Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters hier en thuis,

[intro]
in de afgelopen week reed ik in Werkendam langs een industrieterrein. U weet wel hoe dat eruit ziet, zo’n industrieterrein: rechthoekige gebouwen, niet al te mooi, brede wegen zonder markering in het midden. Maar opeens zag ik daar iets opvallend. Op één van die grijze gebouwen stond heel groot: ‘Jesus saves!’ En dat niet alleen, op de zijkant van het gebouw stond: ‘Because Jesus lives, we can face tomorrow!’ Dat is in het Nederlands: omdat Jezus leeft kunnen we de nieuwe dag aan. Het was niet zomaar een kantoortje, maar echt een groot bedrijf, met een grote lange muur. Nou, dacht ik, die komt wel voor zijn geloof uit!
En meteen dacht ik ook: Kijk, dat is nou een mooi voorbeeld om zondag mijn preek mee te beginnen, nu dus! Want die zin op de muur Is natuurlijk niet willekeurig gekozen. De eigenaar heeft een zin gezocht die het hele geloof samenvat. En waar moet je dan beginnen? Daar, inderdaad, waar hij begint: Because Jezus lives… omdat Jezus leeft…. daar draait alles om!
‘Because Jesus lives, we can face tomorrow!’ Je zou deze woorden als titel boven het hoofdstuk kunnen zetten dat we zojuist lazen, 1 Korinthe 15, het hoofdstuk waar we de komende weken bij hopen stil te staan in deze tijd na Pasen. Alles draait om Jezus’ opstanding! Het verleden, het heden en de toekomst. Vandaag wil ik met u en jullie stilstaan belang van Jezus’ opstanding, eens, als basis voor heel het geloof, nu.

[situatie toen en nu]
Laten we eerst even kijken wat er in dit hoofdstuk aan de hand is. Er zijn in de gemeente van Korinthe ideeën in omloop waar Paulus zich heftig tegen verzet. U kunt het lezen in vers 12: ‘hoe kunnen sommigen van u zeggen dat de doden niet zullen opstaan?’ Er werd niet ontkend dat Jézus is opgestaan, maar deze opmerking gaat over wat er met jóu gebeurt als je sterft. Er waren daar blijkbaar mensen die zeiden: als je sterft dan wordt je ziel gered, die gaat naar God. Maar je lichaam? Dat is niet belangrijk, dat heeft afgedaan. Zulke gedachten passen goed in het Griekse denken van toen, waar wel gezegd werd ‘soma sèma’, dat wil zeggen ‘het lichaam een kerker’, een gevangenis voor je ziel. Paulus verzet zich tegen zulke gedachten. Een christen mag geloven: héél je bestaan, lichaam en ziel, is in tel bij God. Ik geloof de wederopstanding van het lichaam! Heeft de oude kerk met nadruk in de apostolische geloofsbelijdenis gezet.
Bij ons zullen er wel niet zulke ideeën leven als toen in Korinthe. Wij leven in een heel andere tijd, waarin niet de ziel, maar juist het lichaam alle nadruk krijgt. Maar toch… Soms kan je diezelfde vraag bekruipen: is er wel echt een opstanding? Als je bij een begrafenis bent, op de begraafplaats staat en de kist is gedaald,. Als er veel door je heen gaat en er iemand naast je komt staan en de hand op je schouder legt, je moed inspreekt en het tegen je zegt: “Kijk niet alleen naar beneden, kijk verder naar de dag waarop Christus terugkomt. Dan zal ook deze man of vrouw uit het graf herrijzen!” Je knikt; maar diep van binnen denk je: zou het echt? Dat zijn van die momenten dat je merkt: nu komt het erop aan, dat het waar is, dat Jezus eens echt is opgestaan! Want anders is er geen hoop, is er alleen dood en gemis op zo’n moment.
Er kunnen ook andere vragen voor je leven. Dat er dingen gebeuren waardoor je denkt: is er wel een God? Ik denk dan ook aan de huidige pandemie van het coronavirus. Misschien denk jij het wel, die nu thuis zit met je ziel onder je arm. Waar is God in dit alles? Is geloof niet gewoon een mooi verhaaltje om houvast te hebben? Ook wij kunnen onze vragen hebben. Over de opstanding, over God. Over onszelf of over de toekomst.

