Tags

, ,

[Vooraf]

Kerntekst is Johannes 11 vers 7., waar Jezus zegt ‘laten we teruggaan naar Judea’.Of zoals andere vertalingen zeggen ‘laten we weer naar Judea gaan’. Ik heb de preek verdeeld in drie punten:
‘Laten we weer naar Judea gaan’
– Allereerst de omstandigheden waarin Jezus dit zegt
– Dan de toewijding die eruit spreekt
– En ten slotte het doel waarmee Jezus gaat


Gemeente van Jezus Christus,

[De omstandigheden toen]
“laten we weer naar Judea gaan” zegt Jezus tegen zijn leerlingen. OK, dat klinkt als een nogal neutraal bericht. Ongeveer als: laten we vanmiddag naar het bos gaan – daar is het mooi weer voor vandaag. Of: laten we binnenkort een keer naar oma gaan. “Laten we weer naar Judea gaan”, zegt Jezus. Maar als je de omstandigheden bekijkt, klinken deze woorden ineens heel anders. Er zit dreiging en dood in de lucht. Dit is maar niet zomaar een voorstel voor verplaatsing. Aan het einde van het vorige hoofdstuk is te lezen dat Jezus met de dood bedreigd werd in Jeruzalem, in de hoofdstad van Judea. Omstanders hadden al stenen opgeraapt om Hem te stenigen, ter plekke te vermoorden dus. Zijn claim dat Hij van God komt, konden ze niet hebben. Godslastering – dood moet die man! Jezus was ontkomen, maar veiligheidshalve was hij naar de andere kant van de Jordaan gegaan… En nu teruggaan? “Heer, ze willen u stenigen” roepen de leerlingen wanhopig. U gaat uw dood tegemoet!
In dit stuk van het Johannes-evangelie, komt de dood nogal eens voor. Voorafgaand, hier, maar ook aan het slot hogepriester Kajafas “het is beter dat één man sterft voor het volk”… Geen wonder dat Thomas zegt “laten we ook maar gaan, om met Hem te sterven”. Grafstemming bij de leerlingen.
Maar vergeet ook niet alles rond Lazarus, die ziek is en sterft. Lazarus, de vriend van Jezus,de broer van Maria en Martha. De twee zussen sturen een bericht “Heer, uw vriend is ziek” – met daarin opgesloten natuurlijk de vraag: Heer, kom om hem te genezen! Maar Jezus komt niet. Hij had gezegd, en de bode had het ongetwijfeld tegen Maria en Martha verteld “deze ziekte is niet tot de dood”. Maar Lazarus sterft wél. En Jezus is nergens. Pas als Lazarus dood is en begraven, zegt Jezus “kom, laten we naar Judea gaan”. Naar een dode en zijn rouwende zussen… Naar een gebied waar zijn eigen dood wacht. Wat een sombere stemming, wat voor schaduwen overal!

[De omstandigheden nu]
In wat voor stemming verkeert u eigenlijk momenteel? Of jij?

Misschien wel heel goed. De zon die vandaag schijnt helpt mee. Dat is één van de lastige dingen van de Lijdenstijd, dat we ons moeten richten op Jezus’ lijden, op zonde en gebrokenheid, terwijl overal de knoppen openspringen en de narcissen bloeien… Maar misschien bent u of ben jij toch donker gestemd van binnen. Ik denk dat dat bij meer van ons speelt dan we voor elkaar willen weten. Schaduw en somberheid.
Net als bij Lazarus kan er ernstige ziekte spelen. Je hebt gebeden, bericht gestuurd naar Jezus, net als toen. Maar er gebeurt niets! Misschien is een geliefde gestorven. Waarom toch? Vroeg of laat lopen we allemaal tegen dat grote probleem op, dat het leven precies andersom is als vers 4: “deze ziekte loopt wel uit op de dood”. Ons léven loopt uit op de dood. Is dat niet de grote schaduw die over ons allemaal hangt?
Misschien lijkt dat ver weg, maar zijn er andere zorgen waar je mee zit. Er kan zoveel zijn in ons persoonlijk leven, ik ga dat niet allemaal opsommen. Je weet het zelf wel, waar je steeds over piekert, wat oppopt als je in bed ligt te denken. Hoe kom je eruit?
Of je hebt zorgen over anderen, zoals de leerlingen dat voor Jezus hebben. Je kunt zo weinig dóen, maar je voelt de beklemming. Zal de relatie van je kind breken? Komt het nog goed met die kennis die zo in de knoop zit? Vul maar in. En dan heb ik het nog niet eens over de wijde wereld, waar u en ik in leven. Oorlog in Iran, oorlog in Oekraïne; het klimaat dat nog altijd kapotgaat. Ons land en al de uitdagingen daarvoor. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde Nederlander denkt “met mij gaat het wel goed, maar met ons gaat het steeds slechter”.
Nou, wat een gesomber, denkt iemand misschien. Kom op, bid en werk! Zeker, doe dat! Maar bidden is geen instantoplossing. Zie bij de boodschap die Maria en Martha stuurden naar Jezus, een gebed eigenlijk. Broer Lazarus sterft tóch. En hebt u, heb jij nooit dat gevoel, dat je gebeden eigenlijk maar bar weinig uitwerken? En wat ‘werken’ betreft naast het bidden: tegen een heleboel dingen dóe je zo weinig. Ziekte, of wat wereldleiders uithalen, of wat ook… Soms kan een mens somber gestemd zijn, en nog met reden ook.


