Tags

,

[voorafgaand: kindermoment met ei en wortel. Een ei wordt hard als je het kookt, een wortel zacht –> wat doen moeilijkheden met jou?]
Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
ik vertelde het net al aan de kinderen: het dóet iets met je als je in moeilijke omstandigheden komt. Soms negatief, maar soms ook positief. Zware tijden kunnen je harder maken. Tot op zekere hoogte is dat niet erg. Iemand die eerst een zacht ei was, kan een stuk geharder uit moeilijkheden komen. Zo geldt het voor Jozef, wiens leven wij volgen. Door alles wat hem overkomt, wordt hij gevormd door God. Hij wordt geschikt gemaakt voor zijn taak als redder van velen.
Maar ellende kan je hard maken en ongevoelig. Misschien kent u wel zo iemand. Een man die zijn faillissement nooit te boven is gekomen bijvoorbeeld. Nog altijd is hij er vol van hoe oneerlijk het allemaal is. De schuld van de bank, en de fout van de mensen die hém niet betaalden… Wantrouwig geworden, en gericht op wat hij niet meer heeft. Hard en weinig gevoelig voor zorgen van anderen. Hoe zal zo iemand ooit weer zacht worden? Want een rauw ei dat je warm maakt wordt hard, maar als je het weer koud maakt wordt het helaas niet weer vloeibaar!
Soms echter… soms vind je iemand bij wie het heel anders is.  Iemand die veel heeft meegemaakt, maar die tóch lichtjes in de ogen heeft. Iemand die vraagt hoe het met jóu gaat. Die meeleeft, en des te beter kan meeleven, omdat ze zelf veel heeft doorstaan. Een vrouw of man die záchter is geworden door de moeiten van het leven. Wie zou niet zó willen zijn? Wat is het geheim voor zo’n leven, in alles wat gebeurt? Dat is de vraag in de preek vandaag.

[de situatie van Jozef, schenker en bakker]
Opnieuw treffen we Jozef vanmorgen. Op het dieptepunt van zijn leven kun je wel zeggen. Ver weg van zijn familie, gehaat door zijn broers. Als slaaf verkocht naar Egypte. En nu zelfs in de gevangenis, zonder uitzicht op vrijlating. Opgesloten. En waarom? Omdat hij eerlijk en trouw wilde blijven. Onschuldig is hij, en hij zit in een donkere kerker. Als er iemand is die over moeilijke omstandigheden kan meepraten, dan is het Jozef!
Uiteraard zijn er meer gevangenen daar in hun cellen. Er is véél ellende verzameld in zo’n gevangenis. Nog steeds trouwens! Iedere man daar heeft weer zijn eigen verhaal. Van oneerlijkheid, stomheid, of gewoon domme pech. Onlangs zijn er weer twee mensen naar de gevangenis gebracht. Twee voorname lieden, niet zomaar misdadigers! Belangrijke hovelingen zijn het: de opperschenker en de opperbakker van de farao. Wat zouden ze misdaan hebben? We weten het niet! Misschien hadden ze wel meegedaan aan een samenzwering. Of misschien was de farao wel gewoon ziek geworden van zijn maaltijd. En húp, daar vliegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het eten al de cel in. Zo ging dat bij een oosterse despoot als hij.
Hoe het ook zij, hun toestand is hachelijk! Hun hechtenis is voorlopig, zoveel is duidelijk. De farao zal over hun lot beslissen. Hoe zal dat uitvallen? Mogen ze terugkeren? Worden ze ontslagen? Of volgt misschien de doodstraf? Ze zitten diep in moeilijkheden, dat is zeker!

[Jozefs aandacht voor de ander]
Jozef, we hoorden het vorige week, mocht in de gevangenis allerlei werk doen. Nu wordt hij aangesteld om ook deze twee belangrijke mannen te dienen, de schenker en de bakker. Hij zorgt voor hun eten en de andere dingen die ze nodig hebben. Elke ochtend komt hij bij hen langs.
Dan staat er iets opvallends in ons verhaal. “Jozef kwam ’s morgens bij hen, en keek hen aan. En zie! zij waren terneergeslagen”. Dit vertelt ons iets over Jozef. Ondanks de vele ellende die hem heeft getroffen, is hij niet alleen met zichzelf bezig. Hij kwam, en keek hen aan. Hij zíet de mensen om hen heen! Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Hoe vaak zie je een ander echt? Hoe vaak kijk je wel, maar denk je intussen aan heel andere dingen? Jozef echter ziet deze mannen. Hij kijkt echt naar ze, want het valt hem meteen op: hé, er ís iets aan de hand. Op hun gezicht stond het geschreven – als je maar kijkt.
Maar Jozef laat het niet bij zien. Wij zien misschien ook wel eens dat er iets aan de hand is met een klasgenoot of collega. Maar we laten het daar vaak bij. Jozef echter doet méér. Hij vraagt gewoon wat er is. “Waarom kijkt u zo treurig?” Wat kan zo’n simpele vraag een verschil maken! De schenker en de bakker worden gezien en gekend. Een stukje meeleven in een onpersoonlijke cel, weldadig!
U ziet wel dat Jozef echt veranderd is vergeleken met een aantal jaar terug. Toen was hij vooral met zichzelf bezig. Hoe hij eruit zag in zijn mooie jas, hoe hij het middelpunt zou zijn van buigende broers… Zonder gevoel blijkbaar voor wat er op het gezicht van zijn broers te lezen was. Gewoon een verwende jongen, egocentrisch. Alles wat hij nu heeft meegemaakt, heeft hem gevormd. En op de goede manier. Hij had reden genoeg om met zichzelf bezig te zijn, ja toch? Genoeg op je eigen bordje, zeggen ze dan. Maar zo werkt het bij Jozef niet! Hij heeft juist méér oog gekregen voor anderen in nood, zo blijkt wel hier. Hoe kan het? Daar komen we straks op terug.

