Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Deuteronomium 33:1-5 en 26-29

Gemeente van Jezus Christus, gasten, genodigden,

[intro]
in gedachten zie ik Mozes daar staan, de oude Godsman. Hij leunt op zijn stok, zijn gezicht is verweerd door de zon en de woestijnwind. Daar staat hij, op een rotsige verhoging, en hij laat zijn blik gaan over de mensen. Oud is hij, honderdtwintig jaar is hij, zegt de Bijbel, maar zijn ogen staan nog helder. Heel het volk heeft zich verzameld om naar hem te luisteren. Wat hebben ze samen veel meegemaakt! Jarenlang heeft Mozes het volk Israël door de woestijn geleid, op weg naar het beloofde land. Nu zijn ze er bijna, in de verte zie je de bergen al liggen. Maar nu, juist nu, moet Mozes afscheid nemen. Zijn tijd als leider zit erop. Hij zal sterven, hij zal zelf het land niet binnengaan.
Mozes heeft al een hele toespraak gehouden. En nu, nu wordt het stil. Je hoort de wind waaien tussen de tenten. Mozes heft zijn handen voor een laatste zegen. Iedereen zwijgt vol ontzag en luistert. Dan begint Mozes te spreken. Hij zegent het volk, zoals een vader zijn kinderen!
Wat komt Mozes hier naar voren als een bijzondere leider. Hij doet niet als andere leiders uit die tijd, die hun herinnering wilden doen voortleven door monumenten of grote graftombes. Mozes hééft straks niet eens een graf waar je heen kunt gaan. Het gaat hem niet om zichzelf. Nee, hij richt zich op de HERE, de God van Israël. Hij wijst naar Hem bij zijn afscheid!
Vanmorgen, gemeente, neem ik afscheid van u. Dan geldt ten diepste hetzelfde. Het moet niet gaan om mij die afscheid neemt. Nee, de HERE moet centraal staan. Een voorganger is een voorbijganger, een predikant is een passant, dat is nu eenmaal zo. Dat ik wegga, is niet zo belangrijk. Veel belangrijker is Gods zegenende nabijheid. Dáár spreekt Mozes over, met daarop te wijzen wil ik ook mijn jaren hier afsluiten.

[de context]
Mozes spreekt zegenwoorden over elk van de stammen van Israël. Dat gedeelte, vers 6 tot 25, heb ik weggelaten uit de Schriftlezing, het is nogal lang en staat verder van ons af. Maar aan het begin en het einde van zijn zegenwoorden focust Mozes op God, de grote Gever van de zegen. Die woorden lazen we samen en daar wil ik bij stilstaan.
Het Hebreeuws van deze zegenwoorden is heel lastig. Toen ik het voorlas, dacht u misschien soms al: wat staat hier nu? ‘een vurige wet’, of ‘hij rijdt op de hemel’, en nog meer vreemde bewoordingen… Mensen die een andere Bijbelvertaling bij zich hebben dan wat in de liturgie staat afgedrukt, hebben misschien gemerkt dat er flinke verschillen zijn tussen vertalingen. Soms is gewoon niet erg duidelijk wat de oude woorden betekenen. Bij de voorbereiding dacht ik daarom wel even: hmm… moet ik nu zo’n hoofdbrekend stukje oude tekst kiezen voor mijn afscheid? Maar… de hoofdzaak is gelukkig duidelijk. Het gaat erover dat de HERE, de God van Israël, machtig is en ontzagwekkend, en dat Hij zijn volk regeert en bijstaat.
In het bijzonder wil ik vanmorgen inzoomen op wat er staat in vers 27a. Die woorden zijn helder genoeg, zelfs als je van hele verband niets weet. “De eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen”. Wat kan er veel zitten in korte zinnen! Ik wil ze u graag meegeven bij mijn afscheid. Wat in de grondtaal staat is nog korter, slechts zes woorden, zo kort kan onze taal het niet. Het is alsof ze in graniet gebeiteld moeten worden en daarom zo kort en krachtig mogelijk moeten zijn! Letterlijk staat er ongeveer dit: “een woning de aloude God, van onderen eeuwige armen”.
Bij deze woorden wil ik verder met u stilstaan, en dat wil ik doen vanuit drie gezichtspunten: heden, verleden en toekomst. Je kunt de zin namelijk op verschillende manieren lezen. De vertaling die in de liturgie staat kiest de tegenwoordige tijd: ‘de eeuwige God is voor u een woning’. Je zou echter ook kunnen kiezen voor de verleden tijd: ‘de eeuwige God was…’ Of, en zo doet de oude Statenvertaling het, je kunt het opvatten als een wens: ‘de eeuwige God zij u een woning…’ Het Hebreeuws heeft alledrie in zich, en alledrie heeft ons iets te zeggen.

