Tags

, ,

Schriftlezingen: Lukas 17:7-10 en Efeze 2:1-10. Deze preek is meer op de Bjbelgedeeltes geënt dan op de catechismusuitleg.

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: prestatiemaatschappij]
we leven in een prestatiemaatschappij. Het begint al op school waar de resultaten van de kinderen worden bijgehouden, vanaf de kleuterschool. Hoe goed je het doet, bepaalt je vervolgopleiding en daarmee voor een groot deel je toekomst. Ook in het bedrijfsleven gaat het om prestaties: targets halen als verkoper, of snelheid als je in het distributiecentrum werkt. Ja, zelfs in de zorg moet productie gedraaid worden, zo noemen de managers het onomwonden. Wordt er door je niet genoeg gepresteerd, dan is dat slecht voor de winst. En dan is dat zeker slecht voor jou als werknemer! Je krijgt een gesprekje met de baas die je aanmoedigt om het beter te doen. En als er geen verbetering komt, dan vindt je leidinggevende het misschien beter dat je “op zoek gaat naar een andere uitdaging”. Met andere woorden, je vliegt eruit.
Ben je goed genoeg? Doe je voldoende? Deze manier van denken beheerst veel in onze tijd. Vraag je hoe het gaat: “druk, druk, druk” – en tegelijk ontlenen mensen er hun waarde aan, stiekem. Stel dat je niets om handen had!
Een maatschappij met de nadruk op presteren. Wie er in leeft gaat als vanzelf ook zo denken. Niet alleen op het werk, maar ook op andere terreinen. Geloof bijvoorbeeld. Doe je er genoeg aan? Kan God tevreden over je zijn? Verdien je een bonus, of dreigt een reprimande?

[achtergrond: verdienen bij God]
Deze manier van denken sluit maar al te goed aan bij wat in ieders hart leeft. Het willen verdienen, ook bij God. In elke religie zie je het terug. De moslims vasten momenteel, het is Ramadan, om zo in de gunst van Allah te delen. In oosterse godsdiensten kun je goed ‘karma’ opbouwen.
Ook onder Joden en christenen kan geloof een kwestie worden van presteren. Ik vertelde vorige keer over Maarten Luther en zijn pogingen om goed genoeg te zijn, genade te verdienen. Maar het is van alle tijden. In de tijd van Jezus had je al Farizeeërs die vonden dat zíj toch wel een bonus van God verdienden. Jezus voert er één op in een gelijkenis “ik dank u Heer, dat ik niet ben zoals de andere mensen. Ik vast driemaal per week, ik geef tienden van mijn bezit…” Met hem moet de Heer toch wel tevreden zijn!

[Het eerste Bijbelgedeelte: je verdient nooit iets]
Voor die mensen toen, en voor ons nu, vertelt Jezus een korte gelijkenis, die we net hoorden uit de Bijbel. Eerlijk gezegd is het er één met een nogal botte boodschap. Hoe meer ik me verdiepte, hoe meer ik ervan versteld stond. Jezus vergelijkt de relatie tussen een mens en God met de verhouding tussen een heer en een slaaf destijds. Een verhouding die nog een stuk verder ging dan die tussen een werknemer en een werkgever van nu! De heer heeft het absolute gezag en je hebt maar te gehoorzamen. Is God zo? Nou, het sluit in elk geval goed aan bij wat mensen soms over Hem denken en dachten! Prestatie, daar gaat het om!
Als slaaf zit je daarbij in een nadelige positie. Als je je werk gewoon goed deed, hoorde je niemand. Een compliment zat er niet in, of een bonus – trouwens, je wérd niet eens betaald als slaaf! Maar als je het niet goed deed… Dan kon je een afranseling krijgen of andere straf. Je was altijd in het nadeel. Jezus zegt eerlijk hoe het eraan toeging “Hij bedankt die slaaf toch zeker niet, omdat hij gedaan heeft wat hem werd opgedragen? Ik meen van niet”. Herkenbaar voor de luisteraars toen!

