Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Hooglied 2:10-17 en Romeinen 8:31-39

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: wat is je troost]
we beginnen weer met luisteren naar de geloofsleer aan de hand van de Heidelbergse catechismus. Zojuist hoorden we de eerste vraag en het eerste antwoord. Dan valt meteen op dat geloofsleer, weten wat je gelooft, niet alleen maar iets is voor je hoofd, als het goed is. De Bijbel vertelt geen theorie, maar evangelie. Een goede boodschap voor héél je bestaan. Een boodschap die houvast geeft. En dát is het ook waar de catechismus naar vraagt. Wat is uw troost – bedoeld is uw houvast? Wat is eigenlijk je basis in het leven? Dat is nu niet een vraag die je elke dag krijgt!
Stel je voor dat je iemand tegenkomt op straat. Hij staat stil, hij kijkt je diep in de ogen, en hij vraagt: mevrouw, meneer, wat is uw houvast in het leven? [stil]. Ik kan me voorstellen dat u dat een vreemde vraag vindt. Misschien wel een irritante vraag. Misschien word je er wel onrustig van! Vooral omdat de vraag zo persoonlijk gesteld wordt. Niet van: wat is de basis voor een gelukkig leven? – in het algemeen. Nee: wat is úw, wat is jóuw troost, je houvast? Héb je zo’n houvast in het leven? Het is alsof de opstellers van de catechismus vanavond door de kerk lopen, en u één voor één aanspreken: wat is úw enige troost? En de uwe? En zo door, alle banken langs.
Dan vraagt hij ook nog: wat is je énige troost? Niet allerlei dingen waar je wel steun aan hebt, maar één iets waar je helemaal op steunt. Heb je dat? En niet alleen in het leven, ook in het sterven. Als je eens alles los moet laten, heb je dan tóch nog iets wat dan helpt?
Het is maar een lastige vrager, die catechismus. Als je liever niet in je rust gestoord wordt, maakt hij het je maar moeilijk. Hij dwingt u en mij, om eens na te denken over deze dingen! Dat gaan we dus doen.

[twee opties]
Nu gaat het natuurlijk niet om de vraag, maar vooral om het antwoord. Dan wil ik vooral stilstaan bij de tegenstelling die er gemaakt wordt. Je zou er bijna overheen lezen: ‘dat ik niet van mijzelf, maar van Jezus Christus ben’. De nadruk moet natuurlijk vallen op dat laatste. Maar dat eerste wordt ook gezegd, als optie die geen troost, géén houvast geeft. Als optie die je niet moet hebben. ‘Van mijzelf zijn’. Maar… dat is nu juist helemaal het ideaal van deze tijd. Autonomie, eigen baas zijn, zelf je leven kunnen inrichten zonder iets dat beperkt. Je moet vooral jezelf kunnen zijn, je ontplooien. Dát is toch de weg naar geluk? Terwijl het tegenovergestelde, dat een ander jou zegt wat je moet doen, vooral als hinderlijk en beperkend wordt ervaren.
Dan botst de catechismus, dan botst de Bijbel dus wel heel erg met de idealen van deze tijd! ‘Wat ben ik blij dat niet van mijzelf ben!’ Wàt zegt u? En dan ‘het eigendom van Jezus’ – dat klinkt als slavernij. Een mens is eigendom van niemand, toch?
Als een gelovige belijdt: dit is mijn troost, mijn houvast, dat ik niet van mezelf ben maar van Jezus, wordt een modern mens daar niet direct warm van. Misschien denkt hij wel: tjoh, zeker iemand die te zwak is om het leven zélf aan te kunnen!

[beeld: twee schilderijen]
De catechismus redeneert niet. Niet waarom dit nu de beste troost is, nog minder waarom je dit zou geloven. Het wordt gewoon eenvoudig gesteld: dít is mijn houvast! Net als Petrus, over wie ik vorige week ‘s morgens preekte. Hij ging niet redeneren, hij getuigde gewoon: de zaligheid is in geen ander – in geen ander dan de trouwe Zaligmaker Jezus Christus, over wie de catechismus spreekt.
Laat ik daarom ook maar geen redenering opzetten tegen het moderne autonomie-ideaal. Laat ik liever twee schilderijen aan u voorstellen. Ik heb ze niet bij me, ze moeten namelijk nog gemaakt worden, maar ik hoop dat u dat vanavond in uw hoofd kunt doen.
Als eerste een groot grijs schilderij. Een vlak, met weinig diepte erin. Je ziet er wat mensen op, in eenvoudige schetsvorm aangegeven. Klein lijken ze, op het grote doek. Het is niet duidelijk waar hun voeten op staan. Verloren in de leegte. Kleur is er maar weinig op dit schilderij, en de kleuren die je ziet zijn vaal, flets. Heel het schilderij straalt troosteloosheid uit. Wat zou het met een kamer doen als je het daar aan een muur zou hangen?
Nee, dan een ander schilderij, net zo groot. Je ziet misschien ook niet meteen wat het voorstelt, maar je wordt getroffen door de warme kleuren. Rood en donkergeel en nog meer. Diepe kleuren die diepte geven. Ze omringen de figuren die je in het midden ziet. Als vanzelf wordt je blik het schilderij in getrokken. Je wordt nieuwsgierig: wat is hier te zien en te beleven? Wat zou er verderop zijn in deze beeldwereld? Je raakt niet snel uitgekeken en ontdekt telkens nieuwe dingen.
Welk schilderij zou u aan de muur willen hangen? Twee werelden, de één vaal en dof, de andere vol kleur en glans. Twee werelden: de ene is het leven zonder Jezus, de andere een leven met Hem. Van welk schilderij zou je deel willen zijn?

