaat over zien en blind zijn, over ogen die geopend worden of juist dicht blijven. Maar niet alleen letterlijk!
Zien is veel meer dan letterlijk uit je ogen kijken. ‘Zien’ is ook inzien, ‘blind zijn’ is ook inzicht missen. Wij zeggen het in het dagelijks leven ook wel zo. “Zie je?” zeggen we tegen iemand, en we bedoelen “snap je wel?”. In het Engels zeggen ze “OK, now I see” – en dan bedoelen ze “oké, nu begrijp ik het, nu kan ik het inzien”. Andersom gebruiken we deze beeldspraak ook. “Ergens blind voor zijn” – dat wil over het algemeen niet zeggen dat je een oogprobleem hebt. Geen zichtprobleem, maar een ínzichtprobleem. Ik denk dat dat laatste nog veel meer voorkomt dan oogklachten… Hoe vaak zie je niet alleen dat wat je wilt zien? En het vervelende: meestal heb je het zelf niet door. “Wij zijn toch zeker niet blind!” – ook dat lazen we. Maar dat is nu juist de vraag: wie ziet het goed? Wie heeft open ogen, en wie oogkleppen? Daar gaat het vanmorgen over.
[drie niveaus van blind-zijn]
Veel uitleggers zeggen dat er in het gedeelte wat we lazen sprake is van blindheid op twee niveaus: letterlijk en geestelijk. De blinde die genezen wordt is letterlijk blind, maar de Farizeeën die niet in Jezus willen geloven zijn geestelijk blind. Daar zit wat in. Ik ontdekte echter in de voorbereiding van deze preek dat je ook zou kunnen zeggen dat het over blindheid gaat, niet op twee maar op drie niveaus. Wat inderdaad, je hebt letterlijke blindheid, je hebt het blind zijn voor wie Jezus is. Maar volgens mij gaat het in dit gedeelte ook nog over blind zijn voor anderen. Geen oog hebben voor een medemens in zijn nood of zijn blijdschap. En ook daar moeten we het over hebben, om te voorkomen dat het geestelijke helemaal los komt te staan van het dagelijks bestaan.
Drie niveaus van blindheid dus: letterlijk niet zien, blind zijn voor anderen, en blind zijn voor Jezus. En de vraag is of wij op een van deze gebieden misschien ook een bril nodig hebben, of nog sterker: een wonder…
[blind zijn voor anderen]
Over de letterlijke blindheid hoeven we het niet uitgebreid te hebben. Een man is blind geboren, zijn ogen doen het simpelweg niet. Dat is het eerste niveau van blindheid. Maar zijn gebrek aan zicht dient in dit gedeelte als beeld voor diepere blindheden.
Wat me opviel is dat de leerlingen van Jezus eigenlijk deze man niet zien. Het staat er letterlijk in het eerste vers: “Jezus zag iemand die al vanaf zijn geboorte blind was”. “Jezus zag…” – zien de leerlingen hem niet dan? Nee, eigenlijk niet. De man zat daar om te bedelen, lezen we in vers 8, maar ze geven hem niets. Ze zien niet een mens met behoeften en nood, ze zien een theologische casus. Een aanleiding om te filosoferen. “Rabbi, waarom is deze man blind? Heeft hij gezondigd, of zijn ouders misschien?” Ze praten over hem, niet met hem. Stel je voor dat jij die blinde bent, en met je gescherpte oren het allemaal hoort. Voel je je dan gezien?Verderop in de geschiedenis gaat het al net zo. De man wordt genezen van zijn blindheid, een ongelooflijk wonder! Maar lees je dat er iemand blij is, uitgelaten hem omhelst of samen met hem straalt van vreugde? We lezen er niets van! Weer een discussie: is hij het wel echt? En dan komen de Farizeeën, en wordt de man al helemaal gereduceerd tot een pion in hun debat. Wie ziet hem? Alleen Jezus! Wie zoekt hem op? Jezus, als iedereen uitgediscussieerd is. Hij heeft oog voor de man.
Wat toont deze geschiedenis dan veel blindheid! Blindheid die ook wij kunnen hebben. Dat we mensen om ons heen niet zien, de nood of de blijdschap van anderen niet opmerken, niet meeleven, niet meelachen of meehuilen! Is het herkenbaar, dat je vaak vooral met jezelf bezig bent? Bij mij wel hoor, tot mijn schande. En dat, terwijl het juist bij leerlingen van Jezus anders zou moeten zijn. Jezus zegt het, in vers 4: “Wij – meervoud – moeten het werk van God doen waar het kan”. Niet alleen Hij, ook wie Jezus volgt is geroepen om oog te hebben voor de ander op je weg. Maar doen we dat? Al te vaak zijn we blind. Ook zonder blindenstok.
