Tags
voorafgaand: kindermoment over een auto die niet op de handrem staat. Als dat tijdig gezien wordt is hij nog te stoppen, maar dat wordt al snel moeilijk. Net zo is het met zonde.
Gemeente van Jezus Christus,
(intro: een god(de)loos verhaal)
Het is dat dat laatste zinnetje er staat, anders was wat we hoorden een compleet god-loos verhaal. Een opmerking aan het einde ‘maar kwáád was wat David gedaan had, in de ogen van de Heer’. Maar verder komt God in het hele hoofdstuk niet voor. We hoorden over koning David en wat die zoal uitvreet. Hoe zijn auto steeds sneller van de helling gaat, omdat hij aan het begin niet de handrem op zijn begeerte zetten. Het is een geschiedenis van hoe het váák gaat, tot op de dag van vandaag. In plaats van David had hier de naam kunnen staan van zovele vorsten de eeuwen door. Als je bovenaan staat, denk je dat je alles kunt maken. Zie je een mooie vrouw? Nou, pik haar in. Wie maakt je wat? Het deed me denken aan hoe president Trump over vrouwen praatte; “you can grab them by the… jeweetwel”. En staan er mensen in je weg? Ruim ze op. Ontsla wie kritiek heeft, of laat Uria simpelweg sneuvelen. Heel het systeem staat toch tot je beschikking!
Ja, de Bijbel is eerlijk, over hoe het onder de mensen werkt. Deprimerend eerlijk. Zó gaat het vaak!. En toch… dan is er dat slotzinnetje. ‘Maar kwáád was wat David gedaan had, in de ogen van de Heer’. Ook niet vrolijk zou je zeggen. Maar toch… de ogen van de Heer. Die maken verschil. Er is méér dan macht. Er is iemand die meet. Meer nog, die aan de noodrem trekt! Daarover volgende week meer.

(David en Batseba?)
Mar deze week dus ‘David en Batseba’, dat bekende verhaal. Zo staat het in bijna alle Bijbels boven het hoofdstuk. Echter, klopt die titel wel? Dan klinkt het als een affaire tussen David en Batseba, geljikwaardig. Maar zo is het niet. Batseba heeft niets te zeggen als de koning haar laat halen. Ze had totaal geen keuze, haar moeten we maar niets verwijten. Al het initiatief ligt bij David, en zo kijkt ook de Heer: ‘kwaad was wat Dávid gedaan had’.
Misschien denkt iemand nog “tja, die Batseba in het bad! Ze had niet moeten gaan baden op een plek die zichtbaar is vanaf het paleisdak”. Mar dat is net zoiets als dat je tegen een meisje zegt dat is aangerand “je had niet zo’n kort rokje moeten aantrekken”. Alsof het slachtoffer achteraf nog de schuld krijgt, een trap na. Nee, de schuld, de verantwoordelijkheid in zulke dingen ligt bij de dader, en bij niemand anders.
‘David en Batseba’ – geen goede titel dus. Wat dan? “David gaat vreemd” misschien? Nee, ook niet. Dat legt alle nadruk op het begin van de geschiedenis. Maar dat zijn slechts 5 van de 27 verzen. Het gebeuren is groter. Als een auto die van de handrem raakt, en steeds harder en verder omlaag gaat. Van begeerte en overspel naar list en bedrog en moord. “David valt diep” – dát zou een goede titel zijn. Deze geschiedenis gaat over zonde, en hoe dat werkt. Bij David, en bij iedereen.
(Aangeven dat ieder vatbaar is voor zonde)
Ja, bij David allereerst. En dat is best schokkend. David? Die man over wie we in eerdere preken zoveel goeds hoorden? David, die elders in de Bijbel genoemd wordt ‘een man nar Gods hart’. David, die danste voor de ark, vol overgave. De man die prachtige psalmen schreef. Hij? Is dit dezelfde David? Het lijkt wel alsof het hier over heel iemand anders gaat!
De Bijbel is eerlijk. En ze vertelt beide verhalen. Over Davids geloof en goede daden, maar ook over zijn ontsporing. Want zo werkt het bij ieder mens, of je nu koning bent of knecht. Niemand heeft een levensverhaal uit één stuk. Alleen de heilige, of alleen de schurk. Ieder mens is een mengsel, en soms komt ineens de andere kant naar voren.
En helaas, ook geloof maakt je daar niet immuun voor. Er staat nergens dat David van zijn geloof was gevallen of zo. Wel weten we dat het hem erg goed ging – en dat is vaak net een gevaarlijk punt. Van geen zorgen, naar zorgeloos, naar zonde!
Deze geschiedenis is een spiegel voor ons. Om op je hoede te zijn. Niet te denken dat jij je nooit zo zult laten gaan. Nee, als God het niet verhoedt vergeet jij ook een keer de handrem, echt! En die hebben we wel nodig, want in ons leven zit een neiging naar beneden. Weg van God en weg van goed. Neem dit mee! Als zelfs David zo in zonde valt, wie ben ik dan! “Wie meent te staan, laat hij toezien dat hij niet valt” zegt Paulus.
