Tags

, ,

Gemeente van Jezus Christus, hier en thuis,

[intro: moeilijke opdracht nu]
soms, dan is het niet zo moeilijk om goed te doen en vriendelijk te zijn. Soms gaat het bijna vanzelf. Als je meer dan voldoende geld hebt en er komt iemand voor een collecte aan de deur of een sponsoractie: natuurlijk, hier heb je wat! Of als er iemand komt vragen of je, misschien, als je tijd hebt en het niet teveel moeite is, je haar een keer zou kunnen helpen met iets dat ze zelf niet meer kan. Geen probleem, dat wil je wel doen. Je krijgt er nog een goed gevoel van ook.
Lastiger wordt het al als goed doen meer moeite kost. Een voorbeeld: het geeft een goed gevoel misschien om een keer bij een eenzaam iemand langs te gaan. Maar om dat structureel te gaan doen? Dát zou pas echt goed zijn, daar zou die ander echt mee geholpen zijn, maar eigenlijk heb je daar niet zo’n zin in. Lastig…
Maar soms, soms is goed doen écht moeilijk. Wat doe je als er een medeleerling is die jou voortdurend belachelijk maakt? Als je collega’s hebt die echt vervelend doen? Als je een familielid hebt dat er plezier in lijkt te hebben kwaad over je te spreken? De natuurlijke reactie is: net zo iets terugdoen. Die vervelende jongen flink terugpakken, die hatelijke collega keihard negeren, die roddelaar keihard de waarheid zeggen. Zien ze jou als vijand? Dan jij hen ook!
Dat is de natuurlijke reactie. Maar nu zegt Jezus iets heel moeilijks: heb je vijanden lief. Zegen wie jou vervloeken. Doe goed aan degenen die je haten en slecht behandelen. Kun je dat? Wíl je dat? Wil ik dat, als ik eerlijk ben?

[moeilijke opdracht toen]
Petrus schrijft inzijn brief over ‘het goede doen’, we hoorden het vorige week. En vanmorgen worden de zaken daarbij op scherp gezet. Petrus schrijft aan slaven: ‘erken het gezag van uw meesters, niet alleen de goede en rechtvaardige, maar… ook de onrechtvaardige’. Letterlijk staat er ‘de kromme’, zeg maar de echt foute slavenhouders. Mensen die hun slaven voor het minste of geringste afranselden. Petrus zegt: erken hun gezag en blijf het goede doen. Dát is een zware opdracht! Ja, het is wel in de lijn van wat Jezus zei: zegen wie je vervloeken. Doe goed aan degenen die je haten en slecht behandelen. Maar zou jij, zou u hier zin in hebben?
Nu kan ik even niet ingaan op dat hele punt van de slavernij, daar kom ik vanavond op terug. Slavernij is fout, maar toen helaas een gegeven. De vraag is: hoe leef je in navolging van Jezus, als je een slaaf zonder rechten bent? Dan zegt Petrus eenvoudig: de opdracht staat. Doe als Jezus! Die moeilijke opdracht: het goede doen, ook naar degenen toe die jou kwaad doen. Ook naar de man die jou bezit als eigendom. Straal ook in díe situatie iets uit van Jezus’ andere leven. Deze opdracht moet niet eenvoudig zijn geweest, stel ik me voor! Minachting beantwoorden met respect, zelfs slagen verdragen zonder schelden…

[onmogelijke opdracht]
Ook voor sommigen van ons kan het heel moeilijk zijn om Jezus’ grote opdrachten te horen: liefhebben, goed doen, zegenen, de minste willen zijn. Dat je denkt: het bijleggen met die-en-die? Het is toch echt helemaal zíjn schuld! Of die vrouw ooit nog helpen? Weet je wel hoe ze doet tegen me, en wat ze soms zegt? Heb je vijanden lief… het klinkt zo bekend, het klinkt zelfs mooi. Maar het is moeilijk, haast onmogelijk. We durven muren die we gebouwd hebben niet weg te halen, want we zijn bang voor de gevolgen. Openheid maakt je kwetsbaar. We willen vaak ook niet eens, het is wel bést zo. Je zorgt dat je je eigen leven op orde hebt en dat is genoeg. Die ander zoekt het maar uit. Ja, we kúnnen het soms niet eens: het goede blijven doen tegen iemand die je kwetst, ergert, treitert zelfs.
En toch is dat wat van een christen gevraagd wordt. Maar hoe kun je ooit zo leven? Petrus zegt helder: “Dat is uw roeping” – het goede doen ondanks weerstand en lijden. Maar hoe haal je dat ooit? Petrus vervolgt: “Christus heeft u een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem!” Ja, het is waar: Jézus heeft gedaan wat hij preekte. Hij had zijn vijanden lief. Hij schold niet terug. Hij hielp wie het niet verdiende. En ga zo maar door. Híj deed het zo. Maar waar haal ik de kracht vandaan? En de wil?
Jezus als voorbeeld, mooi, maar hoe moet ik dat opvatten? Zo van: Hij deed het voor, nu jij nog net zo? Dat zou een deprimerende opdracht zijn. Want als je jezelf een beetje kent, dan weet je dat dat je niet gaat lukken….

