Tags

, ,

Uit de Bijbel is gelezen: Handelingen 11:19-26, 2 Korinthe 5:14-21

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: christelijkheid?]
afgelopen woensdag stond er een klein berichtje in een krant. Klein, want het gaat over een gebied dat de meeste krantenlezers niet zo boeit. Het Algemeen dagblad meldde het volgende: “Het geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek is het afgelopen weekeinde weer opgelaaid. Volgens de Verenigde Naties zijn tientallen burgers in Bangassou gedood door christelijke milities. De VN zegt dat afgelopen weekend honderden christelijke strijders met zware wapens moslims aanvielen in het stadje aan de grens met Congo. Schatting is dat er twintig tot dertig doden zijn gevallen.”
Christelijke milities – bestaat dat? Blijkbaar wel, helaas. Christenen die met zware wapens moslims aanvallen? Blijkbaar wel. En dat brengt ons direct bij de vraag die vanavond centraal staat: wanneer ben je een christen? Heeft het woord ‘christelijk’ in dit persbericht van net nog iets te maken met hoe het bedoeld is?
Ik denk dat er in onze tijd veel onduidelijk is over wat christelijk is, en wanneer je christen bent. Geert Wilders heeft het in de afgelopen verkiezingstijd nogal eens gehad over ‘christelijke waarden’ die verdedigd moeten worden. Maar toen iemand van de SGP vroeg wat hij daarmee bedoelde, kwam hij niet veel verder dan ‘opkomen voor je eigen volk’. Tja…
Een ruime meerderheid van de Westlanders noemt zichzelf christelijk, zo blijkt uit onderzoek. Aan tieners op het ISW werd een paar jaar geleden gevraagd bij welke godsdienst ze hoorden. 55% koos voor ‘christelijk’. Uit datzelfde onderzoek bleek wel dat verreweg de meesten die zich christelijk noemen, nooit een kerk van binnen zien. En nog vreemder: er waren heel wat jongeren die wél aankruisten dat ze christelijk zijn, maar tegelijk bij een andere vraag aankruisten dat ze zichzelf níet als gelovig zien. Hoe kan dat, denk ik dan? Ben je een ongelovige gelovige? Of bedoelen die jongeren met ‘christelijk’ misschien iets anders dan ik? Wanneer ben je een christen – die vraag dus vanavond.

[verschil christen/christelijk]
Ik denk dat de verwarring voortkomt uit een veelvoorkomend misverstand: namelijk dat ‘christelijk’ de naam is voor een bepaald soort cultuur is. Iemand zei eens ‘het christendom is de traditionele stamgodsdienst van de Europeanen’. [vgl. begonvoorbeeld, ‘chr. stam’ vs ‘moslimstam’]. Maar werkt het zo? Ben je christen omdat je Europeaan bent, of Nederlander, of Westlander? Nee, zeker niet! Of was dat vroeger zo misschien, een eeuw geleden? Nee, ook niet! Toen was vrijwel iedereen lid van een kerk, dat wel, ‘christelijk’ dus. Maar christen-zijn is iets anders dan lid zijn van een kerkgenootschap of een bepaalde cultuur.
Uit het Bijbelboek Handelingen hoorden we hoe het woord ‘christenen’ voor het eerst gebruikt werd. Juist níet voor mensen uit een bepaald volk of een bepaalde cultuur. Nee, er wordt juist beschreven hoe het een groep betreft die ras en cultuur overstijgt. Joden én niet-Joden, Hebreeuws- en Griekssprekenden, ongeletterden en beschaafden. Maar samen een groep die ‘christenen’ genoemd werd door buitenstaanders. Wat bond hen? Niet een gezamenlijke afkomst dus! Wat dan wel? Daar kom ik zo op.
Het mooie is dat het tegenwoordig net zo is als in dat stukje uit Handelingen. Christenen vind je op alle continenten – in Europa, zeker, maar méér nog erbuiten. In Afrika en Zuid-Amerika bloeit het christelijk geloof meer dan hier!
Christen-zijn gelijk stellen aan een bepaalde cultuur is gevaarlijk. Het sluit anderen buiten, terwijl het geloof in Jezus juist grensdoorbrekend is. Het laat bovendien mensen denken dat ze christen zijn, terwijl ze op hun best ‘christelijk’ zijn. Terwijl ze niets hebben met Jezus Christus. Ik kom het helaas te vaak tegen. Wanneer ben je een christen? Niet vanzelf als je in een christelijk land, of streek of in een kerkelijk gezin bent geboren. Daar is méér voor nodig!