(wat zonde is)
Hoe zonde werkt, daar gaat deze geschiedenis over. Maar wat is zonde? Het is zo’n woord dat tegenwoordig zijn betekenis haast verloren heeft. ‘Dat is zonde’ zeg je, als een kind zijn ijsje laat vallen. Of anders denk je misschien aan ‘regels van de kerk overtreden’ – dat het bijvoorbeeld zonde is om een ijsje op zondag te kopen.
Maar zonde is veel dieper. Het is een kernzaak in de Bijbel. Zonde, dat is doen wat slecht is. Wat slecht is in de ogen van God, en wat slecht is voor jezelf en voor anderen. Zonde, dat is doen wat jou fijn lijkt (Batseba bezitten) of wat handig lijkt voor jou (Uria uit de weg ruimen), zonder dat je denkt aan goed of fout. Maar er ís goed en fout. God geeft ons zijn geboden, en die wijzen daarin de weg. Niet om ons te beperken, maar om ons geluk te bevorderen. Zie het zo: God is onze maker, en Hij heeft een handleiding geschreven. Doe zo, en niet zo, dan loopt alles goed! Zonde, dat is dat je Gods handleiding negeert. En dan gaat het altijd verkeerd. Zonde, dat is dat je leeft alsof Hij er niet is, en ze regels niet tellen. We merkten het in dit hoofdstuk, hoe God helemaal achter de horizon zit. En zonde, het brengt altijd ellende. Buiten de regels leven líjkt leuk, vrij. David wilde die vrouw hebben, dat leek mooi. Maar het eindigt in een ravage. Zonde lijkt leuk, maar eindigt in ellende. Terwijl leven naar Gods regels misschien saaier lijkt, maar een goed leven geeft.
(hoe zonde begint en doorwerkt)
Deze geschiedenis laat precies zien hoe zonde werkt. Hoe het begint en verdergaat. Kinderen, jullie kennen hopelijk wel de Tien geboden. Dat zijn de basisregels van God. En moet je zien wat David doet in het verhaal dat we lazen. Het begint bij het tiende gebod ‘je mag niet begeren… de vrouw van je naaste’- hij doet het wel, als hij Batseba ziet! Daar begint zijn auto al te rollen, want hij vergeet hier aan de rem te trekken. Hij zegt niet tegen zichzelf ‘Ho, nu even stoppen, dat kan niet’. Als hij dat nu wél had gedaan, dan was hij alles een week later al vergeten. En zo is het nóg. Als je een verkeerd verlangen voelt, een neiging om iets te doen dat niet OK is – zeg metéén ‘stop’ tegen jezelf. Want dan is het nog makkelijk.
Maar zo doet David niet. Kinderen, let weer op die tien geboden. David brak al het tiende gebod, van het begeren. Mar na het willen komt het doen. David laat Batseba halen. En dan gaat het volgende gebod kapot ‘je mag geen overspel plegen’ – zevende gebod. En dan… Batseba raakt zwanger – probleem! Straks komt het overspel openbaar, en daar stond zware straf op destijds.
Zo gaat het altijd: als je dingen doet die niet goed zijn, krijg je gegarandeerd problemen, vroeg of laat. En dan moet je daar weer iets op verzinnen. Dan overtreedt David ook het achtste gebod ‘je mag niet liegen’ – hij laat Uria onder valse voorwendsels komen, hij gebruikt list en bedrog om zijn daad te verbergen. Maar het werkt niet, Uria is een ergerlijk eerlijke kerel. En dan raast de auto echt richting ravijn. ‘Je mag niet moorden’ – zesde gebod, meer basic dan dit kan niet. Maar David, hij zorgt dat Uria sneuvelt. Hij is een moordenaar geworden! En dat allemaal omdat hij aan het begin geen ‘nee’ zijn tegen zijn verkeerde begeerte. Zó werkt zonde!
Misschien kan jij je toch niet voorstellen dat je net zo zou doen als David. Je bent dan ook geen koning – dat is één ding. Macht corrumpeert, dat is echt zo. En een tweede is: misschien schrik je snel terug om iets verkeerds te doen, door opvoeding en geloof en geweten. Een zegen is dat! Wees blij als je die remreflex kent. Maar echt, ook jij en ik staan op de helling geparkeerd. En besef: als je eenmaal rolt, wordt remmen steeds lastiger. Daarom: zeg meteen ‘nee’ tegen alles wat strijdt met Gods regels.
(de verwoestende gevolgen)
Zonde heeft verwoestende gevolgen. Je ziet het in dit hoofdstuk. Moet je zien wat een ravage. Uria dood, en meteen nog meer soldaten gesneuveld – gezinnen in rouw gedompeld. Alles om de stomheid en slechtheid van David. Batseba: gedwongen tot een huwelijk met de moordenaar van haar man. Vreselijk! En David zelf, zou hij nu gelukkig zijn? Hij lijkt er nog goed vanaf te komen, de cover-up-operatie lijkt geslaagd. Knappe vrouw erbij, sporen gewist, en door! Maar hoe is zijn hart? Zonde verduistert vreugde, ook als je eerst denkt dat het je juist vreugde zal geven. Ik denk niet dat David nu nog psalmen kon schrijven, of zou dansen voor de ark. Zeker, hij zal gedaan hebben wat hoort: bidden, offeren en nog meer. Maar de band met zijn God is gebroken. Ook dát doet zonde.