[de dromen en hun uitleg]
Door de vriendelijke woorden van Jozef komen de tongen van de schenker en de bakker los. Ze vertellen wat hen bezighoudt: een droom die ze hebben gehad. U kent de geschiedenis denk ik, dus ik kan kort zijn.
De schenker vertelt eerst zijn droom. Drie druivenranken groeien en bloeien en dragen vrucht. De schenker perst de druiven uit die hij zag groeien en geeft de beker aan farao. En Jozef weet te melden wat dit wil zeggen. In de droom zijn drie ranken – dat zijn drie dagen. En wat zal er gebeuren na drie dagen? Dan mag de schenker weer doen wat hij in zijn droom ook al deed: de farao bedienen. Zijn heer zal hem weer in zijn ambt herstellen.
Een mooie droom met een mooie uitleg. De bakker vertelt snel ook zijn droom, hij hoopt op net zo’n mooie betekenis. Maar helaas, zijn droom is al negatief als je erop let. Hij draagt in de droom drie manden met brood op zijn hoofd, maar de vogels vreten ze leeg. En Jozef is eerlijk: nee, dit is geen mooie droom. Over drie dagen zal de bakker worden gedood.
Het centrum van ons hoofdstuk is echter niet de dromen. Precies in het midden staat wat Jozef na zijn eerste uitleg zegt. “Denk aan mij, wanneer het u goed zal gaan! Maak dat ik hieruit kom!” Je voelt Jozefs verlangen naar vrijheid, zijn gebrek aan hoop voor de toekomst. Denk aan mij! Help me! Zou hij door deze dromen weer terug hebben gedacht aan zijn eigen dromen, lang geleden? Zou er ook voor hem nog een keer in zijn lot kunnen zijn? Jozef grijpt de kans om voor zichzelf te pleiten. Misschien kan zo’n machtige man hem wel vrij krijgen! Hij vertelt heel kort zijn situatie: “ik ben ontvoerd uit een ander land; ik heb niets gedaan, en toch zit ik in dit hol!” Denk aan mij, als u straks vrij bent!

[de schenker die géén aandacht heeft voor Jozef]
En inderdaad, de schenker wordt vrijgelaten. Maar hij denkt niet aan Jozef. Integendeel, zodra de gevangenisdeur dichtgaat, vergeet hij de man die zijn vrijlating voorspelde. Jozef wacht tevergeefs. Een tijdlang zal hij hoop hebben gehad dat ook voor hén de deur zal openzwaaien. Maar hoe langer het duurt, hoe zwakker die hoop wordt. Nee, helaas! Jozef wordt vergeten in zijn ellende.
Waarom de schenker zo doet? We weten het niet. Misschien wel uit angst. Hij wil zijn heer niet herinneren aan dat moment dat hij in ongenade was gevallen… Of uit gemakzucht: ach dat komt wel een keer – maar het geschikte moment komt nooit vanzelf.
Wat slecht van deze man! Hij heeft zelf gevoeld wat het is om gevangen te zitten. Dan kan hij toch begrijpen hoe belangrijk het voor Jozef is? Maar het lijkt erop dat hij Jozef niet echt heeft gezien. Dat hij te hard is om méé te voelen. Eerst was hij bezig met zijn eigen zorgen. Die kunnen je blind maken voor die van een ander. Maar ook voorspoed kan zo werken. Als alles in je leven lekker loopt – wie denkt dan aan mensen die zitten te tobben? Nee, laten wij die schenker maar niet te hard vallen. Hoe vaak vergeet ook ik niet een bejaard familielid te bellen of erlangs te gaan? Hoe makkelijk verdwijnt een zieke collega uit ‘the picture’? De schenker vergat Jozef…
[de krachtbron van Jozef]
Wat is Jozef dan een uitzonderlijke jongeman. De schenker heeft zelfs als vrij man geen tijd en geen oog voor een ander. Jozef, die gevangen zit echter wel. Hij ziet, hij vraagt, hij helpt… Waarom is Jozef zo anders dan anderen? Want laten we eerlijk zijn, dit is niet een houding die je vanzelf hebt.
Het kan niet anders, of het moet te maken hebben met die éne naam die ik in mijn preek nog helemaal niet genoemd heb. De naam die Jozef als enige op de lippen neemt: “is de uitleg niet aan Gód?” God is het geheim van Jozefs leven. Dat maakt alle verschil van de wereld! Want dan is je diepste zekerheid niet gelegen in hoe goed het je gaat. Als je weet van God die je liefheeft en met je is, dan héb je houvast, ook al is het leven zwaar. En daarom kún je dan ook verder kijken dan je eigen moeilijkheden.
Als je weet dat er Eén is die je ziet, dan kun je ook anderen echt zien. Ook al heb je zelf genoeg op je bordje. Als je leeft met God, kan zijn Geest je hart verzachten, waar je verharding zou verwachten. Tegennatuurlijk, of beter gezegd – bovennatuurlijk! Dan begin je te lijken op Jezus. Hoe is Jozef niet een beeld van Hem! Jezus werd met de dood bedreigd, en nóg had hij oog voor anderen. Hij genas het oor dat Petrus had afgehakt. Hij had voor degenen die Hem kruisigden. Hij zorgde vanaf het kruis nog voor zijn oude moeder. Hij was niet gefocust op zichzelf. Hij deed het álles voor anderen!