[(niet) van jezelf zijn]
Het grijzige, vale, troosteloze beeld – dat is de wereld van veel mensen nu. Zo negatief? denkt u misschien. Ja! Zeker voor degenen die meer bewust in de wereld staan. Schrijvers van hedendaagse literatuur hebben vaak een haarfijn gevoel voor wat er leeft. Wat vind je vaak een soort troosteloze ondertoon in hun boeken! Eenzaamheid, omdat echt contact met de ander onmogelijk lijkt. Relaties blijken geen stand te houden, ambities worden niet waar. Maar ook als ze wel waar worden bevredigt het niet: ‘is dit het nu?’ De mens is in de wereld geworpen, zonder zin of doel. Een grijze achtergrond zonder diepte.

Van jezelf zijn. Want er is niemand anders. Autonomie, dat betekent: je moet er zelf wat van maken. Genieten, en daarin mag alles, want regels zijn er niet. Succes nastreven, zodat je gezien wordt. En als het niets wordt met je, heb je pech. Het is jouw leven, en jij moet er het beste uithalen!
Dan komt die vraag terug: wat is je houvast in het leven? Dat het goed gaat, zegt iemand. Dat ik gezond ben. Dat er mensen zijn die me nooit zullen laten vallen, zegt een ander. Dat ik intelligent ben en sociaal vaardig, zegt nog iemand. Maar hoe vast is dit alles? Gezondheid kan zomaar ziekte worden. Een slim en sociaal persoon kan óók op straat komen te staan als de grote crisis komt. En hoe vaak bleek niet dat mensen je tóch kunnen laten vallen? Soms ook door stomme dingen die je zelf deed? Veel hedendaagse denkers zeggen ronduit: er ís geen echt houvast. Leef er maar mee!
En dan: wat is je houvast in het sterven? Dan staat de wagen stil. Sterven is gewoon einde verhaal, een zwart gat. Dan is het uit. Houvast, troost? Nee, sorry, je moet er maar mee dealen. Misschien het idee dat je een goed leven hebt gehad, dat dat nog wat troost biedt.
Dit is het levensplaatje van zoveel mensen. Dit is nu wat de catechismus noemt ‘van mijzelf zijn’. De veelgeroemde vrijheid. Niets dat je bindt. Nee, want je hangt stuurloos in het niets… Welke kant je opgaat doet er ten diepste niet toe, want er is geen richting die ergens heel leidt. Schilderij nummer één. ‘Zonder God, zonder hoop in de wereld’ zou de titel kunnen zijn, naar een woord van Paulus.

[van Jezus zijn]
Waarom is dit schilderij eigenlijk zo vaal, zo grijs? Waarom zijn mensen zo leeg, ook als ze de dingen goed voor elkaar hebben? Omdat het licht ontbreekt. Gód is licht, zegt de Bijbel, en ‘in uw licht zien wij het licht’. God wordt uit beeld geduwd, Hij die alles maakte, uit wie en door wie en tot wie alle dingen zijn. Jezus wordt niet toegelaten, Hij die het Licht voor de Wereld is. Want dat is helaas ook zo: denk maar niet dat een boodschap over de enige troost in leven en sterven met open armen ontvangen wordt in een vale wereld. Kerk en God heeft immers afgedaan, en dáár hoef je geen aandacht aan te besteden.
Maar toch is er maar één antwoord. Het licht gaat aan als je Jezus vindt en de zijne wordt. Maar dáár vind ik, en daar vindt de opsteller van de catechismus. Daar hebben duizenden de eeuwen door hun troost en moed en richting in gevonden. Daar, zo hoop ik, vindt ook u het houvast. In Jezus Christus, het licht voor de wereld. Hebt ú het al in Hem gevonden?
Maar, denkt iemand, is dat prettig dan, zo’n iemand boven je, God, Jezus, die het te zeggen heeft? Dat wil ik helemaal niet! ‘Zijn eigendom zijn’ – dat klinkt al helemaal als dat jij eer soort van slaaf bent.
Dan begrijpen we de catechismus echter helemaal verkeerd! ‘Van Jezus zijn’ dat is geen slavernij. Dit is taal van de liefde! We lazen uit het Bijbelboek Hooglied hoe een verliefd meisje zegt: ik ben van mijn liefste, en mijn liefste is van mij! Dat wil zeggen: ik geef mij in liefde aan je over, ik wíl niet anders dan van jou zijn. Zoals iemand onder een brief zette vroeger: voor altijd de jouwe! Zó is het ook als je Jezus leert kennen. Dan ga je van Hem houden, dan wil je je leven aan Hem geven. En tegelijk is het andersom ook – dat toont wel dat ‘zijn van’ niets met overheersing te maken heeft. Een stukje verder in het Hooglied klinkt het andersom: mijn liefste is van mij, en ik ben van hem! Het is een wederzijdse relatie. Jezus is ook het eigendom van de gelovige – je mag Hem toe-eigenen, zoals dat heet.

