Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: Jezus beschuldigd van wetsverachting]
Jezus was maar een verdacht figuur, vonden de religieuze leiders. Ja, de mensen liepen achter Hem aan, en Hij deed bijzondere dingen. Maar of de Thora bij Hem in goede handen was? Daar twijfelden ze aan. Legde Jezus de heilige boeken wel goed uit? Hechtte Hij er überhaupt wel waarde aan? Of was het bij Hem alleen vrijheid – blijheid?
Ze hadden ook wel reden om zo te denken. Jezus leek zich niet veel aan te trekken van de voorgeschreven sabbatsrust, dat was al een paar keer gebleken. De regels voor de reinheid leken Hem ook al niet veel te kunnen schelen – hij ging om met heidense Romeinen, met tollenaars, zondige vrouwen. Hij had zelfs een melaatse man aangeraakt, werd er beweerd!Over voedselwetten deed Jezus ook niet moeilijk – hij zei dat het veel belangrijker was wat er uit je mond kwam dan wat erin ging. Kortom: wat is die Jezus voor een rare rabbi? Denkt Hij de wetten van de Thora zomaar even te kunnen afschaffen? Kun je Hem wel serieus nemen?
Dit is de achtergrond van wat we zojuist in de Bijbel lazen. Jezus werd ervan beschuldigd dat Hij de wetten zou afschaffen die God had gegeven! Een zware beschuldiging in die tijd.
Nu zijn wij geen Joden, maar christenen. Wij maken ons daar niet zo druk om. Misschien denken we wel: ja, Jezus hééft toch al die regeltjes uit het Oude Testament afgeschaft? Gelukkig maar! Maar zo simpel ligt het toch niet. Luister maar naar wat Jezus zegt: ik ben niet gekomen om wet en profeten af te schaffen, maar om ze te vervullen! En wat dat wil zeggen, horen we vandaag.

[de gerechtigheid van de Schriftgeleerden]
Onze Heer gaat de discussie aan. En Hij gaat meteen vól in de tegenaanval: doe Ik het niet goed genoeg? Nee, die vrome rabbi’s, die doen het zelf niet goed genoeg! Jezus zegt “Ik zeg u: als je gerechtigheid niet groter is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën, zul je beslist het Koninkrijk van God niet ingaan”. Dat is nogal wat! Je moet Gods regels nóg beter houden dan de religieuze leiders, anders kom je er niet in.
Ook dit vereist wel enige uitleg denk ik. Wij denken al snel: ja de Farizeeërs, dat zijn huichelaars, die waren slecht. Natuurlijk moet je het anders doen dan zij. Maar voor de mensen van toen klonk het heel anders. Nóg beter de wet houden dan de Schriftgeleerden en Farizeeën? Dat is onhaalbaar! De meeste Farizeeën waren oprecht bezig met Gods wil zo goed mogelijk te doen. Daar was heel hun leven aan gewijd! Ze hadden het op een rijtje gezet, en volgens waren er 248 geboden en 365 verboden in de Thora. Totaal 613 dingen om je aan te houden. En dat probeerden ze dan ook.
En nu zegt Jezus: je moet hen nog overtreffen, anders kom je niet in Gods nieuwe wereld. Help! Moet je als volgeling van Jezus dan misschien nóg meer dan 613 voorschriften houden? En hoe gaat dat ooit lukken? Of moet je de regels nog strenger interpreteren? De rabbijnen hadden bijvoorbeeld hun ideeën over wat er wel werk was en wat niet, en wat je dus niet of wel mocht doen op de sabbat. Vindt Jezus misschien dat je nog minder mag op de sabbat dan zij zeggen? “Je gerechtigheid, je wetshandhaving, moet groter zijn dan van de Schriftgeleerden en Farizeeën”. De mensen wachtten vol spanning af hoe rabbi Jezus dit zou gaan invullen!

[niet strenger, andersoortig]
En dan volgt het kerndeel van de Bergrede. Zes maal zegt Jezus ‘u hebt gehoord dat er gezegd is…. maar ik zeg u…’ En dan volgt zijn uitleg van wat God wil van mensen, wat ze geboden bedoelen. Wonderlijk! Al sprekend wordt duidelijk: Jezus is niet zomaar een rabbi die zich in de discussie mengt. Jezus spreekt met gezag. Hij onderbouwt niets, hij stelt het gewoon: zo is het, punt. En de mensen verwonderen zich. Want nee, Jezus geeft geen extra geboden of nog strengere interpretaties. Het gaat niet om méér regels of verboden – Hij wijst een weg die veel dieper gaat dan ‘doe dit wel, en dat niet’. Hij stoot door tot de kern. Daar kom ik zo nog op.

