Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[Intro]
Hoeveel talen kent u, of ken jij? Hoeveel het er ook zijn, er zijn altijd nog meer talen die je níet kent! Daar sta je dan, in een vreemd stadje tijdens de zomervakantie. Je bent de weg helemaal kwijt, en ook de navigatie lijkt het niet meer te weten. Dan maar de weg vragen! Maar ja, de taal hier… Je ziet een oudere man, en je wenkt hem. Je probeert of hij Engels kent – nee. Je laat een adres zien. En gelukkig, de man knikt dat hij het begrijpt. In een rappe woordenstroom begint hij uit te duiden waar jeheen moet. Maar je begrijpt er niets van! Dus je knikt maar, en je rijdt in de richting waar hij het eerste heen wees. Straks maar weer ergens proberen!
Zoveel verschillende talen op de wereld, het zorgt voor heel wat gedoe. Ik houd wel van talen, maar dat geldt niet voor iedereen. Op vakantie verzuchtte mijn vader wel eens: “’t is allemaal de vloek van de toren van Babel!”
Babel: de babylonische spraakverwarring, hij is spreekwoordelijk. We hoorden er net over uit de Bijbel. De mensen gaan uiteen in volken met elk een eigen taal. Maar… we hoorden ook het tegenovergestelde. In Jeruzalem met Pinksteren verstaan mensen uit allerlei landen en volken ineens allemaal wat de apostelen zeggen. Bij die tegenstelling willen we stilstaan vanmorgen. En ik zei net al tegen de kinderen: het gaat hier over veel meer dan over een talenwonder. Die talen, het is een teken, een teken van iets veel groters. En wat dat is, dat gaan we horen!

[Babel: grootspraak eindigend in verwijdering en verwarring]
Laten we eerst even teruggaan naar Babel, we hoorden er enkele weken geleden uitgebreider over. Na de grote vloed had God de mensen een opdracht gegeven: vul de aarde weer. Verspreid je over de schoongewassen wereld! Maar zo deden ze niet. Ze beginnen met de bouw van een stad en een toren; een toren, zo is hun doel, die tot de hemel reikt. Veelzeggend – zo hoog als God willen zijn. Zelf de hoogste, letterlijk en figuurlijk. Babel, het rijk van de mens, los van God. En hun taal? Die is grootspraak, groot spreken over eigen prestaties. Zoals koning Nebukadnezar later letterlijk zegt: “is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb”?
Babel is echter niet alleen iets van toen. In centra van menselijke macht torenen nog altijd hoge gebouwen. In New York, of in Dubai, of in Den Haag – er staat in Den Haag zelfs een complex genaamd ‘Nieuw Babylon’, veelzeggend! Torens verrijzen daar waar het gebeurt, waar geld en macht zich concentreert. En grootspraak is er ook nog altijd. Denk slechts aan de woordenstromen uit de mond van president Trump. “I make new bills; they are great bills; everybody loves them; I am the most successful president the US has ever had” – schoolvoorbeeld van grootspraak volgens mij.
Zo wordt toen en nu wordt gebouwd aan steden en rijken, aan roem, aan de hoogste zijn, letterlijk en figuurlijk! Maar wat voor stad, wat voor rijk krijg je dan? in de Bijbel is Babel het symbool voor een maatschappij los van God. En dan – ook dat hoorden we eerder uitgebreid – dan raken mensen in de verdrukking. Dan wordt er misschien welvaart en roem bereikt, maar het échte goede leven raakt buiten bereik. Eenzaamheid in de wereldstad, al woon je tussen duizenden anderen, ratrace naar de top waar mensen massaal aan opbranden… Nee, Babel is niet best!
Het eindigt dan ook in verwijdering en verwarring. God verwart de spraak van de mensen, zodat hun plannen een knak krijgen. Niet meteen al een wereldwijd Babelregime, gelukkig niet. Maar intussen: de Babelmentaliteit blijft bepalend onder de mensen. Allerlei rijken komen op in de geschiedenis, streven en strijden om de macht; wereldvrede is buiten beeld.

[Menselijke oplossingen falen]
Er zijn vele pogingen ondernomen om wel tot wereldwijde vrede te komen, tot onderlinge broederschap en begrip. Die wereldtaal Esperanto, waar ik al naar wees in het moment voor jong en oud. Als we elkaar maar verstaan, dan zullen we elkaar ook begrijpen, begrip hebben, luisteren, zo was het idee. Esperanto, ‘hoop’, bedacht met oprechte bedoelingen. Het is echter nooit een succes geworden. Alleen idealisten willen zo’n taal leren, de meeste mensen hebben genoeg aan hun eigen leven. Als je je buren maar verstaat, toch? En alsof je vanzelf vrienden bent met je buren omdat je dezelfde taal deelt. Was het maar waar!
Of denk aan een andere manier om als landen en volken “on speaking terms” te blijven – de Verenigde Naties. Maar helaas… oorlogen weet de VN niet te stoppen, resoluties zijn vaak krachteloos.
Tegenwoordig wordt de Babylonische spraakverwarring op nog een andere manier opgeheven: door AI en vertaalprogramma’s. Heel handig, Google Translate op vakantie. Maar Russische hackers gebruiken het ook, om Nederlandstalige nepaccounts te maken op social media, om zo onrust op te stoken. Het is fijn als er geen taalbarrière meer is voor informatie. Maar zal dat niet eerder leiden tot het bouwen van een nieuw Babel? Raakt de menselijke maat dan niet des te meer kwijt, in een wereld die meer en meer beheerst wordt door AI en machtige tech-bedrijven; door oneindige informatiestromen waar iedereen praat en niemand luistert, en ook nog nep-nieuws? Ik zei het in een eerdere preek al “Als de mens probeert meer dan menselijk te zijn, wordt hij al snel minder dan menselijk”. Een speelbal van wat hij zelf maakte.