[opdracht alleen te vervullen in éénheid met Hem]
Maar nu staat er gelukkig meer! Calvijn merkt al op bij dit vers: Jezus alleen als voorbeeld zou al te koud en karig zijn! Nee, luister goed wat er staat in vers 24 “Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout opgedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven”. Weet u waar het uiteindelijk om gaan? Niet om Jezus als voorbeeld te volgen alleen. Het gaat erom dat je verbonden bent aan Hem. Je kunt alleen net zo in het leven staan als Jezus, vijanden liefhebbend, geduldig en goed, als Hij zelf in je is!
En weet u, dat is het geheim van het geloof: dat ik en de Heer bij elkaar horen. Het geheim dat ons wordt aangewezen in het Avondmaal. Hij en ik zijn verbonden! Toen Hij stierf, ging al mij schuld met Hem mee het graf in. Want Hij en ík horen bij elkaar. Dat was toen zo, toen Hij mijn zonde droeg. Maar dat is nog zo! Wij horen samen, dus zijn leven is in mij. En dat maakt alles anders! Ook dat wat we vandaag mogen vieren in het Heilig Avondmaal: Hij één met mij. Dat is de gave die de opgave meer maakt dan onhaalbaar.
Laten we daar nog wat dieper op inzoomen.

[Hij één met ons in onze zonden en moeite]
De Heer en ik – we horen bij elkaar. Beter nog: de Heer en wij, alle gelovigen. Jezus werd een mens, één van ons, daar begint het al mee. Sterker, de Heer werd een slaaf! Maar het gaat nog veel verder. Jezus is aan ons verbonden in zijn lijden en dood. Alleen door die verbinding heeft het sterven van Hem aan het kruis betekenis voor mij. Want toen stierven wij, in zekere zin. Onze schuld en straf werden gedragen, toen Hij zijn leven gaf. Het is wat vers 21 zegt: “Hij heeft geleden om uwentwil”. Dat is eigenlijk het evangelie in twee woorden “om uwentwil”. Hij stierf, hij betaalde de prijs, voor ons – want Hij en wij horen samen! Voor zichzelf hoefde hij niets te betalen. Het was voor ons, voor al onze onwil en ons ongeloof en onze slechte daden. Hij stierf om de straf te dragen, de schuld te betalen.
Is dat niet precies waar het Heilig Avondmaal ons op wijst? Het brood, zijn lichaam dat verbroken werd. De wijn, zijn bloed. En dat alles, wat je aan zijn tafel krijgt aangereikt, spreekt het uit “om uwentwil” – Ik deed dit voor jou. Je bent vrij! Geen slaaf van de zonde maar kind van God. Want Jezus en jij – ze horen bij elkaar. Hij als oudste zoon, en wij als andere kinderen van de Vader.

[wij een met Hem in nieuw leven voor God en anderen]
Maar dat is niet alleen wat het Heilig Avondmaal aanwijst. Het wijst ook op dat andere. Niet alleen ‘hij droeg mijn schuld’, maar ook ‘ik ontvang zijn leven’. Zijn bloed, zijn levenskracht wordt je in de wijn aangereikt. Het brood verbindt je met Hem in één lichaam. Realiseren we ons dat aspect wel? Hij leeft in ons! Hij hoort bij jou, jij bij Hem. Je bent verénigd met de Heer, in Geest en geloof, en dat wordt bezegeld aan zijn tafel. Hij in mij!
Wat is dat geweldig! Dát is de manier om op Jezus’ weg te gaan. Om die opdracht te kunnen opvolgen om je vijanden lief te hebben, om goed te doen onder een slechte meester, om zachtmoedig te zijn. Hij in mij. Het kan niet in je eigen kracht, maar omdat Hij zelf in je leeft! Petrus zegt “opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven”. Gestorven met Hem, én levend met Hem. Zijn Geest in je, zowaar je brood en wijn ontvangt. Zijn kracht om te doen wat goed is, wat het ook kost. Is Hij in mij, dán kan ik zijn als Hij!
En daarom: ontvang vandaag brood en wijn, ontvang Hemzelf, om meer en meer te kunnen leven als Hij. De zonden laten, en meer nog: uit liefde te leven. Altijd, ook als het moeilijk is! Daar wil Hijzelf ons voor versterken vandaag. Want Hij en ik, we horen bij elkaar. Ongelooflijk, onverdiend, maar Godzijdank tot waar! Dat mogen we zien, dat mogen we vieren, in brood en wijn!

Amen