[Jezus’ opstanding de basis voor heel het geloof]
Paulus zou denk ik op al die vragen hetzelfde antwoorden als hij toen antwoorden aan de mensen in Korinthe: ‘Jezus Christus is toch opgestaan uit de dood?’ Wat dat betekent voor al die vragen, daar kom ik zo uitgebreider op. Maar dít is Paulus’ kernzin, hij staat in vers 20. Ik vertaal letterlijk, en dan stat er: “Maar nu, Jezus Christus ís uit de dood opgewekt’. Het is als een klap op een grote gong, die lang doorklinkt, tot vandaag hier in de kerk. Dit is de kern waar alles omdraait: Jezus is opgestaan. En dat maakt alles anders. De kern – niet Kerst, maar Pasen is het grootste feest van de christelijke kerk. De kern – mijn geloof in één zin samengevat is niet dat Jezus voor mijn zonden is gestorven (hoe waar dat ook is), maar dit: Jezus leeft! Natuurlijk, het geloof heeft veel kanten, maar dat is de kern waar alles om draait. Net als er van alles bij Koningsdag hoort, van oranje tompoezen tot vrijmarkt tot TV-kijken, maar één ding is de kern die de rest draagt: dat onze koning jarig is. Was dat niet zo, dan zou alles stoppen. Net zo is het met Jezus’ opstanding. Is die niet waar, dan stort de hele rest in: onze kerkdiensten, ons geloof is God, onze hoop en ons houvast.
In vers 17 zegt Paulus het: ‘als Christus niet is opgewekt is uw geloof nutteloos’. Dan is alles wat we zeggen over God en wat Hij doet en belooft niet waar. Dan is Jezus gewoon een wijze man geweest die werd vermoord. Dan heeft gewoon geweld het laatste woord, niet goddelijke liefde. Dan is het leven zoals het is: niet meer dan een strijd om het bestaan, beheerst door wat natuurwetten. Hoeveel mensen geloven dat niet? Maar nu – Jezus ís opgestaan! Dat mag ik u en jou zeggen, vol overtuiging. En doordat Jezus opstond, mogen we vast weten: er is méér. Meer dan de natuurwetten, meer dan je ziet met je oog, méér dan een leven dat stopt met de dood. Hij is het bewijs dat de dingen anders zijn. Net als iemand die zegt ‘alle zwanen zijn wit’ weerlegd wordt als je één zwarte zwaan kunt aanwijzen – net zo weerlegt Jezus’ opstanding het idee dat er niet méér is dan de wetmatigheden van de wereld.
In vers 18 zegt Paulus: als Jezus niet is opgewekt, worden ook de gestorven gelovigen niet gered. Dan is er geen hoop die verder gaat. Dan is het gewoon: dood is dood. Maar wij mogen geloven: Jezus leeft, en ik met Hem! Hij stond op, dus wij eens ook. Hij toont dat het kán: sterven en toch leven. Als hij leeft, dan is het graf niet het einde. En goddank, dit mag ik u en jou zeggen: Hij ís opgestaan. Dan is er hoop voorbij de dood!

[Jezus’ opstanding geloof-waardig]
Maar… als je een zwaar gewicht ophangt aan één spijker, moet je wel zeker zijn dat die spijker stevig in de muur zit! Want anders valt de hele boel met een klap op de grond, in stukken…
Zo is het ook met Jezus’ opstanding. Daar hangt heel ons geloof op. Maar hoe stevig is dat? Of om het maar bot en helder te zeggen: is Jezus, die dood was, nu echt wel opgestaan? Kun je daar 100% van op aan?
Dat vragen anderen je misschien, en anders soms een stemmetje in je eigen hart. Hè, denk je, misschien, maar niet over nadenken. Maar ik wil er vanmorgen juist wél over nadenken. Juist omdat het zo’n kernzaak is. Paulus helpt ons daarbij. Hij somt allerlei mensen op die Jezus gezien hebben na zijn dood, kijk maar in vers 5 en verder. “Hij verschenen is aan Kefas, vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen”. Paulus voelt wel aan dat zoets ongelooflijks als opstanding goed onderbouwd moet worden. Daarom zegt hij als het ware: ga maar navragen! Er lopen zelfs meer dan 500 mensen rond die Hem samen ontmoet hebben nadat het graf leeg bleek te zijn. Je kunt het checken als je ze opzoekt!
Dan iets anders: Jezus was ter dood gebracht om Hem het zwijgen op te leggen. De machthebbers waren dan ook bepaald niet blij toen zijn volgelingen gingen verkondigen dat Hij leeft! Wat was logischer geweest dan dat ze bij zo’n absurde bewering op het graf van Jezus hadden gewezen en op het lijk dat erin lag? Maar ze deden het niet! Waarom niet? Was het graf soms leeg?
Nog iets: waarom ging de beweging rond Jezus niet als een nachtkaars uit toen hun leider dood was? Kort ná Jezus’ kruisiging begon die beweging van mensen die beweren dat Hij leeft. Een groep die wonderlijk snel groeide, en waarvan de leiders zelfs hun leven gaven voor deze belijdenis: Jezus leeft! Hoe kan dat toch? Zou het waar zijn? Niemand wil toch zijn leven geven voor een leugen?
Neem nu dit alles eens bij elkaar. Is het dan zo vreemd om te geloven dat Jezus echt is opgestaan? En voor wie nog meer overtuigd wil worden: lees het boek ‘Cold-Case Christianity’. Dat is geschreven door een atheïst die de aanwijzingen voor en tegen Jezus’ opstanding ging onderzoeken en zo tot geloof kwam. We kunnen vol vertrouwen instemmen met Paulus: Christus ís opgestaan!