En trouwens, trouwens, wat zouden de mensen om David heen nu denken? In de grondtekst valt op dat telkens het woord ‘een bode sturen’ gebruikt wordt. Teveel mensen betrokken, ze hadden echt wel door wat David aan het doen was. Wát een voorbeeld, een koning die zo doet. Hij die een herder moest zijn, op god moest lijken… Zo verspreidt het donker zich ook om David heen.
Zou het tegenwoordig anders zijn? Zonde maakt meer kapot dan je lief is. Alleen dáárom moet je er niet aan beginnen, maar gewoon saai en simpel een eerlijk leven leiden. Hoewel, saai en simpel? ’t Is niet zo simpel. Maar saai? Nee! Wie Gods weg volgt zal bloeien! Gods handleiding is góed! En zonde, denken dat je eigen zin beter is, volgen wat lekker lijkt of makkelijk of fijn zónder aan goed of fout te denken, het geeft ellende. Altijd. Nu meestal al, en anders als je voor God komt te staan.
(de confronterende slotzin)
Ja, want God is er ook nog. Dan zijn we weer bij de slotzin aangekomen waar ik mee begon. Ik zei al: voor de ogen van mensen lijkt afgehandeld. Oneerlijk of niet, maar David komt ermee weg. En zo lijkt het helaas vaak te gaan. Juist mensen die een hogere positie hebben, komen weg met gedragingen die niet deugen. Een president of minister, een tirannieke huisvader… Ach, en zo vaak lijkt het te lonen, te werken: als je anderen wegpest op het werk, als je trouwbeloftes breekt… Daders staan voor en gedupeerden blijven achter. Zo ook in deze geschiedenis van Davids daden. Maar… dan die slotzin “maar… kwáád was wat David gedaan had in de ogen van de Heer”. ‘De Heer’, dat is letterlijk het laatste woord in de grondtekst. En dát is waar we mee moeten eindigen. Niet zonde, niet wat mensen doen, maar Gód heeft het laatste woord. Hij leek achter de horizon, maar Hij ís er. Hij heeft het gezien, en Hij vindt er wat van.
God ziet alles wat wij doen, en wat ons overkomt. En Hij beoordeelt het. Hij dóet er wat mee. Daar zullen we volgend week verder over horen, hoe dat gaat bij David. Maar voor nu mogen we dit wel meenemen. Tot troost, of juist als reden tot vrees.
Als jij naast Batseba staat, of naast Uria, of naast de families van die gesneuvelde soldaten: God heeft alles gezien. En Hij laat dit niet ongestraft passeren! Ja, dat God rechter is, is een tróóst. Een troost voor ieder die onder ligt. Misschien jij wel. Vestig je hoop op Hem, die zelf leed, die onderging in onrecht – Jezus, onze Heer. Hij weet van je af!
En aan de andere kant: als jij dader bent, over andere heen walst – besef dat God het ziet. Dat Hij er iets van vindt. ‘Kwáád is het in zijn ogen’. Je kunt niet ongestraft zijn handleiding vertrappen. Anderen vertrappen, mensen als jij. Hoog tijd om je leven te veranderen!
(slot: blijf dicht bij de Heer)
David viel diep. Zo werkt zonde: als een auto die steeds sneller van de helling gaat. Zeg niet dat het jou nooit zal overkomen! En de gevolgen zijn verwoestend.
Wat dan? Goed oppassen maar? Heel voorzichtig zijn? Ja en nee. Want zo kom je er uiteindelijk toch. Die éne keer dat je de handrem vergeet, en daar ga je toch. Of nog erger: het lukt je wel, en je wordt een onuitstaanbare farizeeër.
Eén ding is er dat belangrijk is. Om dicht bij God te leven. Want alleen bij Hem is kracht tegen de zondemacht. Niet alleen als je op de rem staat, maar zelfs als je hard naar de afgrond rijdt. De Heer alleen kan je een halt toeroepen. Je omkeren. Je levensverhaal herschrijven. Want daar kwam Jezus voor. De grote zoon van David. Hij bleef staande waar David viel. En Hij kijkt niet neer op wie valt. Zeker niet. Hij kwam zelf voort uit de relatie van David en Bathseba – zij werd voormoeder van de Messias. Bij Hem is vergeving, bij Hem is vernieuwing.
Tenslotte: weet je welke naam het meeste voorkomt in het hoofdstuk dat we lazen? Niet David, niet Bathseba. Maar Uria. “Mijn licht is de Heer” betekent zijn naam. Zou daar het geheim niet zitten? Wie leeft in Gods licht, alleen díe kan de weg gaan van de oprechte. De weg in Gods licht. Niet de makkelijkste weg – Uria werd vermoord om zijn oprechtheid, net als Jezus. Maar… wij geloven in de opstanding! En dáár mag een mens uit leven, en dat mag je uitleven. In Jezus naam,
Amen