[geen moraal of levensbeschouwing]
Er is méér nodig – wat dan? Dat je goed leeft zeker? Dat je de christelijke waarden hooghoudt? Zo denken mensen die hun kinderen op de christelijke school doen “want dan krijgen ze toch iets mee”. Christenen zijn dan de mensen van naastenliefde en barmhartigheid en rechtvaardigheid. En inderdaad, dat is belangrijk. De manier waarop wij in Europa met elkaar omgaan en hoe de maatschappij is ingericht, is sterk bepaald door eeuwen christendom. Vooral in de omgang met zwakkeren in de samenleving blijkt dat.
Maar ben je een christen als je goed leeft en eerlijk bent en armen helpt? Nee! Dan kun je net zo goed een humanist zijn, of een ietsist, of een moslim. Gelukkig zijn er vélen die anderen helpen, niet alleen aan zichzelf denken, enzovoorts. Maar dat maakt je nog geen christen. Andersom wel trouwens, als het goed is: een christen is iemand die goed leeft en eerlijk is en armen helpt, enzovoorts. Maar dat is een gevolg van je christen-zijn, niet de kern. Als christen-zijn niet meer is dan dit, is het een vorm van humanisme. Helaas zie je sommige kerken en christenen een heel eind die kant opgaan.
Maar wanneer ben je dan een christen? Wel, een christen is iemand met een bepaald gelóóf. Maar wat is geloof dan weer? Bestaat het christelijk geloof eruit dat je bepaalde dingen voor waar moet houden? Bijvoorbeeld dat God bestaat, dat Jezus uit de dood opstond, dat er leven is hierna. Dingen die je niet kunt bewijzen en die je dus maar moet geloven – is dat het? Nee, toch ook niet. Dat wordt wel gedacht. Bij Pauw en Witteman hoor je dingen als ‘een intelligent mens kan toch eigenlijk niet gelovig zijn?’ Want geloof staat volgens hen voor het aannemen van onaannemelijke dingen. Maar is dát wat een christen tot christen maakt?
Dat je dingen voor waar houdt, heeft wel te máken met christen-zijn. Als je niet gelooft in God, als je niet weet of Jezus wel heeft bestaan – dan kun je moeilijk een christen zijn, lijkt me. Maar dingen weten met je verstand, of blind aannemen zonder verstand, maakt je geen christen. Christen-zijn is niet een bepaalde levensbeschouwing. Het is niet een bepaalde filosofie om de wereld en het mensenlot te vatten – al helpt het wel daarbij.

