Tags

, , ,


Gemeente van Jezus Christus,

[intro: goede bedoelingen, foute uitkomst]
Eind jaren 50 waren de communisten aan de macht in China, onder leiding van Mao Zedong. Zij wilde het land vooruit helpen, en hadden daarvoor een project bedacht onder de naam ‘de grote sprong voorwaarts’. China moest worden getransformeerd tot een modern en doelgericht land, om zo de kapitalistische landen naar de kroon te steken. Er gebeurde van alles. De mensen werden bijvoorbeeld geïnstrueerd om zich regelmatig te wassen, en om tanden te poetsen, en hun huis schoon te houden – inspecteurs van de partij kwamen langs om te kijken of er wel goed gestoft was. Zo moesten ziektes worden teruggedrongen, en met succes. Ook de ratten werden bestreden, omdat die allerlei ziektes overbrachten. Maar Mao had nog iets anders in petto. De oogsten moesten worden vergroot, en daarvoor werd van alles gedaan. Moderne technieken toepassen, maar ook… het bestrijden van de talrijke mussen in het land. Die aten naar schatting 2 kilo graan per mus per jaar – dat ging verloren voor de mensen. Heel het Chinese volk werd gemobiliseerd om mussen te vangen, te schieten, nesten te vernielen, op te jagen met pannendeksels… En met succes: in een paar jaar stierven de mussen bijna uit in heel China.
Echter, er kwam wel een ander probleem. Mussen en andere vogels aten niet alleen graan, maar ook allerlei insekten. Nu dat niet meer gebeurde, was het ecologische evenwicht verstoord. Dus wat gebeurde er: er kwamen ongekende insektenplagen, onder andere van sprinkhanen. Die brachten de oogst nog veel meer schade toe dan de mussen ooit hadden gedaan. Er kwam zelfs hongersnood van, met miljoenen doden als gevolg.
Mao’s mussenbestrijding: de bedoeling was goed, maar de uitwerking was rampzalig. Een goedbedoelde actie met een zeer bittere bijsmaak, mag je wel zeggen… Zoiets zien we ook in het Bijbelgedeelte van vandaag.

[het verhaal: eerst onderwijs, dan eten]
in het verhaal dat we lazen bevindt de Profeet Elisa zich in de plaats Gilgal. Er is daar een profeten gemeenschap, en Elisa komt die bezoeken. Maar het is een moeilijke tijd. Er is gebrek in het land, er is hongersnood. Niet zo ernstig als in China denk ik, dat de mensen massaal stierven, maar toch: gebrek, het bestaan bedreigd.
Elisa is daar, en de profeten zaten voor zijn aangezicht, zo staat er letterlijk. Dat wil zeggen dat Elisa onderwijs gaf, met al de anderen om zich heen verzameld. Maar Elisa zorgt niet alleen voor onderwijs, voor geestelijk voedsel, hij laat zijn dienaar ook een grote kookpot op het vuur zetten om eten te maken. Wat ze gaan eten, is niet zo heel duidelijk. Blijkbaar was er nog vooraad, in het vervolg lezen we dat er meel aanwezig was. Er spreekt in elk geval vertrouwen uit deze daad van Elisa. Vertrouwen dat God zal zorgen, ook in een tijd van gebrek. In dat vertrouwen durft hij de voorraad aan te spreken en laat hij een maaltijd maken.
Na het onderwijs ook samen eten! Het deed me denken aan onze eredienst, zeker aanstaande zondag. Eerst onderwijs in de preek, en daarna samen eten – samen de maaltijd van de Heer vieren. Ook wij mogen leven van vertrouwen. Vertrouwen dat de Heer voor ons zorgt, nu en altijd. Dat hij geeft wat nodig is voor het tijdelijke en eeuwige leven. Bij God is overvloed – dat is iets wat in heel dit hoofdstuk telkens terugkomt. Daar mogen ook wij van leven!

[het gaat fout door zelf erbij te doen]
in het hoofdstuk dat we lazen, staan verschillende wonderverhalen. Over het kruikje van de weduwe dat niet leeg raakte, over een vrouw die een zoon krijgt, deze geschiedenis van vandaag, daarna nog een wonderlijke broodvermenigvuldiging – daar zullen we komende zondag meer van horen. Telkens is de les eigenlijk hetzelfde: God geeft leven en overvloed.
Ook in de geschiedenis van vandaag zien we dat. Je kunt je echt een afvragen: wat is nu het specifieke, het speciale van wat er hier gebeurt? Wat staat hier wat we in die andere verhalen niet tegenkomen? Ik kwam op het volgende: dat de ellende hier de mensen niet willekeurig overkomt, maar door henzelf is veroorzaakt. Of om het eens anders te zeggen: wij maken er een bitter potje van. En God is dan zo goed om toch toekomst te geven. Dit is het speciale xpunt van ons verhaal. Niet dat er hongersnood is, is het probleem, Maar dat die ene profeet het eten dat er nog is oneetbaar maakt. Ik vrees dat dit een beeld is van wat wij mensen veel vaker doen: er een bitter potje van maken.
Een van de profeten gaat ongevraagd helpen met eten zoeken. Waarom zit hij niet aan Elisa’s voeten, vraag ik me af? Hij bedoelt het vast goed, Maar de uitwerking is slecht. Hij vindt een wilde plant, een kolokwint. U moet weten, de vruchten daarvan lijken op eetbare meloenen of pompoenen – op internet vond ik er foto’s van. De kolokwint groeit ook juist bijzonder goed op droge grond. Als je dan in tijden van droogte ineens zo’n plant vol vruchten ziet… Hij neemt de vruchten mee, hak ze in stukjes en gooit ze in de pot. Goed bedoeld, maar de uitwerking is rampzalig. Deze vruchten zijn bijzonder bitter, en dat komt door een giftige stof: een paar happen van het vruchtvlees kan dodelijk zijn. Gelukkig is het zó bitter, dat je die happen niet snel zult doorslikken. Zodra de profeten het proeven, roepen ze uit “de dood zit in de pot”. Er wás voedsel, maar nu is het oneetbaar geworden. Die man met zijn goede bedoelingen heeft er een bitter potje van gemaakt!

