Tags

, ,

Online eredienst. Uit de Bijbel is gelezen Markus 8:27-9:13

Gemeente van Jezus Christus, hier en thuis, jong en oud,

[intro: uit het dagelijkse opgeheven]
zo zit je weer voor je televisie of laptop vandaag. Of zo heb je de kerkradio weer aangezet. En misschien denk je, als tiener bijvoorbeeld: waarom eigenlijk? Wat heb je eraan? Maakt het verschil als ik in mijn bed blijf liggen, of als ik nu de dienst volg? Verhalen van vroeger, of verheven beschouwingen over God… En dan zitten we nu natuurlijk nu ook nog met de vervelende beperking dat het via een schermpje is. Dat maakt het nog ‘verder weg’, letterlijk en figuurlijk. Waar doen we het voor?
En dan vandaag ook nog het Heilig Avondmaal, de maaltijd van de Heer. Maar dan op afstand. Wat doe je daarmee, en wat doet dat met jou? Kijk je alleen mee, of hebt u zelf ook brood en wijn klaargezet om straks mee te doen? Waarom zou je eigenlijk? Wat is de zin?
Ja, waarom houden we hardnekkig vol om elke week een dienst te houden, ook nu, en waarom laten we het Heilig Avondmaal ook doorgaan? Volgens mij hiervoor: om boven het alledaagse uitgetild te worden. Om weer te weten dat er méér is dan thuiswerk en online studie en wandelen en tv kijken. De hele week worden we, ik ook, in dat platte vlak getrokken. Maar elke zondag, en vandaag in het bijzonder, horen we hoe het écht zit. We mogen horen, en vandaag ook zien, proeven, voelen, wie Jezus is. Zijn wereld breekt ineens in in de onze. Dát is wat er gebeurt als we samenkomen, dat is wat gebeurt als we brood en wijn delen. Je komt ineens in een andere wereld, net als Petrus, Jakobus en Johannes op die berg waar we net van hoorden. En die blik, die hebben we nodig! Om te weten wie de Heer is. En dan ook: om te weten wat Hem volgen inhoudt, wat christen-zijn is. Dan wordt het vanzelf ineens heel praktisch. Maar gek genoeg: juist als we bij de Heer beginnen, en bij wat niet van deze wereld is.
Maar genoeg inleiding, laten we ons snel naar het Bijbelgedeelte wenden!

[Jezus is Goddelijk]
‘Wie is Jezus?’ staat er boven het Bijbelstuk dat we lazen. Een goede vraag! Wie is Jezus? Als ik het aan jou zou vragen, die nu thuis meekijkt, wat zou je zeggen? Misschien zeg je: Jezus is de zoon van God. En dat is het goede antwoord. Dat zegt God zelf vanuit de wolk waar we van hoorden. Maar wat houdt het eigenlijk is?
Wie is Jezus? Uit wat er tot nu toe te lezen was in het Markusevangelie komen twee dingen naar voren: Jezus doet wonderen, en Hij vertelt over God. Ja, en wat is Hij dan? Een machtige wonderdoener, een geweldige prediker? Ook wel, maar Hij is méér. Vandaag komt er een stuk verdieping. Jezus vraagt eerst aan zijn leerlingen: wie zeggen de mensen dat ik ben? Er worden wat antwoorden genoemd. En dan: maar wat denken jullie zelf? Petrus zegt: U bent de messias – de door God beloofde verlosser. Hier breekt al inzicht door!
Maar weet u, Jezus is nóg meer. De messias is een mens. Een werktuig van God, OK, maar toch een mens. Is dat wie Jezus is? En daarom gebeurt er iets bijzonders. Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes mee naar een hoge berg. En dan, ineens… Hij verandert voor hun ogen van gedaante. Jezus begint helemaal te stralen, te glanzen, te blinken, licht te worden. Ik kan het haast niet uitdrukken, Markus ook niet trouwens, met zijn gestamel over witte wol. Wat gebeurt er? De leerlingen schrikken, staan stil. Ontzag overvalt hen. Jezus… Hij is geen mens meer! Of toch wel… maar Hij is tegelijk een goddelijke gestalte. De heerlijkheid van God schittert tot in zijn kleren. Stel je toch voor dat je daarbij was! Alsof er ineens iets doorbreekt, dóór Jezus’ gewone lichaam heen. Iets dat blijkbaar in Hem zit en waar je niets van wist. Wie is Jezus? Jezus is… is… hemels, goddelijk. Méér, zoveel méér dan een mens. Hij praat zomaar met Mozes en Elia. En dan komt er ook nog een wolk, en de stem van God Zelf: dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem. Ongelooflijk, ineens reikt deze bergtop tot in de hemel, en Jezus lijkt dáár helemaal thuis.
Wie is Jezus? Nou, híer is het antwoord. Jezus is Gods zoon. Dat wist u en jij al denk ik, maar hier zie je wat dat werkelijk inhoudt! Dít: Jezus is Goddelijk, hemels. Niet een gewoon mens als jij en ik – nee, ontzagwekkend veel meer.
Als je dat beseft, word je klein. Dan kun je je afvragen: wat doet Hij hier? Waarom kwam hij bij ons? Dan wil je hem eren, diep knielen. Dan kun je het niet vatten dat Hij zomaar er is. Net zoals vandaag in het Heilig Avondmaal. Is déze Jezus echt bij ons vandaag, in brood en in wijn? Dan duizelt het je en krijg je diep ontzag. Want Hij die bij ons komt in brood en wijn, Hij is die ontzaglijke Zoon van God, stralend als de zon! Ongelooflijk.