[diepste probleem: zelf de hoogste willen zijn]250
Nee, al die menselijke pogingen om de spraakverwarring op te heffen brengen niet het goede leven, zelfs niet als het lukt! Dan komt er echt geen wereldrijk van vrede. En weet je waarom niet? Omdat je dan gewoon weer terug bent bij het begin, bij Babel. Eénheid, maar zonder God. Het rijk van de mens. Want er is een díeper probleem dan dat we elkaar niet verstaan. Dieper dan dat we niet luisteren naar elkaar. Het diepste probleem is dit: dat wij mensen niemand bóven ons erkennen. God, de schepper van alles – Hij heeft geen plek in al die oplossingen die ik net noemde. Hij wordt ontkend, of gewoonweg vergeten. En dáár zit het probleem.
Want wij mensen, wij kunnen onszelf niet redden. Misschien kunnen we de taalbarrière opheffen. Maar echt luisteren, dát lukt niet. Want we zijn op onszelf gericht. Willen de hoogste zijn. Daarom liever geen God boven ons, maar daarom duwen we ook elkáár omlaag. In de politiek – afgelopen week zag je het weer uitgebreid, hoe taal daar een wapen is in plaats van een communicatiemiddel. Maar ook met geroddel in de klas, met ellebogenwerk op kantoor, omgang met concurrenten… We zijn op onszelf gericht, willen onze toren bouwen. En die neiging, die krijg je er niet uit. Wij kúnnen geen wereldwijde broederschap, begrip en harmonie maken. Kijk maar om je heen, naar alles wat er speelt: polarisatie, oorlogen, ecologische crisis, hebzuchtige heersers… Gelooft iemand nog dat we het ooit beter gaan doen? Je zou er moedeloos van worden.

[God zelf heft spraakverwarring op]
Laten we maar snel naar die andere stad gaan, naar Jeruzalem. Want daar zien we iets anders! Daar zie je hoop, daar zie je wél tekens van een andere wereld!
God zelf laat in Jeruzalem het omgekeerde gebeuren als in Babel. De spraakverwarring is ineens opgeheven, iedereen uit elke taal verstaat wat de volgelingen van Jezus zeggen. En wat horen ze dan? Ook precies het omgekeerde als in Babel. In Babel hoor je grootspraak, groot spreken over jezelf. Maar hier wordt gesproken over Gods grote daden. Babel was een rijk zonder God, zelf de hoogste willen zijn. Maar hier zien we iets van een rijk onder God. Iets van Gods goede Koninkrijk, niet het onmenselijke rijk dat van de mens.
Waar geen mens aan Babel voorbij kan komen, gaat God daar met Pinksteren zelf voor zorgen. Er komt wél een wereldwijd Koninkrijk van vrede, één familie van mensen – met God als Vader. Hij is er al die tijd al mee bezig geweest, al vanaf dat Hij de spraak verwarde in Babel. Van Abraham, via Israël, naar Jezus die het oordeel droeg over onze opgeblazenheid, en het gaat heen naar wat we in de aanvangstekst hoorden: een onafzienbare menigte uit allen landen en talen, die samen God en het Lam eren.
En hoé bouwt God aan dat andere rijk? Niet alleen door de taalverwarring weg te nemen. Nee, veel dieper. Door mensen innerlijk te veranderen. Want dát in waar Pinksteren uiteindelijk over gaat. Dat God ingrijpt in het innerlijk van mensen. Ze omzet, van Babelmentaliteit naar nederigheid. Van spreken naar luisteren. Van zelf de hoogste willen zijn naar God erkennen als hoogste. Dát is wat God doet door zijn Geest. Dát is wat nodig is: dat we andere mensen worden, niet een andere taal leren alleen. En dát begint met Pinksteren. Dat andere rijk bouwt Hij zo Zelf!
Dan is er wél hoop, ondanks wat je om je heen ziet op aarde. Dan waait er ineens een frisse wind bij God vandaan. Dan zal Hij zelf zorgen dat het niet eindigt met Babel, maar met Jeruzalem!