[oproep en tegenwerpingen]
En zo roept Hij ook óns, om deze weg te gaan. Ook als het in ons leven moeilijk is, om wat voor reden dan ook. Om niet hard te worden, maar juist zacht. Hij wil het zelfs gebruiken om ons des te meer oog te laten krijgen voor anderen die het zwaar hebben. Hij bevrijdt ons, van gevangen zitten in onze eigen sores. Want bij Hem is er een weg die dóórgaat! Al weten we niet hoe, dan mag er toch dat basisvertrouwen zijn: Hij zorgt voor mij! En dan ben je vríj, ook in de zorgen.

Hoe is dat bij ons? Op wie lijken wij? Op een schenker die geen nood van een ander ziet; die het zo snel mogelijk weer vergeet – of op een Jozef? Beter gezegd: op Jezus? Zien wij de bedruktheid op het gezicht van een ander? Vragen we hoe het gaat? In zulke kleine dingen toont zich nu degene die met God leeft!
En nee, dat is niet eenvoudig! Juist als je zelf al zoveel aan je hoofd hebt. We hoorden Jozefs noodkreet: denk aan mij, zorg dat ik hier uit kom! Hij dacht óók aan zijn eigen problemen en zocht uitwegen. Maar tegelijk blééf hij anderen zien, was hij trouw aan God en mensen. Dat is de bevrijdende houding, echt! Bid of God het u wil geven door zijn Geest!

[meewerken met Gods bedoeling of in de weg staan]
Want juist zo’n houding leidt tot zegen. In deze hele geschiedenis is God aan het werk, zodat Jozef straks geroepen wordt om farao’s droom te verklaren; zodat Jozef straks onderkoning zal worden en vele levens zal redden. En wat blijkt hier: een houding als die van Jozef helpt God plannen vooruit. Stel toch dat Jozef niets gezegd had tegen de schenker en bakker, misschien niet eens gezíen had dat er iets was! Dan hadden ze hem nooit gekend als droomuitlegger. Dan was hij er niet gekomen. Wie een ander ziet en bijstaat bevordert Gods plannen.
Maar wie het tegenovergestelde doet, vertraagt Gods plannen. Zie het bij de schenker! Hij denkt níet aan Jozef, hij leeft zich niet in, hij vergeet hem… En het resultaat? Jozef moet nog een tijd in de gevangenis wachten. Nog twee volle jaren, zegt het volgende hoofdstuk. Was de schenker nu maar verzacht door zijn tijd in de cel, dan waren er geen twee jaren verspild! Uiteindelijk zorgt God er zelf wel voor, maar onze houding doet er werkelijk toe.
[slot]
Dan mogen we afsluiten met deze vraag: hoe hard of hoe zacht is uw hart? Heeft God u gevormd door wat u overkwam, of missen we die vorming? Maar dan is er altijd een nieuw begin bij Hem. Hij wil uw hart verzachten. Hij wil u vertrouwen geven in elke nood. Hij laat ook u niet los!
En dan van onze kant: laten we oog en oor hebben voor die ander. Vraag het u gewoon eens af: wie vergeet ik? Of: zie ik een ander echt? En wat doe ik er dan mee? Wees als Jozef. Wees als Jezus. Vergeet de mensen niet die in een donker gat zitten, maar wees bewogen en zoek te helpen. Want zo wordt God geëerd, wordt uw hart verzacht en de naaste bijgestaan. God moge ons alle een zacht hart geven, door zijn Heilige Geest!

Amen

Advertenties