[het heden, uitleg kernwoorden]
Allereerst de tegenwoordige tijd. In de vertaling die wij lazen staat “De eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen”. Kort en krachtig: zo ís het, zo is de HERE voor wie bij Hem hoort, altijd, ook nu. Daar kun je van op aan, zo houdt Mozes het volk voor. Zo mogen ook wij het vanmorgen horen en geloven.
Twee beelden worden hier gebruikt, elk met hun eigen nadruk. Allereerst wordt God ‘een woning’ genoemd. Maar wat wil dat eigenlijk zeggen? Het woord dat hier staat is niet het gewone woord voor huis. Er staat hier een ander woord, dat meer de betekenis heeft van schuilplaats, een plek waar je veilig bent. Als er gevaar is, dan kun je erheen vluchten en ben je veilig! Als je vol zit met zorgen, kun je je er terugtrekken en tot rust komen. Is het niet geweldig als je zo’n plek hebt?
Nu mogen wij horen vandaag: Gód is zo’n schuilplaats voor zijn volk! Wat is dit een geweldig beeld. Want het zegt: in alle moeilijke dingen die op je af komen, kun je bij Hem terecht. Zoek je rust? Die is bij Hem! Zoek je veiligheid? Hij kan het geven! Niet alleen tijdelijk, maar voor altijd.
God is een schuilplaats! Echter, wat is dan het adres ervan? Hoe ga je er naar toe? Dat doe je door te bidden, Hem te vragen je te helpen. En dat doe je door te geloven, door je vertrouwen op Hem te stellen. Zo ga je de schuilplaats binnen. Met Hem ben je veilig, zelfs in het oog van de storm!
Met een ander beeld zegt de tekst “onder u zijn eeuwige armen”. Wat wil dat zeggen? Dan denk ik direct aan Jezus die zich de goede herder noemt. De eerste christenen beeldden Hem vaak zo af, als een herder die een schaapje in zijn armen draagt.  “Onder u zijn eeuwige armen”. Jezus is de goede herder die zorgt voor de schapen. Die zelfs zijn leven voor hen gaf. Zóveel heeft Hij over voor hen! Als je naar Jezus kijkt, dan zie je ten diepste wat deze woorden betekenen. Wat ben je gezegend als je een schaap bent van zijn kudde! En hoe je dat wordt? Door je in geloof aan Hem over te geven, en voortaan Hem te volgen!
Het klinkt misschien wel heel mooi allemaal: schuilplaats, armen die dragen… Betekent het dat je nooit meer moeilijkheden hebt als je gelooft? Ach welnee! Die schuilplaats heb je juist nodig omdat er gevaren zijn. Die armen vangen je juist op omdat je valt. Het leven is geen geplaveid pad, ook niet als je gelooft. Maar wél mag je weten: Hij is erbij! Dat geldt in het persoonlijke leven, dat geldt ook voor de gemeente als geheel. Zal de zoektocht naar een nieuwe predikant voorspoedig gaan? Zullen zich geen problemen en onzekerheden voordoen? Maar in dat alles mogen we vertrouwen: “de eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen”.

