Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
in de Bijbeltekst die vanmorgen centraal staat (1 Kor 15:58), horen we het woord ‘overvloedig’. Een mooi woord! Overvloed, dat hebben we allemaal graag denk ik. Méér dan genoeg. Als je heel letterlijk luistert, hoor je het woord ‘vloeien’ erin. Het vloeit over! Stel u een bak voor waar een tuinslang in ligt. De tuinslang loopt en heel de bak loopt vol met water. Als het water blijft lopen, stroomt het na een tijdje over de rand heen alle kant op, en de vloer eromheen wordt nat. Het water vloeit over, er is heel letterlijk een overvloed.
Zo kun je ook mensen hebben die ergens als het ware van overlopen. Die heel enthousiast zijn voor iets en dat niet binnenhouden. Iemand die een nieuwe vinding heeft gedaan in zijn vakgebied en dat overal aan de man probeert te brengen. Of een band die je hebt ontdekt met gewéldige muziek, die je graag aan anderen wilt laten horen. Ik herinner me, toen ik op de middelbare school zat, een jongen die helemaal fan was van “Metallica”. In de bus naar een winteractiviteit zat ik naast hem, en ik móest toch vooral eens luisteren wat voor muziek hij op zijn oortjes had. Door zijn enthousiasme werd hij vanzelf een ambassadeur van die band. Hij vloeide ervan over, zeg maar!

[geen activisme maar fundering]
Dat woord ‘overvloedig’ vinden we dus in de tekst voor vanmorgen. Maar er staan nog twee andere woorden bij: wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heer. Als ik het zo lees, dan is het een beetje misleidend. Alsof die woorden alle drie slaan op het werk van de Heer. Echt een aansporing om aan de slag te gaan en standvastig dóór te gaan, wat er ook gebeurt!
Alleen… dat staat er niet. Die woorden ‘standvastig en onwankelbaar’ slaan níet op het werk. En dat is maar goed ook! Anders zou deze preek een soort peptalk worden: kom op, we gáán ervoor! Laat je niet klein krijgen! Standvastig doorgaan! Dan ligt alles aan ónze activiteit en inzet. Dan wordt het leven als christen vooral een druk bestaan.
Maar Paulus zegt iets anders. Hij zegt “geliefde broeders (en zusters), wees standvastig en onwankelbaar” – niet in wat je doet, maar in wat je gelooft! Dáár begint het. Je zou het kunnen vergelijken met de bouw van een huis. Je kunt wel koortsachtig stenen gaan metselen en zo, maar dat heeft geen zin als er niet eerst een stevig fundament ligt! Je moet beginnen vanaf een stevige basis. En zo is het ook bij alles wat wij doen of menen te moeten doen voor God. Het fundament moet deugen. En wat is dat fundament? De genade en liefde van God waar wij op mogen vertrouwen! Dáár mag je onwankelbaar vast op staan, en van daaruit kun je bezig gaan. Maar zónder lukt het niet.

[het fundament]
Onze tekst is de slotzin van een lang hoofdstuk. In de éérste zin had Paulus het óók al over ‘vast staan’. Hij sprak van ‘de goede boodschap die ik u verkondigd hebt, die u hebt aangenomen, waarin u ook vast staat’ – daar heb je het! Waar mag je vast op staan? Paulus gaat dan uitgebreid spreken over de opstanding uit de dood. De opstanding van Jezus, en ook onze opstanding als Jezus komt. Ik kan dat nu niet behandelen, maar de kerndingen van het geloof komen aan bod. Dat Jezus de dood heeft overwonnen toen hij opstond. Dat dat écht gebeurd is. En dat we daarom mogen weten dat ook ons leven niet uitloopt op de dood. De dood, als droevig einde van elk leven; de dood, ook als gevolg van de zonde, als oordeel over het kwaad dat wij mensen doen.
Maar… wie in Jezus gelooft, mag vast weten: mijn leven loopt niet zinloos dood! Ik hoef ook niet te vrezen voor Gods oordeel, al ben ik een zondig mens; ik mag eeuwig leven met God! Nu al verbonden aan Hem. En straks, als Jezus komt, dan zal ik delen in zijn heerlijkheid! Paulus eindigt met een juichtoon: “dood, waar is uw prikkel? Graf waar is uw overwinning? God zij dank die ons de overwinning geeft door Jezus!”
En, zo sluit Paulus zijn betoog af, wees standvastig en onwankelbaar in dit geloof! Wat anderen ook beweren, híer mag je op vertrouwen. Dit is onze blijde zekerheid

