Tags

, , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Mattheüs 8:14-17, Mattheüs 10:1-8, 1 Korinthe 12:26-31

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: massabijeenkomsten]
‘Gebedsgenezing’ heb ik als thema voor deze dienst gekozen. Ik weet niet hoe het bij u is, maar bij mij gaan de gedachten dan al snel naar massale bijeenkomsten. Denk aan Jan Zijlstra, die overal in Nederland optrad en optreedt in sporthallen en zalencentra. Hij is wel de bekendste gebedsgenezer. Ik ben zelf ook wel eens bij zo’n bijeenkomst wezen kijken. “Ga richting Jezus, ga richting het wonder” staat op een spandoek dat er bij hem altijd voorin de zaal hangt. Op zijn website staat allerlei getuigenissen van mensen die op zulke bijeenkomsten genezen zouden zijn. Of moet ik gewoon zeggen: genezen zijn?
Er zijn naast Zijlstra wel meer gebedsgenezers die overal optreden. Ook hier in het Westland zijn ze wel geweest. Ouderen zullen zich misschien de massale genezingscampagnes wel herinneren die in Den Haag plaatsvonden op het Malieveld, met bv. de Amerikaanse evangelist Osborne. Ik denk ook aan Johan Maasbach en zijn gemeente, en zo zou er meer zijn te noemen.
Zulke bijeenkomsten roepen allerlei vragen op. Worden daar echt mensen genezen? Is het niet eerder een soort suggestie? Blijven die mensen gezond? Enzovoorts. Juist binnen de kerken komen daar nog vragen bij. Kan dit volgens de Bijbel? Is dit van God? Maar misschien ook wel: waarom gebeuren daar zulke dingen en bij ons niet? Waarom gaat het bij ons eigenlijk nooit over genezing door God? Missen wij misschien iets? Over al deze dingen wil ik vanavond eens met u nadenken.

[de Bijbel spreekt over genezing in Jezus’ naam]
In de Bijbel lezen we over God die geneest, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. In het Oude Testament vinden we al genezingswonderen, denk aan Naäman of aan koning Hizkia. Maar vooral in het Nieuwe Testament komt genezing sterk naar voren, in het optreden van Jezus. De Evangeliën staan vól van verhalen over genezing. We lazen uit Mattheüs 8 een kenmerkende samenvatting ‘en hij genas allen die er slecht aan toe waren’. Ook Jezus’ leerlingen werden erop uitgestuurd om te genezen, we hoorden het uit Mattheüs 10. Na Jezus’ hemelvaart doen de apostelen en anderen vele genezingswonderen in Jezus’ naam – denk slechts aan de kreupele man over wie we afgelopen week hoorden uit Handelingen 3. En ga zo maar door. Ook in de verdere kerkgeschiedenis zijn allerlei voorbeelden te noemen van mensen die genezen door Jezus’ kracht.
Kortom: op grond van de Bijbel kun je niet anders dan concluderen dat er in Jezus’ naam mensen kunnen genezen en zijn genezen. Maar dan doet zich al meteen een andere vraag voor, namelijk deze: waarom zien we dat dan nu niet binnen de gevestigde kerken? Staan die gebedsgenezers dan toch dichter bij het Nieuwe Testament dan wij?
Ik denk dat dat in zekere zin waar is. Mensen zoals Zijlstra en anderen zijn, om het eens zo te zeggen, onbetaalde rekeningen van de kerken. Als de kerk een bepaald onderwerp uit de Bijbel laat liggen, in dit geval genezing, dan zullen er altijd mensen opstaan die het oppakken. Aan de ene kant is dat goed. Maar het gevaar is wel dat dan álle nadruk op dat ene valt, op genezing, en ook dat die mensen er in doorslaan, bijvoorbeeld door te zeggen dat wie niet geneest niet genoeg geloof heeft. Des te belangrijker dus om het onderwijs over genezing binnen de kerken op te pakken! De laatste decennia is daar gelukkig meer aandcht en ruimte voor gekomen.

