Tags

, , ,

Uit de Bijbel is gelezen: 2 Samuël 7:17-29

Gemeente van Jezus Christus,

(Intro: Davids dankbaarheid en de onze)
de dienst, waarin we de viering van het Heilig Avondmaal afsluiten, heet wel een ‘dienst van dankzegging’. Daar past heel goed bij het gedeelte dat we net lazen. In veel Bijbels staat erboven ‘Davids dankgebed’. Ik wil dit gedeelte met u en jullie overdenken aan de hand van drie punten, ze staan ook op het scherm:

  1. Verbaasd naar jezelf kijken
  2. Dankbaar terugkijken
  3. Verlangend vooruitkijken
    Dus drie blikrichtingen: naar binnen (naar jezelf), naar achteren, en naar voren.
Medieval king kneeling and praying before altar with crown on stool

PUNT 1 – Verbaasd naar jezelf kijken

(meer zegen dan ooit verdiend, bij David)
We hoorden vorige week hoe David een enorme belofte van God kreeg. Dat staat te lezen in de eerste helft van het hoofdstuk dat we lazen. Davids koningshuis zou eeuwig voortbestaan. Voor altijd zou er een nakomeling van David op de troon zitten. Zo’n toekomstbeeld, dat was de droom voor elke koning in het oude Oosten. En dat krijgt hij toegezegd! Niet zomaar, maar door God zelf!
Als David deze belofte heeft gekregen, gaat hij daarom direct God danken. Dat lazen we net. En in wat hij zegt, klinkt verbazing door. “Wie ben ik, HEER, mijn God, wat is mijn familie, dat U mij zó ver hebt gebracht?” Met andere woorden: waar heb ik dít aan te danken! Je zou het kunnen vergelijken met iets hedendaags. Een moeder op leeftijd krijgt van haar volwassen dochters iets als cadeau voor haar 70e verjaardag. Ze krijgt het ingepakte ceadeau aangereikt, een plat pakje; ze maakt het open en leest wat er staat. ‘Waardebon voor een reis naar Israël’ – waar ze altijd al eens naar toe wilde, maar het is er nooit van gekomen. Ze had het idee eigenlijk al uit haar hoofd gezet. En nu dit cadeau! Helemaal ondersteboven roept ze “dat is toch veel te veel, dat had je niet moeten doen!”
Net zo iets voelt David hier, maar dan nog sterker. Dit is toch veel te veel! Wie is hij nu helemaal? Hij heeft al zoveel van de Heer gekregen: van schaapherder werd hij koning, herder van een heel volk. En nu ook nog deze belofte van een blijvend koningshuis. “Wie ben ik, dat U mij zó ver hebt gebracht?” Ja, wie is David. Op zich een gelovige man en een goed koning. Maar verre van volmaakt. Er kleeft bloed aan zijn handen, van rooftochten toen hij nog rondzwierf op de vlucht voor Saul. Er leven verkeerde begeertes in zijn hart, net als bij u en mij. Binnenkort gaan we daar nog over horen, over David en Batseba. En toch… toch geeft God hem zó’n geweldige zegen. “Wie ben ik” – onverdiend!

(meer zegen dan ooit verdiend, bij ons)
Als wij vandaag het Heilig Avondmaal vierden, mogen we het David wel nazeggen. Wie zijn wij, dat God ons hier bracht? Want in het Heilig Avondmaal zaten we bij God Zelf aan tafel. Het is oneindig veel meer dan een stukje brood en een slokje wijn. Het is: welkom zijn bij God. En dat niet alleen, brood en wijn wijzen naar wat Jezus voor ons deed: zijn leven geven uit liefde. Voor u, voor jou!
Dat is toch véél meer en groter dan wij ooit verdienen? Wie zijn wij nu helemaal? Nee, misschien geen opvallende zondaars. Maar toch allemaal, als we eerlijk zijn, mensen die tekortschieten. Die soms doen wat niet goed of wijs is. Mensen in wiens hart allerlei gedachten borrelen die niet fraai zijn. Ja, zo is het toch als je eerlijk bent! En tóch… dat is nu het wonder: met zúlke mensen wil de Heer te maken hebben. Zulke mensen – u en jij en ik – wil hij zegenen. Jezus wilde dat grote offer brengen, voor ons. Echt, als je dat beseft, wie God is en wie jij bent, dan kun je niet anders dan met David zeggen “wie ben ik, dat u zóveel geeft!”

