Tags

,

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: kruis een smet?]
als je met mensen over Jezus spreekt, dan is vaak de opstanding een punt waar ze blijven haken. Goed, Jezus kan best een wijze man zijn geweest, en dat hij gekruisigd dat zal ook wel, maar opstaan uit de dood? Dat is echt iets dat mensen niet kunnen plaatsen. Dat hindert ze om het hele Evangelieverhaal aan te nemen. Opstaan uit de dood, kom nou! Net als al die wonderen waar de evangeliën vol van zijn – op water lopen, blinden genezen en zo – het past niet in hoe mensen van nu de wereld zien. En daarom stoten ze zich. Aan de opstanding nog het meest. Als je die gelooft, dan de rest ook wel. De opstanding als probleem.
In de tijd dat Lukas zijn evangelie schreef, was dat heel anders. Als een heidense Romein of Syriër of wie dan ook over Jezus hoorde, dan geloofde zo iemand best dat Jezus wonderen deed. Dat paste in hun wereldbeeld – een bijzonder mens doet immers bijzondere dingen. En dat Jezus opstond uit de dood was ook niet het grootste probleem. Dat zou wel passen voor iemand die zo dicht bij God staat. Nee, er was iets anders waar men zich aan stootte: dat Jezus zou zijn gekruisigd. Vernederd en gedood als een misdadiger, zonder dat er iets tegen gebeurde. Dat past toch niet bij iemand die in de gunst van God staat? Jezus’ dóód was het punt waarop mensen afhaakten.
Soms nog steeds trouwens: moslims willen bijvoorbeeld best geloven dat Jezus een profeet is, en wonderen deed en wijze dingen zei. Maar dat Hij gekruisigd is? Nee, dat past niet – en daarom ontkennen ze dat. God zal zijn boodschappers toch altijd helpen? Niet de opstanding, het krúis is het probleem.

Dat was zelfs zo voor Jezus’ leerlingen. We zien de Emmaüsgangers terneergeslagen teruglopen uit Jeruzalem. “Wij hóópten dat Hij het was die Israël zou verlossen. Maar nu is hij al drie dagen dood…” Ze konden het niet plaatsen. Waarom had Jezus niet gestreden en overwonnen? Waarom liet hij zich zo vernederen, doden zelfs?

[Lk verklaart]
Nu lezen wij al sinds kerst uit het Lukas-evangelie. Lukas schrijft over Jezus en hij wil dat zijn lezers in Hem gaan geloven. Hij weet ook wel waar ze zich aan zullen stoten: aan Jezus’ smadelijke dood. Niet aan de opstanding – die zet alles weer min of meer recht; maar dat Jezus leed en stierf. Daar kunnen ze niets mee. Moet je zo iemand gaan volgen? Dat klonk echt absurd in de oren van toen.
VOORBEELD. Er is een tekening bewaard op een oude romeinse muur, in de kalk gekrast. Daarop zie je een figuurtje dat knielt voor een kruis. Aan dat kruis is iemand getekend iemand met een ezelskop. Eronder staat ‘Alexámenos aanbidt zijn God’. Een indringende tekening – op internet vindt u hem zo terug. Zó ongeveer kwam het christelijk geloof dus over – je bent toch idioot als je een gekruisigde aanbidt! Dat is toch geen god met power!
Lukas wist dit alles wel. Hij wil de geschiedenis van Jezus zó vertellen, dat mensen het zullen aannemen. Door het evangelie heen heeft hij daar al goed op gelet. En nu, in het slothoofdstuk, wil Lukas het helemaal duidelijk maken, dat Jezus’ dood wél past bij de Zoon van God, de Heer van de christenen. Hij schrijft het voor de duidelijkheid maar twee keer achter elkaar op. Eerst bij de Emmaüsgangers. “Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” – kijk maar in vers 26 En daarna tegen de leerlingen, in vers 44 en verder. Het móest zo zijn. Jezus’ dood is geen fout die door God weer wordt rechtgezet in de opstanding, maar dit was de bedoeling. Geen zinloze dood, maar een onderdeel van Gods plan.
[hoe niet]
Voor ons is dit natuurlijk niet nieuw. In de tijd voor Pasen hebben we veel gehoord over de noodzaak en de betekenis van Jezus dood, ons ten goede. Als iemand het aan ons zou vragen: “Waarom moest Jezus eigenlijk sterven? Past dat nu bij de Zoon van God? Waarom werd hij niet gered uit de handen van die slechte mensen?” – dan zouden wij wel een antwoord kunnen geven. U zou waarschijnlijk iets zeggen van dat Jezus moest sterven voor onze zonden, dat Hij het offer van zijn leven bracht om ons zo met God te verzoenen. Dit moest gebeuren, om te zorgen dat de schuld van mensen wordt vergeven. Dat is waar. Maar het is opvallend dat Lukas daar helemaal niet over spreekt. Lukas kijkt een heel andere kant op. Er staat niet “moest de Messias dit niet lijden om de zonden op zich te nemen?” of zo. Hij spreekt bijna niet over Jezus als offer. Dat is trouwens iets dat voor mensen óók bepaald niet eenvoudig te vatten is!