[‘leven binnen de lijntjes’ niet voldoende]
Maar eerst even iets anders. Deze woorden van Jezus houden ons een spiegel voor: je moet de strenge Schriftgeleerden nog overtreffen in het doen van Gods wil – anders kun je niet bij God horen! Dat zegt onze Heer zelf. Hij zegt niet: ‘ach, al die regels, die schaf ik af hoor voor jullie. Nu komt het niet zo nauw meer’. Nee! Jezus zegt net dat Hij níet is gekomen om de wet af te schaffen. Integendeel, je gerechtigheid moet groter zijn dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Zou u, of zou ik dat van mezelf kunnen zeggen? Zijn wij net zo toegewijd als zij om Gods wil ons leven te laten beheersen?
Wij zijn vaak veel te snel tevreden. Ik denk dat dit een groot gevaar is in onze tijd. Dat we denken: o, dat zit wel goed. Gods geboden, die houd ik eigenlijk wel. We hoorden ze vanmorgen weer: geen andere goden – doe ik niet. Geen afgodsbeelden – check. Niet vloeken, niet moorden, niet vreemdgaan, niet liegen – ja wat denk je? Ik ben een fatsoenlijk mens hoor! En dan denk je dat je er bent. Maar.. dan haalt je gerechtigheid het bij lange na niet bij die van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Die hadden nog door dat er wel iets meer bij komt kijken. En nog belangrijker: dan heb je niet de gerechtigheid die Jezus leert. ’t Is niet voor niets dat ik na de Tien geboden ook de samenvatting lees die Jezus geeft. Die is een stuk veeleisender!
Dacht u dat u er was met een leven van ‘ik geef ieder het zijne’? Een leven binnen de lijntjes, zeg maar? Maar wat is dan het verschil met een andere brave burger die Jezus niet kent? Jezus zegt: “Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan”. Dat is wat!

[de verdieping door Jezus I]
Jezus, Hij geeft aan wat voor gerechtigheid God dan wél bedoelt. Zó wil Jezus dat zijn volgelingen leven zullen. Met een gerechtigheid die veel verder gaat dan een net leven. Die ook verder gaat dan welke regels op zich er maar denkbaar zijn. Jezus geeft geen theorie, maar zes sprekende voorbeelden: “er is gezegd… maar Ik zeg u”. Dat ‘maar’ duidt niet op een complete tegenstelling, trouwens. Jezus zegt niet “er is tegen de voorouders gezegd: u mag niet doden, maar ik zeg dat dat geen probleem is, hoor”. Nee, natuurlijk niet. Jezus kwam de wet niet afschaffen, maar vervullen.
Jezus geeft met dat ‘maar’ een verdieping. Een verdieping naar waar het God ten diepste om te doen is. Neem de eerste tegenstelling: niet doden – dat is een daad. Als je de regels letterlijk neemt, kun je denken: dat doe ik niet, mooi! Maar Jezus wijst op de innerlijke houding waaruit een moord geboren wordt: onterechte woede, haat, schelden. Hij zegt: al pleeg je geen moord, ook deze dingen maken je schuldig! God wil niet niet dat je zo bent! Zo pas je niet in het Koninkrijk, ook al ga je niet over tot de daad.
Bij overspel net zo: je dóet het niet misschien, waar wat voor beluste gedachten koester je? En ga zo maar door, de voorbeelden langs. Ja, en dán is de vraag wie zich onschuldig kan noemen! Dan kun je helemáál niet denken dat je het wel aardig doet. Dan val je door de mand! U, en ik, en de vroomste Farizeeër.

[beeld: dal]
Een beeld kan een en ander misschien verhelderen. Je zou kunnen zeggen: sinds de zondeval zitten wij mensen in diep dal. Een dal tussen het goede, paradijselijke begin en Gods nieuwe wereld die komt. Daar zitten we, in een grote, schemerige vallei. En gelukkig liet God ons niet helemaal los. Hij geeft zijn wetten, in de tien geboden, en in mensen hun geweten. Regels om het leefbaar te houden hier beneden. Als je elkaar nu niet vermoord, en van elkaars spullen afblijft, en je woord houdt… Dan gaat het beter! Genadige aanwijzingen van God. Maar dan is er een gevaar: als mensen zich daaraan houden, gaat het inderdaad vrij goed. En ze voelen zich tevreden en thuis daar in het dal… Zo is het misschien wel met jou of nu. Maar nu komt Jezus. En zijn woorden trekken een streep hoog boven de diepte waar wij leven. Een lijn op de hoogte van Gods koninkrijk. Hij zegt: zó is het bedoeld! Op die hoogte moet je leven. En verbijsterd kijken we omhoog. Is dát de bedoeling? Je voelt ineens hoe laag je bent. En hoe zou je ooit op die hoogte moeten komen?

[Jezus’ verdieping II]
Zo doet Jezus in de Bergrede. Hij verplettert elk idee dat je wel aardig bezig bent. Hij gaat van de daden naar de gedachten en impulsen. Van wat je doet naar wie je bent. En wie kan zichzelf veranderen?
Jezus doet nog iets: hij wijst op dingen die toegelaten werden, beneden in de vallei. Een echtscheidingsbrief, of een eed. Dingen om het leefbaar te houden. Ga je uit elkaar, handel het dan netjes af. Moet je je woord kracht bijzetten, dan kun je een eed afleggen. Maar Jezus zegt: allemaal mooi, maar dit zou niet nodig moeten zijn! Scheiden is de bedoeling niet in Gods wereld. Zweren zou niet nodig moeten zijn – je mag toch so wie so alleen de waarheid spreken?

