Tags

, , , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
Wist u dat de eerste christenen er wel van beschuldigd werden om menseneters te zijn? Mensen in de Romeinse tijd hadden geruchten opgevangen over wat christenen zondagsmorgens deden in hun bijeenkomst. Ze hielden daar een soort rituele maaltijd, waarbij ze iemands lichaam zouden eten en zijn bloed drinken. En zo zouden die christenen dan denken goddelijk levend te ontvangen. Nu waren de mensen in de Romeinse tijd wel wat gewend qua vreemde rituelen. Bij de Mithras-cultus bijvoorbeeld werd stierenbloed over mensen uitgestort en zelfs gedronken. Maar die christenen, als dat waar was zeiden, dat ging toch alle perken te buiten. Een mens eten en zijn bloed drinken. Walgelijk!
U zult wel begrijpen waar zulke geruchten vandaan kwamen, zeker nu hier vandaag de tafel staat. Buitenstaanders hadden iets opgevangen over het heilig avondmaal. “Neem, eet, dit is mijn lichaam” en “drink allen daaruit, dit is mijn bloed” – we hoorden het net ook nog. Tja, als je dat te letterlijk neemt… Dan klinkt het raar en zelfs afstotelijk!
Net zo’n misverstand komen we tegen in het Bijbelgedeelte dat we lazen. Jezus had al gezegd dat hij het brood is dat leven geeft – we stonden er vanmorgen bij stil. Maar nu gaat hij verder. Het brood dat ik geven zal, zegt Hij, is mijn líchaam. ‘Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven’. Tja… het lijkt erop dat veel hoorders van toen dat letterlijk opvatten. Hun reactie liegt er niet om “dit zijn harde woorden, wie kan daar naar luisteren”. En ze willen Jezus niet langer volgen. Zijn lichaam eten, zijn bloed drinken, kom nou!


[geloven gaat tegen de mens in]
Zoals vaker in het Johannesevangelie, is er hier een botsing tussen iets dat Jezus geestelijk bedoelt, en hoe mensen het letterlijk opvatten. Daarachter zit een diepe kloof, die tussen ‘het vlees’ en ‘de geest’. Van nature zijn de geestelijke dingen, de dingen van God, onbegrijpelijk en aanstootgevend voor een mens. Het is goed om dat eens te benoemen! Het is niet zo dat het geloof vanzelf spreekt als het maar eens goed uitgelegd wordt aan mensen. Nee, hier is Jezus zelf aan het woord – welke betere uitleggen zou je wensen? Maar toch keren velen zich af.
Een mens uit zichzelf kan niets met de dingen van God. Goed, in onze tijd zullen ze niet denken dat christenen menseneters zijn. Maar is het heilig avondmaal evengoed niet een vreemd iets voor vleselijke oren, voor buitenstaanders? Een stukje brood dat je in contact brengt met God: OK…? Of dat het betekent dat wij een soort nieuw leven krijgen, omdat er iemand twee millennia geleden werd vermoord aan een kruis. Ja dus…?
De vraag is trouwens ook of mensen zitten te wáchten op de dingen van God. Jezus spreekt het over brood dat leven geeft, maar de mensen hoopten eigenlijk meer dat hij weer gewoon brood zou geven, net zoals de dag ervoor. Daar ging hun hart meer naar uit! Zou dat tegenwoordig anders zijn? Ik heb eens een sketch gehoord die ging zo: er wordt aangebeld, de bewoner doet open, en daar staat iemand voor de deur die zegt “goedemorgen meneer, ik kom u vrede en geluk brengen”. En het antwoord “mooi, zet maar in de gang!”. Vrede en geluk, eeuwig leven? Het dagelijks leven, dát vraagt al aandacht genoeg.
Schrik dus niet, als je onbegrip ervaart bij mensen om je heen als het om geloof gaat. Want het ís vreemd en niet waar ze op wachten. Sterker nog, schrik niet als je bij jezelf soms ineens allerlei vragen en twijfels en weerstand merkt. Heb je dat nooit? Ik wel hoor, vaak diep weggestopt, maar toch. De boodschap van het evangelie sluit níet aan de mindset die elk mens van nature heeft. Dát noemt Jezus ‘het vlees’, of zoals onze vertaling zegt in vers 63 ‘het aardse bestaan’. Bij ons aardse bestaan sluit Jezus niet aan!

