Tags

,

Preek in het kader van het jaarthema ‘geef het geschenk door’. Uit de Bijbel is gelezen: Genesis 12:1-4 en 1 Petrus 3:8-12

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
een tijdje geleden is er een onderzoek gedaan naar zendingswerk in Thailand. Een onderzoeker richtte zich op twee groepen christenen die naar dat land gingen. De eerste groep bestond uit mensen die zich richten op praktische hulp. Zeg maar ontwikkelingswerk. Een dokterspost oprichten, een brug bouwen, weeskinderen opvangen, cursussen geven en ga zo maar door. Dat deden ze vanuit hun christelijke levensovertuiging, daar waren ze niet geheimzinnig over. Maar ze preekten niet en ze deden niet aan evangelisatiecampagnes. Als ze zondags samen kwamen, stond de deur open daar wel. Maar zoals ik al zei: deze groep wilde vooral er zijn voor de mensen en tot zegen zijn in de praktijk.
Dan was er in een andere provincie ook een andere groep bezig. Zij hadden een heel andere insteek. Een duidelijke visie bepaalde hun werk: binnen twee jaar moet iedereen in deze streek minstens één keer de goede boodschap van het evangelie hebben gehoord en begrepen. Iedereen moet het horen dat Jezus de redder is! En daar gingen ze dan ook enthousiast mee bezig. Ze trokken de dorpen langs, ze nodigden mensen uit voor samenkomsten, ze organiseerden een kinderkamp waar de Bijbelverhalen klonken, en ga zo maar door.
De onderzoeker vergeleek deze twee groepen, en wat ze na een tijdje bereikt hadden. De ene groep die bijna alleen doet, en de andere die bijna alleen verkondigt. Eén ding wat hij vond, weinig verbazend, was dat de eerste groep meer impact had op de leefomstandigheden van mensen. Horizontaal effect zou je kunnen zeggen. Maar wat hij ook vond is dat deze groep ook meer ‘verticale’ impact had, om het eens zo te zeggen, op geloofsgebied. In het gebied van de eerste groep waren beduidend méér mensen in Jezus gaan geloven dan in de streek waar die anderen actief waren!
Nu zijn deze twee groepen wel úitersten, daarom had de onderzoeker ze vast ook uitgekozen. De meeste zendingswerkers zullen beide doen, woord en daad gaan meestal samen. Maar de uitkomst van dit onderzoek brengt ons wel bij het thema van vanmorgen: ‘wees een zegen’. Missionair zijn, het evangelie doorgeven, is méér dan een boodschap vertellen. We hoeven niet een los verhaal te vertellen over Gods liefde, we mogen die ook laten zien en voelen. Een zegen zijn, dat is een heel goede manier om Gods geschenk door te geven. De praktijk leert het! Maar ook de Bijbel spreekt daarover, dat gaan we horen.

[wat is zegen]
‘Wees een zegen’, daar gaat het vandaag over. Een eerste vraag is dan natuurlijk: wat is zegen eigenlijk? Wat houdt Gods zegen is, en hoe kun je een ander tot zegen zijn? Daar zou veel over te zeggen zijn, maar laten we het vanmorgen maar eenvoudig houden. Gezegend zijn, dat wil zeggen dat het je goed gaat. Daar zitten heel veel kanten aan: voorspoed, gezondheid, vrede, een goede relatie met anderen, en bovenal, een goede verhouding tot God. Als je iemand zegent, dan wens je dat het hem of haar góed gaat in alle opzichten.
Maar het gaat om méér dan alleen een mooie wens. Een ander zegenen, dat is: die ander het goede toewensen én meewerken dat hij het krijgt. Tot zegen, dat ben je als je een ander helpt. Tot zegen, dat ben je als je luistert naar iemands verhaal. Tot zegen, dat ben je als je de ander op Jezus wijst. Tot zegen, dat ben je als je rijkdom deelt. Ál die dingen. Zegen is breed!
Op al deze manieren mogen we iets van Gods goedheid laten zien. Dit álles is missionair, als je het goed als volgeling van Jezus. Kijk maar naar Jezus zelf. Hij trok het Joodse land door en hij bracht de boodschap: ‘bekeer je, want het Koninkrijk van God is dichtbij!’ Dat had Johannes de Doper ook al gezegd.
Maar Jezus deed meer. Hij liet iets van dat koninkrijk zien in zijn daden. Hij genas zieken, Hij bevrijdde gebondenen. Hij gaf mensen te eten. Hij ging om met mensen die eruit lagen: tollenaars en zondaars. Hij had aandacht voor vrouwen en kinderen. Zó verspreidde Hij zegen: naast zijn woorden minstens zoveel in daden. En zó is ook de opdracht aan ons: wees een zegen!