[blind voor Jezus]
Maar er is nog een derde niveau van blindheid in deze geschiedenis. Dat is het blind zijn voor wie Jezus is. De blinde man heeft er eerst last van, maar bij hem wordt ook deze blindheid verholpen. Aan het begin heeft hij het over “iemand die Jezus heet”. Even later noemt hij hem al “ben profeet” en “iemand die van God komt”. En uiteindelijk zegt hij “ik geloof, Heer” en werpt hij zich in verering voor Jezus neer. De ex-blinde mag zien, letterlijk én geestelijk.
Bij de Farizeeën echter is er blijvende blindheid. Ze zien niet wie Jezus is, en hun ogen gaan niet open. Dit is een thema door het hele Johannes-evangelie: dat mensen Jezus niet herkennen. Niet erkennen als de Zoon van God, als de Messias, degene die van God komt. Ze zijn er blind voor. En dat geldt wel bijzonder voor deze Farizeeën. Ze kennen de Thora, ze zijn zeer gelovig, maar Jezus zien ze niet staan. Sommigen twijfelen even: iemand die zó’n wonder doet, moet toch wel van God komen? Maar ja, hij breekt wel hun regels voor het houden van de Sabbat. Tegen de blinde zeggen ze: “die man is een zondaar, dat weten we toch?”. Dat zij fout zouden kunnen zitten, komt niet in ze op. “Wij zijn toch niet blind?” klinkt er aan het slot. Niet letterlijk, nee. Maar geestelijk juist wel. Ze hebben geen oog voor Jezus, hebben genoeg aan hun eigen ideeën. En dat is een nog veel diepere blindheid.
Laten wij maar niet meewarig ons hoofd schudden over deze lieden. Want zijn wij anders? Hebben wij oog voor Jezus? Wie is Hij werkelijk voor ons? Ben je bereid Hem te volgen? Besef je dat je Hem nodig hebt? Want Hij is het licht voor de wereld. Zonder Hem zit je in het donker, echt!
Het vervelende van geestelijke blindheid is dat je het zelf niet doorhebt. Hoezo zit ik in het donker? Daarom zoek je ook geen genezing. “Ik ben toch niet blind”? Maar uit onszelf zijn we dus wel blind, stekeblind voor alles wat geestelijk is. Zie je niet wie je het leven geeft, zie je niet wat Hij wil. Onze eigen dingen, die zien we haarscherp. Maar Jezus, wat moet je met Hem?
Je zou kunnen zeggen dat we van nature buitengewoon bijziend zijn: we zien alleen, we hebben alleen oog voor wat heel dicht bij onszelf is, de rest is heel vaag… En daarom hangen die twee manieren van figuurlijk blind-zijn ook sterk samen. Anderen niet zien – want we zijn met onszelf bezig. En Jezus niet zien – want we zijn met onszelf bezig. Bijziend, blind voor God en anderen. Blindgeboren, net als die man – we zijn het allemaal!
[alleen Jezus kan onze blindheid genezen]
Maar nu spreekt dit gedeelte niet alleen over blindheid gelukkig. Het gaat ook over genezing. Jezus genéést de blindgeboren man, een ongekend wonder. Hij ziet de mensen om hem heen, hij ziet de Heer die hem het licht geeft. Genezen!
Niemand anders kon dat doen, Jezus alleen. Hij heeft de macht om zelfs blindgeborenen te genezen. Een man die letterlijk blind geboren is, maar ook mensen die geestelijk blind geboren zijn. Jezus, hij alleen kan het zicht geven wat we missen: zicht op anderen, zicht op God. Hij kan en Hij wil dat doen, ook vandaag.
Je kunt jezelf niet het juiste zicht geven op God, of jezelf blijvend oog geven voor anderen. Natuurlijk kun je jezelf het voornemen: ik ga meer oog hebben voor anderen! Die buurvrouw of klasgenoot of collega of wie ook. Dat helpt vaak wel even. Maar na een paar weken, of maanden, of een paar jaar, blijk je toch weer in je oude patroon te zitten. Echt oog hebben voor anderen, het moet je op een bepaalde manier gegéven worden.
En zicht op God krijgen – hoe wou je dat zelf doen? Ja, de Bijbel lezen, boek van God. Maar het geestelijk inzicht komt niet vanzelf. Dat moet je gegéven worden. Om in oude verhalen de Heer te herkennen, te gaan vertrouwen op Zijn beloften. En nog dieper: uit zichzelf heeft een mens helemaal niet het gevoel iets te missen als je Jezus niet kent. Er zijn er tienduizenden die zonder Hem leven, en als je ze zegt dat ze het voornaamste over het hoofd zien, is de reactie ook nu “Wij zijn toch zeker niet blind?”. Het is al een wonder als je hier in de kerk zit om Hem te zoeken!