[wat wel: geloven in Jezus als Heer]
Maar wat is het dan? Wanneer ben je een christen? Eigenlijk heel eenvoudig: een christen gelooft, maar niet in iets, niet in ideeën. Een christen gelooft in Iemand. In Jezus Christus! Een christen heeft iets met Jezus Christus. Hij is het aan wie een christen zijn naam ontleent.
We zien het bij die eerste christenen waar we van lazen. Een groep die van anderen het label ‘christianoi’ kreeg opgeplakt. Heel letterlijk wil dat zeggen iets van ‘die Christussers’, die ‘Christus-mensen’. De mensen in Antiochië begrepen het goed: die Jezus, die Christus, daar ging het om bij die groep.
Wat hadden die eerste christenen, en wat hebben christenen van nu dan met Jezus? Dit: ze erkenden Hem als de Heer. Dat woord valt wel vijf maal in de paar zinnen die we lazen. ‘Heer’, dat wil zeggen dat deze mensen het gezag van Jezus Christus over hun leven erkennen. Daar lezen we twee dingen over: ze geloofden in Hem, en ze keerden zich tot Hem. Eerst geloven: dat heeft toch te maken met dingen voor waar houden. Dat Jezus, die een paar jaar geleden gekruisigd was in Jeruzalem, niet dood is maar leeft. Dat allereerst.
Maar geloven in Jezus gaat verder: geloven dat Hij die leeft méér is dan een gewoon mens. Jezus, zo gelooft een christen, is de Heer. Jezus is goddelijk, ja God Zelf. Hij heeft het voor het zeggen. En ik, als christen, erken die claim. Ik bekeer me tot Hem, heet dat dan. Ik wil leven zoals Hij wil, doen wat Hij vraagt. Ik aanbid hem en bid tot Hem. Dát is christen-zijn in het kort: geloven dat Jezus leeft en regeert, en erkennen dat Hij het gezag heeft. Toen, en nu net zo.
Maar hoe kwamen en komen mensen ertoe zulke dingen te geloven? Door de woorden van anderen. Die Jezus zelf ontmoet hadden, of die het zelf weer van ooggetuigen gehoord hadden. Maar ten diepste zorgt God zelf ervoor dat je gaat geloven. Als mensen in het leven van anderen zien dat Jezus verschil maakt. Als ze in hun eigen leven ervaren dat Hij leeft en hen op één of andere wijze aanspreekt. Als zijn Geest je hart aanraakt zodat je kunt geloven dat Hij die stierf toch leeft. Honderd redenaties kunnen een mens geen christen maken. Dat doet de levende Christus zelf!

[een ‘way of life’]
Wanneer ben je dus een christen? Als Jezus Christus je Heer is, in wie je gelooft en tot wie je bekeert. Niet geloven in een theorie, maar in Iemand. Is dat zo in uw leven, of het jouwe? Je kunt namelijk zelfs trouw in de kerk zitten en niet werkelijk christen zijn. Als het een stukje cultuur is, of een gewoonte die je van je ouders erfde. Als je geloof een theorie is in je hoofd. Maar wie is Jezus Christus voor je? Dat is de vraag waar het op aankomt! Heb je Hem lief, erken je zijn gezag, volg je Hem? Dan, ja dán ben je een christen!
Laat ik het nog iets uitwerken. Een christen is een volgeling van Jezus. Volgen, dat wil zeggen: gaan op de levensweg die Hij aanwijst. Doen wat Hij zegt, laten wat Hij niet wil. Ofwel: christen-zijn is een ‘way of life’. Niet alleen zondags, of als je bidt, maar 24/7. Heel je doen en laten is afgestemd om Hem – in principe, in de praktijk is het vaak minder mooi. Dus dan zoek je ook om precies te weten wat Hij wil. Je leest en herleest zijn woorden. Niet zozeer om de regels, maar om de principes. Liefde is dan wel nummer 1: tot God en je medemensen. Vergeven, geduld hebben, delen. Enzovoorts. En al snel merk je dat dat tegen jezelf ingaat. Maar Jezus zei al: wie mij wil volgen, moet zijn kruis opnemen….
Christen-zijn, Jezus als Heer erkennen, is echter veel meer dan in alles gehoorzamen. Het is ook Jezus Christus liefhebben, diep liefhebben met ontzag, om wat Hij deed. Immers, dat geloven wij, dat Jezus zijn eigen leven opofferde uit liefde. Hij de dood, opdat wij zouden leven. Hij die alles goed deed de straf, wij die zo vaak de fout ingaan de vrijspraak. Die wonderlijke ruil. Als dát tot je doordringt, soms pas na een tijd van Jezus volgen, ja, dan hóud je van Hem boven alles. Niet in herinnering aan toen, maar nú, want Hij leeft! Dan ga je Hem aanbidden, en wil je des te meer Hem je leven wijden.
Christen-zijn, het is ook vertrouwen. Weten dat er één is die altijd bij je is. Vertrouwen voor het heden, en vertrouwen voor de toekomst. Immers, als Jezus leeft, zelfs al werd hij gedood, dan hoeft de dood het einde niet te zijn. Sterker nog: Jezus beloofde het. Wie bij Hem hoort, mag delen in zijn leven. Dan heb je een eeuwig vooruitzicht!

