Tags

, , , ,

Uit de Bijbel is gelezen: Genesis 5:1-11, 6:5-6 en Johannes 3:1-8,16

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: wie ben je?]
wie kinderen heeft zal het wel weten: ze zijn meestal heel lief, maar toch ook ondeugend. soms lastig, en tegelijk ontroerend schattig. Kleine Jelle komt bijvoorbeeld thuis uit school met een mooie tekening die hij gemaakt heeft. Hij geeft die aan zijn moeder: “Hier, voor jou, want jij bent lief!”. Moeder is er heel blij mee. Ze geeft hem een knuffel en zegt : “Je bent een engel!”. Vader, die het hoort, reageert: “Ja, een engel met een b ervoor”. Hij is nog niet vergeten hoe Jelle gisteren op het behang tekende…
Engel of bengel? Zo komen we bij het onderwerp van vanavond. Want de vraag die vandaag centraal staat is: wie zijn wij? Wie ben ik? Ben ik goed en waardevol, of deugt er ten diepste niets van me? Wie ben ik?
In onze maatschappij wordt aan de ene kant erg positief gesproken over wie je bent. Je moet jezelf worden, jezelf ontplooien, je ware ik terugvinden, dat is de weg naar geluk. Je bent een talent, een kanjer, je bent bijzonder. Kinderen krijgen het al van jongs af op school te horen. Haal uit jezelf wat erin zit! Dat is blijkbaar veel goeds. Ook in sommige christelijke liedjes hoor je dit terug: weet je dat je van waarde bent, weet je dat je een parel bent…
Maar is het niet te simpel om zó over een mens te denken? Het wonderlijke is dat onze maatschappij, als je wat dieper doorvraagt, aan de andere kant juist vrij hopeloos praat over wie een mens is. We hebben de afgelopen honderd jaar twee wereldoorlogen meegemaakt, genocide, vernietiging van de natuur. Je hoort van grote graaiers en corruptie in de hoogste kringen. Dan is de conclusie snel getrokken: de mens is onverbeterlijk. Op zich zelf gericht, gewelddadig, geldbelust. Als er uit komt wat erin zit is het niet veel goeds!
Wie ben ik? Wie zijn wij? Een parel of een wolf? Het ene, of het andere, of allebei misschien?

[Bijbel en HC over de mens]
Johannes Calvijn zegt: de ware wijsheid bestaat uit twee delen – de kennis van God en de kennis van onszelf. Met dat laatste wil de catechismus ons vanavond verder helpen.
Als je de vragen en antwoorden van de catechismus leest, zou je misschien denken dat het hier over vroeger gaat. Een soort geschiedkundig onderzoek: waar komt het kwaad vandaan? Dan kun je lekker zelf buiten schot blijven. In vraag zes gaat het over ‘de mens’, heel algemeen. Echter, zo is het niet bedoeld. In vraag 8 klinkt het al anders: ‘maar zijn wíj dan…’ Het gaat niet over vroeger, het gaat over ons, over u en ik. Wie zijn wij?
En dan wel in het bijzonder wij zijn wij volgens de Bijbel? Want je kunt van alles over jezelf en de mens denken, positief of negatief, afhankelijk van je karakter en levenservaringen. Maar hoe ziet God ons? Kennis van jezelf is niet los verkrijgbaar – God moet erbij!
Wie zijn wie dan, volgens de catechismus? Ik denk dat vooral de negatieve woorden blijven hangen. Er wordt nogal wat gezegd: ‘de mens boos en verkeerd’. ‘In zonden ontvangen en geboren’. ‘Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’. Niet voor niets is er nogal eens verzet geweest tegen deze uitspraken.
Deze woorden moet je echter in de context van toen lezen. In de katholieke kerk van die tijd werd vrij positief gedacht over de mens en zijn mogelijkheden. Zo van ‘ik doe mijn best, en God doet de rest’. Daar neemt de catechismus stelling tegen: nee! Je moet geréd worden, een ander mens. Ook zijn deze woorden gericht tegen het humanisme, tegen het idee dat mensen met eigen verstand en uit eigen kracht het geluk op aarde kunnen realiseren. Ik zei al: dat gelooft na alle ellende van de 20e eeuw geen weldenkend mens meer. Communisme mislukt, kapitalisme blijkt ook niet alles te zijn…

