Noem eerst de tekst: Joh 18:8 en lees die nogmaals
[Jezus geeft zichzelf koninklijk over]
Met koninklijk gezag staat jezus daar. Daar staat Hij, fier rechtop, tegenover die groep soldaten die hem gevangen wil nemen. Maar niet zij hebben de regie in handen, dat is Jezus. Hij staat rechtop, zij krabbelen net weer overeind. Zijn gezag blies hen letterlijk omver. Toen ze vielen, is Hij er niet vandoor gegaan, rustig is Jezus blijven wachten. “Ja, ik ben het!” Geen enkel poging om uit hun handen te blijven. Degene die ze gevangen moeten nemen, geeft zelfs een opdracht. “Als jullie mij zoeken, laat deze Mensen dan gaan”. En zonder protest doen de ruwe soldaten wat Hij opdraagt.
Johannes legt in zijn evangeliebeschrijving alle nadruk op Jezus’ grootheid. Dat Jezus angstig gebeden heeft in deze tuin, dat laat hij weg. Niet dat het niet gebeurd is, maar daar gáát het niet om nu. Jezus is geen bang slachtoffer, bewust kiest Hij de weg naar het kruis. Hij wist precies wat er met Hem zou gebeuren, zegt vers 3. Hij wíl de beker drinken die Hem wordt aangereikt, vers 11. Hij weet, Hij wil… Jezus wordt niet gevangen genomen, Hij gééft zich gevangen.
[Jezus’ volgelingen gaan vrijuit]
Zo staat Jezus daar. Maar stel je voor dat je één van Jezus’ leerlingen was geweest. Zou je daar ook zo rustig hebben gestaan? Nee, je bent bang. Kijk je kleine groepje, ver in de minderheid tegenover een cohort soldaten. Die bewapende strijders komen recht op je af. Niet alleen op Jezus, maar ook op jou! Petrus trekt paniekerig een zwaard, hij slaat iemand een oor af. Al te goed is hij blijkbaar niet in zwaardgebruik. En jij hebt niet eens een wapen… Wat kun je doen?
Het is duidelijk: straks ben je allemaal de klos. Gevangen, ergens in een kerker, of nog erger. Je kijkt schichtig alle kanten op, of er nog een manier is om snel weg te wezen. Want dit gaat fout!
Ja, inderdaad. Zonder Jezus ziet het er slecht uit voor zijn volgelingen. Maar Jezus is er ook nog! Hij neemt het voortouw, waar zijn leerlingen wegkruipen. ‘Wie zoeken jullie?’ – en kijk, de hele troep deinst al terug. Je hoort Hem zeggen: ‘als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan’. Met een hoofdknik geeft hij je verlof: ga maar! En snel verdwijn je. Verward denk je: waarom zorgt Jezus niet voor zichzelf? Maar één ding is zeker: Hij heeft jou gered, en de anderen.
Ja, zo is Jezus! Zelfs in de donkerste nacht denkt Hij aan zijn volgelingen. Aan Petrus, Johannes en Thomas… En ook aan mij en u en jou! Hij geeft zich gevangen, maar zorgt voor de vrijheid van velen.
[Jezus geeft zich over aan dood en duister]
Aan wie geeft de Heer zich gevangen? Letterlijk geeft hij zich natuurlijk over aan de troep soldaten onder leiding van Judas. Maar zij vertegenwoordigen hier veel meer. Degenen die hen stuurden, en al de haat en het kwaad daarachter. De Bijbel noemt het ‘de macht van de duisternis’. Die komt hier op Jezus af! En hoe wonderlijk: Jezus, het Licht, geeft zich over aan het duister, aan de dood, aan de macht van het kwaad. Dát is wat hier gebeurt. Hij had kunnen ontkomen, ongetwijfeld. Maar Hij geeft zich in hun handen, vrijwillig.
Uiteindelijk zit de duivel erachter. De duivel denkt Jezus te vangen. Achter die troep soldaten zie je de gestalte van de dood. De dood denkt Hem te sterk te zijn. Het kwaad ruikt zijn kans. Want Jezus gebruikt zijn goddelijkheid niet. Hij laat zich vangen, meenemen, boeien… Waarom?
[wij bevrijd van dood en duister]
Ja, waarom? Dat zegt Hij eigenlijk zelf al, hoewel niemand er toen nog de diepte van vatte. ‘Als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan’. Jezus geeft zichzelf, en laat zo zijn volgelingen vrijuit gaan. Zodat ze niet gevangen worden, geen slachtoffer worden. Van die troep soldaten? Ja, maar ook veel dieper. Jezus levert zich uit aan het duister, aan de dood, aan het kwaad – zodat al de zijnen van alle tijden daarvan vríj worden.
Zijn wij mensen niet allemaal gevangenen in de macht van de dood? De dood héérst, iedereen is gevangen, moet sterven! Zo is het toch? En zit de wereld daarbij niet vast in de macht van het duister? Kijk hoeveel donkere dingen er de aarde verduisteren. Wie kan het overwinnen? Nog erger: we zijn gevangen in het kwaad. Het kwaad dat ons overkomt, maar ook het kwaad dat we zelf doen. Je kunt er niet uit los komen, hoe hard je het ook probeert. Voel jij, voelt u het nooit, hoe jij, hoe wij vast zitten, in kwaad, in duisternis, terwijl de schaduw van de dood over ons hangt als een donkere vleermuis? Hoe word je ooit werkelijk vrij…?
Kan dat dan? Ja! Want daarom geeft Jezus zich gevangen. Om ons te bevrijden. Vrij uit de macht van de dood, want Jezus brak de macht ervan – hij stond weer op! Wie in Hem gelooft zal eeuwig leven. Jezus maakt vrij uit de macht van het kwaad, want juist daarvoor gaf Hij zijn leven. Om vergeving te brengen voor kwaad dat we doen, en kracht te geven voor het kwaad dat ons overkomt. Jezus geeft zichzelf. En daar begint die wonderlijke ruil van het geloof: Hij vast, ik vrij. Hij de dood, ik het leven. Dat ongekende wónder! Dat je, net als de leerlingen toen, ineens merkt: hé, ik kan gaan in vrijheid – terwijl is in de verte Jezus weggevoerd ziet worden.
[Oproep tot eerbiedige dankbaarheid]
‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan’. Daar zit heel het evangelie in! Dat is wat het Heilig Avondmaal ons wijst: dat je mag leven, eten en drinken, uit zijn nood en dood.
Dan mogen we wel hoge eerbied hebben voor Hem, de Heer. Koninklijk geeft Hij zich gevangen. Koning ís hij, en wij mogen eerbiedig buigen voor Hem. Dan mogen we wel diep dankbaar zijn. Hij geeft vrijheid, leven, álles… Aan ons, onverdiend. En Hem kostte het alles. Geloof dan met heel je hart in Hem! Vertrouw dat Hij je bevrijden zal. Laat zijn offer ons aansporen om onze vrijheid dan ook goed te gebruiken, tot zijn eer. Laten we vandaag Hem vereren aan zijn tafel. Want Hij is goed, en groot, en Hij gaf zichzelf. Wat een wonder!
Amen