[weerstand op drie niveaus]
Jezus zegt in vers 63 ‘het aardse bestaan leidt tot niets’ – als het over de dingen van God gaat dus. Laat ik dat nog wat uitwerken. Het aardse bestaan, het ‘vlees’, dat kun je uitsplitsen in 3 dingen: verstand, gevoel en wil. Geen van drieën helpen ze je verder op geestelijk gebied. Ze kunnen juist hard op de dingen van God botsen.
Laat ik beginnen met het verstand. De dingen van God gaan ons te boven, en daarom kunnen ze allerlei vragen oproepen. De mensen zeggen in vers 42 ‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef, onze dorpsgenoot? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’ Ze kunnen het niet snappen het niet. En verderop, over dat zijn lichaam het brood is dat leven geeft – dat roept natuurlijk vragen op voor je verstand. Zo kan het ook bij ons zijn. De dingen van God geven aanleiding tot vragen waar je verstand geen antwoord op heeft, in allerlei soorten. De een vraagt: hoe kunnen alle mensen ooit weer opstaan? Een ander vraagt: als God goed is, waarom laat hij dan zoveel kwaad toe? Een derde vraagt: waarom moest Jezus sterven voor ons kwaad, ik kan toch ook gewóón vergeven, waarom God niet? En ga zo maar door. Misschien hebt u of heb jij allerlei vragen. Schrik er niet van, geloof ís niet logisch voor een mens….
Een tweede laag in een mens is het gevoel. Ook daar kun je vastlopen. Dat was toen als zo bij Jezus’ woorden. Jakkes, bloed drinken! Weerstand, zeker als Jood van toen, die geen enkel bloed tot zich mocht nemen. Gevoel dat Jezus’ woorden afwijst dus. Ook dat kan vandaag nog, gevoel dat borst op wat God zegt. Als je boos bent op God, om dingen die jou overkwamen. Als je ziek wordt van allerlei vrome praatjes en schijnheiligheid. Of als je juist níets voelt van God, terwijl je wel in Hem wilt geloven. Maar God is geen gevoel, wat mensen tegenwoordig ook mogen vinden. Ons gevoel brengt ons niet bij Hem, kan juist zwaar in de knoop komen!
Dan is er ook nog de laag van de wil. Wíl je geloven? Of houd je de Heer liever op afstand? Die mensen toen, snapten ze écht niet dat Jezus het figuurlijk bedoelde van zijn lichaam en bloed, of wílden ze het ook niet snappen? Andere uitspraken konden ze zo mooi laten liggen: dat ze in Hem moesten geloven, en hun leven veranderen. En zo is het nog. Onder allerlei vragen over geloof, zit vaak nog iets anders: wil ik me wel aan de Heer overgeven? Want dan kan je leven niet hetzelfde blijven. Dan mag Hij het zeggen – en zit ik daarop wel te wachten?

[geloof wordt door God zelf gegeven]
Nee, in Jezus geloven is niet logisch, of fijn, of net wat je altijd al wilde. Ons aardse bestaan, daar sluit het níet bij aan. Je zou je gaan afvragen waarom iemand dan ooit nog zou gaan geloven!
Op die vraag geeft Jezus meteen antwoord. “Het aardse bestaan leidt tot niets, het is de Géést die levend maakt”. Hoe kan ooit iemand gaan geloven? Dat doet God Zelf. Zoals Jezus het zegt “iemand zal alleen tot Mij komen als de Vader het hem geeft”. En dan gebeurt het wel!
Dat is het wonder, als God werkt met zijn Geest. Dan voelt een mens ineens of gaandeweg die honger vanbinnen, die geen aards brood ooit verzadigen kan. Dan ga je een leegte merken, die door geen succes of spullen kan worden gevuld. Dan klinkt ‘nieuw leven’ ineens als iets wat je nodig hebt. En dán, als je dan hoort van Jezus die dat geeft. Als je hoort dat Hij hemels brood is, dan wil je Hem hebben. Niet omdat al je vragen zijn beantwoord. Niet omdat je een goed gevoel zoekt. Niet omdat je voor Hem kiest – maar omdat Hij er voor jou is. Altijd al was, zonder dat je het zag. Zijn woorden zijn wáár – je ziet het. Híj is de weg en de waarheid, Hij is het leven. Dat laat Gods Geest je zien, en geloven. En dan mag je het ook ervaren, gaandeweg. Proeven. Voelen. Er gaat je een licht op, bij al je vragen. Zijn licht! Dat is Gods genade, die alles anders maakt.
Geloof is niet logisch, geloof is een gave. Als u, als jij mag geloven, Jezus volgt – dan is dat Gods eigen werk. Reden tot diepe dankbaarheid. Je hebt jezélf er niet bijgezet, dat deed Hij. Dank Hem! Als geloof een gave is van God, dan is dat ook basis om te bidden. Te bidden voor anderen die de Heer nog niet kennen. Dan hoef je niet af te wachten of zij ooit die stap van geloof zetten, je mag bidden of Gód hem wil trekken. Hij kan en Hij wil dat doen, juist als wij ervoor bidden. Bid voor al die mensen in je buurt die de Heer nog niet kennen, Hij kan wonderen doen!
En als je het voor jezelf nog erg lastig vindt: geloof ik? Wat geloof ik? Wie is Jezus voor mij? Bid dan ook maar: Heer, geef mij een vast geloof! Want geloof is niet logisch, geloof is een gave. En trouwens, als je wílt geloven, met al je vragen, dan is dat al iets wat Gods Geest in je legt.

