Tags

, , , ,

Uit de Bijbel is gelezen: delen uit Psalm 31, en Romeinen 14:7-9

 

Gemeente van Jezus Christus,

[intro]
“wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed” zegt de Bijbel ergens. Als er één punt is waar dat duidelijk blijkt, dan is het wel op het gebied van de medische wetenschap. Hoezo, vraagt u wellicht? De medische kennis van tegenwoordig heeft toch juist veel leed voorkomen? Operaties en medicijnen die veel ziekten kunnen verhelpen, pijnstillers en hulpmiddelen voor als er geen genezing mogelijk is. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Maar toch… juist als we vanavond nadenken over vragen rond het levenseinde, dan blijken de toegenomen kennis en mogelijkheden niet alleen problemen op te lossen. Er zijn nieuwe vragen en dilemma’s gekomen, die er vroeger niet waren. Vragen zoals: Moeten we deze zieke nog reanimeren? Wegen de nadelen van een chemokuur op tegen de levensverlenging die hij geeft? Hoelang ga je door met sondevoeding? Of nog zwaardere vragen: we hebben deze persoon in leven weten te houden, maar mag dit bestaan nog wel léven heten? Moet je dat verlengen? En wat als iemand zelf niet meer wil leven?

“Wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed”. Een eeuw geleden waren de mensen uit ál deze voorbeelden gewoon al overleden. Niemand zou een eeuw terug willen natuurlijk, maar dat betekent dat we de hedendaagse vragen rond het levenseinde wel onder ogen moeten zien. Velen van ons zullen er mee te maken krijgen, of al hebben. Het is goed te bezinnen vóór je er ineens mee geconfronteerd wordt, op een moment dat er veel te werwerken is!

[achtergrond]
We zijn hier in de kerk, dus natuurlijk kijken we vanavond vanuit christelijk perspectief. Maar ik wil niet blijven hangen bij vragen als: mag euthanasie? Moet je die-en-die behandeling afwijzen?Dat zijn belangrijke vragen, maar nog veel belangrijker is welke basishouding ons omgaan met lijden en dood kenmerkt. Letterlijk betekent eu-thanasie: “goed sterven”. Wat is goed sterven? Hoe kun je goed sterven? En dan niet alleen lichamelijk gezien – liefst niet aan allerlei slangen, liefst zonder pijn – maar vooral ook geestelijk. Hoe kom je in het reine met het feit dat je leven eindigt? Ja nog meer: hoe kun je heengaan in vrede, uitzicht hebben ook over de dood?

[Autonomie/zelfbeschikking]
Laten we eerst eens kijken hoe in de maatschappij vaak wordt gedacht over oud worden. ‘Ik hoop dat ik nooit zo oud wordt’ hoor je soms wel eens mensen zeggen. Dan bedoelen ze natuurlijk niet dat ze jong willen overlijden, maar dat ze nooit zo gebrekkig of afhankelijk worden als degene die ze voor zich zien. Gezond en vitaal oud worden, en dan ineens weg zijn, dat lijkt wel ideaal. Wat zit hierachter? Dat autonoom zijn, zelf de regie hebben, voor velen het hoogste goed is. Uit het leven halen wat kan, zo lang mogelijk alles zelf doen, en als dat niet meer kan: dan heeft het leven eigenlijk geen zin meer. Het klinkt hard, maar zo denken velen bewust of onbewust. Misschien ik en u ook wel, meer dan we beseffen!
Het is ook niet meer dan logisch dat je zo denkt, wanneer je alleen horizontaal kijkt, naar het hier-en-nu. Maar het lastige is: het is een levensinstelling zonder uitzicht. Het helpt je niet in het omgaan met lijden en eindigheid. In onze samenleving kun je het lang buiten de deur houden, maar ziekte en moeite hóren bij het leven. Een mens ís naar de dood onderweg en sterft daarvoor al vele doden! Hoe kun je daarmee omgaan, als je de waarde van leven afmeet aan autonomie en afwezigheid van problemen?
En nog iets: het is een eenzame ideologie, die van de autonomie. Ideaal is als je niemand nodig hebt, bot gezegd. Maar worden mensen zo geen eilandjes? Het blijkt: mensen kunnen steeds lastiger omgaan met de laatste levensfase, als ze juist wél afhankelijk worden. Sommigen vinden zelfs dat afhankelijk-worden reden voor euthanasie zou mogen zijn. Autonomie en zelfbeschikking, dat zijn heersende waarden in onze maatschappij. Op zich ook belangrijke dingen. Maar als dit het één en al is, dan loop je vast. Zeker rond ziekte en dood!

