Tags

,

1. U prijs ik, HEER, want U genas
mijn ziekte die zo ernstig was.
De vijand zwijgt, want tot zijn spijt
hebt U mij van de dood bevrijd.
U trok mij uit het graf naar boven.
Omdat ik leef, wil ik U loven!

2. Kom, trouwe dienaars van de HEER,
loof God met mij en geef Hem eer!
Zijn woede duurt maar één moment,
terwijl zijn gunst geen einde kent.
Al is de avond zwaar van zorgen,
vol vreugde is de nieuwe morgen.

3. Ik was in zorgeloze rust
mij van mijn zwakheid niet bewust.
Genadig was U, HEER, dichtbij;
het ging geweldig goed met mij.
Toen hebt U uw gezicht verborgen –
direct werd ik geplaagd door zorgen.

4. In angst en pijn riep ik U aan:
‘HEER, laat mij niet ten ondergaan!
Ga ik het graf in, word ik stof,
dan zwijgt mijn lied, verstomt uw lof.
Genade, HEER! Kom mij bevrijden,
luister en help nu ik moet lijden.’

5. U gaf mijn leven nieuwe glans.
Mijn klacht ging over in een dans.
Eerst droeg ik droef een rouwgewaad,
nu ga ik zingend over straat.
Mijn blijdschap wil ik niet bedwingen:
voor eeuwig zal ik voor U zingen!

© Small Stone Media t/a Dicht bij de Bijbel
Alle rechten voorbehouden