Eerst de tekst voorlezen: Mattheus 5:29-30
Gemeente van Jezus Christus,
[intro: radicaal]
De AIVD, de inlichtingendienst, doet regelmatig onderzoek naar gevaren die onze samenleving bedreigen. Gevaar van Russische sabotage, gevaar van terroristische aanslagen… Een van de dingen die telkens terugkomt in hun rapporten is het gevaar van radicalisering. Radicalisering, wat is dat? Dat een bepaalde groep steeds extremer wordt in haar standpunten, en ook bereid is steeds extremere dingen te doen. Je hoort van moslimjongeren die radicaliseren. Eerst deden ze weinig met geloof, maar ze gaan steeds vaker naar de moskee. Ze gaan 5 keer per dag bidden, laten een baard staan er lopen in een lang gewaad. En ze zijn soms vatbaar voor de boodschap van filmpjes op internet die oproepen tot geweld, tot strijd voor de Islam. Dan krijg je berichten zoals “man die inreed op kerstmarkt was geradicaliseerde Syriër”. Maar ook bijvoorbeeld een milieuactivist kan radicaliseren.
Dat is één ding. Aan de andere kant kom je ook regelmatig mensen tegen die oproepen tot radicaal christen zijn. Je moet die zoekterm maar eens intikken op internet, dan vind je van alles. Soms goed, soms minder, maar mensen die oproepen tot een radicaal christen-zijn hebben wel één ding gemeen. Ze vinden de meeste christenen veel te lauw en te slap. Alles kan ermee door qua levensstijl, er wordt niet geëvangeliseerd, enzovoorts. Slappe hap! Jezus was radicaal, zo wordt gezegd, dan moeten zijn volgelingen dat ook zijn!
Wás Jezus radicaal, is dat zo? En hoe dan? In het Bijbelgedeelte dat we lazen Lees verder