[verdere zaken met basis in Jezus’ opstanding]
Maar nu gaat het niet alleen om het feit van toen, lang geleden. Jezus is opgestaan, toen, en dat is een stevige spijker om het het geloof aan te hangen. Of met een beter beeld: en sterke basis, een sterk fundament om op te staan en op te bouwen.
Jezus is opgestaan. Ik noemde al twee dingen uit vers 17 en 18. Dan is het geloof níet leeg, ik zei het al. Dan kan, dan moet er wel een God zijn. Dan is er hoop, ook als je sterft. Maar Paulus noemt nog meer in. Hij zegt ‘als Christus niet is opgestaan, dan bent u nog een gevangene van uw zonden’. Misschien hebt u of jij daar wel eens vragen bij: zou God mij werkelijk willen aanvaarden? Vergeven? Kan ik echt vrij zijn? En het heerlijke antwoord is: ja! Jezus heeft immers zijn leven gegeven om als ons kwaad te verzoenen. Hij zegt het zelf: om zijn leven te geven als losprijs voor velen. Alleen, als Jezus niet was opgestaan, hadden we nooit geweten dat zijn offer aanvaard was. Was zijn dood het einde, dan was er maar één conclusie: mislukkeling in plaats van messias! Maar nu mogen we vast geloven: er is betaald, het offer is aanvaard. De weg is vrij tot de Vader. Ook voor u en jou! Hij zegt ik: ik leef, en jij zult leven! En waarom? Omdat Hij is opgestaan!
Tenslotte: Paulus noemt Jezus in vers 20 de ‘eersteling’. Dat betekent, heel in het kort dat zijn opstanding het begin is van iets groots. Niet alleen dat wie gelooft ook zal opstaan, maar nog groter. Zijn opstanding is het eerste teken van een hele nieuwe wereld. Eens zal alles vernieuwd worden door Gods opstandingskracht. Dat geeft hoop, hoop voor de hele wereld! Als je nu om je heen kijkt is er zoveel dat schrééuwt om vernieuwing, om verandering. Van dat virus tot huiselijk geweld, van uitbuiting van armen tot uitsterven van allerlei dieren. Is er nog hoop? Já! Want Jezus is al opgestaan – en dan komt de grote vernieuwing er aan! Daarover later meer.

[slot]
De opstanding toen, basis voor heel het geloof nú! Volgende keer zullen we erbij stilstaan hoe dit geloof in Jezus’ opstanding ook je dagelijkse levenshouding mag stempelen. Maar voor nu: houd het vast. Zeg het maar mee met Paulus: maar nu – Christus ís opgestaan! Het evangelie, zie vers 1 en 2, “dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding – als u tenminste vasthoudt aan deze boodschap die u verkondigd is”.
Vasthouden – houvast, dat is het! En heb je soms je twijfels, over God, over zijn beloftes, over jezelf en de toekomst: denk dan aan de opstanding! Beter nog, denk aan de Opgestane. Denk aan wat er op die muur in Werkendam staat: ‘Because He lives, we can face tomorrow!’

Amen.