[reden dat wij niet zien: 1 ‘streeptheologie’]
Ik wierp de vraag al op: waarom zien we binnen de gevestigde kerken weinig meer van genezing in Jezus’ naam? Maar eigenlijk nog belangrijker is deze vraag: hoe komt het dat we zo weinig gebed óm genezing zien, en zo weinig geloof in de mogelijkheid van genezing door Gods kracht? Want als dat gebed en geloof er meer zou zijn, dan zouden we misschien ook meer genezing ervaren…
Een eerste reden is wel, dat er eeuwenlang gezegd is dat genezing alleen iets was voor de tijd van Jezus en de apostelen. De bijzondere geestesgaven zoals profetie, genezing, spreken in klanktaal, zouden na hun tijd zijn opgehouden. Men noemt dit wel de zogenaamde streeptheologie. In de geschiedenis moet je als het ware een streep trekken. Eerst wél wonderen en bijzondere dingen, maar nu niet meer.
Het is wel te begrijpen dat gereformeerde theologen tot dit idee kwamen. Ze keken, bijvoorbeeld na de Reformatie, om zich heen en zagen geen genezingen meer. Dan is het geen vreemde conclusie om te zeggen ‘blijkbaar was dat alleen voor toen’. Alleen… in de loop van de tijd werd dat woordje ‘blijkbaar’ weggelaten, en werd het gepresenteerd als een feit: dat was alleen voor toen, punt.
Gelukkig wordt deze ‘streeptheologie’ niet veel meer aangehangen. Er zijn namelijk nogal wat problemen mee. Allereerst is ze niet gebaseerd op de Bijbel, maar op een bepaalde ervaring. En ten tweede, als er wél een keer genezing is in Jezus’ naam, loop je uiteraard vast. Pas enkele eeuwen ná de Reformatie begon de wereldwijde zending, en toen bleek dat er nog wél wonderen gebeuren. Vele zendelingen getuigden ervan: juist in missionaire situaties vonden en vinden wonderen plaats die de boodschap onderstreepten. Zo is het nog steeds! Waar de situatie lijkt op het Bijbelboek Handelingen, gebeuren dingen als in dat Bijbelboek. In Nepal bijvoorbeeld: de kerk groeit daar flink, en waardoor? Heel vaak doordat bijvoorbeeld een familielid van mensen is genezen na gebed van christenen.
Bovendien gebeuren er niet alleen wonderen in verre streken. Ook in ons land genezen mensen na gebed. Bij genezingscampagnes, maar ook eenvoudig na gebed in een gemeente of na ziekenzalving, waar ik een vorige keer over sprak. Kortom, die ‘streeptheologie’ is niet houdbaar in het licht van de Bijbel én van de feiten.

[reden dat wij niet zien: 2 ‘scheiding natuur en bovennatuur’]
Er is nóg een reden waarom wij moeite hebben om te geloven in genezing en waarom we er weinig om bidden. In de loop der eeuwen is er namelijk een scherpe scheiding gemaakt tussen God en de wereld, tussen lichaam en ziel. We denken als vanzelf: God is geestelijk, Hij is er voor je ziel, en voor het hiernamaals. Maar de rest van de wereld, inclusief je lichaam? Dat loopt gewoon allemaal volgens natuurwetten. Dáár heeft God niet zoveel mee te maken, behalve dan dat Hij het ooit gemaakt heeft. Tja, dan zul je niet snel bidden om genezing. Dan zul je eerder bidden om geduld om te dragen – doen wij dat ook niet snel?
Als je hier nog iets verder in gaat, dan is ziekte zelfs iets dat door God bepaald is als je lot. Dan is ‘niet opstandig zijn’ het hoogste goed. Aanvaard wat je wordt opgelegd, en zorg vooral dat je ziel gered is. Maar is dat wat de Bijbel ons leert? Zo’n scheiding tussen geest en lichaam, tussen Gods wereld en de onze, is eerder afkomstig uit de Griekse filosofie. Het heeft allerlei ongewenste gevolgen. Een scheiding tussen je geloof op zondag en je leven op maandag bijvoorbeeld. Maar ook dat er geen plaats meer is voor genezing in Jezus’ naam. Dat kan alleen als die twee werelden elkaar raken. Maar… laat dat nu precies zijn wat er in Jezus gebeurt!!

