Tags

, , ,

Schriftlezing: 1 Petrus 2:11-3:17. Preek gehouden 1 maart 2015

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
vanmorgen weer een preek rond het jaarthema ‘delen met de ander’. We hebben eht al eensgehad over het delen van vruegde en verdriet. Nu zullen we nadenken over een ander aspect van ‘delen met de ander’. Je geloof delen! En dan niet onderling, als gemeenteleden – ook daar hebben we het reeds over gehad – , maar je geloof delen met mensen die niet geloven. Het evangelie uitdragen, zeg maar. Ook dát is delen met de ander! De goede boodschap verspreiden om je heen!
Nu kan ik me meteen al voorstellen dat sommige mensen niet zo enthousiast worden bij dit onderwerp. ‘Je geloof delen met mensen die er niets mee hebben? Moet ik zeker gaan preken, op school of op mijn werk. Ik zie mezelf al staan!’ Of een ander zegt: ‘wie zit daar op te wachten, denkt u? Ik heb het vaak genoeg geprobeerd bij mijn kinderen. Of bij mijn vrienden. In het positiefste geval zeggen ze ‘dat is jouw overtuiging’, en in een negatief geval raken ze geïrriteerd. Mijn geloof delen, uitdragen? Ik houd het maar voor mezelf, dat is het beste’.
Misschien denkt iemand wel: je geloof delen, uitdragen, waarom zou je eigenlijk? Laat een ander toch! Ja, waarom zou je? Nou, heel eenvoudig: omdat leven met de Here het mooiste is wat er maar bestaat! Weten dat je een Vader in de hemel hebt, dat Gods Geest in je woont, dat Jezus je doet delen in zijn leven – iets mooiers is er toch niet? ‘Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst’ zegt een lied. Als je daar iets van kent, dan wil je dat anderen dat óók krijgen! Het is als bij een goede verkoper. Waarom overtuigt hij mensen? Omdat hij zélf overtuigd is de waarde van wat hij te bieden heeft! Als je je afvraagt ‘waarom zou ik mijn geloof willen delen met anderen?’ – tja, dan klopt er al iets niet. Dan zal het ook zeker niet lukken!

[nadruk op léven]
Maar dan dat andere: moet je gaan preken op je werk? Moet je het telkens weer proberen tegenover je kinderen en vrienden? Dat is nog maar de vraag. Ik ging op zoek naar een Bijbeltekst om vandaag over te preken, en ik kwam bij 1 Petrus 3 vers 15. “wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is” staat daar. Dat gaat over je geloof delen, duidelijk! “wees altijd bereid tot verantwoording van de hoop die in u is”.
Toen ging ik echter deze tekst eens uitpluizen. En het werd me al snel duidelijk dat dit helemaal geen oproep is om te preken in de kantine, of altijd je mond vol te hebben van Jezus. Nee, het gaat over iets heel ánders. Er staat niet dat wij het geloof moeten uitdragen in veel woorden. Binnen de context van de hele brief staat iets heel anders centraal. Het uitdragen van je geloof door wie je bent en wat je doet, dát is de manier om je geloof te delen! ‘Houd uw levenswandel onder de ongelovigen goed’, zo begint Petrus. Dat werkt hij dan vervolgens uit in allerlei aanwijzingen voor verschillende groepen. En dan, hélemaal aan het einde zegt hij: en als iemand vraagt hoe het nu zit met je geloof, dan moet je natuurlijk je antwoord klaar hebben. Maar dat is niet de hoofdzaak!
Een opluchting misschien: U hoeft niet op een zeepkist te klimmen! Het gaat niet om vrome praat, maar om wie u bent. Zoals de heilige Franciscus eens zei: predik het evangelie, desnoods met woorden – maar eerst en vooral met daden. Het gaat erom dat u en jij zelf een wandelend woord bent, om het eens zo te zeggen.
Maar… is dit wel zo’n opluchting? Misschien is deze opdracht nog wel moeilijker! Dan moet je niet praten over Jezus, dan moet je zíjn zoals Jezus! Dan is ‘getuigen van je geloof’ niet een apart vakje in je leven, nee, dan is je hele léven een getuigenis. Als je in de kerk zit en als je in de tuin bent, als je je kinderen opvoedt en als je op een feestje bent. Overal het beeld van Jezus vertonen. Dan kun je geen stukje van je leven onthouden aan de dienst van God! En is dat zo bij mij? Wil ik dat wel? Wat zien mensen aan u en aan mij?