[in Gods handen]
Vanavond wil ik u een heel ander perspectief voorhouden, een christelijk perspectief. En om meteen maar met de deur in huis te vallen: een christen kan ten diepste nooit autonoom zijn, zelf de regie over het leven hebben. Ook al ben je jong en gezond. Wie gelooft rekent namelijk met Eén die boven je staat. God. En niet alleen als onontkoombare opperbaas, als christen wíl je ook niet anders dan dat Hij het voor het zeggen heeft. We hoorden het net van Paulus “als wij leven, leven wij voor de Heere en als wij sterven, sterven wij voor de Heere. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere”. De Heere, dat is Jezus in dit verband. Een christen is iemand die erkent: Jezus is Heer. Dat wil zeggen: ik ben geen eigen baas meer! In leven, én in sterven. Dat laatste noemt Paulus er in zoveel woorden bij. ‘Wij zijn van de Heere’: dat perspectief mag ons leiden, óók bij de vragen rond het levenseinde.

Psalm 31 lazen we ook. In deze psalm wordt praktisch zichtbaar wat Paulus zo kernachtig neerzet. De psalm laat horen hoe iemand in lijden en moeite zit. Hij roept zijn ellende uit naar de God van Israël. “Tot Ú, Heere, heb ik de toevlucht genomen, bevrijd mij, help mij”. Hij klaagt zijn nood, waar hij zelf niets tegen kan doen, maar hij doet méér. “In uw hand beveel ik mijn geest”. Hij valt niet in een leegte nu er lijden komt, nu de dood dreigt, hij laat zich vallen in Gods handen. “Ik zeg: u bent mijn God! Mijn tijden zijn in Uw hand”. Dat is de belijdenis die hem houvast geeft. “Mijn tijden zijn in Uw hand”. Dát is de kernzin vanavond. [herh]. Niet: ik regel mijn eigen leven, ik moet eruit halen wat erin zit. En als de grip me ontgaat, dan weet ik het niet meer, dan heeft het geen waarde, dan kun je maar beter dood zijn. Nee, zo niet voor wie gelooft!
“Mijn tijden zijn in uw hand”. Dát is de zekerheid: dat je leven niet je eigen project is, maar in de handen van God is. Niet dat dan alles opgelost is, wel nee! Hoor diezelfde dichter zijn situatie maar beschrijven, het lijkt wel een terminale patiënt. Ik citeer uit de Nieuwe Bijbelvertaling: “ik verkeer in nood, mijn ogen zijn gezwollen van verdriet, mijn ziel en mijn lichaam verkwijnen, zuchtend slijt ik mijn dagen, tot op mijn botten teer ik weg”. Maar toch raakt hij niet in totale wanhoop nu hij de regie kwijt is. Hij zegt niet: trek de stekker er maar uit. Nee, de dichter op zijn bed zegt “Op U vertrouw ik, Heere. Mijn tijden zijn in uw hand”. Natuurlijk wil hij dat het anders wordt. Hij roept erom. Maar zijn levenshuis stort niet in als het tóch de andere kant opgaat. Want met God is zelfs de dood niet het einde van alles wat waarde heeft. “Of wij nu leven of sterven, wij zijn van de Heere”. Dit is de kern, dat je weet van Gods handen onder je leven. En van dááruit kun je zoeken naar wat wijsheid is in alle vragen rond het levenseinde.