Ten diepste echter heeft de catechismus, en heeft de Bijbel géén negatieve boodschap. Wat zegt ze eigenlijk? Dit: mensen, het is níet goed met je! – vergeet dat idee de diepste zelf OK is. Maar ze zegt ook: mensen, het is níet hopeloos. Je kunt anders worden! – dus precies tegenover het idee dat mens nu eenmaal zoals hij is, bepaald door aanleg en opvoeding.
Wie is een mens? Drie dingen wil ik belichten. Als eerste: u bent een schepsel van God. Als tweede: u bent een geboren zondaar. En ten derde: Jezus maakt nieuwe mensen. [herhalen]. Een dieptepeiling, maar één die uiteindelijk hoopvol is.

[de mens een schepsel]
Als eerste dus: de mens is een schepsel van God. Dat moeten we nooit vergeten, óók niet als je ziet hoeveel er fout gaat en wordt verkeerd gedaan. Ook niet als u zichzelf enorm tegenvalt. U bent een schepsel van God, door Hem gewild en op Hem aangelegd. Zeker, de mens is in zonde gevallen, daar kom ik zo op, maar een mens is altijd méér dan een zondaar. Een creatie van God, dát ook! Dat is in het verleden wel eens vergeten onder gereformeerde theologen, dan alle nadruk viel op de zondigheid en de zondeval.
De Engelse schrijver C.S. Lewis schrijft in een van zijn kinderboeken iets heel treffends. De leeuw Aslan zegt daar tegen een groep mensen “Jullie stammen af van heer Adam en Vrouwe Eva. En dat is eervol genoeg om de armste bedelaar het hoofd te laten heffen, en schande genoeg om de schouders van de grootste heerser op aarde te laten zakken”.
De mensen, iedere mens, is door God geschapen. En niet zomaar geschapen, geschapen naar zijn beeld. Dat wordt van geen ander schepsel gezegd. Het wil zeggen: wij líjken, of leken, op Hem. Niet in uiterlijk, maar in innerlijk. We zijn bedoeld om op Hem te lijken en met Hem te leven. Dát is het doel van een mensenleven. God kennen – niet alleen met je verstand, maar met je hart. Hem liefhebben zoals Hij ons liefheeft. Te leven met Hem, van dag tot dag en tot in eeuwigheid. Dát is het hoogste geluk: een leven met Hem.
Wat heeft een mens dan een hoge bestemming! Een mens is gemaakt door God en tot God. Hebt u zichzelf wel eens zo bekeken? En al is daar door de zonde weinig van terecht gekomen, dit blijft staan. De betrekking op God blijft, al duwen we die vaak weg. Want Hij is onze schepper en wij zijn geliefde schepsels.