[overvloedig in het werk van de Heer]
Kijk, en dat is de achtergrond voor Paulus’ oproep, ook aan ons vanmorgen, om overvloedig te zijn in het werk van de Heer. Dat je op dat fundament staat, van wat Jezus ons geeft en geven zal. Dat je dat vást gelooft en en vol van bent. En dat vanuit die volheid er liefde en inzet ‘overvloeit’, overloopt in wat je doet voor God. Niet als plicht, van ‘dat hoort toch’, ook niet om als het ware de club hier draaiende te houden. Maar overvloeiend vanuit de overvloed van genade die God geeft. Steeds moeten we terugkeren naar die bron! Want onze eigen krachtbronnen zijn snel leeg, na aanvankelijk enthousiasme. Maar wie beseft welke geweldige dingen de Here ons geeft, die krijgt kracht voor het werk van de Heer.
Wat is dat eigenlijk, het werk van de Heer waar onze tekst van spreekt? Als je nagaat hoe deze woorden elders gebruikt worden, moeten we allereerst denken aan het doorgeven van het evangelie, de goede boodschap over Jezus.
Dat is een werk voor ieder die bij Hem hoort. Niet alleen voor de dominee, ook niet alleen voor de ambtsdragers, maar voor íeder. Dat je overvloeit van wie de Here voor je is, wat een geweldige dingen Hij geeft. In je woorden, maar evenzeer in je daden. Dat anderen door jou of u heen er óók bij getrokken worden. Hoe is dat bij u of jou? God wil ons inzetten als ambassadeurs, zoals die jongen naast me in de bus een ambassadeur was van “Metallica”. Niet omdat het moet, maar omdat je er vol van bent. Dus steeds weer moeten we terug naar de bron!
Het werk van de Heer. Dan mogen we ook denken aan al het werk in de gemeente van de Heer. Natuurlijk komen we dan meteen bij de ouderlingen en diakenen, en wat zij doen. Door bezig te zijn als ambtsdrager, mag je overvloedig zijn in het werk van de Heer. Maar hier is werk voor ieder gemeentelid. Als kerklid ben je geen consument, maar medewerker. Er is genoeg te doen – en Paulus roept ons op: wees daar overvloedig in! Omdat hier de gemeente is, de plek waar we vieren wat Jezus ons geeft.
Overvloedig in het werk van de Heer. Als ambtsdrager, als christen. Dat is iets anders dan ‘rusteloos’. Nee! Het is juist van uit de diepe rust die de Here geeft! Wees overvloedig – dat is niet ‘eigenlijk doe ik nooit genoeg’. Om overvloedig te zijn, moeten we niet harder gaan lopen. We mogen ons juist laten vullen vanuit de overvloed van Gods genade voor ons. Dan kom je vanzelf in beweging, dan kun en doe je meer dan je zelf misschien dacht!

[inspanning]
‘Altijd overvloedig in het werk van de Heer’. ‘Want, zo vervolgt Paulus, u mag weten dat uw inspanning niet tevergeefs is’. Inspanning. Ja, dat is het ook! Wat ik zei over ‘overvloeien’ zou de indruk kunnen geven dat het allemaal vanzelf gaat. Maar zo is het niet. Je inzetten voor Gods koninkrijk kost je gewoon wat.
Tijd, om te beginnen. In het gemeentewerk, en vooral als je ambtsdrager wordt. Jullie vrouw of gezin zal je weleens eens een avond moeten missen! Bezoeken afleggen, vergaderen, organiseren, en dat náást de andere zaken in een vaak al volle agenda.
Het kost ook moeite. Als je bij iemand op bezoek bent als ouderling of diaken, dat het gesprek niet alleen over koetjes en kalfjes gaat, maar dat je ook probeert iets goeds van God te zeggen. Dat je lastige punten niet omzeilt, maar er misschien juist naar vraagt. Er zullen vast ook dingen in het takenpakket zitten die je lastig vindt. Tóch wordt het van je gevraagd. Een inspanning; Paulus heeft gelijk!
Je inzetten voor Gods Koninkrijk is niet de makkelijke weg. Niet alleen als ambtsdrager, maar dit geldt voor ieder die de weg van Jezus gaat. Dat je jezelf over een drempel moet zetten om iets te zeggen over je Heer, als de gelegenheid zich voordoet. Dat je soms bewust kiest wat góed is, wat God vraagt van je, niet wat het makkelijkst is of het veiligst. Dat je investeert in mensen die niets teruggeven. Allemaal inspanningen.
Nee, het gaat niet vanzelf, je inspannen voor God. Je zult merken dat er weerstand is van binnen, in je hart. Traagheid. Cynisme. Je zult ook weerstand van buiten merken, mensen die niet op het evangelie zitten te wachten. Die heel subtiel negatief doen soms. En daarom is het zo belangrijk dat we niet actief zijn uit eigen kracht. Dat we steeds weer voor ogen houden wat Paulus hiervoor beschreef: wat we mogen hebben in Jezus. Dat we dááruit leven en werken.

[niet tevergeefs in de Heer]
Inspanning dus. Maar er is een belofte aan verbonden! “U mag weten”, schrijft Paulus, “dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heer”. Je mag er vást op vertrouwen dat wat je doet iets zal uitwerken! Het werk in de kerk, als ambtsdrager, je daden en woorden in het dagelijks leven… Niet tevergeefs in de Heer!

Soms kan het zo lijken. Dat je denkt: waar doe ik dit eigenlijk voor? Als je bijvoorbeeld als ouderling ergens een bezoek hebt gebracht dat heel onbevredigend verliep. Geen interesse in God en geloof! Of je wist helemaal niet wat je moest zeggen tegen iemand vol vragen en problemen. Is zo’n bezoek tevergeefs? Of als diaken: je zamelt geld in voor projecten dichtbij en ver weg. Maar soms denk je aan de bekende druppel op de gloeiende plaat. Wat lost het uiteindelijk op? Of als je catechesegroep maar klein is, als je de Nederlandse kerken ziet vergrijzen. Dan kun je denken: is het allemaal geen aflopende zaak? Als u of jij op je werkplek alleen maar negatieve reacties krijgt als het over God gaat, en ze je zelfs uitlachen. Is er niet heel veel wat we doen tevergeefs?
Néé, zegt Paulus! Zegt ten diepste God zelf. Je mag wéten, vast vertrouwen, dat je inspanningen voor God en zijn zaak níet tevergeefs zijn! Het werkt iets uit, al kunnen wij soms niet precies zeggen wat. Maar het dóet iets! Naar menselijke maatstaf misschien tevergeefs, maar nooit naar die van God. ‘Niet tevergeefs in de Heer’. God meet anders dan wij. Hij gebruikt gebrekkige pogingen, ja, vaak nog meer dan glad en professioneel werk. Het dwaze van de mensen is bij Hem wijs! Uw onbeholpen poging om een vriendin uit te leggen wie God voor u is; onze schamele euro’s voor noden waar er miljoenen nodig zijn. Een eenvoudig woord of een arm om de schouder – het is niet tevergeefs in de Heer.
God neemt ons in dienst, met al onze zwakke en sterke kanten. Hij neemt u in dienst, broeders, al bent u onvolmaakte mensen. U zult fouten maken, dat doe ik ook, dat doen wij allen. Maar het werk voor God is niet tevergeefs, nooit!

[Slot]
Wat zou ik dan nog meer zeggen? Neem deze tekst mee, als nieuwe ouderling of diaken, of als je herbevestigd wordt. Laten wij állen deze woorden meenemen en in ons leven meedragen.
“Wees standvastig, onwankelbaar” – op het fundament van Gods genade. En dan ook “wees altijd overvloedig in het werk van de Heer” – met volle inzet, gedreven door Gods genade. Doe wat je kunt! Dan mogen we vertrouwen: “onze inspanning – want dat is het – is niet tevergeefs is in de Heer”.
We gaan het zingen: “alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan; maar wat gedaan is uit liefde tot Jezus / dat houdt zijn waarde_en zal blijven bestaan” (JdH 166).

Amen

Advertenties