Uit de Bijbel is gelezen: Maleachi 3:1b-3 en Johannes 2:13-22. In deze dienst werden ambtsdragers bevestigd en namen anderen afscheid van de kerkenraad
Gemeente van Jezus Christus,
[Intro: de beeldenstorm]
het gedeelte dat we uit de Bijbel lazen deed met denken aan de beeldenstorm. De beeldenstorm, misschien hebben we nog niet alle kinderen het met geschiedenis gehad. In de tijd van de tachtigjarige oorlog was het. Groepen mensen gingen de katholieke kerken binnen sloegen daar heiligenbeelden kapot. Maar dat niet alleen, ze vernielden ook kandelaars, koorhekken, orgels, gewaden… Het ging er niet zachtzinnig aan toe. Dingen waarvan de protesteerders, of zoals wij tegenwoordig zeggen: de protestanten – waarvan zij vonden dat ze niet in een kerk thuishoorden, werden er hardhandig uitgegooid. Stel je voor dat je erbij was geweest, wat voor sfeer moet er hebben gehangen? Boosheid of juist opwinding? Heilig enthousiasme of vooral vernielzucht? In die tijd zijn ook de muurschilderingen in deze kerk achter een laag witte verf verdwenen.

Achteraf kun je je afvragen wat de zin is van zo’n wanordelijke beeldenstorm. Waren die dingen in de kerken nu echt zo erg, echt zo verkeerd? Heiligenbeelden als herinnering aan voorbeeldige gelovigen, een rijk aangeklede kerk omdat God het allermooiste en beste verdient, een orgel om bij te zingen… Dat hoeft je toch niet te hinderen om de Heer te aanbidden in zo’n kerk?
Maar soms… soms is het nodig om orde op zaken te stellen. Niet omdat dingen op zich zo verkeerd zijn, maar omdat ze de hoofdzaak naar de achtergrond laten verdwijnen. De hoofdzaak in de kerk, in het geloof. God zelf, en zijn Woord. En dát was aan de hand in de kerk van toen. Dát voelden die beeldenstormers diep van binnen, en dat kwam tot uitbarsting naar buiten. En zo was het ook toen Jezus Lees verder