[Jezus’ toewijding]
“Laten we weer naar Judea gaan” zegt Jezus. Over de donkere omstandigheden hoorden we. Over de angst bij de leerlingen, de neerslachtige reactie van Thomas, de zorgen en zelfs dood bij twee zussen… Maar laten we nu ten tweede eens naar Jezus zélf kijken. Hij die te maken heeft met moordplannen, hij die een vriend verliest. Wat zien we bij Hém? Het opvallende, het mooie is: Hij is de enige op wie de somberheid géén grip lijkt te hebben. Rustig kiest Hij zijn weg, zonder aarzeling of angst. “Laten we naar Judea gaan”. En dat terwijl Hij nu juist de enige is die écht zal ondergaan. De zussen krijgen Lazarus terug, de leerlingen zullen níet met Jezus sterven – maar Hij zelf gaat op zijn dood af. En toch is Hij vol toewijding en vertrouwen. En dat is het tweede vanmorgen. Jezus wil toegewijd de weg gaan die in Gods plan voor Hem is weggelegd. En daarom loopt Híj in het licht, tóch!
Enigszins raadselachtig heeft Hij het erover in vers 9 en 10. ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.” Wat wil dat zeggen? Het helpt als we deze woorden verbinden met wat de Heer eerder zei, in Johannes 9. Daar waren zijn woorden “zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen”. Jezus’ tijd is door zijn Vader bepaald, en zijn werk ook. Jezus weet: nu is het ‘dag’, dat wil zeggen de tijd om actief te zijn. Straks komt de nacht, dat weet Jezus ook al: de tijd dat hij zal gevangengenomen worden, zal sterven. Ook dat is onderdeel van Gods plan, daar kom ik zo op. Maar nu, nu heeft Hij nog werk te doen. Hij moet Gods macht tonen door Lazarus uit de dood op te wekken. Zolang het Gods tijd nog niet is, kan de Heer niets overkomen, ondanks alle vijandigheid onder de Joodse leiders.

[toewijding geeft licht en rust]
Waarom is Jezus níet onder de indruk van de sombere omstandigheden? Omdat die nooit groter zijn dan Gods plan en Gods macht. En díe zijn voor Hem oneindig belangrijker. Wat is dat een les voor ons! Je bent nooit veiliger dan in het centrum van Gods wil, als je je dááraan toevertrouwt. Als je je leven hebt overgegeven aan Hem die alles leidt. Als je doet wat Hij je oplegt, en aanvaardt wat Hij je als weg geeft. Ook als dat een weg is het donker in… Dan loop je tóch in het licht. Die struikelt niet, zegt en toont Jezus, want hij ziet het licht van deze wereld.
Durf jij, durft u zó in het leven te staan? Dat je zegt: ik geef alles over aan God. Ik geef mezelf over aan Hem. Gods licht, dáár loop ik in, wat er ook gebeurt. Ik vertrouw op Jezus, het licht voor de wereld. Hem volg ik, ook al loopt het de duisternis is. Want daar is Hij óók, die weg is Hij óók gegaan. Als je alles loslaat behalve God, wat sta je dan vast! Durf je dát, ook en juist als jouw omstandigheden moeilijk zijn?
Thomas laat er iets van zien. Ja, die sombere Thomas. Hij zegt het “laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven”. Daar zit iets goeds is – ook iets ontbrekends, daar kom ik zo op; maar zeker iets goeds. Thomas houdt vast aan de Heer. Hij wil Hem volgen, waar het ook heen gaat. Niet alleen in zonneschijn, maar ook in duisternis. Hij laat Jezus niet los als het lastig wordt. Dat is sterk! Is dat ook bij mij zo, en bij ons? Blijf je aan de Heer vasthouden, terwijl je somber bent? Terwijl de omstandigheden donker zijn? Dát is de beste weg, tóch!
Tegelijk is er iets wat Thomas niet ziet. En dat is denk ik juist de kern voor vanmorgen. Thomas zegt “laten we meegaan, om met Hem te sterven”. Thomas gaat ervan uit dat Jezus’ op weg gaat naar de dood, dat dat het doel is, het einde waar het op uitloopt. En dat klopt niet! Dat is het derde punt waar we zo bij stilstaan. Thomas is somber. En geloof is níet somber. Geloof is juist hoopvol. Terwijl ieder mensenleven uitloopt op de dood, mag wie Jezus volgt juist verder kijken.

