Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Mozes klimt omhoog, de berg Nebo op. Hij stijgt op boven het rumoer van de mensen, boven alle drukte in het tentenkamp van het volk Israël. Jaren lang heeft hij het geleid, maar nu gaat hij alleen. Alleen omhoog, zijn laatste reis, de berg op. Honderdtwintig jaar is Mozes, Bijbelse maximumlengte voor een mensenleven. Toch kan hij de steile tocht bergopwaarts voltooien. Zijn kracht is niet afgenomen, zijn oog is nog helder.
En toch… Mozes mag niet verder. God heeft gezegd: zijn tijd is gekomen. Daar, boven op de berg zal hij sterven. Sterven met uitzicht op het beloofde land, dat wel. Sterven met de HEER direct naast hem, dat ook. Maar toch: sterven. Hijzelf zou nog graag vérder gaan, het volk leiden het beloofde land in. Er is nog zoveel te doen. Maar het mag niet zo zijn. God zegt: Ik bepaal de tijd. Je werk, je taak, daar heb ik al een ander voor aangewezen. Zelfs jij, Mozes, bent niet onmisbaar. Dat ben alleen Ik.
De dood van Mozes, deze geschiedenis staat centraal vanmorgen, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We denken aan de mensen die ons het afgelopen jaar ontvielen. [De afgelopen dagen zelfs, we hoorden het bericht van overlijden aan het begin van de dienst, en ik weet dat velen geschokt zijn door het bericht. Wie had dit verwacht? Wat kunnen er vele vragen rijzen, van waarom en waarom zo!] Ieder mensenleven is eindig en onzeker, we weten het. Maar soms word je er wel heel direct met de neus opgedrukt. Is er dan nog een woord van troost, van hoop?
Als je jong bent, heb je nu misschien: hè, bah, een sombere preek over dood en sterven. Daar wil je helemaal niet zo over denken! Trouwens, als je ouder bent kan het net zo zijn. Maar tóch gaat het daarover. En dat is góed. Niet om samen te somberen. Wel om samen te treuren. Maar bovenal om te horen wat we mogen hopen, ook als de dood dichtbij komt.

[het onbevredigende van Mozes’ en elke dood]
Laten we echter niet meteen beginnen met hoge woorden over hoop en hemel, opstanding en eeuwig leven. Zo snel komt het los te staan van wat we voelen, juist op een dag als vandaag. Bovendien: dan doen we geen recht aan het Bijbelgedeelte dat we lazen. Daarin komt geen woord voor over hemelse hoop, kijkt u het maar na. De dood is eerst en vooral het einde, het afbreken van Mozes’ leven. Een einde wat hij zelf niet wilde, en zijn volk, zo denk ik, ook niet.
Veertig jaar had Mozes het volk Israël door de woestijn geleid. Wonderen had hij mogen doen, de wet van God had hij doorgegeven. Hij was voor zijn mensen in de bres gesprongen toen de HEER het volk had willen wegvagen, na het gebeuren met het gouden kalf. Nu, op dit moment, is de woestijnreis zo goed als voltooid. Ze staan aan de grens van het beloofde land. Bíjna is het doel bereikt waar Mozes voor leefde. En nu, nu mag hij niet mee, want hij zal sterven. Hoe blijkt hier het onbevredigende van de dood – het niet vragen naar wat wij zouden willen, maar gewoon, definitief een eindstreep. Ook als je helemaal niet wilt, ook als je onmisbaar lijkt: daar wordt niet naar gevraagd. Hoe herkenbaar is dat bij sommige van de overlijdens waar we vandaag aan denken!
Als je oud bent, en zwak, en eigenlijk op – dan is sterven soms een langverwachte eindstreep. Ook dat kan, ik denk aan anderen die we gedenken vandaag. ‘Voltooid leven’, tegenwoordig zo’n modeterm, is soms een waar woord. De taak is klaar, het lijf is op, de geest is zwak. Dan het goed dat er een eindstreep is, al wil je nooit iemand missen. Maar Mozes? Hij was nog sterk, hij had een taak, zijn geest was scherp. En toch, God zegt: nu is de tijd gekomen. Je moet gaan, Mozes! Dan is er niets tegen te doen. In hoofdstuk 3 van dit Bijbelboek is te lezen hoe Mozes smeekte om dóór te mogen. Maar zo werkt het niet bij God. Als Hij het bepaalt, is het tijd!
Waarom mocht Mozes het beloofde land niet in? Dit hoofdstuk meldt het niet, maar het heeft te maken met dat hij eens ongehoorzaam was aan een bevel van de HEER. Waarom moet elk mens sterven? Elders in de Bijbel horen we net zo iets: dat het te maken heeft met een gebroken gebod van God. Waar, en tegelijk heb je er weinig aan als de dood bij jou komt, of bij iemand van wie je houdt.
Hoe onbevredigend voor een mens, de dood. En voor de achterblijvers: wat een reden tot rouw. Het volk rouwde 30 dagen om Mozes, hoorden we. Rouw, het kan soms veel langer duren als je bijvoorbeeld een partner verliest. Rouwen, het verdriet ruimte geven, het is goed. Daarom is een dienst als vanmorgen ook zo passend, om verlies een stem te geven.