[hoe wel]
Lukas reikt ons vandaag een andere bril aan, en ik wil proberen om daar samen met u doorheen te kijken. Om Jezus op een andere manier te zien dan wij vaak doen, en om zo ook ons eigen leven uit die hoek te bekijken. Lukas legt er de nadruk op dat Jezus’ dood en opstanding al vanouds voorspeld zijn. Geen verrassing is wat er gebeurde, maar de volvoering van een aloud goddelijk plan. In die tijd hadden mensen veel respect voor wat oud was. De maatschappij was minder flitsend dan nu, waar oud bij ons al bijna vanzelf gelijk is aan ouderwets, niet relevant. Nee, toen was eerbiedwaardige oudheid een aanbeveling.
En Lukas laat zien: Jezus’ dood heeft oude papieren. Iets ervan was al eeuwen geleden te vinden in de heilige boeken van de Joden. We hoorden het bij de Emmaüsgangers: “En Hij –Jezus– begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was”.
En zo ook tegen de leerlingen in Jeruzalem. Jezus zegt “Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat– in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen”. En “Zó staat er geschreven, dat de messias moest lijden en sterven en uit de dood opstaan op de derde dag.”

[moet je wel geopenbaard worden]
Jezus’ dood en opstanding staan dus al in de Schriften: in de wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen – wat wij het Oude Testament noemen. Maar… dat moet je wel zien! Zo duidelijk is het niet. Anders zouden de mannen op weg naar Emmaüs niet zo somber hoeven zijn. Dan hadden ze kunnen zeggen: “o kijk, nu zitten we hier in de voorspelling, en dan komt straks het vervolg: Hij wordt weer levend uit de dood”. Nee, ze hadden er echt geen idee meer van, hoe dit alles in Gods plan paste! Terwijl ze best de heilige Boeken kenden denk ik. Maar je ziet Jezus en wat er met Hem gebeurde er niet zómaar in. Je ogen moeten ervoor opengaan. Dat doet Jezus dan ook, we lazen het in vers 45: “Toen opende hij hun verstand, maakte hen ontvankelijk, zodat ze de Schriften begrepen”.

[door lijden tot heerlijkheid door Bijbel heen]
Ik moet zeggen, als ik over de Emmaüsgangers lees, dan word ik erg nieuwsgierig wat Jezus tegen ze gezegd heeft. Een lange weg, twee uur lopen, dus Hij kan ze heel wat verteld hebben uit Mozes en de Profeten! Welke teksten zou hij hebben aangehaald? Hoe zou Hij ze op zichzelf hebben toegepast? Helaas, we weten het niet. Maar we zien wel dat het eerste deel van de Bijbel niet heeft afgedaan voor nieuw-testamentische christenen! Zonder Oude Testament kun je Jezus niet goed begrijpen, en het hele geloof niet.