David noemt zich in zijn gebed steeds “uw dienaar” – dat volgt dan vanzelf. Dat je niet anders wilt dat God gehoorzamen, doen wat Hij graag ziet. Hem dienen, uit dankbaarheid.

PUNT 2 – dankbaar terugkijken
(dankbaar terugzien, bij David)
David doet echter nog meer dan alleen naar zichzelf zien. Hij kijkt terug naar Gods grote daden van redding voor Israël, en dan wordt hij des te meer dankbaar. Zo mag het voor ons ook werken denk ik. Je kunt opmerken hoe jijzelf gezegend bent, en dat is mooi. Maar als je ziet welke grote dingen God gedaan heeft, zijn daden van redding voor ons, dan kom je des te meer onder de indruk.
David kijkt helemaal terug naar de bevrijding van Israël uit Egypte. Hij noemt het, in vers 23: God heeft Israël vrijgekocht, met grootse en ontzagwekkende daden. Israël werd bevrijd uit de slavernij, bevrijd uit de onderdrukking. Tien plagen kwamen om de farao te breken. Ze kregen een toekomst, God leidde ze naar het beloofde land. De Heer spleet zelfs de zee in tweeën voor hen! En vers 24 geeft het mooiste aan: “U hebt Israël voor altijd tot de uwe gemaakt, en U, HEER, bent hun God”. Bevrijd om Gods volk te zijn, gezegend en geliefd. Als David aan dat alles terugdenkt, dan denkt hij ‘wow, wat een God! Wat een zegen! Wat een voorrecht!’ Diep onder de indruk van wat God deed. Het gaat totaal niet meer om wie David zelf is, het gaat om wie God is en wat Hij gedaan heeft.

(dankbaar terugzien, bij ons)
Bij het Heilig Avondmaal doen we als het goed is hetzelfde: dankbaar terugkijken, naar wat God deed. Aan de tafel vieren ook wij Gods redding, zijn bevrijdende macht. Want door Jezus mogen ook wíj delen in de zegen van de bevrijdende God van Israël!
Nee, wij zijn niet bevrijd uit Egypte. Maar Jezus bevrijdt ons wel uit de macht van de zonde en de dood en de duivel. Hij laat ons wegtrekken, zogezegd, uit een land van altijd hard werken en uiteindelijk sterven zonder hoop. Wat leven er trouwens veel mensen om ons heen in dat land: altijd hard werken en uiteindelijk sterven zonder hoop… Maar wie bij de Heer mag horen, wordt daarvan bevrijd! En hoe: door grootse en indrukwekkende daden, zoals David het noemde. En de bevrijding waar het Heilig Avondmaal ons op wijst, is op nog een andere manier indrukwekkend dan de plagen in Egypte, of de tocht door de zee. Door de állerindrukwekkendse en grootste daad. Dat Jezus zijn leven wilde geven tot redding en bevrijding. Dat de Hoogste gedood werd, aan het vreselijke kruis. We mogen het David wel verwonderd nazeggen: er is geen volk waarvoor een God zich zó heeft ingezet om het vrij te kopen! En juist dáár werden we vandaag op gewezen bij brood en wijn. Dan mogen ook wij wel uitroepen “wat een God! Wat een zegen! Wat een voorrecht!”

(delen in Israëls zegen)

Even terzijde. Is deze toepassing van Davids gebed op ons wel wijs, wel goed? Die bevrijding uit Egypte zomaar naar ons vertalen, kan dat wel? Is dit geen vergeestelijking, je als christenen in plaats van Israël stellen? Er staat toch niet voor niets hier letterlijk “wie kan zich meten met Israël, uw volk?”
We moeten hier inderdaad met onderscheiding spreken. God bestemde Ísraël voor zichzelf, vers 24 zegt het. En toch mogen ook wij invoegen in de dankbaarheid voor bevrijding. Dat zie je júist als we het Heilig Avondmaal vieren. Wanneer stelde de Heer Jezus dat in? Bij het Pesachfeest. Het feest van de bevrijding uit Egypte. En juist tóen bracht de Heer Jezus redding door zijn bloed, net als in Egypte het bloed van een lam redding betekende voor Israel. Bij Jezus strekt die redding zich echter uit tot alle volken. Je zou daarom kunnen zeggen: het Avondmaal is een verdiepte Pesachmaaltijd. De viering van de bevrijding, door de lang beloofde nakomeling van David, Jezus. Ik had er van de week een gesprek over met collega’s: zouden we bij het Heilig Avondmaal eigenlijk geen matzes moeten gebruiken, zoals in veel evangelische gemeentes? Dan besef je misschien beter de verbinding met Israël. Hoe wij, door Jezus, mogen delen in de bevrijdende beweging van Israëls God. Hoe we deel mogen hebben aan het Koninkrijk van de Zoon van David, die hier al aan Israël beloofd werd. Dankbaar mogen we terugkijken, juist vandaag, en ons verwonderen over Gods grote plan. Via Abraham en Israël, door Jezus wereldwijd!