[geloven vaak ondanks]
Veel mensen toen haakten af bij Jezus’ woorden. Jezus vraagt aan zijn twaalf trouwste leerlingen “willen jullie ook niet weggaan?”. Petrus antwoordt namens allen “naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven!” Een geweldige belijdenis, de taal van elke ware gelovige!
Maar besef wel hoe hij dit zegt. Zegt Petrus dit omdat hij wél alles snapt van Jezus’ woorden? Ik denk het niet! Jezus legde zijn zware uitspraken niet uit. Is het omdat Petrus geen twijfels en weerstand heeft van binnen? Is alles zonneklaar voor hem? Ik denk het echt niet. Petrus belijdt, niet omdat hij geen vragen meer heeft en twijfels, maar óndanks wat er ook bij hem aan vragen en twijfels is. Geloven is het niet einde van de vragen en onzekere gevoelens, het is vaak ‘en toch…’.
Het is ondanks, ook bij geloof vandaag. Je gaat niet geloven op het moment dat al je vragen beantwoord zijn. Nee, je gaat geloven als je in Jezus iets ziet dat je elders niet vindt. Omdat je bij Hem iets van de verzadiging proeft, die dieper gaat dan dat je alle antwoorden hebt. Je gaat geloven omdat Hij woorden spreekt die eeuwig leven geven. Woorden die je elders niet hoort, ook al gaan ze je nog zo ver te boven.

[Oproepen om met Petrus in te stemmen]
Geloven, het is geloven óndanks vragen. Ondanks wat je soms voelt, en ondanks de onwil die ook leeft in je hart. Maar het is Jezus zien voor wie Hij is. Zoals Petrus het zegt ‘de Heilige van God’. Geloven in Hém, volgeling worden. Waar zou je anders heengaan? Nergens vind je iets, nergens vind je iemand als Hij. Als je ogen zijn opengegaan, dan zeg je het Petrus na. “Naar wie anders zou ik gaan, Heer?” Herken je er iets van? Dát is geloof. Geloof ondanks alles. Ondanks dat anderen afhaken, en ondanks dat je zelf vraagtekens genoeg hebt. Toch weten dat je bij Jezus moet zijn.
Zeg je het Petrus al na? Kom, stem er maar mee in! Waar moet je anders heen? Met al je vragen en weerstand en twijfels. Niet blijven piekeren of somberen of weifelen – zoek het bij de Heer! Hij is groter dan ons hart, dan ons verstand, ons gevoel, groter dan onze wil zelfs.
Als je weggaat, het elders zoekt, waar kom je dan? Ik kan je zeggen dat het uiteindelijk allemaal leeg zal zijn. Terwijl bij de Heer zoveel grote dingen zijn. Voedsel voor je ziel, en eeuwig leven.
God trekt, ook vandaag. En tegelijk laat Hij je vrij – wat een paradox. Hij vraagt het zelfs: wil je ook niet weggaan? En toch… als je Hem leert kennen, kom je nooit meer los. Dan wíl je nooit meer weg. Want dan heb je gevonden wat je hart nodig heeft. Gevonden, omdat je bent gevonden.

[Slot]
Dan zijn Jezus’ woorden soms moeilijk. Over zijn lichaam eten, zijn bloed drinken. Maar weet je, je moet er niet je hoofd over breken, of er al dan niet een goed gevoel bij hebben. We mochten het dóen vandaag. Het Heilig Avondmaal vieren, zijn lichaam eten in het brood, bloedrode wijn drinken. Dat werd ons aangereikt vandaag. Het is ons veel te groot. Maar je hoeft het niet te vatten. Je hoeft het slechts aan te nemen. Heer, uw leven – voor mij! Daar mag je uit leven.
En daar mogen we elke dag van leven, als we Hem door geloof ontvangen, telkens weer. Geloof, tussen twijfels door, en met vragen vaak, en met een soms onwillig hart. Maar tóch! Waar zouden we anders heengaan? U bent het, die woorden van eeuwig leven spreekt!

Lof zij Christus in eeuwigheid, amen