[de context]
Petrus spreekt de mensen aan wie hij schrijft aan als ‘vreemdelingen en bijwoners’. Wat wil dat zeggen? Dat ze een minderheid waren die er eigenlijk niet bijhoorde. Mensen bekeken die christenen argwanend. Wat is dat voor een rare sekte? Waarom offeren ze niet meer aan de goden? Kun je ze wel vertrouwen? Er werd naar ze gekeken – en niet positief, maar wantrouwend. En juist dáárom is het zo belangrijk dat hun leven van goede dingen sprak.
Onze tijd vertoont overeenkomsten. Minder en minder weten mensen wat het is om christen te zijn. Geloven, dat is toch ouderwets? Christenen, dat zijn toch intolerante mensen? Of mensen hebben überhaupt geen idee wat christen-zijn inhoudt. Dan wordt er wel gekeken – niet positief, maar met vooringenomenheid. Als er iets is om kritiek op te hebben, zal men het niet laten! Dan geldt nu hetzelfde als toen: wat is het dan belangrijk om zo te leven dat er niet terecht kritiek te leveren is. Wat is het dan belangrijk om in je leven te laten zien wat christen-zijn inhoudt!
Ook in onze tijd geldt wat Petrus schrijft “Houd uw levenswandel onder de heidenen goed; opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners, door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen”. Daar begint het, je geloof delen! In hoe je leeft.

[hoe: wees een goede burger, slaaf, vrouw…]
Petrus geeft in zijn brief vervolgen allerlei concrete aanwijzingen voor het christenleven. Voor slaven, voor vrouwen, voor christenen onderling. Sommige van die aanwijzingen kunnen nogal vervreemdend overkomen voor mensen van nu. Slaven moeten zich onderwerpen aan hun heer – zelfs als hij een slechte en wrede meester is! Vrouwen worden opgeroepen zich te onderwerpen aan hun man – ook niet echt modern!

We moeten deze dingen zien in de context van die tijd. Een vrouw stond nu eenmaal weinig hoger dan een slaaf. Slavernij was niet weg te denken uit het Romeinse rijk. Nu gaat Petrus geen programma opstellen om de hele samenleving om te gooien. Dat zou weinig zin hebben. Christenen waren een gewantrouwde minderheid, weet u nog? Nee, hij zegt: laat op díe plek waar je nu eenmaal bent, zien wat een christen is. Dus ben je slaaf: onderscheid je dan door je werk góed te doen. En niet alleen als je meester goed is, nee, óók als hij een gewetenloze bullebak is. Laat zien dat een christen niet slecht of onbetrouwbaar is, maar juist betrouwbaar en eerlijk! Denk aan het Bijbelse voorbeeld van Jozef. Als slaaf verkocht, later ook nog onschuldig gevangen – en hoe onderscheidde hij zich telkens? Door eerlijk en goed zijn werk te doen!
Zo schrijft Petrus ook aan de vrouwen die met een heiden getrouwd waren en het soms zwaar hadden. Hij zegt: maak het verschil! Niet door in opstand te komen, maar juist door zachtmoedig te zijn. Door je innerlijk, niet door je uiterlijk. Door hoe je doet en wat je zegt – laat zo maar zien wat het is om Jezus te volgen!
Dan zijn deze raadgevingen van Petrus toch niet zo ver van onze tijd vandaan als het op het eerste gezicht lijkt! Hij zegt vanmorgen tegen ons: maak het verschil op de plek waar je bent. Laat je geloof zíen. Werk je bij een bank: dan gaat het er niet om of ons hele banksysteem wel deugt. Waar het wel om gaat is dit: help je de klanten goed? Ben je onberispelijk eerlijk in alles? Ben je vriendelijk tegen je collega’s? Blíjf je vriendelijk tegen die ene hork van de andere afdeling waar iedereeneen hekel aan heeft? En wij zijn geen slaven meer tegenwoordig, dus ook: zeg je het tegen je manager als je vindt dat hij een onverantwoorde beslissing neemt? En hoe ben je zelf tegen je ondergeschikten, als je die hebt?

Dit is natuurlijk over te plaatsen naar élke situatie. Hoe ben je op school? Hoe doe je tegen leerlingen en leerkrachten? Hoe zet je je in? Op het werk, waar dan ook. In het gezin. Onder vrienden. Ik ga dat allemaal niet uitwerken, dat mag u straks zelf doen bij de preekbespreking. Maar u begrijpt het punt. Laat maar zien wat een christen is, wat uw plek in de maatschappij ook is.

[verantwoording afleggen]
Verkondig de goede boodschap, desnoods met woorden, zei Franciscus. Oók met woorden dus soms. Petrus schrijft: “wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is”. Als mensen ernaar vragen, houd dan je mond niet dicht.
Als ze ernaar vragen. Dan zijn ze zeker onder de indruk van de manier waarop je als christen in het leven staan? Van je liefde en geduld en vergevingsgezindheid? Dan denken ze zeker: wat hebben die voor geheime schat, hoe krijg ik dat ook?
Nou nee… Het is opvallend dat er hier nogal negatieve woorden staan: ter verantwoording geroepen worden, rekenschap moeten afleggen. Het klinkt eerder alsof je een verdachte bent. Mensen vertrouwen het niet, ze kijken je raar aan! aarom ga jij niet mee als de gladiatoren elkaar afslachten in het circus? Waarom zet je je zo in voor die onredelijke en ruwe meester van ons?
Blijkbaar is de gelegenheid om over je geloof te vertellen júist als ze je raar aankijken. Opvallend! Hoort u dat! Spreken over je geloof kan júist als ze je raar vinden. Dan heb je gelegenheid om te vertellen over Hem die je ten diepste beweegt. Dus wees maar niet bang om anders te zijn. Als je er alles aandoet om erbij te horen, onthoud je anderen het evangelie! Trouwens, wil je echt Jezus volgen dan kán het niet anders of mensen kijken soms raar. Dan pas je niet in het schema van de wereld. Of herkent u dat niet? Niet begrepen worden, het hoor bij de weg van Jezus. Lijden, om het eens zwaar te zeggen. Zoals de slaven van toen: slaag krijgen. Of nu misschien: uit de groep liggen. Maar hoe vreemd ook, juist zó komen gelegenheden om je geloof te delen.