[wij bederven de dingen, ondanks soms goede bedoelingen]
Hoe vaak gebeurt er niet zoiets, dat wij mensen, met al onze goede bedoelingen misschien, de boel bederven! in het groot en in het klein. In het groot denk ik weer aan Mao en zijn mussenplan, maar ook algemener, het hele idee om op zijn manier een heilstaat te stichten. Goede bedoelingen, maar de uitwerking was vreselijk. Niet alleen die hongersnood, toen, maar heel het systeem van controle en onderdrukking en alles waar de communistische droom in ontaarde, niet alleen in China. En helaas gebeurt dit overal, ook in andere systemen. Goede bedoelingen, maar toch onvoorziene akelige bijeffecten. Toeslagen voor de armere mensen, goed bedoeld neem ik aan – maar het leidde tot de toeslagenellende die mensenlevens sloopte. Landbouwbeleid na de tweede wereldoorlog met het motto ‘nooit meer honger’ – met als gevolg een melkplas en boterberg, steeds meer schaalvergroting en nadelige gevolgen voor boeren en natuur.
We maken er vaak een bitter potje van! Ook in het klein: je denkt een goede partner gevonden te hebben, je begint met de beste bedoelingen aan een relatie, mar het mislukt. Of je wilt het beste voor je kind maar onbedoeld maak je het afhankelijk en onzelfstandig. En ga zo maar door.
Nogmaals, de bedoelingen zijn goed. En toch doen we vaak gewoon stom. Zo was het ook bij die man die zonder checken iets onbekends in de pot gooit. Als hij even had nagedacht, was er veel ellende bespaard. Als wij even nadenken… maar we doen vaak gewoon stom. Ruzie maken, het contact verbreken met iemand, je schoolwerk verwaarlozen. En uiteindelijk is het resultaat bitter.
Het kwam natuurlijk ook door de honger, dat die man het deed. De man wilde wat dóen, niet afwachten. En ook dat is herkenbaar. Zie je een probleem, is er een probleem in je leven, dan wil je er wat aan doen, toch? Maar vaak is het beter om even te wachten. Meer nog, om eerst en vooral het vertrouwen op God vast te houden. Zoals Elisa die pot op het vuur liet zetten: vandaag hebben we eten, en morgen zal God zorgen. “Geef ons heden ons dagelijks brood” – één dag per keer. Durven wij ook dingen aan God over te laten, ze bij Hem neer te leggen en dan los te laten?
Als je de wereld in het groot ziet: wat hebben we er een bitter potje van gemaakt. Dat komt natuurlijk niet alleen door goedbedoelde dingen die misgaan. Er wordt ook zoveel bewust kwaad gedaan, geweld gekozen, onrecht uitgevoerd. Hoe bitter is dat! Maar het. voor nu is: al bedoel je het goed, of denk je dat tenminste, tóch maken we er een potje van. Voor onszelf, en voor anderen ook.

[zuivering nodig]
Sommige mensen zullen het herkennen. Hoe bitter dingen kunnen zijn, mislukkingen. Hoe je een vies gevoel in je mond kunt hebben van bepaalde ervaringen. De profeten namen een hap, en ze riepen het uit “de dood is in de pot!”. Het was oneetbaar geworden. Hun voedsel was weg, hun toekomst. Wat nu? Is dáár nog een oplossing voor? Is er nú nog een oplossing, als wij zo machteloos zijn ten goede?
Al dat bittere, ze konden het er zelf niet uithalen, het zat er veel te diep doorheen gemengd. Al het bittere, ook wij krijgen het er niet uit. Maar in hun nood roepen ze tot Elisa, tot de Godsman – zo wordt hij genoemd. Ten diepste roepen ze tot God. ‘Help ons!’ Kan Hij uitkomst geven? En het antwoord van dit verhaal is ja! Elisa, de Godsman, laat wat meel halen, hij werpt het in de pot, en het is eetbaar en onschadelijk. Bij God is kracht om te helpen, als wij er een bitter potje van hebben gemaakt!

