Tags

, , ,

NB: deze preek bestaat uit drie overdenkingen, voor elke avondmaalstafel één.

Gemeente van Jezus Christus, broeder en zusters aan deze tafel,

[deel 1: naar God gaan in een slechte wereld]
psalm 36 lazen en zongen we. Voor velen van u een bekende en geliefde psalm. “Bij U, Heer, is levensbron” en “uw goedheid, Heer, is hemelhoog”- wat een prachtige woorden! Alleen… niet de hele psalm is zo stralend mooi. Ik liet u net met opzet ook het eerste vers zingen, en dat wordt om een of andere reden nooit aangevraagd bij een zangdienst. Als u de tekst bekijkt, begrijpt u wel waarom… Heel opvallend: het middenstuk van de psalm is mooi en licht, maar het begin en ook het einde zijn juist vol donkerte. Daar gaat het over slechte mensen en dreiging. Een beetje jammer, toch?
Of verwoordt de psalm die wij vanmorgen overdenken zo misschien juist precies de waarheid? Want het leven is niet allemaal rozengeur en maneschijn, en het leven van het geloof óók niet. Ik geloof dat wij in de kerk dat soms niet helemaal willen weten. De mooie coupletten en de lofliederen zingen we graag, maar de rest laten we eigenlijk liever weg. Het moet liefst gaan over Gods liefde en genade, over vrede en zegen. Ja toch? Zo dreigt geloof echter een soort schijnwereld te worden, een soort ‘bubbel’ waar je je in kunt onderdompelen voor een goed gevoel. God is goed en alles komt goed, zeg maar. En dat is helemaal waar: God ís goed – op Hem mag u vertrouwen. En ja, uiteindelijk komt alles goed – dat is de grote toekomstbelofte van de Bijbel. Maar… niet alles ís goed. Ook niet als je gelooft. Wij hopen op de Here, midden in een wereld die rot is en vol ellende en slechtheid. Geloof geeft je als het goed is geen roze bril waardoor je dat niet meer ziet. Nee, wie gelooft ziet het juist des te scherper!
De dichter weet dat er slechte mensen zijn en dat ze veel kwaad aanrichten. Hij ziet genoeg ellende om zich heen, door mensen aangericht. En trouwens, hij kent ook zichzelf een beetje: hij hoort de zonde in zijn eigen hart spreken. Kwaad is er genoeg. Dat is toch maar al te herkenbaar als je om je heen kijkt, ook vandaag?
Kijk in Syrië, waar de grootmachten een indirecte oorlog voeren, terwijl duizenden burgers moeten vluchten. Denk aan de armoede en honger op vele plaatsen – de schuld van menselijke inhaligheid. Kijk dichterbij, in ons land: onvrede, harde taal, stuurloosheid. Kijk in je eigen hart: de ander afschrijven en jezelf goed vinden, laat ik maar ophouden. We leven in een wereld waar veel duisternis is. Of om een ander beeld te gebruiken: een dorre woestijn. Niet het beloofde land.
Wat doet nu de dichter van psalm 36? Hij gaat naar God toe. Heel letterlijk destijds: naar het heiligdom, de tempel. ‘De toevlucht nemen onder Gods vleugels’ – zegt de psalm. Niet om weg te duiken voor de harde realiteit – nee, dat niet! Dat is geen geloof! Maar om weer herinnerd te worden aan een ándere realiteit: die van God. De psalm plaatst beide naast elkaar: de slechtheid van de slechten én de lofzang voor de Here. En zo moeten ook wij doen! Niet je ogen sluiten voor de duisternis, maar in de onherbergzame wereld waarin wij leven naar de Here toegaan. In de woestijn de oase opzoeken. De Bron.
Dat in nu precies waar het Heilig Avondmaal voor is. Een plek ín deze wereld waar we God mogen vinden. Een oase in de woestijn, een lichtplek in het donker. Hier vind je hemelhoge goedheid, trouw tot in de wolken. Hier is de bron van het leven. Want hier is de Here. De dichter ging naar het heiligdom, wij mogen naar de tafel van de Here komen. Wat is dat nodig en nuttig in een dorre wereld! Een plek om het te kunnen volhouden. Hier, waar brood en wijn getuigen: Jezus Zelf gaf zich in de dood, uit liefde voor u. En… Hij is opgestaan, Hij leeft. Kwaad en donker heeft niet het laatste woord! Er is hóóp! De maaltijd van de Here – hier mogen we Hem ontmoeten en opgetild worden. Verfrist worden om het uit te houden, om te blijven hopen en geloven, terwijl om u heen zoveel donker is. Kom, laat u laven door zijn liefde!