[Hij, de Goddelijke, zal lijden en sterven voor ons]
Zo krijgt Petrus onverwachts een doorkijk in hoe het echt zit. Zo worden wij in de kerk op onverwachte hoogte gebracht. Staat de Heer stralend bij ons vandaag. Maar… de geschiedenis toont ons meer. En dat is zelfs nóg ontzagwekkender. Want telkens als er inzicht doorbreekt over wie Jezus is, zegt Hij er iets achteraan. Dat gebeurt als Petrus zegt dat Jezus de Messias is, dat gebeurt óók na deze onthulling van Jezus’ identiteit op de berg. Ze lopen weer omlaag. De leerlingen stellen een vraag over Elia, die ze net zagen. En Jezus zegt “Ja, Elia” (dat laat ik nu verder liggen), en Hij vervolgt “over de Mensenzoon staat toch geschreven dat Hij veel moet lijden en met verachting behandeld zal worden?”
Dat zijn misschien bekende woorden. Maar laat ze eens op je inwerken. Jezus is die stralende, hemelse gestalte, vér bovenmenselijk, Gods zoon. Houd Hem zó voor ogen. En nu zegt Hij: ík zal moeten lijden. Ik zal veracht worden. Gedood worden zelfs. Als ik dát probeer te combineren met hoe we Jezus net zagen, dan krijg ik kortsluiting in mijn hoofd. Een wonderdoener die opgepakt wordt: OK. Een vrijheidsstrijder, een menselijke messias die gedood wordt: OK. Maar een goddelijke gestalte, hemels en machtig, die gedood gaat worden? Die gevangen wordt en uitgelachen? Dat kán toch niet? Stel je voor kinderen, dat kunnen mensen toch helemaal niet – die stellen niets voor tegenover deze Jezus! En toch… toch… is dit wat Jezus zegt. Is dit wat gaat gebeuren. En dat is nog een groter, ontzagwekkender wonder dan wat Petrus en de anderen zagen.
Want hier komen we bij de kern van het Evangelie. Dat Jezus, Gods zoon, zijn leven wil geven. Ja, wíl geven, zoals we in het volgende hoofdstuk lezen, als een losprijs voor velen. Hij laat al zijn glorie los, wordt weerloos, en laat zich alles afnemen. Alles! En waarom? Opdat wij alles zouden krijgen wat Hij heeft en geeft. Nieuw leven, uitzicht, vergeving en vrede. Hij geeft het, juist zo! Dat is het wonder in deze lijdenstijd. Dat is het grootste wonder in het heelal. Dat is waar ook het Heilig Avondmaal zo naar wijst. Gebroken brood, rode wijn – het wijst naar zijn lijden en sterven voor ons. Het lijden van wie? Van Hem, die stralende gestalte op de berg. Dát is Jezus, en déze Jezus is het die zich geeft voor ons. Al zijn glorie, zijn eer, zijn leven zelfs. Kunt u, kun jij het vatten? Dan verdient Hij toch onze hoogste eer en aanbidding? Om wie Hij is allereerst: vol heerlijkheid, de Zoon van God, de stralende morgenster. Maar ook, en nog meer, om wat Hij doet: zijn leven prijsgeven, van hemelheerlijkheid naar spot en smaad, van goddelijk leven naar menselijke dood. Hem de eer daarvoor, dát is ons geloof!!!

