Tags
Gemeente van Jezus Christus,
[intro: te bekend]
Toen wij hier net in Beekbergen waren komen wonen, kwamen er regelmatig familieleden voor de eerste keer bij ons op bezoek. En dan zeiden ze vaak: wat is het hier mooi! Vooral als ze uit de richting van Arnhem kwamen, van de A50, en dan de afrit namen ‘Hoenderloo/Beekbergen’, en via de Arnhemseweg hierheen reden. “Wat mooi”, zeiden ze, “zo die kaarsrechte weg die eerst naar beneden gaat en dan omhoog, met zo’n uitzicht naar voren. En dan die bossen aan de zijkant – het lijkt wel buitenland!”. Toen ik daar zelf voor de eerste keer reed, dacht ik net zoiets. Maar nu woon ik er een tijdje, dan heb je die weg al 100 keer gereden; dan zie je het eigenlijk niet meer. Of je ziet het wel, maar je raakt in elk geval niet meer zo onder de indruk.
Soms, als iets bekend is, dan zie je het bijzondere ervan niet meer. Even een voorbeeld op een heel ander gebied. Misschien heb je een heel gewoon gezinnetje voor je gevoel. Niets bijzonders. Maar dan komt er een keer iemand logeren. Iemand uit een gezin waar bijvoorbeeld de vader meestal afwezig is, waar vaak harde woorden vallen, waar het allemaal niet loopt en geldproblemen zijn. Als zo iemand logeert bij jouw ‘gewone’ gezinnetje tussen aanhalingstekens, dat ziet ze daar iets bijzonders. Hoe een gezin ook kan zijn: met rust en respect, en nog veel belangrijker, met warmte en liefde onderling. Wat bijzonder dat mensen zó samenleven! Maar zelf besef je het vaak nauwelijks, hoe bevoorrecht je bent als deel van zo’n gezin.
Soms, als iets bekend is, dan zie je het bijzondere ervan niet meer. Zou het ook zo kunnen werken bij wat Jezus deed, toen Hij zijn leven gaf?
[liefde tot het uiterste]
De tekst die centraal staat vanmorgen is het slot van vers 1 uit Johannes 13. Daar staat “zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan” [herhaal]. Wanneer? Wanneer hij gaat sterven aan het kruis. Dat is liefde tot het uiterste. Want zijn dood was niet iets dat Hem werd aangedaan. Ja, ook wel. Maar het is tegelijk ook zijn eigen keuze, om deze weg te gaan. Om zich te géven in de dood. Hij wilde sterven, voor zijn mensen! De meesten van ons hebben dat vast vaker gehoord. Maar beseffen we nog hij bijzonder dit is?
Je leven voor anderen geven, dat is echt het uiterste wat je als mens doen kunt. Er zijn zeker voorbeelden van. Mijn ouders fietsten laatst langs een monument ergens in de Maasvallei. Een Engelse soldaat had zijn leven gegeven door de aftocht te dekken voor zijn makkers. Opoffering tot het uiterste, tot de dood! Maar wat Jezus doet is níet net zoiets. Het is nog “uiterster”, om een raar woord te gebruikt. Want Jezus is maar niet een mens die zijn leven geeft voor andere mensen. Hij is Gods Zoon – sterker nog, Hij is God de Zoon, God Zelf als mens. En Hij geeft zijn leven aan het akelige kruis. Gaat de Onsterfelijke sterven? Laat de Heilige en verhevene zich uitlachen en bespotten en… vermoorden door zijn eigen bedorven schepsels? Dát is liefde tot het uiterste in nog honderd maar sterkere mate!
Nu is er wel een probleem. Als je al jaren naar de kerk gaat, dreigt het gevaar: té bekend dit, hoe bijzonder ook. Ja, Jezus sterft voor ons, weet ik, en Hij is God-met-ons, weet ik. Honderd keer gehoord, elk jaar weer Lijdenstijd. En aan de andere kant, als je níet zo vertrouwd bent met het geloof, is het ook lastig te vatten. Jezus’ dood aan het kruis is een marteling en een moord, toch? Hoe kan het ook een daad zijn van liefde tot het uiterste?
