Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
het thema voor de verkondiging op deze dankdag is ‘vooruit, blik terug!’. Vooruit, blik terug!
Het kenmerkende van een mens, anders dan een dier, is dat wij kunnen plannen. We kunnen de blik van het heden naar de toekomst richten. Of andersom, we kunnen juist bewust terugkijken in het verleden, terugblikken.
In onze maatschappij is de blikrichting vaak nogal naar voren: toekomstgericht! Mensen vergeten haast om in het nú te leven, zozeer zijn ze bezig met wat er nog komen gaat, wat ze morgen gaan doen en volgend jaar gaan bereiken. Vooruit, dat is de kant waar je naartoe moet kijken. Wat geweest is, is geweest. Oude koek, wat heb je eraan? In andere culturen, in Azië bijvoorbeeld, is veel meer waardering voor het verleden. De voorouders, de wijsheid van de traditie – ze worden in hoge ere gehouden.
Vanavond is ons thema dus ‘vooruit, blik terug!’. Want soms is het goed om terug te kijken, juist om vooruit te kunnen. Vooruit, blik terug! In het dagelijks leven kan het zo zijn: eerst helder hebben wat er in het verleden goed en fout ging, voordat je een plan voor de toekomst kunt maken. Maar ook in het leven van het geloof werkt het zo. Het is goed niet alleen steeds maar door te leven, maar op zijn tijd ook even stil te staan om terug te kijken, de balans op te maken. Daar hebben we deze dankdag voor vandaag. Vooruit, kijk terug! Júist om zo weer vooruit te kunnen

[de ontvangen zegeningen]
Vanavond ontmoeten we aartsvader Jakob. Als hij terugkijkt op zijn leven tot dan toe, heeft hij heel wat te zien! Hij is vroeger gevlucht voor zijn broer Esau, maar nu is hij terug in het beloofde land. En hij is bepaald niet arm teruggekeerd. In hoofdstuk 32 zegt hij het: toen ik vertrok bezat ik alleen de stok in mijn hand, en nu vormen zijn tenten een heel legerkamp!
Jakob is het stamhoofd geworden van een grote familie. 11 zonen heeft hij en een dochter, bij vier verschillende vrouwen. Hij bezit schapen en geiten, koeien en ezels en kamelen, slaven en slavinnen. Voor de begrippen van die tijd heeft hij het helemaal gemaakt!
Als Jakob terugkijkt, kan hij zijn zegeningen tellen, zoals een bekend lied zegt dat we straks gaan zingen. Hij is rijk, maar hij is ook beschermd door God op al zijn omzwervingen. Voor Jakob is er wel reden om dankdag te vieren!
Nu, op deze avond, mogen ook wíj terugkijken in ons leven, en onze zegeningen tellen. En natuurlijk, er zullen vast ook negatieve dingen zijn. Dat had Jakob ook, lees het voorgaande hoofdstuk maar eens thuis. Maar ook, en misschien wel júist als niet alles koek en ei is, dan is het goed om te horen, “vooruit, kijk terug!”. Opdat we ons niet blindstaren op dat éne dat misschien zo moeilijk is. Vooruit, kijk terug! En kijk dan eens, naar het afgelopen seizoen, wat u allemaal aan concrete zegeningen hebt ontvangen. In voedsel – ik denk niet dat er hier iemand honger had. Denk aan uw huis om te wonen. In dat huis: water en licht en verwarming, een bed en een bank en nog veel meer. Besef eens de vrede en veiligheid, die we hier mogen hebben. Denk aan inkomen dat u mag hebben, aan dokters die er zijn. Denk eens aan uw vakantie, als u die had! De mooie momenten met vrienden of familie! En ga zo maar door. “Tel uw zegeningen, tel ze éé’n voor één, en ge ziet God liefde dan door alles heen”