[Bijbelse opdracht: wees een zegen]
We lazen uit Genesis 12 hoe de Here Abram roept. Hij belooft hem grote dingen, het woord ‘zegen’ komt telkens terug. En midden tussen die beloften staat een opdracht, Genesis 12:2 het slot ‘wees een zegen!’ Niet in alle vertalingen is dat even duidelijk te zien, maar zó staat het er letterlijk: ‘wees een zegen’. God zegent Abraham, belooft hem veel, maar dan geeft Hij meteen op deze opdracht. Jij, gezegende, wéés ook een zegen. Het is de bedoeling dat de zegen die God aan Abraham geeft, zich als een olievlek zal verspreiden. In zijn omgeving, en uiteindelijk zelfs in heel de wereld. ‘In u zullen alle volken van de aarde gezegend worden’ – dat wijst al naar Jezus, de grote nakomeling van Abraham.
Abraham moet tot een zegen zijn. Deze opdracht geldt ook voor zijn nageslacht, het volk Israël. Hun roeping is om een licht voor de volken te zijn, te tonen hoe goed het is om met de Here te leven.
Ook in het Nieuwe Testament komen we deze opdracht tegen. Ze geldt voor ieder die bij Jezus hoort en door Hem mag delen in Gods zegen. De apostel Petrus schrijft in zijn eerste brief, we hoorden het: “Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.” Jezus zei het ook al in de Bergrede “zegen wie u vervloeken, doe goed aan hen die u haten”. Een opdracht voor elke christen: zegenen in woord en daad. En voor alle duidelijkheid: dit geldt niet alleen tegenover wie vijandig doet, maar tegenover alle mensen. Jezus en Petrus noemen het uiterste voorbeeld: wees zélfs tot zegen voor je vijanden. Dus natuurlijk ook voor de rest. Wees een zegen!

[hoe concreet?]
Mooi, denkt u misschien, maar hoe doe je dat? Hoe kan ik voor anderen tot een zegen zijn? Volgens mij kan iedereen daar best wel het een en ander bij verzinnen. Je hoeft je alleen maar aan Jezus’ woorden te spiegelen “wat jij wilt dat u geschiedt, doe dat ook voor een ander”. Maar laat ik toch een aantal dingen noemen. Praktische handvatten om tot zegen te zijn en zo het geschenk door te geven!
Allereerst kun je zegenen met woorden – en dan bedoel ik niet dat u zegt ‘ik zegen u’ of ‘moge God u zegenen’. In het Grieks, waarin Petrus schrijft, staat er voor ‘zegenen’ een woord dat betekent ‘goed spreken’. Wat kunnen bemoedigende woorden veel goed doen! Denk aan een complimentje, iets goed over iemand zeggen. Daar kun je zo weer en paar dagen mee vooruit! Iemand laten weten dat je aan hem of haar denkt, meeleeft in mooie en moeilijke momenten. Dat kan face-to-face, maar ook per app of mail of met een ouderwetse kaart. Een zegen ben je zo! Ook al zeg je misschien ‘ik ben daar niet zo van hoor’ – denk eens terug aan dat een ander iets goeds tegen je zei. Een woord van bemoediging is als zuurstof voor de ziel. Bedenk eens hoeveel bemoedigende en zegenende woorden de Here God ons stuurt in de Bijbel en in de kerk. Wie zegen verspreidt met woorden, laat zo iets zien van Hem.
Een zegen zijn kan natuurlijk ook in daden. Ik zei al: een zegen zijn is woord én daad. Net als Gods zegen niet alleen in mooie woorden bestaat, maar in duizend dingen die Hij ons geeft. Hoe kun je dan een zegen zijn in je daden? Wel, heel eenvoudig, denk maar aan het helpen van een ander. Praktische steun geven in je omgeving. En dat kan werkelijk op honderd manieren. Het gras maaien van een oud iemand die dat moeilijk meer kan. Een avondje oppassen bij kennissen zodat ze samen weg kunnen. Helpen met klussen, de planten water geven in de vakantie. En ga zo maar door.
Ieder heeft hierin zijn gaven: de een kan de administratie doen van een oudere, terwijl een ander daar niets mee heeft maar graag koffie gaat drinken bij iemand met weinig netwerk – waar die eerste dan weer weinig zin in heeft. Bent u weleens een zegen?
Ten slotte is er nog een manier om tot zegen te zijn: door te geven. Dat kan aan een goed doel, of aan de kerk, maar ik bedoel vooral: concreet iets geven aan iemand om je heen. Ik zie het gelukkig gebeuren: hoe mensen een bloemetje brengen, of iets uit eigen tuin of kas. Maar ook grotere dingen. Een volgeling van Jezus is gul! Je hoeft niet aan je spullen te hangen, want daar ontleen je je eigenwaarde niet aan – toch? Of leen het uit, van je boormachine tot je auto. Geef tijd, geef geld, geef goederen. Geef doordacht en met vreugde. Daar word je niet armer van, maar rijker.

