Tags

1. God, laat de koning goed regeren,
met recht en met beleid.
Wil hem uw wijze regels leren
en uw gerechtigheid.
Dan zal uw volk in vrede leven,
dan wordt er recht gedaan:
verdrukten zal hij redding geven,
verdrukkers pakt hij aan.

2. Laat onze koning hooggeacht zijn
zolang de zon bestaat.
Moge hij eeuwen aan de macht zijn
totdat de maan vergaat.
Laat hij verkwikkend zijn als regen
die dorstig land bevloeit:
wie eerlijk leeft ervaart zijn zegen
terwijl de vrede bloeit.

3. Tot aan de einden van de aarde
erkent men hem als heer.
Elk volk moet zijn gezag aanvaarden
en buigt zich voor hem neer.
Geschenken zullen binnenstromen,
uit ieder land gebracht.
De verste vorsten zullen komen
en knielen voor zijn macht.

4. Wie roept om hulp zal hij bevrijden.
Wie in ellende leeft
redt deze koning, die zal strijden
voor wie geen helper heeft.
Wie arm zijn of door zorg gebogen,
verdrukt of diep in nood –
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij redt hen van de dood.

5. ‘Laat onze koning eeuwig leven’,
zo bidt men keer op keer.
Men zal hem goud uit Sjeba geven
en zegent hem steeds weer.
Het koren kiemt, zelfs waar tevoren
geen graan ooit groeien kon;
gerijpt laat het een ruisen horen
zoals de Libanon.

6. De welvaart heerst in elke woning,
de stedeling floreert!
De grote naam van onze koning
wordt overal geëerd.
Zijn roem leeft voort door alle tijden:
men wenst te zijn als hij.
Elk volk blijft zich in hem verblijden
en prijst zijn heerschappij.

7. Laat iedereen de HEER bezingen,
de God van het verbond,
want Hij alleen doet grote dingen.
Laat nu uit ieders mond
zijn lof weerklinken door de tijden:
groot is zijn roem en eer!
Laat al wat leeft zijn naam belijden.
Ja, amen, loof de HEER.

Adriaan Molenaar

© 2015 Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden

Advertenties