In het oude testament staan allerlei beloften hoe God zijn volk Israël zal verlossen, hoe Hij zelfs heil voor alle volken zal brengen. Dat hadden Jezus’ leerlingen wel door, en daarom verwachtten ze van Jezus ook dat hij Koning zou worden. Dat Hij zou overwinnen, grote dingen zou doen. Dat Hij die beloften wáár zou maken. Maar dan blijft de vraag: hoe past de kruisiging daar in?
Lukas vertelt één ding van wat Jezus gezegd heeft, als een samenvatting, in vers 22. “moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” ‘Door lijden tot heerlijkheid’, dat is de kern van wat Jezus zei. En dat helpt ons om Zijn weg in het Oude Testament te vinden. Als je het Oude Testament leest, vind je namelijk al snel één ding. God gaat eigenlijk nooit simpelweg richting de heerlijkheid. Het is gewoonlijk niet zo dat alles recht naar de goede uitkomst gaat. Meestal gaat het met een bocht. Abraham bijvoorbeeld: hij had de belofte dat hij een groot volk zou worden – maar God gaat niet de kortste weg. Eérst moet hij jarenlang wachten op een kind. En dan moet hij hem ook bijna nog offeren. Zijn nakomelingen zouden het beloofde land erven – maar éérst gingen ze naar Egypte, in slavernij kwamen ze. Jozef, hij zag in een droom dat zijn broers voor hem zouden buigen – maar dat ging weer met een bocht. Dóór lijden, in de put gegooid, als slaaf verkocht – naar de heerlijkheid als onderkoning. Dán komt de belofte pas uit.
Door lijden tot heerlijkheid. Israël trok weg uit Egypte – maar niet via de kortste weg. Eerst komen ze klem te zitten bij de Rietzee, dán redt God ze op een heerlijke manier. En dan wéér: niet zo het beloofde land in, maar met een lange omweg door de woestijn.
En zo gaat dat maar door. Denk aan de vrienden van Daniël: ze vertrouwen op de Heer en willen niet knielen voor het beeld van koning Nebukadnezar. Dacht je dat God nu direct ingreep – dat Hij, hup, die hoogmoedige koning neerwierp? Nee! Ze worden gered, maar met een bocht. Door de vurige oven heen. Door lijden tot heerlijkheid.
Zo zou er nog véél en veel meer te noemen zijn. Steeds gaat het zo: door het tegenoverstelde heen, door wat een mislukking lijkt. In de psalmen vinden we dit – denk aan psalm 22 “mijn God, waarom hebt u mij verlaten” – en toch eindigt het als een loflied. Bij de profeten. Bijvoorbeeld uit Jesaja, dat bekende 53e hoofdstuk, over de knecht van de Heer die veracht wordt. Die als een lam ter slachting werd geleid. Door lijden – het lijkt een einde, een mislukking. Maar dan staat er toch: Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht. Door lijden tot heerlijkheid!
Dat is blijkbaar steeds Gods weg. Zo ging het met Israël als volk, zo ging het met velen die Hem dienden. God houdt vast en volvoert zijn plan – maar dat is geen plan van simpelweg rechtdoor. Hij bereikt zijn doel – maar dóór schijnbare mislukking heen. Door lijden tot heerlijkheid.
Zó staat Jezus’ weg in de Schriften afgebeeld. Geen draaiboek voor zijn leven, al zijn zelfs sommige details van zijn lijden precies terug te vinden – maar zijn leven, en sterven, en opstanding past precies bij hoe God werkt. Je denkt te klein van God, als je alleen aan glorie en bevrijding en heil denkt. God is nog veel groter: Hij toont zijn glorie in de nederigheid, in de schande, in het lijden van zijn messias aan het kruis. Dat is om je aan te stoten, inderdaad. Voor mensen toen, maar ook voor mensen nu. Zijn wij ook niet liever van het snelle succes? De voortdurende voorspoed? Ik begrijp die moslims wel, die niet kunnen geloven dat Gods boodschapper wordt gekruisigd.

[nu nog steeds deze weg]
En toch is dit de weg. De weg van God met Jezus. Maar ook de weg voor ieder die Jezus volgt. Kijk maar in het vervolg van Lukas’ geschrift, het Bijbelboek Handelingen. Jezus is opgestaan, dus je zou zeggen dat het nu eindelijk in een rechte lijn omhoog kan gaan. De boodschap van Jezus wordt verspreid, mensen worden massaal bekeerd en de overwinning is compleet!
Maar nee – of toch wel: het evangelie verspreidt zich overal, maar dóór lijden. Geen simpel succesverhaal, maar door lijden tot heerlijkheid. Gevangenissen, mensen die gedood worden, vervolging – dat is het verhaal van de eerste gelovigen. En daardoorhéén gaat God toch door. Dát is Gods weg. Geen theologie van de glorie, maar een theologie van het kruis, zei de reformator Luther hierover.
En dat is de boodschap ook voor ons vandaag. Dat God overal een kruis doorheen zet. Het kruis van Jezus. Wilt u een eenvoudig succesverhaal – neem dan een ander geloof. Dat biedt God niet. Zijn weg gaat vaak met een bocht. Misschien herkent u het wel in uw eigen leven. Dat u, met uw geloof en al, op een doodlopende weg lijkt te komen, of een weg die helemaal niet heengaat waar u het zou willen. Dat er dingen gebeuren die haast ingaan tegen wie God is. Dat het allemaal niet zo simpel en helder is. Niet te begrijpen. Hoe kan dit? De Heer wil toch zegenen en redden en helpen? Ja, dat wil Hij! Dat dóet Hij, geloof dat maar. Maar zo vaak ook nu: door lijden tot heerlijkheid. Lukas zegt het in zijn tweede boek tegen alle gelovigen: “Wij moeten door veel verdrukkingen in het koninkrijk van God ingaan”. Geloof ze maar niet, die predikers die je soms tegenkomt. Die mensen die zeggen dat geloof de garantie tot succes is, tot welvaart, tot een beter leven. Zo is het niet!

[het einde: vindication]
Of wacht… wat zeg ik nu? Geloven in Jezus, vertrouwen op Hem, is wél de weg tot een beter leven en tot een goede uitkomst. Zeker wél! We zien het hier bij Jezus. Door lijden en dood komt Hij tot heerlijkheid, krijgt Hij de ereplaats bij zijn Vader. We zien het bij al die voorbeelden uit de Bijbel – Jozef kréég een ereplaats zodat zijn broers voor hem bogen. Israël kómt door de woestijn in het beloofde land. De vrienden van Daniël wórden bevrijd uit de oven.
Ja, de uitkomst is zeker. Als we leven voor de Heer, als we de weg van Jezus willen gaan, dan is de uitkomst goed. Zeker weten – Jezus’ opstanding is de garantie! Als zelfs de dood niet te sterk is voor Gods reddingsmacht, dan kan alles. Dan kun je op Gods beloften vertrouwen. Dan zijn het geen loze woorden, dat Hij ons nooit zal laten vallen. Dan mogen we vertrouwen. Oók al lijkt alles verkeerd te gaan. Al zien we niet hoe zijn weg zal lopen. God werkt, ook door omwegen en door onmogelijkheid heen. Door lijden, zeker – maar tót heerlijkheid. Die is zeker.
Zelfs al gaan we letterlijk de dood tegemoet. Dan zal God ons ook dóór de dood heen redden. Zoals bij Jezus. Al kunnen wij niet verder kijken dan tót het einde hier op aarde, we mogen het vást geloven, wat de psalm zegt: ‘U zult uw knecht niet in het graf vergeten, uw dienaar zal van geen verderving weten’. Kijk maar bij Jezus! Tot heerlijkheid, maar wel door lijden. Dat vergeten welvaartspredikers. Die verkondigen wat ons meer ligt: simpel succes. Zo werkt God niet. Maar… de uitkomst is zeker.

[slot]
Lukas schrijft zijn evangelie, omdat hij wil dat zijn lezers, dat ook wij volgelingen van Jezus zijn. Zou het hebben gewerkt? Al was Jezus’ dood dan volgens Gods plan, de vraag blijft: wíl je zo’n God als Hij? Of hebben we liever het simpele succes? Maar er is geen weg die zo ver leidt als die van Jezus. Daar kom je, door alle bochten, mee op je ware bestemming – de heerlijkheid van God, het koninkrijk dat Hij brengt. Het snelle succes loopt dood, maar… Jezus leeft!

Halleluja, amen.

Advertenties