[niet in handen v. ziekte]
“Mijn tijden zijn in Gods hand”. Dat betekent dat bij ziekte, óók terminale ziekte, je leven niet in handen is van de ziekte. Hoe vreemd het ook klinkt. Een ernstige ziekte is een geduchte macht, die zijn handen om je leven legt, die je levenstijd afknakt. Maar je leven is niet in handen van de ziekte. Je leven en je tijden zijn in de handen van God! Dat zijn veel betere handen. Hij kan, als hij wil, mensen bevrijden uit handen van welke ziekte dan ook. En als Hij dat niet doet, dan nog zijn het Zijn handen die ons leven vasthouden. Als je ziek en afhankelijk bent. En ook als de ziekte, de dodelijke ziekte, je gebroken weggooit.

[niet in handen van artsen]
“Mijn tijden zijn in uw hand”. Dat betekent ook: niet in de handen van de artsen. Te vaak gebeurt dat, dat mensen die ziek zijn, zich totaal uitleveren aan wat de artsen kunnen. Daar al hun hoop en heil van verwachten, en instorten als de dokter zegt ‘ik kan niets meer voor u doen’. De medische wetenschap kan veel doen, maar lever u er niet aan uit alsof zíj het heil brengt. Elke laatste strohalm aangrijpen, steeds maar blijven behandelen tot het laatst, dat levert geen goede dood op. Je geeft jezelf geen kans om je op de dood voor te bereiden, en dan is hij er ineens.
De psalm zegt ‘in uw handen beveel ik mijn geest’, ik geef mezelf over aan U. Het is niet zomaar een feit, we moeten ons ook overgéven aan God. Dán alleen is er rust. Wie al zijn hoop alleen op artsen en behandelingen stelt, mag zich afvragen of die geloofsovergave er is! Zeker, laat u behandelen, zo goed mogelijk, maar laat een laatste ziekte vooral ook een oefenplaats zijn om dit na te mogen zeggen: “in úw hand beveel ik mijn geest”. Ook als Zijn hand het anders leidt dan wij zouden willen.

[niet in eigen handen]
“Mijn tijden zijn in uw hand”. Dat betekent: ook niet in je eigen handen. De ene kant op: dat je niet je eigen stervensmoment bepaalt. Wie de Heere boven zich erkent, die wil zich houden aan de weg die hij wijst. En daar staat duidelijk ‘niet doden’, ook jezelf niet. Want we zijn niet van onszelf, we zijn van de Heere! Euthanasie is af te wijzen, daar kom ik zo nog verder op terug.
Maar aan de andere kant, wie weet dat zijn tijden in Gods hand zijn, zal zich ook niet krampachtig aan het leven vastklampen. Alsof we niet in Gods hand zijn, alsof alle hoop vervlogen is als uw aardse leven moet stoppen. Wie euthanasie afwijst, hoeft nog niet ten koste van alles het leven te verlengen. Dit wil ik benadrukken. Er is een verbod op doden, maar er bestaat nergens zoiets als een plicht tot doorleven. Het is juist bij uitstek iets wat vanuit het geloof in Jezus Christus kan: niet angstig weglopen voor de dood, omdat we weten dat de dood overwonnen is. Zeker wie oud of ziek is, kan úitzien naar de verlossing uit dit aardse bestaan. Wie zich heeft laten voorlichten over de vooruitzichten na reanimatie bij zijn of haar conditie en leeftijd, kan daarna wellicht gelovig tot de conclusie komen: dat hoeft voor mij niet meer als ik een hartstilstand krijg. Ik geef het uit handen aan God hoe lang ik nog leef. Net zo als iemand die kanker heeft, en een zware chemotherapie zou het leven nog kunnen verlengen. Je bent, ook als christen, niet aan God verplicht om die behandeling te aanvaarden! Je mag het rustig afwegen: ik zou nog iets langer bij mijn dierbaren kunnen zijn, maar ik ben dan waarschijnlijk wel slap en misselijk. Wil ik dat? Er is geen plicht toe.