[voetwassing een daad die toont hoe diep Jezus gaat]
Vandaag hoorden we uit de Bijbel over hoe Jezus de voeten wast van zijn leerlingen. Wat Hij doet is een voorbeeld. Jezus zegt het zelf, in vers 15. Een voorbeeld van wat? Van hoe wij moeten doen, anderen dienen? Dat ook wel. Maar het is allereerst een beeld van hoe Jezus zélf dient. Een uitbeelding door de Heer zelf van wat Hij straks nog dieper doet aan het kruis. Liefde die vér gaat, over alle grenzen heen van wat normaal of passend is. Want weet je, wat Jezus deed toen Hij de voeten van zijn leerlingen waste, dat was niet normaal. Dat was echt schókkend voor mensen toen!
Normaal werden de stoffige voeten van gasten aan een maaltijd gewassen door een slaaf. Maar hier is blijkbaar geen slaaf, dus dat is niet gebeurd. Had niet een van de leerlingen ervoor kunnen zorgen? Nee! Want voeten wassen werd gezien als onterend werk. Dat doet een vrij mens niet vrijwillig. Hadden ze dan tenminste niet de voeten van Jezus kunnen wassen, hun Heer en meester? In een Bijbelcommentaar las ik: een leerling van een rabbi zou voor zijn leraar bijna alles doen wat een slaaf deed, behálve zijn voeten wassen, dat was te vernederend. Eer en schaamte was héél belangrijk destijds. Zoiets dóe je niet.
En dan Jezus! Wie? Vers 3: “Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan” – Hij! Hij die álle macht heeft, die van God komt en tot God gaat. Hoe zou je verwachten dat deze zin verder gaat? “Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven en dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan” zei ‘kniel allemaal voor mij, mensen!’ Dát zou passen voor wie Hij is. Maar dat staat er niet! Wat staat er? Het is alsof de verteller een vertraagde film laat zien. Een film die inzoomt op elke handeling, alsof hij het al opschrijvend nog niet kan geloven. “…Hij, Jezus, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om, en goot water in een waskom. Hij begon – de – voeten – van – zijn – leerlingen – te – wassen (!!), en droogde ze af met het doek die hij omgeslagen”.
Niemand van toen zou denken “wat mooi dat Hij de minste wil zijn” of zo. Nee, dit riep een reactie op zoals Petrus hier uitspreekt: dit is te gek! “U gaat mijn voeten écht niet wassen, nooit!” Dit is tot het uiterste en ver daarover. U bent de Heer! dit is niet mooi meer, maar hoogst ongemakkelijk.
Kijk, en dát is nu een beeld voor wat Jezus direct hierna gaat doen. Wie? Hij, de Heilige, die één is met de Vader. Wat? Zijn leven geven. Waar? Aan een schandelijk kruis – daar meer over op Goede Vrijdag. Dat pást toch niet! Dat is toch te gék! En tóch deed Jezus juist dat. Voel je er iets van?
[vertaling naar nu]
Misschien is dat voeten wassen voor ons vandaag geen aansprekend voorbeeld meer. Onze cultuur is heel anders. Iemand wast de voeten van anderen, nou en? Ik heb daarom geprobeerd te zoeken naar een voorbeeld van nu.
Status en eer is minder belangrijk nu dan toen. Misschien vind het nu nog het meeste bij het koninkrijk huis, bij de koning. Stel je voor… dat de koning ineens bij je achterdeur staat met een emmer met schoonmaakspullen. ‘Goedemorgen, ik kom uw huis schoonmaken, want ik begreep dat dat wel nodig is’. De koning zelf, hè! Je zou heel raar staan te kijken, als hij zo kwam en het ook echt ging doen. Je zou je ongemakkelijk voelen denk ik, net als Petrus in ons Bijbelgedeelte. Echter: onze koning zou er niet door voor gek staan. Als er een nieuwsitem van werd gemaakt, zou niemand hem uitlachen. Misschien zouden mensen het juist wel mooi vinden.