[opvallen positief]
Gelukkig kan het ook anders: dat mensen oprecht geïnteresseerd zijn in wat je beweegt. Je kunt ook opvallen op een positieve manier! Als christenen alleen maar bekend staan als ‘rare lui, die nergens aan mee willen doen’, dan gaat daar niet veel getuigenis van uit. Er mag ook iets pósitiefs te zien zijn! Een leven waar iets van uitgaat!
In de tijd van Petrus vielen de christenen ook zó op. Dat mensen zich afvroegen: waarom leggen jullie geen meisjesbabies te vondeling? Dat was is die tijd een wijdverbreide praktijk, want meisjes en vrouwen waren niet in tel, ik zei het al. Of een heidense vriend vroeg zich af: Waarom ben je nog trouw aan je vrouw, als je je geen zoon schenkt? Neem toch een ander! Of: waarom zorgen jullie voor bejaarden die niet eens familie van je zijn? Enzovoorts. Raar vinden en toch gefascineerd zijn, het mooi vinden, het loopt door elkaar heen.
Zo mag het ook nu zijn! Dat van te vondeling leggen is zo te vertalen naar nu: waarom hebben ze geen abortus laten plegen toen ze hoorden dat hun kind een afwijking had? En tegelijk fascineert het, voelen mensen een soort respect dat mensen zich zo opofferen. Of opvallen door hoe je als man en vrouw met elkaar omgaat, of door zorg die je hetb voor mensen die het nodig hebben. Dan kun je weleens een gesprekje krijgen. Wat beweegt je, om een pleegkind te nemen? Wat beweegt je, om zo’n carrièrekans te laten schieten?
Tegelijk moeten we hier niet teveel van verwachten. Er zijn genoeg ongelovigen die óók goede dinge doen, soms zelfs meer. De kerk valt soms tegen, de wereld valt mee. Het gaat er niet alleen om ‘goed te doen’. Vragen krijg je vooral waar blijkt dat je ánders bent. Waar mensen je misschien vreemd vinden. Als je vérder gaat dan de wereld, of soms juist niet meegaat. Is dat bij ons zo?

[de hoop die in u is]
En als er dan vragen komen, mag je daar een antwoord op geven! Maar wat mag, wat moet je dan zeggen? Petrus zeg: getuig van de hóóp die in je is.
Misschien voelt u zich wel heel ongemakkelijk als iemand vraagt naar uw geloof. Hoe moet je het zeggen, en het geloof is zo ingewikkeld en veelomvattend: van God die alles maakte, en Jezus die stierf voor ons, en zonde, en genade… Ja dat klopt. Maar dat hoeft u ook allemaal niet te vertellen! Je moet niet de hele Bijbel willen samenvatten! Probeer dat vooral niet! Als iemand vraagt: waarom doe je zus-of-zo, dan geef je antwoord dáarop. Op die vraag, gewoon. Waarom luidde jullie kerkklok woensdagavond? Omdat het biddag was. En wat is dat dan? Dan leg je dat eenvoudig uit. En dan kom je misschien vanzelf nog iets verder. De ander vraagt: maar het lukt mij toch allemaal ook zonder bidden? En dan vertel je waarom jij wel bidt. Zo ongeveer.
Je hoeft geen keurig lesje te kennen, wees maar jezelf. En tegelijk: je kunt natuurlijk zo antwoorden dat je er snel vanaf bent, maar je kunt ook zoeken hoe je juist iets meer kunt zegen. Intussen mag je bidden: Heer, help me iets goeds over U te zeggen! Leid me met Geest! En geloof maar, dan gebeurt er wel iets. Als je bereid bent, zoals Petrus zegt. Altijd, en aan allen. Bid er maar voor, dat je gelegenheden krijgt om te spreken over de hoop die in u is! Ik ben ervan overtuigd: dan komen die gelegenheden ook!

[slot]
Laten we zo beréid zijn om verantwoording af te leggen. En laten we eerst en vooral zo leven dat het zíchtbaar is wat Jezus volgen inhoudt. Ja, al zou niemand er ooit naar vragen, dat is toch zo wie so waar we toe geroepen zijn? Om met Hem en voor Hem te leven.
En bid dan maar dat u uw geloof mag delen. In woorden, én in daden. In het groot en in het klein. In daden van liefde die een ander raken, en door dingen waar anderen heel raar naar kijken. Wees altijd bereid tot verantwoording van de hoop die in u is! Dat is tot eer van God, tot vreugde voor u, en tot heil van anderen.

Amen

Advertenties