En nu past Jezus dit alles toe op de verhouding met God. In één keer vaagt hij de zelfgenoegzaamheid van de vrome Farizeeërs keihard weg. Luister nu eens, vrome man: als je al God wetten houdt, als je leeft zoals Hij wilt, dan is dat toch normaal? Dat is gewoon je plicht! Dat hoort iedereen te doen! Moet God jou nu dankbaar zijn of zo? Welnee! Als je het goed doet verdien je niets, maar als je níet doet wat God wil – dan kan Hij je wel straffen.
Een hard woord! Of vindt u van niet? De harde prestatienorm bij de Hoogste: doe het maar liever goed – niet zozeer om iets te verdienen, maar wel om eventuele straf te ontlopen… God als grote slavendrijver. [stilte]

[de liefde en genade ontbreken]
Of is dat niet de les van deze gelijkenis? Jezus zegt het scherp, om zijn punt te maken: verdienen werkt niet. Hij Jezus laat zien hier waar het logisch op uitloopt als je in termen van prestaties en verdienen gaat denken tegenover God. Bij Hem kún je niets verdienen. Want alles wat je hebt en bent heb je van Hem. Hij heeft so wie so recht op je leven…
Maar is God zoals een slavenhouder uit die tijd? In andere verhalen van Jezus krijg je toch een heel ander beeld van Hem. Denk aan het verhaal van de verloren zoon: daar is God een liefhebbende Vader die vergeeft, helemaal strenge manager.
Weet u wat er onze gelijkenis ontbreekt? De liefde en de genade. In de verhouding tot God moet je namelijk niet focussen op hoe goed je het zelf doet. Het gaat om iets anders. De apostel Paulus zegt “al zou ik bergen verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden (nou – over geloofsprestaties gesproken!), maar ik had de liefde niet, het baatte mij… niets”.
Geloven is niet presteren voor de Opperbaas. Geloof is Hem liefhebben, en daarom voor hem leven. We hebben geen contract-relatie met God, zoals met een werkgever. Nee, een verbondsrelatie van liefde! En dáárom is alle denken over moeten presteren voor God verkeerd.

[tweede Bijbelgedeelte: geen prestatie, genade]
Dat zien we zo duidelijk in het tweede Bijbelgedeelte dat we lazen. Dat is tegen heel andere mensen gericht dan de woorden van Jezus. Jezus sprak tegen Joden die hard hun best deden om vroom te zijn, goed genoeg voor God. Maar Paulus schrijft aan mensen die tot voor kort van die hele God niets afwisten. Heidenen uit de stad Efeze. Hij tekent hun verleden dan ook in donkere kleuren: “dood door de overtredingen, levend in je eigen begeerte” enzovoorts. Maar dan het vervolg. Paulus schrijft niet: jullie hebben het er slecht afgebracht, dus de heilige God schrijft je af. Welnee! Want dán komt het grote wonder, in vers 4 en verder: “Maar omdat God rijk is in barmhartigheid, door zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, óók toen wij dood waren door de overtredingen – heeft ons met Christus levend gemaakt!” Niet vanwege enige prestatie, maar omdat God liefhad! Paulus schrijft het met nadruk er nog eens bij “niet uit de werken – uit wat je zelf goed deed en presteerde. Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen”. Roemen, dat is: wat ben ik goed zeg! Maar het moet zijn: wat is God goed en liefdevol! Niet wij hoeven ons op te werken tot Hem, maar Hijzelf daalde af naar de mensen, in Jezus de Messias. En daarom kan het goed komen, ook al bakken wij er weinig van. Dat is de goede boodschap van de Bijbel!

[gevolg: zekerheid]
Weet u hoe geweldig dit is?! Wij zijn denk ik niet snel mensen zoals die Farizeeërs, die zichzelf erg goed vonden. Eerder vragen we ons af: doe ik het goed genoeg om erbij te mogen horen? Ik ben nog zo opvliegend, en ik vergeet vaak te bidden, en ik ben Hem zo weinig toegewijd als ik eerlijk ben… Waarschijnlijk hebt u nog gelijk ook! Maar dat u weinig presteert hoeft u niet te laten twijfelen aan Gods liefde voor u! Zijn liefde is niet voor de enkeling die heel ver is. Zijn liefde is voor ieder die tot Hem komt en gelooft! Ook voor u, die het er zo bij laat zitten!
“Uit genade bent u zalig geworden, door het geloof” – niet door genoeg te presteren. Laat dat toch diep doordringen! Zo eenvoudig is geloven nu! Stoppen met je best doen, en je toevertrouwen aan de Vader die al op de uitkijk staat.