PUNT 3 – verlangend vooruitzien
(verlangend vooruitzien, bij David)
Maar dan nog het derde punt. David kijkt ook verlangend vooruit. God heeft immers iets groots beloofd voor de toekomst. Een eeuwigdurend koningshuis uit zijn familie. En wat doet David? Hij bidt om vervulling van die belofte. Drie keer maar liefst, in het laatste stuk van zijn dankgebed. David zegt als het ware: maak het waar, Heer, wat U beloofde!
Is dat een teken van ongeloof? Het is toch beloofd – moet je er dan nog om vragen? Nee, dit is geen ongeloof. David gelooft juist helemaal wat zijn God zegt. Dit gebed om vervulling is een uiting van verlángen. David ziet ernaar uit dat het waar zal worden, helemaal! Hij ziet uit naar deze zegen voor hem en voor heel Israël. Hij ziet uit naar de regering van zijn nakomelingen. Uiteindelijk ziet hij uit naar de zegen door zijn grote zoon. De Messias, de grote koning uit Davids huis. Jezus – al kende David zijn naam nog niet. Maar David ziet uit. Juist daarom vraagt Hij verlangend: laat het zo zijn! Laat het uitkomen, helemaal!

(verlangend vooruitzien, bij ons)
Kijk, en ook dit laatste punt past bij het Avondmaal. We mogen verwonderd zijn over wat God geeft – wie zijn wij? We mogen dankbaarheid terugzien op wat Jezus deed. Maar ten derde mogen ook wij verlangend vooruitzien, naar de complete vervulling van Gods beloften. Waar denk ik dan aan? Dat er voor altijd een zoon van David zal regeren. We mogen uitzien naar de komst van het Koninkrijk. Als Jezus als koning zal heersen vanuit Jeruzalem. Als heel de aarde herschapen zal worden, en het bruiloftsfeest begint. Daar wijst het Heilig Avondmaal ons op. We hoorden het uit het formulier, ook vanavond “met groot verlangen mogen we uitzien naar de wederkomst van Christus en naar de bruiloft van het Lam. Dan zal God zijn alles in allen”.
Verlangend vooruitkijken. Is er niet genoeg reden om dat te doen? Als je ziet hoe de aarde zucht. Hoe oorlog en armoede en onrecht op zoveel plekken mensenlevens knakken. Of misschien is er wel allerlei ellende in je eigen leven, of in dat van geliefde medemensen. Is er niet alle reden om uit te zien naar die dag dat het Licht doorbreekt? En tegelijk vergeten we het zo snel. Als ons leven lekker loopt, de dingen goed gaan, vergeten we verlangend vooruit te zien. En vaak zelfs ook als het níet goed gaat – willen we alleen terug naar hoe het was, kijken we terug en niet vooruit naar de grote toekomst. Daarom geeft de Heer ons mede het Avondmaal: om te zorgen dat we blijven uitzien.
Dan mogen ook wij doen wat David doet: bidden om de vervulling van wat God belooft. Vragen: maak het waar! Vragen, soms met twijfel misschien, maar ook juist vanuit gelovig verlangen. Doe je dat wel eens, bidden om de wederkomst? Ik kan het aanraden!

(slot)

Zo mochten we het Heilig Avondmaal vieren. Of zien hoe anderen deelnamen – maar ook dan is de betekenis hetzelfde. Moge het iets van dat dankgebed van David in ons gelegd hebben. Wie ben ik, dat ik zóveel ontvangen mag!? Wat is het ongelooflijk, wat de Heer deed om bevrijding te brengen! En wat zal er nog komen: het is beloofd!

Amen