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters aan deze tafel,

[deel 2: bij U is de bron van het leven]
in psalm 36 komen we woorden tegen die heel mooi aansluiten bij ons jaarthema ‘leven uit de Bron’. In vers 10 zingt de dichter ‘bij U is de bron van het leven’. Wat zijn dat passende woorden om te horen en te herkauwen als we het Heilig Avondmaal vieren. Bij U is de bron van het leven!
Nu moeten we wel goed horen wat er staat, en wat niet. Er staat niet ‘U bent de bron van het leven’. Dat is ook wel waar. Maar dan is God de Oorsprong, ooit, van al het leven. De Here is echter niet alleen het begin, de bron van al het leven. Dat is ver weg en lang geleden. God als Oorsprong ooit, dat is niet waar het nu om gaat. Er zijn zoveel mensen die geloven dat er wel iets van een God moet zijn – waar komt anders alles vandaan? De dichter echter zingt: ‘bij U is de bron van het leven’. Dat maakt veel verschil! Het gaat om dichtbij God zijn, en daar leven vinden. Écht leven. Het gaat om nú en elke dag weer. Het gaat om een leven uit de Bron.
Dáár moeten u en ik het van hebben! Wat de Here geeft telt echt, dat laat je bestaan bloeien en vruchtbaar zijn. Alleen Híj kan leven geven dat werkelijk goed en vervuld is. We kunnen het van van alles verwachten: van de goede kandidaat die de verkiezingen wint, van werk of geld of relaties… Maar ten diepste vind je het daar niet. Bij Ú, bij God, is de bron van het leven. Hij moet het geven, van dag tot dag. En hij wíl het geven! Dat zien we juist aan deze tafel aangeduid, als Hijzelf ons zijn gaven geeft. Brood en wijn, lichaam en bloed, léven bij Hem vandaan.
Wat ben je dan gelukkig, als je, in een wereld vol dorheid, het zoekt bij de Here! Als je hier mag zitten, je een kind van God mag weten! De psalm zegt het ‘hoe kostbaar is uw goedertierenheid, o God! Zij worden verzadigd met de overvloed van uw huis; U laat hen drinken uit uw beek vol verrukkelijke gaven’. Wat voor gaven? Dat je weten mag: er is een God die deze wereld in zijn hand houdt. Een God die voor mij zorgt. De grootste, de verrukkelijkste gave is zijn liefde die geen einde kent, die sterker is dan nood en dood.
Dat je mag weten: Hij, de grote God heeft mij lief en wil bíj mij zijn. Ook al tel ik misschien niet mee in de maatschappij – weinig opgeleid, of uitgerangeerd wegens ouderdom. U, ja ú mag bij de Here aan tafel zitten en delen in zijn overvloed! Ook al ben je onzeker over de toekomst van jezelf, of van ons land, of je van kinderen en kleinkinderen. Jezus zegt: kom hier bij Mij, geef al je zorgen maar aan Mij. Drink uit de bron! Ik heb u en jou lief, ieder afzonderlijk, zoals u hier zit. Zo lief, dat ik mijn leven voor je over had. Al ben je zondig of al ben je onverbeterlijk – kom maar, en drink uit de bron van mijn liefde!
Wat mag je dan veel ontvangen! Dan denk ik aan wat Jezus zei: “wie in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”. We worden na de viering van Zijn maaltijd niet zomaar weer de donkere wereld in gestuurd! Nee, leven uit de Bron geeft een bron van leven. De Here wil bij ons zijn, ín ons zelfs, met zijn liefde, door zijn Heilige Geest. Kijk en proef maar goed bij deze tafel. Brood en wijn komen ín u, in uw binnenste. En net zo komt Jezus in u. Hij wil u, telkens weer, vullen met Zijn aanwezigheid. Niet alleen nu, maar Alle dagen mogen we leven uit de Bron, mogen we vertrouwen dat Hij bij ons is. ‘Want bij U is de bron van het leven’ – en daar mag u en daar mag ik uit leven. Leven uit de Bron!