Het moet nog verder. Hoe kunnen wij iets voelen van wat Jezus hier doet? Dat het echt tot het úiterste gaat, ongekend ver? Ik moest denken: stel dat de koning in een verpleeghuis zou meehelpen met de persoonlijke verzorging van mensen. Billen wassen en zo. Dát zou echt bijzonder ongemakkelijk voelen voor wie geholpen wordt. En als je ervan hoort, zou je denk ik toch wel denken: dit gaat wel héél ver, een beetje té. Moet dat nu? Doe dit nou niet, koning! Het past niet.
En toch… toch doet Jezus juist ongeveer zoiets. Voeten wassen, Hìj, de Heer – dat kan toch niet, zulk vies slavenwerk? Maar Hij doet het. En juist zo beeldt Hij zelf uit hoever Hij wil gaan in zijn liefde voor de zijnen. Tot het uiterste. Want direct hierna gaat Hij vrijwillig naar de dood, een akelige schandelijke dood aan het kruis, waar niets moois aan is. Voor mensen die Hem niet willen. Tot dat uiterste ging Hij. Wie? Hij, de zoon v God, God de Zoon, Hij die alle macht heeft en de wereld regeert. Voel je hóe raar dat is, hoe ver dat gaat? Laten we nooit aan dit idee wennen!
[schoonwassen, letterlijk en figuurlijk]
Maar er is meer te zeggen. Waarom ging onze Heer zo ver, tot het uiterste, tot de dood? Het is om een reden die Jezus hier óók zelf uitbeeldt. Om te wassen.
Ja, Jezus wást. Als het Hem alleen om een voorbeeld van nederig dienen was gegaan, had hij ook iets anders kunnen doen, bijvoorbeeld aan tafel bedienen zoals een slaaf. Maar Hij gaat juist wássen. En dat is niet voor niets. Jezus wast de voeten van de zijnen, maakt ze schoon, en dat is juist wat zijn dood aan het kruis ook doet, figuurlijk dan.
Dat is immers het wonder van het kruis. Dat het, in alle akeligheid, tegelijk de manier is waarop mensen gereinigd worden, schoongemaakt van schuld en van zonde. Helemaal aan het begin van het Johannes-evangelie wordt Jezus genoemd “het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt”. Nu gaat dat waar worden. Het is bijna het Pesachfeest, zo begon onze Schriftlezing. Met het Pesachfeest werden er lammetjes geslacht in de tempel. En Jezus, Hij is het Lam met een hoofdletter, dat met Pesach zijn leven geeft. Hij geeft zijn leven, in plaats van het onze. Hij draagt het kwaad, ál het kwaad van al die mensen. Hij draagt het weg, de dood in. Hij draagt de straf, hoewel onschuldig. En zó, zo wast hij schoon. Zo wast Hij ieder die in Hem gelooft. Zodat wij een nieuw begin kunnen krijgen, altijd. Dát is de goede boodschap van het geloof. De ongelooflijke omwisseling bij het kruis. Ongelooflijk, en toch mogen we dat geloven.
Maar alstublieft, laat het voor ons niet gewoon worden. Als een uitzicht dat je al honderd keer zag. Ja, uit liefde wilde Jezus deze weg gaan. Maar bedenk hoezeer zijn liefde daarbij tot het úiterste ging. Véél verder dan past voor Gods gezant. Veel dieper dan past bij God de Zoon. Ongemakkelijk diep, als je het op je laat inwerken. Wilde Hij zóver gaan? Voor mij? Heb ik dat echt nodig? Misschien voel je je dan wel net als Petrus. Dit is toch al te gek! Dat je denkt: ‘klinkt diep, maar ik houd liever wat afstand’. Maar ik zal je zeggen: je hebt dit nódig. Je hebt Hem nodig. On je te wassen, tot diep in je ziel. Om rein te worden en nieuw. Neem het aan, hoe ongekend ook! Want anders heb je geen deel aan Hem – zie vers 8.