Wat maakt schilderij nummer 2 zo anders, zo mooi? Het is de liefde. Liefde ván Jezus, en liefde vóór Hem. Ik de zijne, Hij de mijne. Dát geeft de kleur en de warmte en de diepte. Dat je weet, anders dan de mens in schilderij 1, dat je weet: er is iemand die van mij houdt. Er is iemand die om mij geeft. Die álles voor mij over heeft! Want dat is zo. Jezus gaf zelfs zijn léven voor de zijnen. Leven, niet in leegte, maar in liefde. Dát is het verschil. Dát geeft troost en houvast, in leven en sterven! Het is het verschil tussen een zwerver die niet weet waar hij vannacht zal slapen, en een kind met een huis.
Dit is mijn houvast! Dat ik weet van Gods liefde in Jezus. Zijn liefde die mij draagt en leidt, nu en altijd. Wat ben je dan rijk!

[de heilrijke gevolgen]
De catechismus wil er nog veel over zeggen, en geeft zo al een vooruitblik naar wat er komt in het vervolg. Een aantal aspecten van de rijkdom worden aangewezen: voor de zonden betaald – je kunt opnieuw beginnen, altijd! Uit de macht van de duivel verlost – o, blijkbaar ben je toch niet zo vrij en autonoom als je dacht… Hij bewaart, Hij geeft zijn Heilige Geest, Hij vernieuwt. Teveel om nu uit te werken. Maar allemaal uitvloeisel van dat éne: dat ik niet meer alleen in de wereld sta, maar dat ik van Jezus ben, en Hij van mij. Dat ik nu leven mag uit zijn liefde. Dat is mijn enige troost, in leven én in sterven.

Twee dingen zal een mens van nu al snel vragen, die dit alles heeft aangehoord. Ten eerste: hoe weet je dat het echt zo is? Dát er een God is die om mij geeft, dat het heelal niet leeg is? En ten tweede: hoe kom ik dan van schilderij 1 in schilderij twee? Twee belangrijke vragen. Wie daar echt een diepgaand antwoord op wil, moet maar komen luisteren bij de volgende preken vanuit de catechismus. Maar even in het kort: hoe weet je dat het echt zo is? Dat er méér is dan die vale wereld uit schilderij 1? Dat kun je iemand niet bewijzen. Je kunt vooroordelen wegruimen, meet ziet. De Heilige Geest is het, zo zegt de catechismus, die ervan verzekert. God zélf moet het licht laten opgaan in iemands leven. En… dat wil Hij ook! Als iemand Hem zoekt, zal Hij zich laten vinden – vast en zeker! Dan zet Hijzelf je over van het grijze, troosteloze ‘van jezelf zijn’ naar het diepe, rijke troostvolle ‘van Hem zijn’. Ja, en dat heeft van onze kant ook met geloof te maken, maar daar zal de catechismus later meer over zeggen.

[waar zit u?]
Hoe dan ook: wat wordt ons hier een heerlijk beeld voor ogen geschilderd! Van iemand die tróóst kent, houvast. Houvast dat het houdt, altijd, zelfs als je doodgaat. Houvast waarnaast je niets anders nodig hebt. Waar vind je dat? Als je van Jezus bent, en Hij van jou is, als je Hem hebt leren kennen en zijn liefde, als je Hem liefhebt en dient.
Hoe is dat bij u? Want dát is de vraag die overblijft na dit alles. Kunt u uw naam invullen bij de ‘ik’ uit het antwoord van de catechismus? Of word je vooral onrustig van de vraag die u vanavond heel persoonlijk gesteld wordt: wat is nu úw houvast? In welk schilderij herkent u uw leven het meeste, het eerste of het tweede? Waar zit u? En nu zal het bij veel christenen, ook bij mij, niet altijd zo mooi zijn als op schilderij twee. Maar gelóóft u dat het zo kan zijn, en bedoeld is, en te krijgen is bij Jezus? Ik verzeker u: uw leven hoeft níet grijs en zinloos en lees en troosteloos te zijn. Jezus maakt het verschil! En daarom: zoek Hem, ken Hem, blijf bij Hem. Bid en zoek en klop, tot u vindt en krijgt en hebt. Jezus, mijn trouwe Zaligmaker.

Amen

Advertenties