[dit de weg voor ieder die Hem/God volgt]
Maar nu nog één ding. Jezus zegt dat ieder die Hem volgt, dezelfde weg moet gaan als Hij. Jezus ging naar het kruis, en Hij zegt “wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zó achter mij aan komen”. De weg van Jezus is uniek, natuurlijk, maar toch ook niet. Want ieder die de weg van God wil gaan, krijgt met moeite te maken. We zien het in die woorden over Elia die is teruggekomen. Het blijkt dan om Johannes de Doper te zijn. En wat is er met Johannes de Doper gebeurd? Hij werd gevangen, hij werd gedood door koning Herodes. Om wat hij zei, wat hij geloofde, wat hij deed. Het is een patroon in de geschiedenis: wie bij God hoort, wie leeft met Hem, die krijgt moeilijkheden. Johannes, Jezus, maar ook iedereen die Jezus volgt, die christen is. Paulus zegt het ergens: “Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd”. Dat is de eeuwen door gebleken. Dat blijkt tot op de dag van vandaag. In landen ver weg waar vervolging is. Maar… dat geldt ook hier en nu in ons land. Ik hoorde verschillende verhalen van mensen die het op hun werk lastig hebben omdat ze geloven. Vervelende opmerkingen, flauwe grappen, het gevoel er niet echt bij te horen. Ja, en natuurlijk, dat is klein vergeleken wat onze broeders en zusters in verre landen aan vervolging ondergaan. Maar toch… het is wat Jezus zegt. “Wie mij wil volgen moet zijn kruis opnemen”. Geloven maakt je leven niet makkelijker, maar vaak moeilijker. Op je werk misschien, of in de familie. Ik wilde bijna zeggen ‘op de middelbare school’ maar als je elkaar niet op school ontmoet zal dat momenteel waarschijnlijk meevallen… Hoe dan ook, Jezus volgen is een weg die diep gaat. Dus mocht jou zoiets overkomen, wees niet verbaasd. En ik heb ook geen goedkope troost. Nee, ik moet met Jezus zeggen: dit hoort er blijkbaar echt bij! En mocht u of jij nou denken: dit ervaar ik echt niet zo… bedenk dan wel dit. Jezus zegt ook dat je jezelf moet verloochenen – dat is ook een strijd, maar dan een andere. Dat je tegen jezelf in moet gaan, dat je jezelf misschien steeds tegenvalt. Ik merk het zelf ook. Jezus volgen ís niet makkelijk, het kost veel! Hijzelf heeft ons gewaarschuwd.

[gesterkt op de weg]
Maar… nu hoeven we niet op deze noot te eindigen. Nee, want dít is waar, en dat mag kracht geven. Jezus zelf is bij ons! Juist als je on je geloof wordt weggezet. Juist als je moet strijden tegen je eigen ik. Jezus is bij je! Hij heeft heel die weg gelopen, tot het einde. En Hij is bij je, als je merkt dat het moeilijk is. Zijn Geest is in je, geloof dat maar! Je mag Hem altijd vragen om steun en hulp en kracht en moed. En die wil Hij geven, dat verzeker ik je.
En ook vandaag wil Hij ons kracht geven. Hoe? In brood en wijn. Dat is zijn lichaam, zijn bloed. Dat mag je ontvangen. Hemzelf mag je ontvangen. En zo weet je het weer: Hij is het! Hij is die grote Zoon van God; hij is die lijdende Verlosser. Hij, die straalt als het licht zelf, gaf zichzelf voor mij, geeft zichzelf aan ons. Kijk niet naar de mensen die lastig zijn, kijk niet naar jezelf die lastig bent, kijk naar Hem. Hij is de hemelse Heer, en Hij is hier! Hij komt naar ons toe, en Hij geeft kracht om te gaan. Hij geeft zijn Geest, Hij geeft zichzelf!
Zijn licht valt door de woorden heen. Zijn leven komt in ons – dat hemelse, heerlijke, onvoorstelbare. We zijn van Hem. En Hij is groot. Hem zij de eer in eeuwigheid! Amen