[de verlossing die Jezus brengt is alomvattend en nog bezig]
Nu komen we bij de kern. In de Here Jezus raken hemel en aarde elkaar, God en mens. Daarom is ook de verlossing die Hij brengt álomvattend. Hij is niet alleen gekomen om uw ziel te redden, uw zonden te vergeven, maar om u een heel nieuw leven te geven. Hij brengt redding voor ziel en lichaam. We verwachten een lichamelijke opstanding – ook je lijf doet ertoe voor God!
Met opzet las ik de aanvangstekst uit Jesaja 53 vers 5. Bekende woorden voor velen. Maar let u eens op het laatste zinnetje! Het gaat over vergeving die Hij brengt, over straf dragen in onze plaats, enzovoorts. Redding voor je ziel. Maar dat niet alleen! In één adem wordt ook genezing genoemd – redding voor je lichaam. Dat gedeelte wordt in ons soort kerken meestal genegeerd, of geestelijk geduid. De Bijbel maakt echter zo geen scheiding tussen ziel en lichaam.
Jezus is gekomen om ons te verlossen van de gevolgen van de zonde. Sinds het eerste begin heeft de zonde ellende gebracht – op alle terreinen van het leven. De relatie met God verbroken, geen eeuwig leven meer, maar op weg naar de eeuwige dood. Maar de zonde heeft meer verstoord. Het leven op aarde is onderhevig aan ziekte en rampen, en wij allen moeten sterven. De zonde heeft verwoestend gewerkt, op geestelijk én op aards vlak.
En nu de goede boodschap: Jezus Christus is gekomen om als héle bestaan te redden. Om te vernieuwen, te helen, in alle opzichten. Hij droeg Hij de straf die ons bedreigt, en Hij herstelt de relatie met de Vader. Hij geeft eeuwig leven, en opstanding uit de dood. Niet alleen eeuwig leven in de hemel, maar eeuwig leven met lichaam en ziel, als Hij terugkomt. Dan wordt alle gebrokenheid geheeld. Jezus is niet alleen gekomen om je ziel te redden, maar om ons hele bestaan te redden en te helen. Hij zal ons doen opstaan, Hij maakt álles nieuw – als zijn Rijk komt.
Alomvattend is Jezus’ redding. En tegelijk: we hópen er nog op. Het is nog niet zover! Echter, Hij geeft er al wel een voorschot op door zijn Geest. Dingen die onze hoop gaande houden, die ons geloof en onze liefde laten branden. Als je soms iets van Gods liefde mag ervaren. Als je innerlijk vernieuwd wordt door de Geest, of als innerlijke wonden worden geheeld. Maar ook als er soms al iets ervaren mag worden van genezing in lichamelijk opzicht. Heling, redding – wat Jezus brengt is alomvattend. Niet voor niets citeert Mattheus de woorden van Jesaja als hij vertelt over Jezus’ genezingswerk. De genezingen tóen toonden iets van Gods toekomst. En waarom zou dat niet ook kunnen in onze tijd? Jezus’ macht is dezelfde!

[gebed om genezing nu]
Volgens mij zit hier het grootste probleem: dat we Jezus’ verlossing als vanzelf alleen geestelijk zien, en alleen toekomstig. We dénken er niet eens aan dat Hij in alle opzichten wil redden en helen. Laat ik een persoonlijk voorbeeld geven. Ik had eens een vervelende ontsteking ergens. Hoe ga je daar dan mee om? Ik keek het eens aan: hoe ernstig is het? Zou ik ermee naar de dokter moeten? Wat zou hij voorschrijven? En ga zo maar door. Maar het kwam gewoon niet in me op om ervoor te bidden! ‘s Avonds dankte ik voor de dag, ik bad voor de volgende, maar aan mijn eigen lichaam dacht ik niet. Dat was in mijn hoofd blijkbaar toch een andere afdeling, los van God. Misschien had ik er gewoon niet genoeg last van, dat je die ontsteking nog kán vergeten…
Maar ik denk dat het op ander vlak veel vaker voorkomt. Bijvoorbeeld dat mensen pas beginnen met bidden om genezing als ze het gevoel krijgen: dit kon wel eens ernstig zijn. En als de dokter zegt dat hij het niet kan genezen, dat je dan vooral bidt om kracht en rust. Om geestelijke dingen dus, niet om lichamelijke heling. Want dat scheiden we.

