Tags

, , , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Romeinen 1:16-17 en 5:1-11

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: niet bij brood alleen]
het is vandaag dankdag voor gewas en arbeid, zoals dat vanouds heet. Een dag om te danken wat God ons geeft aan zegeningen. Dat de oogst is binnengehaald, dat het werk werd gezegend. Duidelijk afkomstig uit een tijd dat de mensen nog meer met de seizoenen leefden. Maar ook in 2017 is het een goede zaak om God te danken voor zijn concrete zegen, voor brood op de plank en voor alles wat groeit – ook in de kassen.
Echter: kun je dan alleen God danken bij voorspoed? Wat als de aardappeloogst mislukt, of als de paprika’s zo weinig opbrengen dat geen teler ervan leven kan? Wat zou je danken voor arbeid als je je baan verloor? Dan is dank toch erg afhankelijk van de omstandigheden. Nu hebben wij het over het algemeen goed, hier in Nederland, dus er ís genoeg te danken, ook als er dingen minder zijn. We hebben een dak boven het hoofd, we hoeven geen honger te lijden, er is vrede en voor de meeste mensen ook welvaart. Goed om daar bij stil te staan, al was het alleen maar vandaag!
Maar nogmaals: wat als het niet goed gaat? In de Bijbel staat ergens ‘dank God in alles’, in alle omstandigheden. Maar kan dat wel? Natuurlijk kun je danken als je bijvoorbeeld uit het ziekenhuis kwam en beter werd. Maar kan dat ook als je ziekenhuis in en ziekenhuis uit gaat, en níet beter wordt, alleen maar achteruit gaat? Kun je ook danken als je bedrijf failliet ging, of je kind gaat scheiden, of… Nou ja, vul maar aan.
‘Dank God in alles’. Is er dan méér om voor te danken dan gewas en arbeid, dan voorspoed en meewind? Want nee, natuurlijk hoef je God niet te danken voor slechte dingen. Maar tóch, toch moet ook dan onze dank niet verstommen. De Here geeft nog zoveel méér dan aards welvaren! Bijvoorbeeld dit: de rechtvaardiging door het geloof. Eh? Wat is dat? – denkt u misschien. Wel, daar gaan we vanavond bij stilstaan.

[de Reformatie, werk van God]
Het was gisteren de gedenkdag van 500 jaar Reformatie. Een half millennium protestantisme. Op 31 oktober 1517 spijkerde de monnik Maarten Luther een papier met 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg. Hij protesteerde daarmee tegen bepaalde misstanden in de kerk van die tijd, een kerk die in diep verval verkeerde. Luther had helemaal niet het plan om een revolutie te ontketenen, nog veel minder om een nieuwe kerk te stichten. Maar zijn stellingen op die deur waren het begin van een grote omwenteling, een reformatie, een vernieuwing, een terugkeer naar de kern van het evangelie. Dit was geen mensenwerk, dit was het werk van Gods Geest! Luther werd vervolgd, duizenden aanhangers van de nieuwe leer werden ter dood gebracht, en tóch was de beweging niet te stuiten. God zelf zorgde voor nieuw vuur, voor geloof en moed. Helaas scheurde kerk wel, voortaan waren en protestanten en katholieken. Maar ook in de rooms-katholieke kerk had de Reformatie positief effect: misstanden werden uitgebannen en er kwam bijvoorbeeld meer nadruk op prediking en catechese.
Vandaag mogen we danken voor de Reformatie! Want het is dáárdoor dat wij, en miljoenen anderen, van de kern van het Evangelie mogen weten. Wat een zegen is dat, dat hier elke weet Gods goede boodschap mag klinken. Moeten we dáár God niet voor danken. En wat een nog grotere zegen dat u en ik die boodschap mogen gaan geloven. De kern van het evangelie: De rechtvaardiging door het geloof!

[Luthers ontdekking]
Maar wat is dat dan? Daar zit een verhaal aan vast, bij de Bijbeltekst die we lazen, Romeinen 1:16-17. Maarten Luther had eerst een hekel aan die tekst, waar staat: in het evangelie wordt de gerechtigheid van God geopenbaard. De gerechtigheid van God – dat vond Luther helemaal geen evangelie, geen goede boodschap. Gerechtigheid van God, dat wil immers zeggen dat God rechtvaardig is, eerlijk, een rechtvaardige rechter! En daar werd Luther niet enthousiast van maar bang. Hij was immers een zondaar, net als ieder mens! Gods gerechtigheid, dat betekent dat God mensen die ongerechtigheid doen wel moet veroordelen! Gods gerechtigheid, een dreigend woord. Luther schrijft heel eerlijk “in plaats van de rechtvaardige God lief te hebben, haatte ik Hem eigenlijk”.
Maar toen, toen leerde Luther dat deze woorden iets anders betekenen. Niet een dreiging, maar juist een geweldige belofte. Luther schrijft: het was alsof ik door een open deur het paradijs zelf was binnen gegaan. Toen kon hij wel een dankdag houden! En voor die ontdekking mogen ook wij vandaag bijzonder dankbaar zijn.

