1. God, luister, let toch op mijn klagen!
Verlos mij van wie mij bedreigt;
zorg dat die meute mij niet krijgt.
Red mij van wie zich zwaar misdragen
en mij belagen.

2. Hoor hoe ze mij van kwaad betichten!
Listige leugens uit hun mond
schieten als pijlen in het rond.
Zie hoe ze sluw hun woorden richten
en onheil stichten.

3. Geniepig willen ze het winnen.
Ze schuwen lage listen niet
en zeggen: ‘Niemand die het ziet
of weet op wat voor kwaad wij zinnen
heel diep vanbinnen.’

4. Maar dan laat God zijn pijlen vliegen.
Ze worden zelf ineens geveld.
Wie naar hen kijken staan versteld.
Ze vallen door hun eigen liegen
en slinks bedriegen.

5. ‘De HEER deed deze grote dingen,’
zo klinkt eerbiedig ieders stem.
Wie trouw zijn zoeken heil bij Hem.
Verheugd om al zijn zegeningen
zullen zij zingen.

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden