Tags

, , ,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: naam]
vandaag wil ik het met u hebben over namen. En dan vooral over de naam van God. Maar laten we eerst bij gewone mensennamen beginnen. Een naam is niet zomaar een klank, een naam heeft meestal een betekenis. Jongens en meisjes, weten jullie wat je eigen naam betekent? Soms zijn dat hele mooie dingen. Een meisje dat ‘Zoë’ heet bijvoorbeeld, haar naam betekent ‘leven’. Of een jongen met de naam ‘Sem’ of ‘Sam’ of ‘Siem’ , dat betekent ‘God heeft gehoord’. Zo heeft ook de naam van God betekenis, dat gaan we straks horen.
In de tijd van de Bijbel was de betekenis van een naam heel belangrijk. Tegenwoordig doet de betekenis er voor ouders vaak weinig zoveel toe, het gaat er vooral om dat het leuk klinkt. Of je hebt een naam omdat je vernoemd bent. Zo heet ik Adriaan, en dat betekent ‘afkomstig uit Adria’ dat is een stad in Italië. Maar ik kom daar echt niet vandaan, ik kom gewoon uit Nederland… Ik ken een ‘Mellany’, dat betekent ‘de donkere’, maar ze is lichtblond; en ik ken een Bianca, dat betekent ‘de lichte’, maar ze heeft donker haar. En zo kan ik wel doorgaan.
Maar, ik zei al, in de tijd van de Bijbel was de betekenis van een naam wél belangrijk. Een naam zéi iets over je. De eerste Sam, Samuël was dat, heette zo, omdat God naar het gebed van zijn moeder had geluisterd. Zijn geboorte was een gebedsverhoring, en daarom noemde ze hem Samuël ‘God heeft gehoord’. Adam heette Adam, dat betekent ‘mens’, omdat hij de eerste mens was. En ga zo maar door. Een naam zegt in de Bijbel heel veel.
En zo gaan we vandaag stilstaan bij de naam van God. Wat zegt die over Hem? Of nog anders gezegd: wie is onze God?

[God van Israël]
Een antwoord daarop vinden we in het Bijbelgedeelte dat we lazen. Mozes ontmoet daar de HEER bij een brandende struik in de woestijn. Het verhaal laat ik voor nu liggen, dat had u afgelopen zondagavond hier kunnen horen. Waar het me nu om gaat: in vers 13 vraagt Mozes naar Gods naam. Als antwoord stelt God zich als het ware voor. Wie is Hij? Wel, dat gaat hij zelf zeggen!
Tweemaal, in vers 6 en vers 15 klinkt een eerste antwoord: “Ik ben de God van je voorouders, de God van Abraham, van Izaak en Jakob”. God, degene die ook wij aanbidden, is de God van Abraham, Izaak en Jakob. De God van Israël, want zij zijn de stamvaders van dat volk. Niet voor niets spreekt God tegen Mozes over ‘mijn volk, de Israëlieten’. Hij is eerst en vooral de God van Israël!
Juist vandaag, op Israëlzondag, is het nodig dat we dit horen. God is de God van Israël. Hij is het die Abraham riep, en nu Mozes roept, die Israël zijn macht liet zien en hun zijn wetten gaf. Díe God is het die wij, mensen uit de volken, dankzij Jezus ook mogen kennen: de God van Israël.
Het is heel belangrijk dat we dit vasthouden. Je kunt namelijk ook op een andere manier over God denken. Overal op de wereld denken de mensen ‘ja, er moet toch wel meer zijn’. Daar heeft iedereen zo zijn ideeën over, en dat ‘meer’, die ‘hogere macht’, dat noemen ze God. Probleem is dat je dan van beneden naar boven denkt. Wie God is, wordt dan bepaald door ónze gedachten. Ieder denkt er het zijne van, en verlichte geesten zeggen ‘ach, tenslotte komt het allemaal op hetzelfde neer. Die dragende kracht, dat grote mysterie achter de dingen, God, of welke naam je ook gebruikt…’ Iemand zei het laatst nog tegen me: is God niet gewoon een naam die de mensen geven aan alle mooie en goede dingen?
Ja, mensen gebruiken zo de naam ‘God’. Maar… dat is níet de God van Israël! Zo kom je niet verder dan hersenspinsels, theorieën, ten diepste: afgoden, mensenmaaksels! Wij geloven niet in ‘er moet wel iets zijn’, wij geloven in de God van Israël. Wij geloven in Hem die Abraham riep, zomaar ineens – dat bedacht hij niet zelf. Wij geloven dat er Iemand is, die zijn verbond sloot met de aartsvaders, met Israël, die zijn macht toonde, hen bevrijdde uit Egypte, die zijn wetten gaf. Niet een ‘idee van er moet moe toch meer zijn’, maar écht Degene die vanaf de andere kant kwam en zich bekendmaakt. Niet aan iedereen, maar aan Abraham, Isaak en Jakob, aan Israël. Hij koos hen uit om hen te kennen, de rest moest het voorlopig stellen met vage vermoedens en eigen ideeën. Wel, en díe God en mogen wij dankzij Jezus ook kennen, we mogen door Hem delen in de zegen die bij Abraham begon. Onze God is allereerst de God van Israël! Dat mogen we nóóit vergeten. Daarom is de kerk ook, zoals de kerkorde zegt, onopgeefbaar verbonden met Israël. Wij geloven namelijk in hún God. En níet ‘nou ja, moslims en hindoes geloven ook ergens in, dus daar vinden we elkaar allemaal’. De vraag is: wáárin dan? Waarin geloof je in, of beter: in wie? Is ‘god’ een soortnaam, of een eigennaam?

[God de HEER]
Veel verwarring komt doordat wij ‘God’ gebruiken als een naam. ‘God’ is feitelijk echter geen naam, net zo min als mijn naam ‘mens’ is. De God van Israël heeft een échte, een eigennaam. Die nam maakt Hij aan Mozes bekend, en die naam is HEER. HEER met vier hoofdletters, je mag ook HERE zeggen. Dát is de naam van de God van Israël. In het Hebreeuws staat er J-H-W-H, want ze schrijven daar alleen naar de medeklinkers. Uit eerbied spreken Joodse mensen de Naam van God niet uit, maar de uitspraak was hoogstwaarschijnlijk ‘Jahwe’. Mozes vraagt ‘als de mensen vragen wat uw naam is, wat moet ik dan zeggen?’ En het antwoord is: ‘zeg tegen hen: ‘Jahwe heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham Isaak en Jakob’’.
Onze Bijbelvertalingen schrijven Gods naam als ‘HEER’ met hoofdletters, dat is een verdere bron van verwarring. ‘Heer’ klinkt meer als een titel dan als een naam: ‘heer’ alsof het in één rijtje hoort met ‘meester’ of ‘koning’ of ‘president’. Maar HEER met hoofdletters is Gods náám, geen titel. Ik zei al: Joodse mensen spreken uit eerbied deze naam niet uit, en zeggen in plaats daarvan ‘Adonai’ – dat betekent ‘heer’, zonder hoofdletters. Vandaar het woord HEER ook bij ons. Maar bedenk dus goed: onze God ís niet Heer (nou ja, dat ook wel), maar eerst en vooral: hij héét HEER. Vers 15 zegt ‘zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties’.
Nu begon ik met te zeggen: een naam zégt iets in de Bijbel. Dat geldt wel heel in het bijzonder voor de naam van Israëls God. Hém dienen wij, en zijn naam HEER zegt uit wie Hij is. Laten we daar in de tweede helft van de preek eens naar kijken. Zijn naam is een heerlijke naam! Bij drie aspecten wil ik dan met u stilstaan.

[God is niet te vatten]
Drie dingen die we over onze God mogen weten door zijn naam. Als eerste zegt zijn naam dat Hij niet te vatten is. Mozes vraagt: Wie bent u? En het antwoord dat hij krijgt is dit: ik ben die ik ben, vers 14 heel letterlijk vertaald. Ja, wat moet je daar nu mee? Is dat een antwoord? Eigenlijk niet. Wie bent u? Eh.. Ik ben Ik! In het Hebreeuws is er hier een woordspeling. De naam ‘Jahwe’, HEER, komt van het werkwoord ‘zijn’, vandaar dat de HEER zegt ‘ik ben’. Maar wíe is Hij? ‘Ik ben die ik ben!’. Met andere woorden: probeer mij maar niet te vangen in een definitie, in woorden of beelden. Ik ben onbevattelijk, ik ga jouw ideeën ver te boven. De God van Israël is geen idee dat mensen verzonnen, Hij is iets, Hij is Iemand die mensen nooit kunnen verzinnen of vatten. Hij gaat ons ver te boven. Hij is die Hij is!
Jongens en meisjes, soms hebben jullie misschien van die lastige vragen: hoe ziet God eruit? Waar komt God vandaan? Hoe kan Hij alles weten? Of ook wel: waarom maakt God niet alle zieke mensen beter…? Dat zijn moeilijke vragen, en je krijgt er geen antwoord op. God ís niet te begrijpen.Dat maakt geloven nu juist zo lastig. Je weet niet alles, je snapt het niet, en dan toch op God vertrouwen. Kijk, dát is geloof! Dat is niet: alles weten van God, maar vertrouwen op Hem!
God niet te doorgronden. Mensen die zeggen dat God een mysterie is, hebben geen ongelijk, al is er meer te zeggen. Weet je waar je moet kijken als je wilt weten wie God is? Naar Jezus! Hij zei, we hoorden het uit het Johannes-evangelie, hij zei: ‘van voordat Abraham er was, ben Ik er’. Je hoort de Naam uit Exodus erin: ‘ik ben er’. Wie is God? In elk geval niet anders dan we Hem in Jezus ontmoeten! Gevend om mensen, genadig voor zondaren, streng tegen wie hooghartig is. De meeste die de minste wilde zijn. Zó is God in elk geval!

[God is trouw]
Zo komen we bij het tweede wat de Naam ons onthult. God is méér dan de ondoorgrondelijke. Hij láát zich kennen aan mensen. Hij maakte zich bekend aan Abraham, aan Isaak en aan Israël. Meer nog, Hij verbond zich aan hen. ‘Ik zal jullie God zijn’ zo beloofde Hij. Hij sloot een verbond. Hij beloofde dat Hij Abraham en zijn nakomelingen zou zegen en tijd trouw zou blijven. Trouw, dat is het tweede.
De HEER is trouw! Zijn trouw zit al in zijn naam. Je kunt vers 14 namelijk ook vertalen als ‘ik ben die er zal zijn’ of ‘ik ben die ik zal zijn’. Dat wil zeggen: in de toekomst zal Hij geen andere zijn dan in het verleden. Hij blijft dezelfde, dat wil zeggen: Hij houdt zich aan zijn beloftes. ‘Ik ben die er zal zijn’. Dat zien we heel duidelijk in het begin van dit Bijbelgedeelte. We lazen hoe het hulpgeroep van de Israëlieten opklonk naar boven. Ze moesten slaven in Egypte en hun kinderen werden vermoord. En, zo staat er dan, ‘God hoorde hun jammerkreten, en Hij dacht aan zijn verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob had gesloten’. Hij is die hij was: de God van Israël, die hen niet in de steek laat. Hij had beloofd de hunne te zijn! Dáárom roept Hij nu Mozes, om Israël weg te leiden uit de slavernij van Egypte. Hij is trouw, dát is zijn naam. Eeuwig dezelfde, je kunt van Hem op aan.
Weet u wat nu het heerlijke is? Zo is Hij nog! Ook u of jij mag steunen op Gods trouw. Jongens en meisjes, als je gedoopt bent, dan betekent dat: de HEER is ook jóuw God. Hij belooft dat Hij aanneemt als kind, en voro je zorgt als een vader. Door Jezus is de God van Israël ook ónze God. Ook wij mogen in zware tijden roepen tot Hem, net als Israël deed in Mozes’ tijd. En ook wij mogen vertrouwen dat Hij redden zal! Hij zal al zijn beloftes houden waar de Bijbel zo vol van staat. Wat belooft Hij niet veel aan wie gelooft: kracht voor het heden, hoop voor de toekomst, de leiding van zijn Geest, vrede en vernieuwing en vergeving. Hij is trouw. Gelooft u dat? Durf je erop te vertrouwen, in alle omstandigheden? ‘Hij zal er zijn’ – dat is zijn naam!

[God is erbij]
Dat brengt me meteen bij het derde wat de naam ‘HEER’ betekent. Het wees dus op zijn onbevattelijke grootheid, ‘ik ben die ik ben’; het wijst op zijn trouw ‘ik ben die ik zal zijn – ik blijf dezelfde’. Maar ten derde wijst het ook op zijn nabijheid. ‘HEER’ – die naam is een vorm van het werkwoord ‘zijn’, zo gaf ik al aan. Je kunt de naam HEER vertalen als ‘Hij is er’. Hij is de Aanwezige. Mozes moest het zeggen: “‘Ik zal er zijn’ heeft mij naar u toe gestuurd”. Wat is de naam van God dan een geweldige belofte! Hij heet ‘Ik bij erbij’! Erbij, altijd. Wát er ook gebeurt. Of het nu goed gaat of slecht, of je nu op school zit of slaapt of bidt of treurt – Hij is erbij. Niet als alziend oog dat je in de gaten houdt, maar als degene die náást je staat, die helpt dragen, die troost en die leidt. Zo is de HEER. Hebt u of heb jij het weleens zo ervaren? Ik hoop het! Want dit is de diepste grond van het geloof. Dat Hij erbij is. Dit is zó’n kernzaak!
Telkens weer wil de Bijbel, wil God je hiervan verzekeren. Het begint al in het Oude Testament. Ze zeggen wel eens dat God daar streng en ver weg is, maar dat klopt echt niet. Luister hoe de machtige en heilige God, degene voor wie Mozes zijn gezicht bedekt, zichzelf voorstelt: ‘Ik ben er’ – dat is mijn naam. Luister vervolgens hoe Jezus, God die onder ons woonde, genoemd wordt: ‘Immanuël’ – God-met-ons. Ik ben er! Hoor hoe de Heilige Geest komt en woont in het hart van elk die gelooft: Ik ben er!
Ik ben er, zegt de drie-enige God, Vader, Zoon en Geest. Geloof je dat? In goede tijden, maar ook in moeilijke momenten. In blijdschap en in verdriet: Hij is erbij. Als je vol in het leven staat, of als je aan het einde gekomen bent: Hij is er. Wie? De God van Israël! Wie? Jezus, die al jouw schuld en pijn droeg. Wie? De Geest van God in je, die je verwarmt en vernieuwt.
Laat dit toch de basis zijn van heel je leven: Hij is erbij. Hij die trouw is – ken je al zijn beloftes? Ga die Bijbel maar eens lezen om te weten wat Hij toezegt! Hij die ook ondoorgrondelijk is – wat zouden we Hem soms graag willen voorschrijven wat Hij moest doen. Hem bevatten zal niet lukken, hem vertrouwen – dat kan wel! Doe dat toch, eens voor het eerst en elke dag opnieuw. Dan, dan alleen zul je merken: Hij is er!

[Slot]
Wie is onze God? Op wie mag ik u wijzen? Op de HEER met hoofdletters. De God van Abraham, Isaak en Jakob, de God die zijn volk en zijn beloftes aan hen altijd zal trouw blijven. De God die door Jezus de Messias ook ónze God mag zijn, al horen wij niet bij het Joodse volk. Vertrouw dan op Hem! Stoot Hem niet weg door onwil, druk Hem niet weg door wantrouwen. Nee, hoor wie Hij is: de HEER met hoofdletters. Hij is erbij! Bent u, ben jij ook bij hem?

Amen

Advertenties