Jezus’ versie van de geboden is niet de meest praktische voor deze donkere wereld, dat moet gezegd worden. Dat van scheiden en zweren roept meteen allerlei vragen ook. Maar bijvoorbeeld ook als hij zegt: keer de andere wang toe, sla niet terug – dat geeft toch een vrijbrief aan gewetenloze lui om te doen wat ze willen!? Maar weet u wat het is? Jezus’ woorden zijn ook niet van déze wereld. Hij geeft de normen van Gods Koninkrijk. Zoals het bedoeld is, en eens zal worden. Zó moet je zijn, dan hoor je bij het Koninkrijk! Onze Schriftlezing eindigt niet voor niets met de woorden ‘wees dan volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is’.

[onhaalbaar: vernieuwing nodig]
Dan is er aan het slot van Jezus’ woorden maar één conclusie: onhaalbaar! Níemand kan op de hoogte van Gods koninkrijk komen – niemand kan binnengaan! Deze perfectie haalt zelfs de vroomste Farizeeër niet, en u en ik al helemaal niet. Of dacht u nog van wel? Waar blijft nu een brave burger?
Kijk, en dan zijn we waar we wezen moeten. Als de Bergrede ons één ding leert dan is het wel dit: we hebben vernieuwing nodig, en vergeving. Wil ik ooit in Gods koninkrijk komen, dan zal dat zijn omdat de Here me optilt. Zelf omhoogkomen zal niet lukken!
En dat is dan meteen de goede boodschap die ik u brengen mag. De Here Jezus wil u er brengen! We mogen er tóch komen. Niet omdat wij Gods wil goed genoeg doen, maar omdat Jezus Gods wil volmaakt deed. Wij mogen mee met Hem. Naar binnen op de toegangskaart van een ander! Hoe je daar deel aan krijgt? Door te beseffen dat het hopeloos is. Door je tevredenheid met jezelf weg te gooien. Door te vragen: Heer Jezus, neemt Ú me mee! Uw genade, die u verdiende, dáár moet ik het van hebben!
Kijk, als de Bergrede ons daar brengt, dan heeft ze iets goeds bereikt!

[wat de Geest doet]
Maar er moet nog iets gezegd worden. We kunnen niet blijven staan bij: wij falen, gelukkig lost Jezus het op! Jezus heeft de wet niet afgeschaft, juist vervuld. Gods wil heeft Hij helemaal onthuld. En wie Hem volgt, mag tóch de hoge weg leren gaan die Jezus wijst. Hoe? Door de Heilige Geest. Wat wij uit onszelf niet kunnen, zelfs niet willen, dat bewerkt de Geest in ieder die gelooft.
De Geest leert ons omhoog kijken, maakt ons heilig ontevreden met ons leven in dit dal. De Geest leert ons te focussen op Gods wereld. De Geest leert ons wat God wil in allerlei concrete situaties. Dat is nodig, want wat Jezus hier zegt is geen uitputtend wetboek. Het zijn voorbeelden. Maar nu wil de Heilige Geest ons leren wat Gods wil is, in telkens wisselende situaties. De Heilige Geest wil ons vernieuwen, kracht en zin geven, om ons helemaal te wijden aan iets dat feitelijk onhaalbaar is!
De Heilige Geest. Hij komt niet voor in de Bergrede, maar is onmisbaar. De vraag is alleen: in hoeverre laten we ons leiden en vernieuwen? Jezus volgen maakt je leven gecompliceerder, wil je dat wel? Of hebben we het veel te goed naar onze zin in de schemervallei waar we wonen? Het kan zelfs nog subtieler – dat we denken: Jezus heeft alles gedaan, ik kan en hoef het niet te verdienen, dus ik kan wel rustig blijven zoals ik ben en doe. Zo niet! Jezus kwám de wet niet afschaffen. Hij zegt zelf: als je het niet béter doet dan de strenge Schriftgeleerden.. Dat is wel iets anders dan je niet eens naar uitstrekken naar een leven volgens Gods wil!

[slot]
Nee, bid om de werking van de Heilige Geest. Laat je leiden door Hem. Neem vooral dit mee vanmorgen: wees niet zo snel tevreden! Er is zoveel kracht en leiding en vernieuwing te krijgen bij de Here, u kunt nog zoveel groeien in een christelijk leven. Er is nog zoveel te doen en zoveel af te leren! Luister naar Jezus’ woorden en laat ze leidend zijn in uw leven. Bid om de Geest van God, om leiding en vernieuwing.
Kijk omhoog, wees niet tevreden maar zoek Gods Koninkrijk – geleid door de Geest die Hij gezonden heeft.
Lof zij Christus in eeuwigheid,

Amen.

NB: aan einde van de dienst kreeg men een ‘denk-opdrachtje’ mee:
Stel dat Jezus nu over de andere geboden zou spreken in de lijn van de Bergrede… Bv. “U hebt gehoord dat tot de voorouders gezegd is ‘u zult niet stelen’. Maar Ik zeg u…” Wat zou Hij zeggen?

Advertenties