[tegenwerping: goedkoop!]
En natuurlijk, dan is er alle eeuwen door steeds dezelfde tegenwerping gemaakt: ja, maar dat is makkelijk! Een beetje té. Dan kun je er maar een eind op los leven. God vergeeft toch wel! Zo vervalt alle motivatie om goed te leven toch? Paulus zelf kwam deze tegenwerping al tegen. En de catechismus geeft hetzelfde bezwaar, zoals de katholieke kerk destijds uitsprak tegen de leer van Luther en Calvijn: “Maar schept deze leer geen goddeloze en zorgeloze mensen?” God neemt mensen aan in genade, al doen ze alles fout. Nou, dan kun je het ervan nemen!
Zo werkt het natuurlijk niet, dat voelt u wel aan. Helaas heeft het soms wel een beetje zo gewerkt, en soms nog steeds. Niet dat kerkmensen nu compleet uit de band springen, maar toch: met al je kracht streven naar groei in heiligheid – je merkt er zo weinig van. En ach, waarom zou je ook? Wij zijn en blijven zondaren die moeten leven van genade, toch? Geloof in Jezus’ offer en leef een beetje netjes, dat is christen-zijn. Of niet?
Nee! Want in de praktijk kom je dan toch weer bij dat prestatiegeloof terecht. Vraag je iemand naar zijn houvast, dan krijg je zoiets als dit: ik heb nooit echt gekke dingen gedaan – met andere woorden, ik haal best een goede score. En als je doorvraagt: ja, en Jezus is toch gestorven voor onze zonden? Ik doe mijn best, Jezus de rest. Maar waar is dan het leven uit de liefde gebleven??? De relatie?

[… om goede werken te doen]
De catechismus zegt het zo mooi: “het is onmogelijk dat iemand die door een oprecht gelooft bij Christus hoort, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen”. Met andere woorden: als je echt beseft dat de Here u liefheeft, ondanks wat wij er vaak van maken, dan wil je toch leven voor Hem? Niet ópdat Hij u zal aanvaarden daardoor – onzeker, prestatiekramp, maar ómdat Hij u aanvaard heeft door Jezus Christus. Een ontspannen leven uit genade, waar de vruchten gaan bloeien. Vruchten: daden zoals de Here ze graag ziet. Want leven uit genade sluit je eigen inzet niet uit, maar in!
Paulus zegt het zo mooi in wat we net lazen. Eerst zegt hij “gered uit genade, door het geloof, níet door de werken”. Om in de goede verhouding tot God te komen hoef je niet te presteren, alleen te geloven. Maar dan metéén in de volgende zin: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Jezus Christus om goede werken te doen”. Hé, daar heb je ze toch weer! Alleen: niet om iets te verdienen. Maar omdat je tot je bestemming komt. Vruchten, zegt de catechismus terecht. Die maakt je niet, die groeien. Groeien als je leeft met de Here.
Het probleem is dat wij zo vast zitten in het prestatiedenken. En daardoor zetten we de plant omgekeerd in de pot. Iedere tuinder kan u vertellen dat dat niet werkt! We willen de vruchten – de goede daden, het leven zoals God wil – gebruiken als basis, als wortel. Om van daaruit Gods aanvaarding en liefde te verdienen. Maar nee! Andersom moet het! De wortel, de basis is Gods aanvaarding en liefde in de Here Jezus. Daaruit groeit de rest van de plant. Als je weet van Gods genade en liefde, dan groeit van daaruit een leven voor Hem, geleid door de Geest.

[slot]
De vraag vanavond is dus: staat uw plant rechtop? Bent u geworteld in die zekerheid: dat de Here u wil aanvaarden, zonder voorwaarden, alleen om Jezus’ wil? Dan kan de vrucht van de Geest gaan groeien in uw leven. Als we ons levenssap meer en meer uit de wortel trekken!
Of bent u er allemaal niet zo zeker van? Hoopt u maar dat u het goed genoeg doet? Nou, ik kan u vertellen: dat gaat niet werken! Denk aan de gelijkenis van Jezus. Leef je hélemaal zoals God wil, dan is dat nog niet meer dan je plicht… Daar verdien je niets mee. En wie zou willen beweren dat hem of haar dat lukt? Nee, gelóóf nu eens wat de Bijbel wel honderdmaal zegt: de Here wil u aanvaarden uit genade, om Jezus’ wil. Laat dat uw wortel zijn! Dan word je een ander mens, iemand die vrucht draagt.
Wilt u zeker zijn van uw geloof? Wilt u groeien? Ga dan niet beter uw best doen! Maar raak meer en meer verworteld in de Here Jezus. Bid maar: Here, verlos mij van mijn denken in prestaties. Laat mij geloven in uw onvoorwaardelijke liefde! Want waar héél de wereld afrekent op prestaties, is bij Hem de plek waar dat nu eens niet gebeurt. En wat een verademing is dat! Vanuit die basis kun je leven in vrijheid en liefde. Niet uit jezelf, maar vanuit de wortel. Gedragen door de Geest!

“Laat me in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of ‘k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!”

Amen.

Advertenties