[wat vooraf ging]
Jakob had dus genoeg zegeningen te tellen. Maar dat doet hij aanvankelijk niet. Tot hij in ons hoofdstuk de oproep hoort waar ik mee begon: vooruit, kijk terug! God spreek tegen Jakob en draagt hem op om naar de plaats Bethel te gaan en daar te offeren. Ons zegt dat misschien niet veel, maar voor Jakob roept dit van alles op! Het is goed om deze achtergrond te kennen.
Toen Jakob lang geleden moest vluchten voor zijn broer Esau, had hij zijn eerste nacht op de vlucht doorgebracht in Bethel. Terwijl hij daar lag met zijn hoofd op een steen, was God zelf aan hem verschenen – in dat visioen met een ladder naar de hemel, misschien wel bekend.
Toen had de Here beloofd: “ik zal met je gaan. Ik zal je beschermen en zegenen en weer terugbrengen in dit land”. Een prachtige belofte voor een arme vluchteling! Als reactie op dit visioen had Jakob een gelofte afgelegd. Jakob zei: “als ik in vrede in het huis van mijn vader zal terugkeren, dan zal de HEERE mij tot een God zijn. Dan zal ik op deze plek een heiligdom voor de HERE maken”. Jaren geleden was dat. Jakob was naar zijn oom Laban gegaan in Mesopotamië, en het was hem daar goed gegaan. Al die jaren had God zijn woord gehouden: Hij beschermde en zegende Jakob. En tenslotte had God hem ook weer veilig in het beloofde land gebracht, emt een groot gezin en veel bezit.
Maar nu – Jakob… hij leek zijn belofte vergeten. Hij was nu al een tijdje teruggekeerd, maar naar Bethel was hij niet gegaan. Hij had daar géén heilige plaats voor de Here gemaakt. Veel dankbaarheid voor alle zegen had hij niet getoond. En dat terwijl hij het beloofd had! Pas als God Zelf hem eraan herinnert, gaat Jakob op weg om zijn belofte waar te maken.
Maar al te menselijk is deze houding van Jakob. Gods zegen kunnen we goed gebruiken. Maar het is niet vanzelfsprekend dat gezegende mensen ook dánkbare mensen zijn! Hoe makkelijk nemen we alles wat de Here ons geeft, als vanzelfsprekend aan? Net als Jakob. Terwijl we, op wereldschaal bezien, werkelijk ongelooflijk bevoorrecht zijn. Wat een wonder dan dat God zelf naar Jakob komt om hem te roepen: hé, maak je belofte eens waar! En zo roept hij ook ons op een dag als vandaag: kom, breng je dank! Vooruit, kijk terug!

[de gepaste reactie 1: breken met kwaad]
Jakob hoort Gods stem, en beschaamd, zo stel ik me voor, komt hij in beweging. Wat doet hij dan? We zouden verwachten: hij gaat snel naar Bethel, om het beloofde altaar te bouwen. Maar nee! Hij doet nog iets anders, iets dat eraan voorafgaat. Wat dan? Jakob laat zijn familie zich reinigen en hun andere goden wegdoen. Hier zie je trouwens hoe ver Jakob en zijn familiegroep bij God vandaan waren. Blijkbaar waren het halve heidenen, die godenbeeldjes in hun tenten hadden staan, en die vast ook vereerden. Jakob had het allemaal toegelaten. Maar nu, nu God roept, beseft hij: dit kán niet! We horen bij de Here! En wie hoort bij Hem, moet breken met alles was Hij niet wil. Hij laat ze hun beeldjes en heidense oorringen inleveren, en hij begraaft ze. Weg ermee!
Vóór het dankoffer komt de bekering. Zo is het nog steeds. We kunnen straks wel op verheven toon de Here gaan danken voor zijn goedheid, maar als we in ons leven vasthouden aan verkeerde dingen, dan heeft het geen zin. De beste uiting van dankbaarheid is je leven te richten om Hem. Dus dan mag deze dankdag een moment zijn om eens na te gaan: zijn er in uw en in mijn leven ook dingen die niet deugen? Breek daar dan mee!
Wij zullen wel geen godenbeeldjes hebben. Maar heel concreet, dingen die ingaan tegen Gods geboden. Ruzie die u niet probeert bij te leggen. Geroddel. Iets oneerlijks dat niemand merkt. Teveel drinken op feestjes. Rusteloos doorwerken zonder tijd voor God, zelfs niet één dag. Ach, en vult u zelf maar in. Moet u ergens mee breken? Doe het! Dat is de beste dankbaarheid op een dag als vandaag. Tot uw eigen heil.

[de gepaste reactie 2: God eren]
Zo doet Jakob. Maar hij gaat dan ook naar Bethel. Een altaar bouwt hij daar. Het staat er niet met zoveel woorden, maar hij zal uiteraard op dat altaar geofferd hebben. Jakob eert God met offers. Een dankoffer brengt hij, uit erkennning voor alles wat God heeft gegeven. Hij laat het zien: ik heb dit niet aan mij zelf te danken, maar U, God, U brengt de bron van al mijn rijkdom. U bent het die mij hier gebracht hebt!
Hoe is dat bij ons, op deze dankdag? Wij kunnen niet letterlijk een altaar oprichten natuurlijk, dat hoeft ook niet. Maar onze insteek mag hetzelfde zijn. We mogen de Here een dankoffer brengen! Hoe dan? Allereerst door het gewoon uit te spreken: we hebben het alles van Ú gehad, trouwe God. Uw zegeningen zijn het. Daarvoor houden we nu juist een dankdag-dienst: om onze liederen en gebeden op te laten stijgen naar God, zoals de rook van een offer. Dat geeft de Here vreugde. Daar heeft Hij ook gewoon récht op! Zou Hij ons zoveel goede dingen geven, en wij maar leven alsof Hij er niet is? Nee toch zeker! Door te danken erkennen we Hem, en komen we anders in het leven te staan. Als we terugkijken, gaan we als vanzelf omhoogkijken. Een offer van dank, ook wij mogen het brengen vanavond!

