Paul Gerhardt (1607 – 1676) – vertaling Adriaan Molenaar, 2026
Originele Duitse tekst hier, ‘Ist Epraim nicht meine Kron’

 

1. Is Efraïm geen kroon voor Mij,
geen bron van trots en vreugde?
Is Efraïm geen zoon voor Mij,
geen kind dat mij verheugde?
Hij is mijn ster, hij is mijn zon,
Hij is mijn eeuwig eigendom;
hem heb Ik uitgekozen.

 

2. Ik hoor zijn stem die zucht van pijn,
Ik hoor hem bitter klagen.
‘Mijn God,’ zegt Efraïm, ‘heeft mij
met harde hand geslagen.
Het is mijn welverdiende straf,
het eerlijk loon dat Hij mij gaf
vanwege al mijn zonden.’

 

3. Toch is mijn trouw niet aangetast,
laat iedereen dat weten!
Als Ik iets toezeg, staat het vast;
Ik zal het nooit vergeten.
Dat toon Ik straks aan Efraïm.
Zo zal hij vol verwondering
mij dieper leren kennen.

 

4. Ik denk voortdurend aan mijn eed,
uit goedheid eens gezworen,
toen Ik hem de belofte deed
dat Ik bij hem zou horen.
Ik sprak: ‘mijn hart is vol van jou.
Ik ben je schild en blijf dat trouw,
wat er ook mag gebeuren.’

 

5. ‘Ik leid je met mijn sterke hand
als vader door het leven.
Ik zal aan jou en aan je land
het allerbeste geven.
En als je Mij gehoorzaam bent
dan groeit mijn zegen ongekend:
je zult zelfs eeuwig leven.’

 

6. ‘Wanneer je, door het kwaad verleid,
mijn wegen zult verlaten,
dan zal Ik die afvalligheid
bestraffen, maar met mate.
Wanneer je Mij weer zoeken zult
zal Ik, vol liefde en geduld,
Mij over je ontfermen.’

 

7. Nu Efraïm zich keert tot Mij
en heil zoekt in mijn armen
komt in mijn hart compassie vrij
en ongeremd erbarmen.
Ik móet hem wel genadig zijn;
de liefde doet vanbinnen pijn,
zo diep ben Ik bewogen.

 

8. Kom, alle zondaars, kom bij Mij,
met al je dwaze daden.
Ja, klop maar aan, Ik spreek je vrij;
mijn hart is vol genade.
Wie zich met Efraïm bekeert
die wordt door Mij nooit afgeweerd:
die troost Ik nu en eeuwig.

 

Te zingen op o.a. de melodie van ‘Het heil des hemels werd ons deel’ (LvdK 344, NLB 966).