[de rechtvaardiging door het geloof]
Wat ontdekte Luther dan? Wel, de gerechtigheid van God is niet een eigenschap van Hem, maar iets dat Hij aan mensen geeft. Eerst begreep het het als ‘de gerechtigheid die aan God toebehoort’, maar nu leerde hij dat je het moet opvatten als ‘de gerechtigheid die van God uitgaat’, die Hij aan mensen geeft. Hij, de rechtvaardige, maakt mensen rechtvaardig – Hij zorgt zelf dat mensen in de goede verhouding tot Hem komen te staan. We hoorden het uit Romeinen 5: wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof… Het is wat God geeft, niet alleen wat Hij is! En daarom kunnen zondige mensen bij Hem horen. je zou het kunnen opvatten als bij een rechtbank. God verklaart mensen rechtvaardig, spreekt hen vrij, omdat Jezus zijn leven gaf als betaling voor de zonden. God zegt tegen wie gelooft: ik zie jou rechtvaardig, niet schuldig! En als Hij het zegt, is het zo.
Sommige hedendaagse theologen zeggen dat Luther niet helemaal gelijk had. ‘God is rechtvaardig’ is volgens hen wel een eigenschap van God zelf. Maar, zo zeggen ze in het licht van het Oude Testament, het betekent ‘God zet dingen recht’. Hij redt mensen van de ondergang, van de macht van zonde en dood.
Feitelijk maakt het niet veel uit. Hoe het ook precies zit: dít is de boodschap van Paulus, de herontdekking van de Reformatie: God maakt het goed tussen Hemzelf en mensen. Je hoeft niet bang te zijn voor zijn strenge oordeel, maar je mag vertrouwen op zijn genade.
Wat een bevrijdende boodschap! Voor u klinkt het misschien bekend. Maar in de tijd van de Reformatie was dit diep weggezakt. De mensen leefden veel meer met het idee dat ze het moesten verdienen bij God, door goed en vroom te leven. Ze waren onzeker of het wel goed zou komen met hen na de dood. De kerk had zelfs een heel systeem waarmee je je heil min of meer kon verdienen. Met bedevaarten of aflaten, of het laten lezen van missen. Maar niet door eenvoudig op Gods genade te vertrouwen!
Want dát is de manier om er deel aan te krijgen. Geloven, dat is: vertrouwen op Gods genade. Geloven is niet onze prestatie, maar het uitsteken van een lege hand om Gods grote geschenk van rechtvaardigheid te ontvangen. Dat is de grote ontdekking van de Reformatie: Sola fide – alleen geloof. Sola gratia – alleen Gods genade. De kern van het evangelie. Zouden we niet heel dankbaar zijn dat God zelf dat weer voor het voetlicht bracht? Dank voor de ontdekking van de reformatie!

[geestelijke zegeningen eruit]
Maar laten we dan wel een stap verder gaan. Niet slechts dat dit weer bekend is geworden, de rechtvaardiging door het geloof. Laten we ons dit geschenk in geloof toe-eigenen! Zeggen: Here God, ik weet dat ik uit mezelf niet kan bestaan voor u. Maar ik dank u dat U mij, onrechtvaardige, rechtvaardig maakt door Jezus. Daar wil ik op vertrouwen! Als je zo gelooft, dan ís het ook waar. Dan hoor je bij Hem – onverdiend! Dan mag het ook voor u gelden wat Luther zei, dat de poorten van het paradijs als het ware open gaan.
Want, zo lezen we in Romeinen 5, wat krijg je een zegeningen als je zo bij God mag horen. Dan zijn er nog veel méér dingen om voor te danken. Laten we gewoon de tekst eens langs gaan. Paulus schrijft: “wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus”. Vrede, dat is het eerste. Het conflict bijgelegd. Weten dat er een God is, dat is het eerste – dat sprak in de tijd van Luther vanzelf maar nu niet meer. Maar dan ook het tweede: weten dat er een God is, en dat het góed is met Hem. Dat Hij je ziet als rechtvaardig. Vrede – als een meer in de avond, als de wind is gaan liggen. Geen rimpel meer te zien, alleen de weerspiegeling van de hemel.
Vrede. Maar er is meer. Toegang tot de genade: tot alles wat God geeft aan goeds, nu al. Het leven met Hem, het weten een kind van Hem te zijn, en zoveel meer. Je mag erin stáán, zegt Paulus, het is de basis voor je leven, deze nieuwe verhouding tot God, tot Jezus als Heer.
En nóg meer zegen is weggelegd voor wie gerechtvaardigd is. Hoop op de heerlijkheid van God. Hoop op wat nog komen gaat: een eeuwig leven met Hem. Hoop op Gods nieuwe wereld die komt, en waar jij dan komen mag. Waar je Jezus zien zult zoals Hij is, en in zijn nabijheid mag verkeren voor altijd. Wat een hoop, juist ook als het in aards opzicht niet voor de wind gaat. “Hoop”, zegt Paulus vervolgens, “die niet beschaamd zal worden, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest”. Liefde van God in je hart, en liefde voor God. Dát geeft de Heilige Geest aan wie in de nieuwe verhouding tot God staat. Een stukje hemel op aarde, af en toe – of misschien gewoon een stille zekerheid: Hij is de mijne en ik ben van Hem!