[verbonden met Hem]
Een christen, het is een Christus-aanhanger. Zo zou je het kunnen zien. Zoals iemand een idool bewondert en navolgt en zijn leven laat stempelen. Echter, dan is er afstand. Ik kan een fan zijn van Dirk Kuijt, ik noem maar iemand, maar ik zal hem hoogstens één of twee keer even spreken, als ik mijn best doen. Verder zie ik hem vanuit de verte. Afstand is er, als Jezus je idool zou zijn, je grote voorbeeld, je leraar.
Zo is het echter niet als je christen bent! Dan ben je juist nauw verbonden aan je Heer. Daarom las ik ook dat andere Bijbelstukje, uit 2 Korinthe. Ik kan er niet diep op ingaan nu, maar waar het om gaat is dit. Een christen wordt genoemd iemand “die in Christus is”. Je bent verbonden aan Hem. Je bent als het ware een twee-eenheid met Hem. Zijn Geest woont in je, zegt de Bijbel. Hij is in jou, op een onverklaarbare wijze. En jij bent in Hem. Een nauwe relatie tussen die twee zo ongelijke grootheden: Jezus Christus, de hemelse Heer, en jij, een aards mens. Verbondenheid, gesymboliseerd in de doop, en gevierd in het Heilig Avondmaal.
Christen-zijn, het is niet alleen leven voor Hem, het is ook leven met Hem. Ik zou hier nog veel over kunnen zeggen, maar je moet het ervaren! En dan gaat het niet alleen om jezelf. Verbondenheid met Christus ervaar je juist in het geheel van de christenen: de kerk. Christen-zijn is niet iets individueels diep in je hart, het maakt je een deel van de christen-gemeenschap. Het lichaam van de Heer, zo noemt de Bijbel de christelijke kerk. In Hem zijn, betekent ook: deel zijn van de kerk, waarvan Hij ziel en centrum is.

[slot]
Wanneer ben je een christen? Als je aan Christus verbonden bent, als Hij je Heer is die je dient en van wie je houdt, me wie en voor wie je leeft. Twijfelt u of iemand wel echt christen is, of een bepaalde groep wel christelijk is, stel dan altijd deze vraag: wie is Jezus Christus voor u? Het antwoord onthult vaak veel!
Tenslotte: de filosoof Emanuel Rutten stelt een test voor om te zien of iemand christen is. Hij zegt: “Stel je eens voor dat je door iemand die veel sterker is dan jou fysiek zou worden bedreigd. Iemand dreigt je geweld aan te doen en de enige manier om dit te voorkomen is het verloochenen van Jezus. Zou je dat dan doen? Zou je Jezus verloochenen om in een dergelijke situatie te ontkomen aan geweld? Wanneer je in alle oprechtheid voor jezelf tot de conclusie komt dat je dat niet wilt doen, dat je ook in een dergelijke situatie Jezus niet wilt verloochenen, kun je jezelf christen noemen”. Let wel, hij zegt ‘wilt’ – wat een mens werkelijk doet is zo’n stressvolle situatie is nog een tweede. Maar als je er nú aan denkt, wat hoop en wens je dat je reactie is?
Bent u een christen? Eén van die ‘christus-mensen’? Het is de belangrijkste vraag die er is. Zo niet, word het! Ga zoeken tot je Hem vindt – of tot Hij jou vindt. Want Hij leeft, en wil ook u of jou er graag bijhebben.
Zo ja, luister naar de aansporing van Barnabas uit ons Bijbelgedeelte: “Blijf met een hartelijk voornemen bij de Heere”. Want dat is wat iemand een christen maakt: verbonden zijn met Hem.

Amen

Advertenties