Er is geen plicht om het leven te rekken als christen. Nee, want onze tijden zijn in Gods hand. Niet in die van de medici. Daarom is het van belang om vóóraf de consequenties te overdenken van wat we doen of laten. We hoeven niet alles te doen wat kan. Laat u goed voorlichten over positieve én negatieve gevolgen van een behandeling, en spreek met mensen die kunnen mee-denken. Als we belijden dat onze tijden in Gods hand zijn, mogen we het daar ook láten, en bijvoorbeeld een bepaalde operatie afslaan. Terwijl een andere gelovige in die situatie misschien er wél voor zou kiezen. Beide is mogelijk, als we biddend zoeken naar de juiste weg.

[houvast in lijden]
“Mijn tijden zijn in Gods hand”. Wie dat belijdt heeft houvast in het lijden. Lijden: want ziek worden, verzwakken, sterven, dat is geen prettige zaak. De dood is de laatste víjand, zegt de Bijbel. Laten we ons er geen illusies over maken. Maar… lijden betekent niet dat ons leven niets meer waard is, dat je maar beter dood kunt zijn. Het is een beklemmend uitzicht, als je zo denkt: nu wordt het alleen maar minder, tot ik doodga. En dan is er níets meer over. Dan mis je inderdaad elk houvast.
Wie gelooft, mag anders weten. Die mag bedenken: ik ben bijna thuis. Het laatste stukje voor de finish, dat is zwaar, maar dan bén ik er. En nu ik inderdaad zwak wordt, minder en minder kan, nu moet en mag ik me meer en meer laten vallen in de handen van God. “Mijn tijden zijn in uw hand”, óók die laatste zware tijden. Hij is er bij, en voor Hem ben ik niet afgeschreven.

Maar, denkt iemand, dit is veel te rooskleurig. Moeten mensen soms niet enorm lijden in de laatste levensfase? Kun je dan de roep om euthanasie niet begrijpen? Ja en nee. Laat me eerst dit opmerken: er zijn tegenwoordig vele mogelijkheden om lichamelijke pijn te bestrijden. Bij de roep om er een einde aan te maken spelen vaak andere dingen mee: de angst voor verdere aftakeling en ontluistering, de angst voor het onbekende, het leven waardeloos vinden. Begrijpelijke motieven, maar toch: uit een verkeerde grondslag. Ik mag als christen geloven: mijn leven wórdt niet minder waard, al teer ik helemaal op en kan ik niets meer. Al ziet het er ontluisterend uit, al ben ik niet helder meer, ik hóef mijn stand niet op te houden. Want wie ik ben, en wat mijn houvast is: mijn tijden zijn in Gods hand. Ík ben in Gods hand. Of ik nu leef of sterf, ik ben van de Heere. Dat is eu-thanasie: goed sterven!