[de mens een zondaar]
Maar, ten tweede, een mens is ook een geboren zondaar. Want helaas, de mens is ontspoord. Al vanaf het begin, de Bijbel vertelt erover in het verhaal van Adam en de appel. God zegt: je mag alles, alleen níet de vruchten van die boom. Maar Adam en Eva doen het toch! En helaas, dit is geen los incident. We hoorden het uit de Bijbel: Adam werd geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Maar hij krijgt een zoon naar zíjn beeld. En die ook weer ‘een zoon naar zijn beeld’. En zo voorts. Mensen die hetzelfde doen: zelf de hoogste willen zijn, en daardoor je bestemming mislopen. Los van God, in plaats van leven met Hem. De Bijbel verklaart niet waar het kwaad vandaan komt, dat blijft een duister raadsel. maar ze verkondigt ons wel: het kwaad zit in ons. Het zit erin en het komt eruit ook, als de omstandigheden ernaar zijn.
Moet ik daar voorbeelden van geven? Dit harde oordeel over de mens wordt dagelijks bevestigd door de feiten. Elke dag meldt de krant oorlogen en oorlogsmisdaden. Juist in situaties waar geen toezicht is, komt eruit wat er in een mens leeft. Wreedheid, onderdrukken van zwakken, jezelf verrijken. Maar denk niet alleen aan verre landen in chaos. God geeft hier gelukkig maatschappelijke structuren die mensen in toom houden. Maar ook hier is misdaad en fraude. Ook hier maken mensen elkaar het leven zuur. Vechtscheidingen en familieruzies die niet te verzoenen zijn. Pesten op school en vernederingen op social media.
De mens is een geboren zondaar. Zo geboren, je hoeft het niet te leren. En geboren zondaar, in de zin van dat dit is wat ons makkelijk afgaat. Soms, zomaar komt het eruit. Harde woorden, laffe daden, foute keuze. Zeker onder stress, of als je moe bent, of gespannen, dan kun je dingen doen en zeggen die je normaal gesproken zou afkeuren. Maar het komt eruit, want het zit erin. Wat dat betreft sluit de Bijbel aardig aan bij hedendaagse ideeën over de mens. Een mens is niet zo goed en vrij. Níet voor jezelf gaan, dat is pas tegennatuurlijk!
De catechismus gaat heel ver, te ver misschien. Ze zegt zelfs dat een mens ‘onbekwaam is tot enig goed’. We hoorden iets dergelijks uit Genesis: ‘al de gedachtespinsels van zijn hart dag alleen maar boos’. Kun je dan niets goed doen? Natuurlijk wel, gelukkig maar. Ú kunt veel doen, als schepsel van God, en gelukkig ook veel goeds. We zijn mensen, geen duivels. Bedoeld is echter: we kunnen wel veel goed doen, maar we kunnen het niet goed máken. We kunnen onszelf niet veranderen. We zitten vast. Jezelf worden is echt niet de oplossing! Dat is juist het probleem, jezelf…

[wat nu?]
Wat nu? Is er een uitweg uit deze gebondenheid? Vroeger werd wel gedacht: we kunnen de wereld en onszelf veranderen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Als iedereen dat nu deed… Maar ze doen het niet. Sterker nog, wíj doen het niet. Niet blijvend tenminste. Nee, in een maakbare mens, een maakbare wereld zou ik maar niet geloven.
Wat dan? Dan maar fatalisme: het is zoals het is, maak er nog iets van!? Zo leeft half Nederland momenteel. Er deugt genoeg niet in de wereld, misschien zelfs in mezelf, maar wat doe je eraan? Leef gewoon!
Het diepste probleem beseffen we echter niet. Dat we van God los zijn. Dat we aan de ene kant zijn schepselen zijn, aangelegd op Hem, maar dat we aan de andere kant die bestemming nooit meer kunnen bereiken. Veel mensen zouden best een stukje karakterverbetering willen hebben, wat kwade neigingen kwijt zijn. Maar weer leven met God? We kunnen het niet alleen, we hebben daar helemaal geen behoefte aan!
Maar dan komt de catechismus met die woorden die een omslag geven: ‘tenzij wij door de Geest van God wedergeboren worden’. Tenzij… er is dus nog hoop! Niet een beter mens worden, maar opnieuw geboren worden, een nieuw mens worden, Kan dat? Ja, dat kan! Dat is de goede boodschap van de Bijbel! Het zit fout, helemaal fout, maar… er is een uitweg. Nog beter: een nieuw begin!