[leven met God – sterven met Hem]
Toch, als ik dit Bijbelgedeelte goed lees, ademt het geen sfeer van tragiek! Nee, de sfeer is er een van stilte, van omhoog geklommen zijn. Mozes moet sterven, het is zo, en het is goed. Dat het zo afloopt is geen mislukking, maar een voltooiing. Hoe kan dat? Waarom?
Wel, omdat de HEER erbij is. Dat is de rode draad is Mozes’ leven, en dat is ook wat zijn sterven tekent. Mozes leefde met de HEER, en Hij sterft met de HEER. Hij gaat deze laatste reis niet eenzaam! In vers 10 staat ‘nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging’. Letterlijk staat er ‘die de HEER kende – aangezicht tot aangezicht’. Dat kun je je maar nauwelijks voorstellen, hoe gelovig je ook mag zijn. Mozes sprak met de HEER als een man met zijn vriend, staat elders. Zó verbonden met Hem! Mozes had zelfs op aarde al iets van God mogen zien – zijn gezicht had er nog weken van geschitterd. Het hele leven van Mozes stond in dienst van de HEER, hij lééfde voor Hem en zijn verlossingsplan.
Zo was Mozes’ leven, een leven in Gods nabijheid, vertrouwd met Hem. En daarom gaat Hij ook gehoorzaam naar boven deze berg op, op Gods bevel. Mozes geeft zich over aan Hem, ook nu. Ook als zijn leven eindigt, zo weet hij, is hij in handen van de HEER.
Wat is Mozes dan een voorbeeld van geloof, ook in het aangezicht van de dood! Ook al is Gods plan, Gods besluit voor hem onbegrijpelijk en onbevredigend – Mozes gaat in vertrouwen. Hij weet: tegenstribbelen heeft geen zin. Maar meer: hij weet dat de HEER erbij is, altijd. Ook op deze laatste tocht en laatste top. Leven met God, sterven met God. Wat is het een zegen als je zó kunt heengaan!

[zien naar t beloofde land]
En inderdaad, daar boven op de berg Nebo is de HEER. Hem met wie Mozes al zolang leefde, is er ook nu. Hoe we ons dat moeten voorstellen, ik weet het niet. Maar het wordt beschreven alsof de HEER naast Mozes staat, hier, op de grens. Hij wijst Mozes de plekken aan in het beloofde land: ‘Kijk, dit hoort er allemaal bij! Gilead, Dan, daar Judea; de Negev, de Jordaanvallei, in de verte de Middellandse zee’. De HEER zegt: ‘dit is het land dat ik aan Abraham, Isaak en Jakob beloofd heb. Ik heb gezworen dat hun nakomelingen het zouden krijgen, en ik houd woord! Nu zal dat zeker gebeuren. Jij, Mozes, mag het slechts zien, maar zij zullen er komen! Kijk Mozes, kijk goed!’
Hoe zou Mozes dit alles gehoord hebben? Met een spijtig gevoel, omdat het aan zijn neus voorbij gaat? Dat denk ik niet, daar was hij te oud en te wijs voor. Ik denk dat eerder een diep gevoel van Gods trouw hem heeft doortrokken. Dat waar hij zo vaak van droomde, ligt nu als werkelijkheid in zicht. De HEER houdt woord! Mozes’ eigen rol in het geheel doet er ineens niet meer zo toe. Zijn plan… Nee, Gods plan! En zo vertrouwend valt Mozes, hij is er ineens niet meer. Hij valt in de armen van God, mag je wel zeggen. De HEER Zelf begraaft hem met eigen handen, een bijzondere eer.
Mozes sterft, maar met uitzicht op het beloofde land. Wat is het een zegen als je zó kunt heengaan, met uitzicht op Gods beloofde toekomst. Als dit je laatste besef is: God houdt woord. Mozes stierf met uitzicht.