[Jezus neemt het gif weg]
Dan wijst dit verhaal ons uiteindelijk naar Jezus. Elisa werpt meel in de pot, en dat zal allereerst symbolisch zijn geweest – het meel zelf doet het hem niet, maar de kracht van God. En toch moet ik bij dat meel aan Jezus denken, onze Heer. Hij vergelijkt zichzelf in Johannes 12 met het graan dat in de aarde valt, en dan veel vrucht draagt. Veel korrels, die tot meel gemalen worden. Het is doordat Jezus onderging als het graan, onderging in het graf, dat niet de bitterheid het laatste woord hoeft te hebben. Want nadat hij onderging, kwam hij weer op, stond Hij op. Hij leeft, en Hij geeft leven. Leven waar de bitterheid van de dood uit is. Leven, met Hem, nu en voor altijd, voor wie in Hem gelooft.
Jezus, hij is als het ware gemalen als graan. In zijn lijden en sterven werd hij vermalen. Om meel te worden dat leven geeft. Meel in de pot bij Elisa, meel waar avondmaalsbrood van gebakken wordt. Meel dat het gif uitzuivert. Het gif van de zonde, van onze stomheid en eigengereidheid; de bitterheid van onze mislukkingen – Jezus is het tegengif. Dat mogen we proeven en vieren in het Heilig Avondmaal
En nee, als je in Hem gelooft is niet alles meteen opgelost. De mensen toen, ze leefden nog steeds in een hongersnood, ook na Elisa’s wonder. Maar toch, ze worden teruggeplaatst naar waar de Heer ze wilden hebben: vandaag levend in vertrouwen, vandaag te eten, en voor morgen vertrouwend op Gods zorg voor dan. En voor vandaag kan Hij het bittere wonderlijk verzoeten – als Hij erbij is, is het écht anders. Je mag mislukkingen loslaten, je mag stoppen met zelf iets doen. Je hoeft je alleen bij de Heer aan tafel te laten verzadigen! Hij is genoeg!

[geestelijke les: niets ‘zelf toevoegen’]
Ja, wat de Heer geeft is genoeg! dat toont het Heilig Avondmaal. Je mag erheen komen met niets, en daar van God ontvangen. Wij mogen met ons leven vol zonde en stomheid komen, om het te laten zuiveren, en voedzaam, levengevend voedsel te ontvangen. Jezus heeft alles gedaan wat nodig is, wij hoeven niets meer te doen dan te geloven en te komen.
Het probleem is dat wij, ook geestelijk gezien, al te vaak zijn als de man uit het verhaal. Hij wilde ook zelf iets bijdragen, en daardoor werd het juist oneetbaar. Misschien denkt u of denk jij wel dat je bij God ook iets moet bijdragen om leven te ontvangen. Bijvoorbeeld genoeg goede daden, of voldoende strijd tegen je eigen zwakheid; genoeg gebed of Bijbellezen. En dat zijn allemaal goede dingen. Maar je moet ze níet gaan mengen in wat God geeft – dan wordt het juist een bitter, zelfs giftig mengsel. Bitter, want je kunt je altijd afvragen: is wat ik breng wel voldoende, of wel goed genoeg? Mag ik wel komen? Giftig zelfs – dat je denkt:ga ik mezelf een oordeel eten en drinken, zoals Paulus ergens schrijft? Is het dan ook ‘de dood in de pot’, zelfs bij het Avondmaal? Nee! Het heilig Avondmaal is heilzaam, heilzaam voor al wie honger heeft, geestelijk dan. God geeft alles, Jezus heeft alles gegeven, en wie dat ontvangt zal erdoor leven en kracht krijgen. Maar als je het gaat mengen met vruchten van jezelf, dán kom je in onzekerheid. Heb je wel het goede? Doe je het niet fout? Wat blijft er zo over van wat God geeft?
Nee, we mogen doen als de profeten uit het verhaal. Luisteren naar Elisa’s onderwijs – naar Gods woorden, en die diep opnemen. En dan samen aan tafel gaan in vertrouwen. Zijn goedheid vieren, en leren om alleen te vertrouwen op zijn zorg en genade. Voor vandaag, voor morgen, voor jou met al je fouten. Laat het aan Hem over allemaal!

[slot]
Ja, dat leert het Heilig Avondmaal ons. Laat het allemaal aan de Heer over. Wij maken er uit onszelf een bitter potje van, in het klein, en in de grote wereld. Maar nu Gods genade. Hij wil het gif uitzuiveren, door Jezus’ macht. Het gif van de zonde in ons leven, dat maakt dat we zoveel fout doen. De bitterheid van de gevolgen, van de gebrokenheid. Hij wil zuiveren – ja, eens zal hji heel de wereld zuiveren van alle bitterheid en giftige vruchten!
En tot die tijd wil hij ons voeden uit zijn goedheid. Met zijn genade, zijn levenskracht, zijn brood en wijn. Samen aan tafel met allen die luisteren naar Gods woorden. Samen leven van wat Hij geeft, midden in een dorre wereld. Lof zij Christus, in eeuwigheid.

Amen