[uitdaging en motivatie]
Wees een zegen, dus. In woorden, in daden, in gaven. En voor wie? Daar is Jezus heel helder over: voor je naasten. Dat is iedereen, zowel in de kerk als erbuiten. Om zo Gods zegen door te geven, onderling en naar buiten. Vraag je dus vanmorgen eens af: voor wie kan ik deze week tot zegen zijn? En doe het!
Ik las deze week een mooi beeld. Een christen is niet bedoeld om een Dode zee te zijn, maar een stromende rivier. U kent de Dode zee wel, denk ik. Daar stroomt wel water in, de rivier de Jordaan, maar geen water uit. En het gevolg: het water is stilstaand en dood en zout. Niets kan daar leven. Terwijl aan de oevers van een stromende rivier de planten prachtig groeien en de dieren kunnen drinken. Pas dit eens toe op het leven met God. De Here geeft ons zoveel zegen, Hij geeft ons het goede in zoveel opzichten: voedsel en kleding. Vrijheid en gezondheidszorg. Mensen om u heen en een dak boven uw hoofd. En dat niet alleen! Hij geeft u deze gemeente, broeders en zusters. Hij geeft u zichzelf. Zijn genade en liefde. De vergeving en vernieuwing die Jezus brengt – ze zijn voor u! Vrede en vreugde door de Heilige Geest, Hij wil het geven. Ik zou wel door kunnen gaan. De zegen vloeit, bij God vandaan.
En hoe vloeit het bij u vandaan? Ontvangt u, maar geeft u niets door? Dan wordt u een dode zee! Maar wie dóórgeeft, wie de gaven en genade verder laat gaan, die zal zijn als een rivier!
En ja, dan is dus één ding nodig: dat we zelf steeds weer naar Hem gaan, om zijn zegen te ontvangen. Om gevuld te worden met zijn Geest, om zijn genade weer te ontvangen en proeven. Dán, dán alleen kun je tot zegen zijn, het geschenk doorgeven: als je eerste zelf ontvangt. Vanuit een ‘moeten’ lukt het niet, dat maakt slechts moe. Maar wie leeft uit de bron, wie ontvangt van God, díe zal tot zegen zijn – dan gaat het als vanzelf. Hoe is dat bij u?

[zegen zonder bijbedoeling]
Wees een zegen! Dat is de opdracht. Let op: dit is niet slechts bedoeld als ‘opstapje om te evangeliseren’. Dat kan het wel zijn, en dat is goed! Maar als je alleen maar een ander helpt, of aardig bent, omdat je iets van die ander wilt, dan wordt het al heel snel onoprecht. Dat voelen mensen meteen. Nee, een zegen zijn ís al missionair op zich. Ook als daar geen gesprek uit volgt of wat dan ook. Goed doen, zegen verspreiden is waardevol op zich. Wij zijn vaak erg resultaatgericht in onze maatschappij – ook in de kerk als we missionair willen gaan doen. Maar laat het gaan om God en de ander, niet om onze resultaten. Paulus zegt ‘wees standvastig, onwankelbaar, steeds overvloedig in het werk van de Heer, want u weet dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Heer’. In de Heer – in zijn ogen! Daar gaat het om. En hoe doet Hij het zelf? Hij laat zijn zon opgaan over goeden en slechten, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Doe dus ook maar zo. Ook die buurman die zelden dankjewel zegt en van de kerk niets moet hebben. Ook hij mag iets van Gods zegen ontvangen als u naar hem om blíjft kijken.
En trouwens, de resultaten – weet u nog van die twee groepen uit het begin van de preek? Juist als je het er niet om doet, wil God je gebruiken om zijn koninkrijk te bouwen!

[slot]
Wees een zegen! Doet u dat, doe ik dat? Een lastige vraag om zelf te beantwoorden denk ik. Er zijn veel mensen die de lamp op hun rug dragen. Iedereen ziet het, behalve zijzelf. Maar het gaat er niet om of we tevreden zijn over onszelf. Het gaat er zélfs niet om dat de Here God u goed genoeg vindt. Hij geeft zijn zegen uit genade. Jezus heeft alles verdiend. Door Hem stroomt de zegen, eens al aan Abram beloofd, de hele wereld over. Ook naar ons. Laten we dan léven uit die zegen, onze leegte laten vullen door zijn volheid. Om dan ook zelf een zegen te zijn. Omdat, zegt Petrus, “omdat u weet dat u daartoe geroepen bent. Opdat u zegen zult beërven”
Lof zij Christus in eeuwigheid!

Amen

 

 

Advertenties