[verleden]
Bovendien, en dat is het tweede gezichtspunt, mogen we naar het verleden kijken. “De eeuwige God was uw schuilplaats, zijn armen droegen u” – die vertaling past minstens zo goed bij de context. Ik kan me voorstellen dat Mozes, nu aan het einde van zijn reis gekomen, terugkijkt. Hij kan de mensen die voor hem staan herinneren aan het verleden. Hoe heeft de HERE ze niet telkens geholpen! Hij bevrijdde ze uit de slavernij van Egypte. Hij beschermde ze tegen vijanden tijdens de lange reis door de woestijn. Hij gaf zijn goede wet om hen richting te geven, en hij heeft ze tot aan de rand van het beloofde land gebracht. Tijdens de jaren in de wildernis gaf hij water uit de rots en manna uit de hemel om ze te voeden. Mozes kan naar waarheid zeggen “de eeuwige God was voor u een woning”. Zou zijn volk dan ook niet voor de toekomst op Hem kunnen vertrouwen?
Bij advertenties voor beleggingsproducten zie je soms wel eens staan ‘in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst’. Bij God echter geldt dat wél! Hij wordt hier niet voor niets genoemd ‘de aloude’ of ‘de eeuwige God’. Dat wil zeggen: Hij is altijd dezelfde, Hij is stabiel, op Hem kun je bouwen. Als we zien in de Bijbel hoe God zijn volk toen droeg, mag ons dat moed geven.
God werkt echter niet alleen in een grijs verleden! Juist op een dag als vandaag mogen we terugkijken op de vele goede dingen die God heeft gegeven. Niet alleen in de jaren dat ik hier predikant was, maar al lang daarvoor. Het ontstaan van deze gemeente is door velen beleefd als een wonder van God. Zijn eeuwige armen hebben gedragen, ook de afgelopen jaren, tot nu toe! Elke week klonk hier het Evangelie – wekelijks manna om van te leven. Het heilig Avondmaal werd gevierd, kinderen werden gedoopt. Terugkijkend zie je zijn eeuwige armen onder ons. Dan is vandaag een dag om dankbaar te zijn voor wat er was. En… juist dat terugzien geeft vertrouwen voor de toekomst. Al is straks de eigen predikant dan weg, de eeuwige God is dezelfde – gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!

[wens voor de toekomst]
Zo neemt Mozes afscheid van het volk dat hij leidde. Hij wijst niet naar zichzelf, hij wijst op de HERE. Van Hem moeten ze het hebben! Daarom, en dat is het derde gezichtspunt, zijn deze woorden ook een wens. De wens van Mozes, en ook mijn wens voor deze gemeente als ik weg ben. Je kunt namelijk ook als volgt vertalen: “moge de eeuwige God voor u een schuilplaats zijn, mogen onder u zijn eeuwige armen zijn!” Dat is toch het beste wat je iemand maar kunt toewensen? Als je dat hebt, heb je alles!
Het volk Israël staat aan de rand van het beloofde land, maar… daar wonen andere, vijandige volken. Daar is onbekend terrein. Daar wacht strijd. Hoe zal het verder gaan? Mozes weet: er is maar één zekerheid. Als ze zich bij de HERE houden, dán komt het goed. Zo geldt het ook voor u als gemeente, en voor ieder van u persoonlijk: als je het maar bij de HERE zoekt, dán zal het goed zijn! In de vacante periode als gemeente, in alles wat spelen kan in uw of jouw eigen leven: zoek het bij God, dán zit je goed! Dan zit je in de schuilplaats, dan word je gedragen.
Dit is niet iets dat vanzelf goed gaat. Het is helaas bij Israël gebleken. Ondanks Mozes’ zegen, ondanks het verbond, gingen ze bij God vandaan. En het gevolg: uiteindelijk kwamen ze zelfs in ballingschap terecht. Een waarschuwend voorbeeld! Houd vast aan de HERE, anders is er geen toekomst. Voor een gemeente niet, en voor u of jou persoonlijk niet. Dan loop je dood! Maar ga je met Hem, dan ben je gezegend. “Moge de eeuwige God voor u een schuilplaats zijn, mogen onder u zijn eeuwige armen zijn” – dat wens ik u allen toe!

[slotje]
Mozes neemt afscheid van zijn volk. Kan hij ze wel loslaten? Ja! Weet u waarom? Omdat het niet zíjn volk is, maar Gods volk. Het is in zijn handen. Om dezelfde reden laat ik vol vertrouwen de gemeente van Poeldijk los. Niet mijn gemeente, nooit geweest ook – Gods gemeente. Wie kan er beter voor zorgen dan Hij? Laat Hij de bron zijn van al ons vertrouwen, Hij die machtig is én zich aan mensen verbindt, Hij die wetten geeft én zonden vergeeft. Al ga ik weg, zijn goede boodschap zal hier blijven klinken. Blijf dan vertrouwen op Hem, zoek hem in gebed. Zoek nergens anders een schuilplaats of steun. Dan zult u ervaren hoe waar deze woorden zijn: “de eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen”. Dan zal het goed zijn!

Amen

Advertenties