[Rol van de omgeving]
En intussen mag en moet natuurlijk alles in het werk worden gesteld om het lot te verlichten van wie stervend is. Ik zei al, pijnbestrijding vermag heel veel. Een belangrijk misverstand: voor morfine hoeft een christen niet bang te zijn uit angst dat het leven verkort wordt. Lijdt een ongeneeslijk zieke pijn, dan mag die pijn effectief bestreden worden; óók als daardoor de zieke wellicht wat eerder zou overlijden. Zolang de morfine maar niet gebruikt wordt met het dóel iemands kaarsje uit te blazen. Dan is het weer ‘het leven in eigen handen nemen’
Een goed alternatief voor euthanasie, dat ook aanvaardbaar is voor wie belijdt dat zijn tijden in Gods hand zijn, is de zogenaamde palliatieve sedatie. Dat betekent dat iemand die helemaal aan het einde is, in slaap wordt gebracht. Hij of zij overlijdt dan aan de ziekte, maar heeft geen doodsstrijd.
Ik zei al: het is niet goed om vanzelfsprekend steeds maar door te behandelen. De aandacht mag verschuiven van ‘dagen aan het leven toevoegen’ naar ‘leven aan de dagen toevoegen’. Ik denk hier in het bijzonder aan de hospices, ‘bijna-thuis-huizen’, zoals we er in Naaldwijk éen hebben. Liefde en aandacht, zorg en bezoek van mensen die om je geven. Tijd hebben om afscheid te nemen, je zaken te regelen, je voor te bereiden op het einde. Als pijn en ongemak zoveel mogelijk bestreden wordt, als er steeds iemand voor je ís: dan blijkt de roep ‘maak er maar een eind aan’ soms weg te vallen.

[uitzicht over de dood]
Tenslotte: de euthanasiewet spreekt over “uitzichtloos en ondraaglijk lijden” als geldige reden om een leven te beëindigen. Uitzichtloos lijden. Als je uitzicht stopt met de dood, dan zal dat er zijn wanneer je doodziek bent. Maar wie zegt “in uw hand beveel ik mijn geest” die kan dat eigenlijk niet zeggen. Want de dood is niet het einde. Als we in Jezus geloven, die uit de dood is opgestaan, dan mogen we vertrouwen dat God ook óns niet in de dood zal laten verzinken. Dat is er uitzicht, uitzicht op leven door de dood heen. Leven bij God. De psalm zegt het “hoe groot is uw goed, dat u hebt weggelegd voor degenen die U vrezen”. Wat staat ons nog te wachten! Een onvoorstelbare heerlijkheid, waar al het lijden hier op aarde tegen in het niet zal vallen! Want het is zoals Pualus zegt: of wij nu leven of sterven, wij zijn van de Heere.

[slot]
Heb ik nu een antwoord gegeven op ale vragen rond het levenseinde? Nee, zeker niet. Iedere situatie is anders. Maar laten we dít als grondslag hebben “mijn tijden zijn in Uw hand”. Dan mogen we ons gedragen weten, in leven en sterven. Dan zullen we niet zelf uit het leven stappen, dan hoeven we ons ook niet aan het leven vast te klampen. Dan mogen we ons vertrouwend leren overgeven aan Hem. Dan mogen we met Hem in elke situatie zoeken wat goed is en wijs.
De grote vraag aan het einde van deze preek is: hebben wij dat al leren zeggen “mijn tijden zijn in Uw handen”? Mijn léven is niet meer van mij zelf, ik wil gaan waar U gaat? Of zijn we nog autonome mensen, die het zelf moeten, en ook willen doen? Mijn tijden zijn in uw handen, het kost een leven lang om dat te leren. Maar het begínt met overgave: God erkennen, Jezus als Heer belijden. Wie dat niet doet, moet het zelf zien te redden. Dat lijkt mooi, maar juist rond het levenseinde, juist als blijkt dat wij niet ons eigen geluk kunnen maken, dan loop je dood. Wie echter zijn tijden, zijn leven in Gods handen legt, die kan leven, en sterven. “Of wij nu leven of sterven, wij zijn van de Heere”.

Amen

 

Aan het einde van de dienst:

Wijs op de site www.npvzorg.nl Op deze website, van de Nederlandse Patiënten Vereniging, staat informatie over allerlei vragen rond het levenseinde, vanuit een overtuigd christelijk perspectief.
In het bijzonder is er de ReisWijzer te vinden, een ‘koffer’ met hulpmiddelen om u te helpen bij het nadenken over persoonlijke wensen rond het levenseinde. https://www.npvzorg.nl/producten/reiswijzer/