Tags

,

1. God spreekt als rechter tot de goden;
Hij heeft ze voor zijn troon ontboden.
‘Hoe lang wordt er geen recht gedaan?
Wie kwaad doet, bied je vriendschap aan!
Je moest toch juist het onrecht keren?
Verlos wie zich niet kan verweren:
maak wees en onderdrukte vrij,
sta armen en verzwakten bij!’

2. Gods recht gaat hun begrip te boven.
Zo moet het laatste licht wel doven.
Elk fundament wordt aangetast.
Daarom stelt God dit vonnis vast:
‘Al sprak Ik jullie aan als goden,
straks hoor je roemloos bij de doden!’
Sta op, o God, en oordeel nu,
want alle volken zijn van U.

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden