Tags

,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: all you need is love]
misschien kijkt u wel eens naar een aflevering van ‘all you need is love’, met Robert ten Brinke. Voor wie het niet kent: dat is een programma waar mensen bij elkaar gebracht worden die elkaar soms al decennia niet hebben gezien. Een vrouw die haar geëmigreerde broer weer wil ontmoeten, of een geadopteerd kind dat zijn natuurlijke ouders wil leren kennen. Het programma gaat op zoek, en heel vaak eindigt het met een ontroerende ontmoeting. Familieleden die elkaar na jaren weer in de armen sluiten. Tranen die ongegeneerd vloeien voor de camera, omhelzingen en een kus. Prachtig is dat, als de verloren zoon of dochter of ouder weer terug is!
Vandaag zijn we aangekomen bij de ontknoping van de geschiedenis van Jozef. Het lijkt ook wel een aflevering van ‘All you need is love’. De hoofdingrediënten zijn er allemaal: een doodgewaande broer die blijkt te leven. Tranen, emotie, om de hals vallen… “Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog?” En de grote familiereünie wordt meteen gepland.

[Jozef onthult zijn identiteit]
Toch is het niet helemaal hetzelfde. Emotie genoeg, dat wel. Jozef, die al een hele tijd zich voor een Egyptenaar had uitgegeven, kan zich niet meer bedwingen en onthult zijn identiteit. Maar de tien broers tegenover hem voelen iets heel anders. Angst! Schrik! Niks roze wolk met Robert ten Brinke. Want zij… zij hebben deze Jozef vreselijk slecht behandeld. Hem als slaaf verkocht. En nu heeft hij hen helemaal in zijn macht! De ontstane situatie vinden ze helemaal niet prettig. Zou Jozef geen wraak nemen? Het hen betaald zetten? Dan zijn zij weerloos!
Spanning hangt er, en de broers kunnen niets uitbrengen. Maar… Jozef heeft niets kwaads in de zin. We hebben de vorige keer gehoord hoe ze veranderd zijn, en juist dát raakte hem. “Kom toch dichterbij!” zegt hij, en hij herhaalt het nog maar eens: “Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben!”
Ja, en daar zit natuurlijk de pijn, dat zien hij wel aan hun gezicht. En daarom probeert Jozef zijn broers gerust te stellen op dit punt. Hij koestert geen wrok over het verleden. Alles is immers goed gekomen? En dan zegt Jozef iets merkwaardigs. Hij zegt niet “maar dat is vergeven en vergeten”, nee hij zegt iets heel anders. Iets over God. En daar wil ik vanmorgen met u bij stilstaan.

[Jozefs uitspraak ‘God deed het’]
Jozef stelt zijn broers namelijk gerust als volgt: “Gód heeft mij voor jullie uitgestuurd, tot behoud van jullie leven!” Hij benoemt alles wat hem overkomen is als werk van God, iets waar God een bedoeling mee had. In vers 5 zegt hij dit, en nogmaals in vers 7: “Gód heeft mij voor jullie uit gezonden”. Hij ziet er Gods hand in. Hoe kan hij het de broers dan nog aanrekenen. In vers 8 zegt hij het zelfs een dérde keer, en dan het sterkst: “Niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God”. Driemaal komt het terug – dit is de centrale geloofsuitspraak in dit gedeelte.
Hoe komt het dat Jozef niet bitter of boos is? Omdat hij de dingen vanuit Gods standpunt kan zien. Met een blik van boven. Het moest zo zijn! En tegelijk roepen deze woorden heel wat vragen op, tenminste bij mij.
Want haalt Jozef zo niet alle verantwoordelijkheid weg bij zijn broers? Is het ineens OK om je broer als slaaf te verkopen, als onderdeel van Gods plan? Jozef zegt het hier erg kort door de bocht: niet jullie, maar God. Eigenlijk klopt dat natuurlijk niet. Jullie, broers, hebben het wél gedaan! Ja toch?
Maar Jozef spreekt dit niet als eerste woord. Dat zou goedkoop zijn. Jozef zegt dit na alles uit de voorafgaande hoofdstukken. We hoorden hoe de broers toen hun schuld inleefden en hun verantwoordelijkheid erkenden. In hoofdstuk 42 zeiden ze letterlijk “werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer”. Dat is het éérste woord. Jozef heeft al die dingen uit de vorige hoofdstukken met zijn broers uitgehaald om ze dat eerste woord te laten spreken. En dan, nu dus… dán is er ook plek voor het tweede woord: God heeft juist zo goede dingen bewerkt. Redding uit de honger voor heel Egypte, en voor Jakobs nakomelingen.
Spreken met twee woorden, dat is heel belangrijk als het gaat over hoe God werkt. Wil God dat mensen hun broer aan slavernij uitleveren? Nee, natuurlijk niet! En voor nu: wil Hij de vele vreselijke dingen die op aarde plaatsvinden? Laat Hij dat gebeuren? Nee, natuurlijk niet. Maar als mensen zulke daden begaan, wil Hij ze nog ten goede gebruiken.

[bedoeling van de broers vs Gods uitkomst]
Hier, aan het einde van de geschiedenis van Jozef, zien we iets heel belangrijks. Dan blijkt dat niet het slechte van mensen, maar het goede plan van God het laatste woord heeft. Ga de hele geschiedenis van Jozef maar langs. De broers verkochten Jozef als slaaf. Waarom? Uit woede en jaloezie. Eerst wilden ze hem zelfs vermoorden. Maar God had een plan met Jozef! Jozef moest als slaaf werken bij Potifar. Maar juist zó bereidde God hem voor op de verantwoordelijkheden die hij later zou dragen, en vormde hij zijn karakter. En wéér zien we dan zoiets: de vrouw van Potifar beschuldigt Jozef vals, uit gekrenkte trots. Jozef gaat naar de gevangenis. Maar opnieuw gebruikt God een slechte daad van een mens ten goede. In de gevangenis ontmoet Jozef de koninklijke schenker en bakker en kan hij hun dromen uitleggen. En het gevolg? Daardoor wordt hij later gevraagd de dromen van Farao uit te leggen.
Uit het kwade dat mensen doen, laat God iets goeds voortkomen. Jozef krijgt vanwege zijn dromenuitleg een hoge positie. Dankzij de graanvoorraden die hij laat aanleggen in de jaren van voorspoed, is er eten in de jaren van honger. Voedsel voor Egypte, en ook voedsel voor Jakob en zijn familie. Hadden de broers dat ooit kunnen denken, dat ze meewerkten om het leven van velen te redden door Jozef te verkopen? Nee natuurlijk! En het maakt hun daad ook niet minder slecht. Maar God volvoert zijn plannen, dwars door de slechte dingen van mensen heen. In hoofdstuk 50 zegt Jozef het kernachtig tegen zijn broers: “Jullie hadden kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht”. Dát is de les die hele geschiedenis van Jozef ons leert. God volvoert zijn plan, ook door negatieve dingen heen. Niet het kwade wint, maar Gods goede plannen!

[werkt dit altijd zo? nee!]
Bij Jozef zien we het heel duidelijk. Het is als het ware alsof we even het borduurwerk vanaf de bovenkant kunnen bekijken. Wie de geschiedenis hoort, kan niet anders dan be-amen: ja, zó heeft God het geleid ten goede! En soms gebeurt dat nog. Dat mensen allerlei negatieve dingen overkomen, maar dat ze er achteraf Gods hand in zagen. Onlangs las ik bijvoorbeeld zo’n verhaal. Over een gezin dat schulden kreeg, hun huis uit moest, een heel moeilijke tijd kreeg, in de schuldsanering raakte. Maar juist in deze moeilijke tijd ervoeren ze in het bijzonder de nabijheid van God. Hun geloof werd versterkt, ze merkten hoe God hun gebeden heel concreet verhoorde, ze leerden in alles op Hem te vertrouwen. Zo konden ze uiteindelijk zeggen: God heeft ons faillissement gebruikt ten goede! Wat is dat een zegen, als je, net als Jozef, de dingen van bóven mag bekijken. Dat bewaart voor wrok en wanhoop. Meestal lukt dat natuurlijk pas achteraf, dat zien we ook hier bij Jozef. God gebruikt het kwade ten goede – gelooft u dat? Misschien hebt u het wel eens ervaren. Waar bijvoorbeeld de ene deur dichtging, dat er elders een raam openging…
Maar tegelijk moeten we hier wel mee oppassen. Als je teveel van zulke verhalen uit de Eva leest, dan kun je te makkelijk alles glad gaan strijken. Dan heeft alles een Goddelijke bedoeling. Misschien ga je dat wel zeggen tegen iemand die diep in de put zit om het een of ander. “God zal er zijn bedoeling wel mee hebben” – alsof je daarop zo’n moment iets aan hebt!
Pas op, bij het spreken over wat God doet moeten we altijd met twéé woorden spreken. Als we overal Gods plan in zien, kun je het kwade niet als kwaad laten staan. We moeten we het eerste woord niet vergeten: wat de broers deden met Jozef was allereerst een vreselijke wandaad, niet ‘een schakel in Gods prachtige plan’. En zo is het nog steeds: iets ellendigs is ellendig, een tragedie is een tragedie. Géén schakels in Gods plan zomaar. God wíl werkelijk niet dat mensen als slaaf verkocht worden of dat iemand nu slachtoffer wordt van onrecht of ziekte of wat ook! Het zou lasterlijk zijn om dat te zeggen.
Pas als je het eerste woord hebt gezegd: dit is slecht – dit is vreselijk… Dan kun je vanuit geloof het tweede woord spreken, over God en zijn plannen. Maar wat houdt dat tweede woord in? Dat God uit elk kwaad iets goeds laat voortkomen? Nee! Bij Jozef is dat zo. Maar er is genoeg kwaad, genoeg ellende waar we niet van kunnen zien tot welk goeds het ooit leidt. Denk aan iemand wiens leven geruïneerd werd door getreiter van zijn broers, en die géén onderkoning van Egypte wordt, maar een kwetsbaar en schuw mens, levenslang. Denk aan ziekte die jonge mensen treft. Aan een aardbeving die duizenden doodt. “God zal er wel zijn bedoeling mee hebben” – pas op dat je zijn naam niet ijdel, niet leeg, gebruikt zo!