[Jezus geeft nog bredere blik vooruit dan Mozes kreeg]
Maar ook nu kan een mens sterven met uitzicht op het beloofde land! Niet het aardse Israël, maar met zicht op de hemel, uitkijkend naar Gods nieuwe wereld die komen zal. Dat uitzicht, dat geeft Jezus, onze Heer. Zijn naam valt wel niet in dit Bijbelgedeelte, maar toch wordt er voor wie goed leest naar Hem verwezen. Na Mozes’ dood zegt de verteller ‘nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging’. Nee, toen dit Bijbelboek geschreven werd, was er niemand geweest die met Mozes te vergelijken was. Echter… een stuk terug, in hoofdstuk 18, zei Mozes zelf het volgende: ‘De HEER, uw God, zal in uw midden een profeet laten opstaan, een profeet zoals ik. Naar hem moet u luisteren’. Er zou iemand komen die wél is als Mozes – groter zelfs. Dat is Jezus Christus. Hij stond zelfs nóg dichter bij God dan Mozes. Hij kon God niet alleen zijn Vader noemen, Hij zei ‘Ik en de Vader zijn één’.
Jezus is het, die groter is dan Mozes. En de verlossing die Hij brengt is daarom ook groter en veelomvattender. Mozes bracht het volk Israël naar het beloofde land – Jezus brengt mensen uit alle volken naar het beloofde land van Gods toekomst. Mozes was Gods dienaar en liet Israël God dienen. Maar Jezus is Gods zoon en maakt ieder die geloot een kind van God. Mozes’ dood bracht niemand in het beloofde land – maar Jezus’ dood en opstanding nemen ons mee, naar het beloofde land voorbij de dood. Jezus stierf om onze dood een doorgang te maken, een doorgang tot eeuwig leven.
En dát is het grote verschil tussen Mozes’ tijd en de onze. Mozes stierf in vertrouwen op de HEER, maar hij wist zo goed als niets van wat erna kwam. Voor hem was de dood een einde, een vertrek naar het graf. Maar wij mogen weten: wie leeft met de Heer – zoals Mozes, wie sterft met de Heer – zoals Mozes, voor die is er ook leven na de dood, bereid door de Heer. Wij mogen de laatste tocht maken, vooruitkijken op de laatste top, met zoveel méér uitzicht dan Mozes. Persoonlijk uitzicht! Dat je bij de Heer zult zijn, in de hemel, en eens op zijn nieuwe wereld als Hij komt. Dat geeft Jezus, die de dood droeg en doorging. Daar mag je naar uitzien, zelfs óver het einde!

[toepassing: leef jij met God?]
Wat zal Mozes verbaasd zijn geweest, toen hij na zijn sterven op de berg zijn ogen opsloeg. Ongekende heerlijkheid bij God, dát was hem, trouwe dienaar, bereid. Geen somber graf als einde! In het laatste Bijbelboek lezen we hoe in de hemel gezongen wordt, ‘het lied van Mozes en het Lam’. Daar leerde hij nog wel andere tonen zingen dan die in psalm 90 waar zijn naam boven staat! Zong hij eerst ‘o Here God, gij wendt het mensenleven/om het weer aan het sterven prijs te geven’, daar ging hij over op een lofzang!
Als onze overleden dierbaren met God leefden, mogen we ook voor hén die hoop hebben: wij hebben het verdriet om hun verlies, maar zij zingen bij God! Ze loven het Lam dat hen vrijkocht. En natuurlijk, daar is verdriet niet mee weggenomen. Maar wat een verschil toch, als je úitzicht hebt over de dood. Moge dat toch de pijn verzachten om wie gemist worden!
En tenslotte: hoe is het met onszelf? Heb jij of hebt u uitzicht zoals Mozes, uitzicht zelfs als alles wegvalt? Zelf al ben je aan het einde van je aardse reis? Mozes leefde met de HEER, ging vertrouwelijk om met Hem, en daarom stierf hij ook met de HEER. Hoe sta jij tegenover Hem? Leef je in relatie tot Hem, in gebed en geloof? Want wie leeft met Hem, die mag sterven met Hem. Meer nog, die mag leven met Hem, ook als hij of zij sterft. Het grote wonderlijke geheim van het geloof: niet de dood wint, maar de hoop. Want Jezus leeft!
Leef met Hem, dan heb je leven. Leef met Hem, geef je in vertrouwen over, geloof. Niet geloof als levensverzekering, dat nooit! Dat is als trouwen met iemand vanwege zijn of haar geld. Maar wel: God geloven, dat Hij te vertrouwen is. Zoeken wat zijn weg is. Bidden en je laten leiden, gehoorzamen en houden van. Doe jij dat? Dan mag je zeker zijn: er is uitzicht aan het eind van de laatste reis!
Zij die stierven, mogen we vertrouwend aan de HEER laten. Het goede dat ze deden blijft, zoals ook bij Mozes. En wijzelf: laten we op weg gaan nar het beloofde land. Het land van het Lam, Jezus. Hij wil ons er brengen, wie we ook zijn.

Daarom: Lof zij Christus in eeuwigheid!

Amen

Advertenties