[dus: reden tot dank/roem, ook zonder voorspoed]
Wat en geweldige dingen geeft de Here! En het mag allemaal van u zijn, als u slechts gelooft – vertrouwt op God die in zijn genade onrechtvaardigen rechtvaardig maakt. Vrede, toegang tot de genade, hoop, liefde die de Geest geeft… En er zou nog meer te noemen zijn. Is er dan geen reden om God te danken, altijd? Misschien hebt u een mooi jaar gehad, vol voorspoed. Maar misschien was het voor een ander juist een vreselijke tijd, vol tegenslag en ellende en moeilijkheden. Dan lukt het haast niet om te danken voor aardse zegeningen, als die er weinig zijn. (Hoewel… wie zijn zegeningen telt, zal nog verbaasd zijn. Alleen is het soms zo moeilijk om ze te gaan tellen)
Maar ook als het op aards vlak moeilijk en donker is, dan zijn er tóch die zegeningen die Paulus noemt. De liefde van God – wanneer geen mens om je lijkt te geven. De hoop op heerlijkheid – ook als er op aarde weinig hoop meer is. Vrede met God – ook als mensen ruzie maken. Kijk naar díe zegeningen, en dank dáárvoor. En bovenal voor de grote bron van alles: de rechtvaardiging. Dat God u wil aannemen in genade. Door Jezus. Die grote gave, dat Hij zichzelf wilde geven voor u en jou en mij. Dank boven alles dáárvoor!
Dan kun je toch danken, ook als de dingen donker zijn. Paulus zegt het: wij roemen ook in de verdrukkingen. Ja, want soms ís het leven moeilijk. En een gelovig leven soms wel in het bijzonder, als er naast moeilijkheden ook nog twijfels de kop kunnen opsteken. Maar toch zijn er dan die geestelijke zegeningen die Hij geeft. De vrede, de liefde, de hoop op heerlijkheid. Als je dat in het oog mag hebben, dan kun je tóch zingen. Zingen zoals Luther deed, die ontzaglijke woorden ‘delf vrouw en kindren ‘t graf, neem goed en bloed ons af – het brengt u geen gewin, wij gaan ten hemel in, en erven koninkrijken’. Dit demonstreert wat Paulus zegt: wij roemen, ook in de verdrukkingen! En waarom? Omdat hij wist van de rechtvaardiging door het geloof, en de beloftes die daarbij horen.

[slot]
Zo vieren we dankdag vandaag. Is er dan niet genoeg reden om te danken? Laten we maar beginnen bij de concrete aardse zegeningen. Wij zijn aardse mensen, en het is lastig voor ons om geestelijke dingen even werkelijk te vinden als tastbare. Dus laten we met die laatste beginnen. Danken voor aardse zegen als die er is – en is dat niet zo? Voedsel, kleding, onderdak, oogst en arbeid. Dan hebben we állen daarin dingen om te danken, ook als er wellicht ook zorg genoeg is.
We mogen vandaag ook wel danken voor het wonder van de Reformatie. Dat het christelijk geloof niet is afgegleden tot een godsdienst als alle andere, maar dat God Zelf die grote opwekking gaf in de kerk van Europa. Wat een zegen voor ons continent, voor zovele miljoenen, en ook voor ons. Danken mogen we, dat ook wij dankzij mensen als Luther en Calvijn mogen weten van genade, van geloof alleen, van de Bijbel boven alles.
En bovenal, laten we de Here danken om die kern van het evangelie, door de Reformatie weer in het licht getild: de rechtvaardiging door het geloof. God die u aanneemt, niet om wat u bent, maar om wat Hij is. God die onrechtvaardige mensen rechtvaardig verklaart en hen zijn zegeningen geeft: vrede, hoop, liefde, vergeving. Zijn Heilige Geest.
Is er dan niet genoeg te danken? In voor- of in tegenspoed, Hij geeft meer dan wij ooit bedachten!
Daar gaan we van zingen uit gezang 44 ‘dank, dank nu allen God’.

Amen

Advertenties