[het begint en eindigt bij God]
Jakob had een gelofte gedaan, die hij nu inlost. Hij had het beloofd: als u mij zegent, als u mij veilig terugbrengt, dan zal ik een heilige plaats bouwen in Bethel. God had zijn deel gedaan, en nu doet Jakob zíjn deel, zij het na een beetje aandringen. Als ik het zo zeg lijkt het wel een soort koehandel. En zo zou het ook kunnen lijken op een dag als vandaag. God heeft ons veel goede dingen gegeven – en dan moeten wij in ruil ook een beetje dankbaar zijn. Voor wat hoort wat, toch? Een ruil: Hij doet iets, ik doe iets terug.

Als we zo denken, hebben we echter de diepte van dankdag nog niet door. Want dat zien we zo mooi bij Jakob: het begint en eindigt bij God. Jakob dacht misschien dat hij een deal sloot met de Allerhoogste, maar ten diepste is het andersom. God verbindt zich in genade aan Jakob. Het begon bij Hem, toen hij de vluchtende Jakob opzocht in Bethel. Hij beloofde zijn hulp en zegen, zómaar. Hij blijft Jakob nabij, al die jaren, al was Jakob vooral met zichzelf bezig. Want God is trouw! En nu, op het moment dat Jakob zijn belofte moet nakomen maar het niet doet – wat gebeurt er? De Here wordt niet kwaad op Jakob, Hij straft Hem niet. Nee, Hij herinnert Jakob vriendelijk aan zijn belofte: ga naar Bethel, bouw dat altaar! God zoekt Jakob op, steeds maar weer! Hij is de eerste, en de laatste. Want als Jakob dan zijn offer gebracht heeft, zegt God niet: hèhè, nu staan we quitte… Nee! Hij belooft Jakob nóg meer zegen. Hij zal een groot volk worden; aan Jakobs nakomelingen zal God het beloofde land geven.
Wat is de God van Jakob dan goed en trouw! En wat is Hij dat nog steeds, ook voor ons. Dankdag vieren is niet het terugbetalen van de ontvangen zegeningen. Het is veel méér. Het is beseffen dat we van begin tot einde leven van Gods trouw, van zijn liefde die ons blijft opzoeken. Want verdienen wij al de dingen waar we vandaag voor danken? Welnee! Het is alleen Gods genade die ze ons geeft, zómaar. Zijn trouw over ons leven. Zo groot is Gods goedheid, dat Hij zijn Zoon zond naar ons, godvergetende mensen. Hij gaf alles voor ons, Hij geeft alles áán ons. Hij blijft ons steeds opzoeken en herinneren, door zijn woord en Geest. Ook vanavond weer zegt Hij het: vergeet je Mij niet? Ik wil de voornaamste plek hebben in je leven!

[slot]
Jakob komt weer bij God. Hij breekt met wat kwaad is, hij offert dank. En het gevolg? Hij komt thuis. Daar hebt u afgelopen zondag al iets over gehoord, begreep ik. Zo opvallend staat het in dit bijbelgedeelte: Jakob bouwt eindelijk dat altaar, en dan “God verscheen op nieuw aan Jakob, nadat hij uit Paddan-Aram gekomen was”. Maar Jakob was toch al ruim twee jaar in het belofode land? Ja, en nee. Pas nu hij zijn dankoffer brengt, komt hij echt thuis! Dan ontmoet Hij de Here, niet als eisende of bevelende God, maar als Degene Die hem kent en zegent. Dán wordt er een weg geopend met toekomst, voor hem en zijn gezin.
En zo mag het nog zijn. Danken, zoals wij vanavond doen, danken zorgt dat je God ontmoet en dicht bij Hem blijft. Danken opent de weg voor nieuwe zegeningen. In het aardse, maar bovenal in het geestelijke. Aardse zegeningen had Jakob al. Nu krijgt hij méér – nu krijgt Hij een open hemel, de nabijheid van God.
God geve dat het voor ons net zo moge zijn. Als wij Hem danken voor aardse zegen, wil Hij ons de geestelijke zegen erbovenop geven. Dan ben je pas werkelijk gezegend! Maar wie blijft hangen in de aardse voorspoed, is ten diepste doodarm.
Laten we dan de Here danken voor alles wat Hij ons gaf. Vooruit, kijk terug! Tel uw zegeningen, één voor één. En doe dan als Jakob. Als er dingen zijn die niet kloppen in ons leven, doe ze weg! En bouw voor de Here een altaar van dank. Dan mogen we straks de blik weer naar voren richten. Ook in wat komt zal de Here dan ons nabij zijn. Vooruit – met Hem in de rug!

Amen

Advertenties