[openheid of afwijzing]
Nee, alleen Jezus kan de diepste blindheid genezen waarmee we geboren worden. Dus dan ben je afhankelijk van Hem, dat Hij je dat zicht geeft. En afhankelijk zijn, dat vindt niemand leuk. Ik realiseerde het me voor mezelf toen ik deze preek maakte: Ik kan alleen Jezus kennen voor zover Hij zich láát zien, mij zicht geeft op Hem. Ik heb mijn geloof niet in bezit als iets van mijzelf! En dat is lastig, zeker als predikant ben je toch een soort beroepsgelovige. Maar zo werkt het dus niet! En wat betreft oog hebben voor anderen: dat is dus niet iets waar ik op ga letten, dat ik dat goed doe. Als de Heer me geen oog geeft voor die ander, en uit mezelf, helaas, ben ik niet heel sociaal hierin, dan wordt het weinig… Ik heb Hem echt nodig! Lastig is dit, want wie wil er onmachtig, wie wil er afhankelijk zijn? Maar op het gebied van geestelijk zicht bén ik het, bent u en ben jij het ook!
Afhankelijk, blind geboren. Echter, in die afhankelijkheid zijn er wel twee houdingen. Allereerst één van openheid. Dat zien we bij de blinde, de ex-blinde moet ik zeggen. Hij kende Jezus niet, maar, zo zegt Hij in vers 36 “als ik wist wie Hij was, zou ik in Hem geloven”. Hij sluit zich niet af. En zo is het denk ik ook met de leerlingen van Jezus: ze waren blind voor deze man, en ze hadden het zelf niet door. Maar… ze waren wel bereid om Jezus te volgen, naar Hem te luisteren. Hoe is dat bij ons?
Want er is ook een houding van afwijzing. Die zien we bij de Farizeeën. “Wij zijn toch niet blind?” Ze hadden Jezus niet nodig. Ze hadden hun leven op orde. Ze stonden niet open voor de gedachte dat ze nog iets zouden kunnen missen. Ze waren er blind voor. Juist omdat ze dachten dat ze zagen. Als je denkt dat je het wel bent, en hebt, en weet, ook vandaag, dan kan de Heer niets aan je kwijt!
[oproep: vraag om zicht!]
Gelukkig ben je als je begint te beseffen dat je uit jezelf blind bent. Blind voor wat er echt toe doet. Bijziend, je blik beperkt tot een klein kringetje om jezelf heen. Want weet je? Erkennen is de eerste stap naar genezing. Nee, jezelf genezen kun je niet, van je blindgeborenheid. Daar heb je Jezus voor nodig. Maar je mag het Hem vragen! Zoals een andere blinde, over wie ik het woensdag ga hebben in de kerk- en schooldienst. Bartimeüs die riep: “Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij!” Jezus vraagt “wat wil je dat ik voor je doe?” En zeg dan maar met de blinde Bartimeüs “Heer, zorg dat ik kan zien!”
Heb je door dat je blik beperkt is? Blind zelfs? Dat is een zegen! Vraag het dan, nederig en vol vertrouwen, vraag om dat zicht dat Hij je geven kan. Vraag om zijn licht in het donker – Jezus is het licht voor de wereld! Belijd het maar, dat je Hem niet zien kunt, niet vinden uit jezelf. Spreek het maar eerlijk uit, dat je al te vaak geen oog hebt voor anderen. En vraag Hem je te genezen.
Moet je het dan maar afwachten? Ik mag het u en jou vertellen: de Heer is niet ver weg en onvindbaar. Hij zoekt blinde mensen op. Hij spreekt ze aan, spreekt jou aan, ook nu: “Geloof je in de Mensenzoon?” Hij is het die vlak voor je staat, die met je spreekt. Zeg het dan maar in vertrouwen “Ik geloof, Heer!”. Hij is al vlak bij je, en Hij wil je ogen openen!
[wat je dan gaat zien]
En wat ga je dan zien? Dan ga je Hem zien, juist in deze lijdenstijd. Dat Hij de weg van de mensen ging, van hun nood en dood en lijden. Dat Hij juist daarom de hoogste is, omdat Hij alles wilde opgeven. Dan zie je het, dan ga je er niet aan voorbij, maar dan raakt het je. Dan overdenk je het in deze weken, en komt het binnen. Hij voor mij! Hij de dood, ik het leven. Maar ook dat Hij leeft, en jij met Hem mag leven.
Wat ga je dan zien? Op een of andere manier krijg je dan ook meer oog voor anderen. Omdat je losgemaakt wordt van de fixatie op jezelf. Dan zie je nood en lijd je mee. Dan zie je vreugde en word je ook blij. Dan kijk je een ander in de ogen. Waarom? omdat je zelf gezien werd door de Heer. En omdat Hij je laat zien.
[slot]
Zijn jouw ogen al open? Zeg niet te snel ‘ja’. Juist wie denkt alles scherp te hebben, kan het meest oogkleppen op hebben. Ziende blind. Zijn je ogen al open, voor de wezenlijke dingen? Juist als je begint te beseffen dat je wat dat betreft blindgeboren bent, dan begint er licht door te breken! Als je ziet dat je anderen niet ziet, begint je blindheid te breken. Als je merkt dat je God niet vinden kunt, dan is Jezus dichtbij om jou te vinden! Hij opent ogen, Hij opent harten. Sta jij voor Hem open?
Amen