[wedergeboorte: de mens een níeuw mens]
Dat nieuwe begin kan alleen God geven. Hij die ons geschapen heeft, hij kan ons ook herscheppen. Jezus spreekt ervan in Johannes 3, we hoorden het. “Wat uit het vlees geboren is, is vlees” – met andere woorden: ik ben een mens, en daarom geboren zondaar, net als mijn ouders al waren. En met mijn kinderen, hoe schattig ook, is het helaas niet anders. Maar zegt Jezus: “wat uit de Geest geboren is, is geest”. Gods Geest kan je een nieuw begin geven. En dáárvoor is Jezus gekomen. De bekende woorden uit Johannes 3 vers 16: “alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enige zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft”. Jezus kwam en gaf zijn leven. Opdat u en ik zouden leven, nieuw leven, door geloof in Hem. Door de vernieuwing van zijn Geest.
Jezus is gekomen om de relatie met God te herstellen. Om ons weer te verbinden met Hem voor wie en door wie we geschapen zijn. Om ons vrij te maken uit het web waarin we vastzitten. Wat wij niet kunnen kan Hij: mensen transformeren! Wij kunnen het niet. Maar Hij kan het wel, door de Heilige Geest. En Hij wil en zal het doen, bij ieder die in Hem gelooft. Wat een hoop is dat! Dat hoor je nergens in de wereld. Dan moet je het óf zelf doen, óf die mogelijkheid van verandering wordt ontkend. Maar dit is de goede boodschap: er ís een nieuw begin, er is bevrijding en verlossing mogelijk, verandering van je aard en verbinding met de schepper. Door Jezus alleen!
En voor de duidelijkheid: dat is een levenslang proces. Ook wie gelooft blijft zonden doen. De kwade neiging is nog niet uitgeroeid, en komt er soms ook uit. Maar er is wel een andere neiging bijgekomen: de richting waarheen de Geest je neigt, het pad van Jezus op.
Jezus maakt ons leven weer zoals het bedoeld was: verbonden met God om te leven voor Hem. Ja, sterker nog, zijn werk gaat nog verder! Adam, de mens aan het begin, hij had ‘de mogelijkheid om niet te zondigen’. Maar helaas, hij deed het wel, en wij doen het nog. Maar als Jezus straks komt, wordt het nog beter dan het ooit was: dan is er zelfs ‘niet de mogelijkheid om te zondigen’! Wat kun je daar soms naar uitzien, juist als je jezelf tegenvalt, ook als gelovige…

[slot]1
Wie ben ik? Een schepsel, en een zondaar. Weet wie u bent! Denk niet alleen positief over uzelf en uw mogelijkheden, want na de schepping kwam de zonde en tastte alles aan. ‘Een kind van Adam te zijn, daarvan kunnen de schouders van de grootste heerser omlaag hangen’.
Maar… denk ook niet alleen negatief over uzelf. Allereerst omdat u door God gemaakt en gewild bent. ‘Een kind van Adam zijn, dat is reden genoeg voor de armste bedelaar om zijn hoofd hoog te heffen’. Maar, God zij dank, het allerbelangrijkste is dit: Jezus maakt nieuwe mensen. Van die hooggeschapen Adamskinderen die zo diep gevallen zijn. Hij vergeeft en vernieuwt!
Wie ben ik? Juist bij Jezus leer je dat zien, bij wat hij voor ons over had. U bent géén goed mens die alleen maar uzelf hoeft te worden – anders had Jezus niet hoeven komen. U bent ook geen waardeloze zondaar. Nee, u bent een zondaar, maar waardevol – zo waardevol dat Jezus wilde komen om zijn leven te geven. Voor u! Ja, voor u met al uw fouten en zonden. Voor mij en voor ieder die in Hem gelooft.
Wie ben ik? Een oud lied zegt:
“‘k Ben een koninklijk kind,
door de vader bemind
en gekocht met het bloed van mijn Heer!
En dat bloed geeft mij recht,
meer te zijn dan een knecht,
‘k ben Gods kind, dat verblijdt mij zo zeer.”

Er is hoop!

Amen

Advertenties