[wij ook zo doen]
Dan zegt Jezus nog, na de voetwassing: ‘Ik heb jullie een voorbeeld gegeven’. Een voorbeeld van wat straks aan het kruis gebeurt. Maar, zo vervolgt Hij ‘zoals ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook doen’. Wat dan? Liefhebben tot het uiterste, en daarbij dingen als status en eer en ongemak vergeten. Wij, onderling in de kerk, en ook naar buiten toe. Dezelfde weg gaan.
En nee, dat gaat je niet lukken wanneer je het uit jezelf probeert. Maar dat gebeurt, als werkelijk bij je binnenkomt wat Jezus deed. Wie Hij is – zoveel méér dan een goed mens of wijze leraar of wat ook; Hij is God die naar ons toekwam. En als je dan beseft wat Hij deed: tot het úiterste gaan, ver buiten de grenzen van wat gepast zou zijn. Alles opgeven, alle eer, alle macht, zelfs zijn leven. Voor de zijnen, voor ieder die in Hem geloven durft. Als je dat beseft, ja, dan ga je in het klein ook zo doen. Dan wordt er iets zichtbaar van wat Jezus bedoelde.
Ik hoorde pas een mooi voorbeeld. Er was een kerk in Roemenië. Daar nemen ze Jezus woorden wel heel letterlijk “Ik heb dit als voorbeeld gedaan, doe ook zo”. Zij wassen letterlijk elkaars voeten op Witte Donderdag. Doen wat Jezus, immers? In die kerk zitten verschillende mensen. Uit de lokale bevolking, maar ook uit de Roma-gemeenschap. Mensen die daar vaak met de nek worden aangekeken, niet meetellen, achtergesteld worden. En ook in de kerk mengen die twee groepen slecht. Al geloven ze in dezelfde Heer, oud zeer en oude vooroordelen zijn niet zomaar weg. Maar op Witte donderdag gingen ze dus letterlijk elkaars voeten wassen, naar oude traditie. Er was daar een Roma-man, hij zat op een plastic stoel, met zijn vieze voeten in slippers. Een Roemeen uit die gemeente kwam en aarzelde even. Maar toen knielde hij voor de ander neer, trok de slippers uit en waste zijn voeten schoon. De man op de stoel barstte in tranen uit! Hij, de voeten gewassen door hém? Zo’n handeling deed meer dan duizend preken over dat we voor God allemaal meetellen.
[slot]
“Zoals Ik gedaan heb, moeten jullie ook doen” zegt Jezus. En wij? Ach, daar zou veel over te zeggen zijn. Maar misschien moeten we vandaag elders beginnen. Bij Jezus’ liefde tot het uiterste, dat we die diep beseffen! Dan dat zat je in beweging zetten.
Ik wil u echt oproepen, voor deze komende stille week. Ga eens zitten, neem eens wat tijd, en denk erover. Bedenk Wie het is die leed: de Hoogste, de Heilige. Bedenk eens wat hij leed: tot het uiterste, tot de schande, tot vér voorbij wat Hem paste. En bedenk voor wie Hij leed. Voor mensen, met al hun duisternis en dwaasheid en zonden en wonden! Voor ons. Laat het nooit gewoon worden, of bekend. Nee, het is óngekend!
Ook als je jong bent: sta stil bij wat Hij wilde lijden. Hij gaf álles, zou jij Hem hiervoor geen kwartiertje kunnen geven, gewoon op je kamer? En wij allemaal: wees er, hier in de kerk, op Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag. Om Jezus’ liefde tot het uiterste te beseffen en te aanbidden. Dan zul je met Pasen werkelijk juichen met heel je hart!
Ja, laat maar doordringen hoe ongekend groot Jezus’ liefde is. Tot het uiterste. Dan kan het niet anders, of het zal ons veranderen. Nee, het kruis kun je niet dragen. Dat kon Jezus alleen. Maar dan ga je ook voeten wassen, bij wijze van spreken, op welke wijze dan ook.
We gaan ervan zingen, een heel oud lied “O liefde, voor dit offer van mijn leven, wat kan ik, dan mijzelf ten offer geven?”
Amen
