Tags

,

Kort geleden ging ik met mijn vrouw naar een gezondheidscentrum, om een 20-wekenecho te laten maken. Zo’n 20-wekenecho is een prachtig iets om als vader mee te maken. Al is het kindje nog niet geboren, je ziet het in alle details. Handjes met tien vingers die bewegen, het gezichtje, voetjes die volgens de echoscopiste al drieënhalve centimeter zijn. Ja, zo’n echo kijkt zelfs dwars door het kind heen, of alle organen wel goed ontwikkeld zijn. Je ziet het hartje kloppen. Van een onbestemd ‘iets daar in die buik’ wordt het ineens een echt kindje met alles erop en eraan!
Waarom wordt deze echo echter gemaakt? Om te zien of het kindje een afwijking heeft. En zoals de voorlichtingswebsite van de overheid meldt: “Sommige afwijkingen hebben grote gevolgen voor het kind, voor u en uw partner. U staat dan voor de moeilijke keuze om de zwangerschap uit te dragen of te laten beëindigen”. Of om het nog concreter te zeggen: om te zien of het kindje misschien het syndroom van Down heeft, of een andere afwijking, zodat je nog ‘tijdig’ een abortus kunt laten uitvoeren.
Ik kan het me, na onze 20-wekenecho, gewoon niet voorstellen hoe mensen voor zwangerschapsafbreking kiezen daarná. Als je je toekomstige kind letterlijk al in het gezicht hebt gekeken, hebt zien bewegen… Dan is het toch wel héél duidelijk dat abortus niet ‘wat cellen weghalen’ is, maar een compleet mensje! Paus Franciscus merkte onlangs op: “een kind is toch niet een pakketje dat je retour afzender stuurt als het niet naar wens is?”
Zo stemt de 20-wekenecho me niet alleen blij, al was het prachtig om te zien en werden er geen afwijkingen gevonden. Wanneer heeft een jong leven waarde: alleen als het perfect is? Moeten mensen met een afwijking er maar liever niet zijn? Wat zegt dit alles over onze maatschappij…?

Advertenties