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters aan deze tafel,

[deel 3: in uw licht zien wij het licht]
we hoorden al verschillende dingen vanuit psalm 36. Het beeld van de bron, maar er wordt ook een ander beeld gebruikt, dat van licht. Dat past natuurlijk precies bij de manier waarop de wereld werd afgeschilderd in het begin: als een donkere plek. Maar nu zingt de psalm: ‘in uw licht zien wij het licht’.
Als je op de plek bent waar je de Here ontmoet, dan wordt het licht. Dat allereerst. Je zit zelf niet meer in het donker. Wat een verademing, als je in het donker loopt en je ziet een plek waar licht schijnt. Iedere verdwaalde in de nacht zal als vanzelf die kant opgaan!
Wonderlijk: de psalm zegt niet ‘u bent de bron van het licht’, zoals er wel staat ‘u bent de bron van het leven’. De psalmdichter zegt ‘in uw licht zien wij het licht’. En dat is niet voor niets. Hier bij de tafel van de Here mag je ten eerste zelf het goede van God ontvangen. Voor je eigen leven. Verzekerd worden van de hartelijke liefde en trouw van de Here voor u. Maar… dan ga je ten tweede ook anders naar de wereld kijken. ‘In uw licht zien wij het licht’. Als je de genade van de Here Jezus leert kennen, wordt het niet alleen licht in je eigen leven, dan ga je álle dingen zien in Gods licht. Dan ga je licht zien, waar je eerst alleen donker zag. Dan krijg je úitzicht over het hele leven en de hele wereld.
Ik denk aan de slechtheid en ellende in de wereld, waar we mee begonnen. Soms, in een gedeprimeerd moment, lijkt de wereld alleen maar donker. Dan lijkt er geen uitzicht te zijn: er is allerlei ellende en zo zal het altijd wel blijven. Maar als de Here je uitzicht geeft, zie je in zijn licht ook licht voor deze wereld. Het zal niet altijd zo blijven! Daar eindigt de psalm ook mee: ‘maar zie, daar vallen zijn – de boosdoeners – al neer’. Eéns, als Jezus komt, zal alles nieuw worden.
Soms kun je het haast niet geloven. Maar soms kan dat vooruitzicht je met ontzag aangrijpen! Naar die toekomst wijst deze tafel heen: naar de dag dat het grote feestmaal in Gods rijk zal aangericht staan. Zo waar u hier zit, zal die dag komen; dat mag u geloven!
Soms kan donker zijn in een mensenleven. Mensen, meer dan wij soms wel denken, kunnen last hebben van gedeprimeerdheid, depressies. Er kán ook van alles zijn om moedeloos van te worden. Soms zie je geen lichtpuntje meer. Maar God kan ook die duisternis verlichten. Hij reikt u vanmorgen zijn troost aan. Kom, eet van het brood, drink de wijn, zegt Hij. Geef je leven in mijn hand. Kom in mijn licht staan! Dan mag je soms ervaren: in uw licht zie je weer licht!
Tenslotte: de Here leert ons anders kijken. Onze blik wordt zo vaak getrokken naar de grote spotlights en theaterlampen. De mensen in de schijnwerpers, zij lijken de zaken te bepalen. Presidenten en beroemdheden, wereldleiders en praatjesmakers. Maar God leert ons naar een ander licht te kijken. Wie bij Hem aan tafel zit, leert om niet verblind te worden door schijn en geschitter. Niet de mensen in de spotlights bepalen uiteindelijk hoe de dingen lopen. Juist in de schaduw van de onopvallendheid schijnt een ander licht. Licht dat je alleen ziet in Zijn licht. Licht dat straalt uit een kribbe. Een Kindje dat Koning wordt. Winnen door te verliezen. Allemaal onzin als je kijkt met ogen van de wereld. Maar in Gods licht zie je het licht. Juist waar kracht in zwakheid volbracht wordt. Daar waar een man sterft aan het kruis in duisternis – daar is licht.
Hier aan de tafel eten we een klein stukje brood, we drinken een slok wijn. het lijkt niet zoveel voor te stellen. Maar ook hier, juist hier, geldt: in uw licht zien wij het licht. In Gods licht zie je hier zovéél: Jezus’ dood voor ons. Jezus’ aanwezigheid onder ons. Eenheid met elkaar. Uitzicht op de grote zonsopgang. Kom, proef en zie dat de Here goed is!

Amen

Advertenties