Wat houden gebedsgenezers ons dan een spiegel voor! De Here is er voor ons héle leven. Hij wil ook ons lichaam helen. Ook dáár mogen we om bidden. Persoonlijk, natuurlijk, maar óók in de gemeente. Hoe belangrijk is het, als gemeente biddend om elkaar heen te staan. “Als één lid lijdt, leiden alle leden mee” zegt Paulus. We mogen meeleven, juist ook door te bidden. Ik denk aan de voorbede, hier in de kerk, dat we daarin óók durven vragen om lichamelijke genezing. Een uitdaging voor mij! Ik denk ook aan het zalven van zieken in Jezus’ naam en daarbij het gelovig gebed, waar we het de vorige keer over hadden. Zichtbaar teken dat we ons met lichaam en ziel aan God toevertrouwen.
Gebedsgenezing. Of liever: gebed om genezing. Zou dat geen veel grotere plek mogen innemen in ons gemeenteleven? Als elke kerk hier serieus werk van maakte, dan zouden er geen massale genezingsbijeenkomsten nodig zijn. Daar kent niemand je. Maar hoeveel beter is het niet om bij ziekte in eigen gemeente, en áls gemeente, biddend genezing van God af te smeken? Ik ben ervan overtuigd: we zouden verrast worden! De Here heelt – dat is veel breder dan dat je lijf beter wordt. Maar het valt er ook onder!

[pastorale afronding]
En ja, dan kunnen er allerlei vragen zijn, juist bij dit onderwerp. Je kunt zóveel hebben gebeden… maar je bent niet genezen, of je geliefde of wie dan ook. Waarom geneest God zovaak ook niet? En nog zoveel andere vragen. Tot aan twijfel aan Gods bestaan toe. Maar met opzet noem ik deze vragen pas aan het einde, en kort.
Ik denk dat wij veelal helemaal nog niet echt bij zulke vragen zíjn! Wellicht hebt u persoonlijk veel gebeden voor iemand. Maar hoe? Bidden, ook om genezing, het is grote dingen van God verwachten. Het is niet Hem pressen om te doen wat wij zo graag willen. En de gemeente als geheel, bad die? Stond die om de zieke heen? Leed en bad ze mee? Wat schieten we hier vaak te kort! Hoe was de voorbede? Is er ook gedaan wat Jakobus 5 voorschrijft, is de zieke gezalfd onder gelovig gebed? Laten we tekorten eerst maar bij onszelf zoeken. En gelukkig: de Here wil ook onvolmaakte en kleingelovige gebeden horen!
Vele vragen kunnen er nog zijn, juist als u hebt gehoord dat de Here nog heelt, ook nu. Dan wordt het geloof wel spannend! Dan komt het dicht bij ons eigen leven. Dan kunnen we het geestelijke en het lichamelijke niet meer gescheiden houden. Dan kunnen we ook echt teleurgesteld worden – een angstig idee! Wellicht bént u zelfs teleurgesteld. Ik kan niet anders zeggen dan: geef het alles over aan Hem! Maar.. gooi de Bijbelse belofte niet weg!

[slot]
Jezus redt. Dat is de kern van het Evangelie. ‘Redding’ – heil – heling, een woord zoveel breder dan dat je ziel naar de hemel gaat. We zien uit naar de dag dat hij alles nieuw maakt. Hij, de eerstgeborene uit de doden. Hij is al daar! Wij mogen uitzien. En tot die tijd wil Hij door zijn Geest ons staande houden. Soms al iets laten ervaren van wat komen gaat. Ook in genezing. Niet altijd, Gods toekomst ís er nu nog niet. Maar toch… we mogen erom bidden, en er naar uitzien. En: wat nu niet komt, dat komt straks wel!

Amen

Advertenties