[maar wel: Gods soevereine bestuur leidt uiteindelijk tot heil]
Maar wat dan? Wat hebben Jozefs geloofswoorden ons dan nog te zeggen? Wel, het gaat er niet over dat God uit elk kwaad stuk voor stuk iets goeds maakt. Soms kun je dat zo ervaren, soms zie je hoe zijn hand het kwade goede maakt. Dat is een zegen! Echter, al te vaak ook helemaal niet.
De geschiedenis van Jozef leert ons echter iets anders, iets diepers. Namelijk dit: dat niet menselijke slechtheid het laatste woord heeft, de uitkomsten bepaalt. Niet de broers en hun haat. Er is nog iets anders: Gods plan. Zijn goede bedoelingen, zijn beloften. En Gods goede plan wordt werkelijkheid, dwars door alles heen. Jakobs familie, het latere Israël, wordt behouden dankzij Jozef. En met hen heel Egypte. Redding wint, zegen, niet haat en dood. God, niet het kwaad.
En ja, dit is een geloofsuitspraak. Dit moet, dit mag je gelóven. Jozef had ook kunnen zeggen: Wat een ongelooflijk toeval toch dat het zo gelopen is… Maar hij ziet in geloof Gods reddende handelen. Dóór alle ellende heen die hem trof, dóór de daad van zijn broers heen.
En zo mogen wij ook geloven. Dat, met alles wat er gebeurt, in de wereld, en misschien wel in uw of jouw eigen leven, Gods goede plannen waar zullen worden. Tóch! Dat is de weg van God: die van schijnbare mislukking, en dan tóch… We zien het bij Jozef. We zien het bij de Here Jezus. Hij werd gehaat er vermoord, hoewel Hij nooit iets verkeerds deed. Een vreselijke misdaad, de ergste ooit gepleegd. Dat is het éérste dat we ervan moeten zeggen. Maar het tweede ook, gelukkig: juist zó kwam Gods heil! De dood overwonnen, de schuld weggedragen.
Gods grote plan wordt waar, dóór alle vreselijke dingen in de wereld heen. Niet zozeer Gods plan voor een geslaagd leven voor u, maar Gods grote heilsplan. Ook hier ging het niet om Jozef, maar om de voortgang van Gods plan met Abrahams nakomelingen. God heeft het laatste woord, niet de ellende of de slechtheid van mensen. Dat mogen we geloven. Door Jozef, nog meer: door Jezus. Gelooft u het?
En ja, dan blijven er vele vragen. Moest het zó met Jozef, door al die ellende? Had God Jakobs familie niet anders kunnen redden? Moet het zó met deze wereld? Waarom laat God slechte mensen zo begaan? Wij krijgen geen antwoorden! We kunnen slechts vertrouwen. Vertrouwen op Hem. Zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 13 zegt: “Gods macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zo te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en slechte mensen onrechtvaardig. En al wat in zijn doen het menselijk verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, verder dan ons begrip reikt”. Soms mag je iets van Gods werking zien, zoals Jozef hier. Vaak echter niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet!

[slot]
“All you need is love” – daar begon ik mee. En dat is een diepe uitspraak. Alles wat je nodig hebt is liefde. Niet begrip, niet een compleet begrip van de zin van het wereldgebeuren. Wij zijn God niet! Maar liefde. Gods liefde die je vasthoudt, ook al begrijp je niet waarom jou dit overkomt. Liefde. Weten dat Gods handelen alleen door liefde ingegeven is. Dat Hij geen kwaad wil, al laat Hij het toe, al gebruikt Hij het. Liefde. Zoals de apostel Paulus schrijft:
“in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere”. Laat dat ook uw overtuiging zijn. Gods liefde zal winnen, wat mensen ook verzinnen.
“Door een nacht, hoe zwart, hoe dicht, voert Hij mij naar ’t eeuwig licht”

Amen

Advertenties