[Op weg om leven te brengen, niet om te sterven]
En dat brengt ons bij het derde punt. “Laten we op weg gaan naar Judea” zegt Jezus. Wat is het dóel van Jezus weg, waar gaat het heen? Níet naar de ondergang. Echt niet! De Heer gaat naar Judea, naar Lazarus, om diens dood te overwinnen – hem te laten opstaan. Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God! En zo is het ook met Jezus’ eigen verdere weg. Vers vier is ook op Hem helemaal van toepassing: ‘deze weg loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de zoon van God geëerd zal worden’.
“Laten we op weg gaan naar Judea” zegt Jezus. Waarom? Niet om te sterven, maar om te leven. Om op te staan, zoals Lazarus. Maar: bij Jezus is er nog méér van te zeggen…. Jezus gaat op weg, niet om te sterven, ook niet om zelf op te staan alleen, maar om leven te brengen. De opwekking van Lazarus wijst daar al heen. Jezus geeft leven, dat zien je daar. Daarom gaat Jezus naar Judea, naar Jeruzalem. Daar wacht Hem het kruis, inderdaad. En dat kruis, dat is een levenbrengend kruis. Levenbrengend voor velen, voor iedereen die in Hem gelooft. Dáárom gaat Jezus op weg.
Het wonderlijke is dat juist de cynische hogepriester Kajafas dit het beste onder woorden brengt. “Het is beter dat één mens sterft voor het hele volk”. Een onbewuste profetie, schrijft Johannes ervan bij deze woorden. Want is dit niet juist het wonder van het kruis? Het wonder van Jezus’ dood? Hij sterft, maar niet voor zichzelf. Hij sterft voor hele zijn volk. Hij sterft, omdat dit Gods weg is tot om leven te geven. Zo wordt God geëerd, zo wordt de Zoon van God verheerlijkt – in deze daad van liefde tot het uiterste. Die grote omwisseling: Hij veroordeeld, Hij de dood, de duisternis – en mensen de vrijspraak, het leven, het licht. Ieder die in Hem gelooft. Dát is waar u en ik van mogen en moeten leven.
Jezus ging het donker in, om het licht te laten overwinnen. Gods licht dat om Hem heen was, heel zijn weg. Licht, dat ook vandaag verlicht, midden in een donkere wereld. Hij ging op weg, om léven te brengen. Aan Lazarus, en aan de wereld. Voel je dat wónder?

[aanprijzing en oproep]
Voor Lazarus werd het waar “deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God”. Het leek een leugen, maar het werd vervuld. Op Gods manier. Maria en Martha en wij zouden denk ik tevreden zijn geweest met genezing, met de voor de hand liggende oplossing. Maar Gods weg is dieper: een nieuw leven, helemaal. De diepe weg waar God de eer krijgt en Jezus wordt geëerd en geloofd.
En zo is het steeds. Wij zouden vaak al tevreden zijn met een oplossing aan de oppervlakte. Snelle genezing, iets dat goed komt. En we vergeten dat dan toch het grote probleem nog niet is opgelost: dat elk léven uitloopt op de dood. Dat duisternis de aarde bedekt. Maar Gods plan gaat verder, gaat door, gaat dieper. Hij geeft een heel nieuw leven, aan ieder die in Hem gelooft. Die in de nood Hem zoekt. Eeuwig leven. Dat is een nieuw leven nu al, in Gods licht, óók als alles duister is om je heen. echt, dat kan! Als Hij je die overgave leert, die geloof heet. Een leven, met de Heer door zijn Geest. Ook als het goed gaat of je druk bent. Een leven waarin God de eer krijgt, en Jezus geëerd en gevolgd wordt.
Heb jij het al? Geloof je daarin? Geloof je in Jezus die het geeft? Want dát is waar het op aankomt. Mag Hij je Heer zijn? In álle omstandigheden, altijd? Alleen dan zul je het licht vinden! Nieuw leven, nu, en zelfs als je sterft. Eeuwig leven!
Zo mogen wij op weg gaan naar Pasen. Zo is Jezus op weg gegaan naar Jeruzalem, door het donker. Om licht en leven te brengen. Laten wij dan maar met Thomas instemmen, alleen dan nét anders: “Laten we mee gaan, om met Hem te… leven!”

Amen