[bij welk rijk hoor je?]
Maar nu is er nog wel één vraag: bij welk rijk hoor je zelf? Want ja, het komt goed, zeker, in de zin dat niet Babel maar Jeruzalem de toekomst heeft – Goddank! Maar waar woon jij? Bij het maken van deze preek dacht ik eerst dat ik twee punten nodig had: ‘grootspraak’- van Babel, en ‘lofspraak’ – in Jeruzalem, met Pinksteren. Maar dan ontbreekt er nog iets. Nog een ander gebruik van je mond. En dat staat in het laatste vers van het Bijbelgedeelte dat we lazen: “dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept, worden gered”. Hoe kom ik, hoe kom jij en hoe komt u bij dat rijk van vrede, hoe wordt je burger van dat nieuwe Jeruzalem? Hoe word je een ander mens? – want met minder zal het niet gaan.
Dat mogen we ook horen vandaag. Door ‘de Heer aan te roepen’. Dat is iets wat een bewoner van Babel niet uit zichzelf zal doen, nooit. Als je naar de Heer roept, dan erken je dat hij er is en dat je hem nodig hebt. Dan herken je dat jij als mens onmachtig en onwillig bent, nooit verder komt dan het bouwen aan je eigen toren die nooit de hemel zal bereiken. Dan geef je toe dat onze mensenwereld op de ondergang afgaat en wij het niet voorkomen kunnen. En daarom roep je naar de Heer om redding. Dan erken je hem boven je, als de Hoogste. Maar ook als degene die alles anders kan maken. Als redder. ‘De Heer’ is in dit verband wel speciaal Jezus. Dé redder. Er is redding uit de greep van Babel. Uit het oordeel en de ondergang, uit je eigen opgeslotenheid in eigenwijsheid. Er is redding, bij God, om Jezus’ wil.
En weet je, dat is nu wat de Heilige Geest doet, de geest van Pinksteren. Zorgen dat je daar komt, dat je de Heer gaat aanroepen. Heb je dat al eens erkend, dat je jezelf niet kunt veranderen? Heb je daarvoor al eens tot de Heer geroepen? Híj kan het wel! En Hij doet niet liever, dan je door zijn Geest anders maken, elke dag weer en elke dag meer! Vraag het Hem maar, vol vertrouwen!

[grootspreken van God]
En dan, als je de Heer aanroept en hij gaat veranderen, dan mag je nog een andere manier leren om je mond te gebruiken. Dat wat de leerlingen ook doen op die eerste Pinksterdag. Spreken over Gods grote daden. Niet meer over jezelf, nee, dat leer je wel af. Maar groot spreken van God en van zijn daden. Precies het tegenovergestelde van wat we uit onszelf doen, Babelburgers als we zijn. Wie door de Pinkstergeest wordt aangeraakt, leert groot spreken van God.
Dat heeft twee kanten: groot spreken van God, dat is allereerst Hem eren, prijzen, loven – hem zegenen, zoals we in de preek van vorige week konden horen, goed spreken van Hem. Het is als wanneer je verliefd bent geworden op een jongen of een meisje: dan wil je als vanzelf tegen die ander zeggen hoe geweldig hij of zij. Als je de Heer echt leert kennen, doe je zo ook naar Hem toe. Dan is je gebed geen vragenlijst meer, maar ook dank en lof en aanbidding.
En dan is het ook naar anderen toe: groot spreken van God en van wat hij doet. Hem aanprijzen, net zoals de leerlingen van Jezus doen tegen al die mensen die zijn komen luisteren. Zo mogen ook wij doen in onze eigen omgeving: groot spreken van onze grote God. Opnieuw net als wanneer je de liefde van je leven hebt leren kennen: dan zul je ook tegen anderen zeggen hoe geweldig zij is, of hij. En door zo groot te spreken over God, over zijn daden, en wel in het bijzonder over wat Hij deed in Jezus, mag je meewerken om anderen uit Babel naar Jeruzalem te krijgen. Want de Geest neemt mensen in dienst! Pinksteren gat ook over missionair zijn en getuigen.
Doe je dat wel eens, spreken van Gods grote daden? Dat je niet alleen zegt ‘ik geloof wel in Hem’, Maar dat het ook je taal bepaalt. Geen grootspraak meer over jezelf – daar houdt sowieso niemand van om maar te luisteren, dat beseffen we vaak wel. Maar groot spreken van God – doe je dat? Dat is wel het duidelijkste teken dat de Heilige Geest in aan het werk is. En vind je dit moeilijk of mis je dit: begin dan maar met de roepen tót God. Als je zijn redding echt leert kennen, wil je het vanzelf uitroepen óver Hem!

[Slot]
Pinksteren: Het is het omgekeerde van wat in Babel gebeurde. Daar spraakverwarring en de mensen verspreid in vele volken. Hier spraakverstaan, en mensen uit vele volken verenigd tot één volk – Gods gezin. Daar een rijk dat op niets uitliep – hier de eerste tekens van Gods Koninkrijk dat alles vervullen zal. Daar, in Babel, maakten en maken mensen zich groot – hier wordt God groot gemaakt. Daar in Babel is het leven hard en koud en uiteindelijk onmenselijk. Maar wie God leert eren, vindt warmte, en vindt zijn doel als mens. Die mag wonen in het nieuwe Jeruzalem, waar mensen uit alle volken en talen elkaar verstaan. En meer nog: waar God onder de mensen woont, en het Lam, en waar het loflied klinkt. Het loflied op Gods grote daden.

Amen