Tags
Gemeente van Jezus Christus, kinderen, jongeren, ouderen,
HET VERHAAL
(het verhaal voor de kinderen)
Koning David zat in zijn paleis. Hij had het goed voor elkaar, dacht hij. Als je vorige week in de kerk was, heb je het verhaal gehoord. Hij had een nieuwe knappe vrouw, Batseba. En hij had een zoon gekregen bij haar. Goed, de manier waarop het allemaal gegaan was, was niet zo fraai. Want Batseba was de vrouw van een ander. Maar David had haar gewoon ingepikt. En hij had ervoor gezorgd dat Batseba’s man, Uria, was gestorven in de strijd. Zo, probleem opgelost. En zo zit David in zijn paleis. Hij heeft wat hij wil, wie maakt hem wat?
Maar vandaag horen we hoe het verhaal verder gaat. En omdat jullie zo mooi vooraan zitten, heb ik even wat plaatjes opgezocht om te laten zien. (plaatje 1) Er komt een man naar koning David. Het is Nathan, de profeet. Nathan is een man die boodschappen van God brengt. En hij kijkt heel ernstig. Wat komt hij doen? Brengt hij een boodschap van God voor David? Daar lijkt het niet op. Nathan gaat gewoon een verhaal vertellen. “Luister, heer koning. Er woonden eens twee mannen in een stad, een rijke en een arme man. De rijke man had heel veel geiten, schapen en runderen. (plaatje 2) Maar er was ook een arme man, die had niet meer dan één lammetje kunnen kopen. Hij zorgde ervoor en het groeide bij hem op, samen met zijn kinderen. Het at van zijn brood en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot; hij hield ervan als van een dochter. Maar… Op een dag kreeg de rijke man een gast op bezoek. En daar wou hij een maaltijd voor maken. Maar Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om een van zijn eigen dieren te slachten om aan zijn gast voor te zetten. Dus wat deed hij (plaatje 3). Hij ging naar de arme man toe, en hij pikte het éne lammetje van die arme man in. Hij liet dat lammetje slachten en zette het zijn gast voor.”
Stel je voor, dat is toch wat! En Nathan kan goed vertellen. Koning David wat hij zegt, en hij is heel verontwaardigd. (plaatje 4) Dát kan toch niet! Boos roept hij uit: “Het is een schande! Die man moet zwaar gestraft worden, en dat lammetje moet hij vierdubbel terugbetalen! Walgelijk, dat hij zoiets doet!” Nathan knikt, hij is even stil. (plaatje 5) En dan zegt hij ineens, en hij wijst met zijn vinger: “die man, dat bent u!!” David schrikt enorm. En Nathan zegt, namens God zelf, dat David net zo slecht is: de vrouw van een ander inpikken, en die ander vermoorden. En dat terwijl David al zoveel had. Dávid moet zwaar gestraft worden!

(heilzame ontmaskering)
Ai, wat een schrik, wat een schik voor David. Ineens ziet hij hoe slecht hij is (plaatje 6). Hoe érg het is wat hij gedaan heeft. Hij dacht dat hij het goed voor elkaar had, maar hij wordt ontmaskerd. Ontmaskerd als een slecht mens, een dief, een moordenaar en nog meer.
Ontmaskering, dat is wat hier gebeurt. En daar wil ik in de preek nog wat op inzoomen, voor ons allemaal. Want waarom komt Nathan bij David? Om te vertellen dat hij verkeerd heeft gedaan? Om te zeggen dat God hem zal straffen? Ja, dat ook wel. Maar God stuurt Nathan allereerst om David te ontmaskeren. (zwart scherm)
Een masker, jullie weten allemaal wat dat is. Dat doe je voor je gezicht, en dan ziet niemand hoe je er echt uitziet. David had ook een masker op, niet letterlijk, maar bij wijze van spreken. Als je naar hem keek, zag je een hoge koning. Niet een slechte man, niet een moordenaar. Anderen konden niet zien wie hij écht was. En weet je, misschien zag hij het zelf ook niet meer. Goed, hij had iets gedaan wat niet OK was, maar verder was hij toch best een goeie vent, toch? Je kunt ook voor jezélf een masker op hebben. Dat kan nog steeds. Dat je ruzie hebt met iemand, en dat je denkt: de anderen zijn allemaal stom, en ik heb gelijk! Maar ineens word je ontmaskerd. Misschien wel door je moeder. Dat ze zegt “wat zit je nou te chagrijnen? Doe eens aardig!” En daardoor ga je op een andere manier naar jezelf kijken. Van buitenaf, als het ware. Dan zie je een andere jij: niet iemand die gelijk heeft met allemaal stomme anderen om je heen, maar dan zie je jezelf door de ogen van je moeder: een mopperend kind dat niks wil en anderen afsnauwt. Ontmaskering! En dan ga je je denk ik toch snel anders gedragen.
Zo laat ook Nathan David naar zichzelf kijken. Als het ware van buitenaf. Zoals David kijkt naar de rijke man in het verhaal, zó ziet hij ineens zichzelf staan. Nathan komt ontmaskeren. En dat is góed! Weet je waarom? Omdat alleen een ontmaskerd mens kan komen tot erkenning van schuld; omdat een ontmaskerd mens berouw kan krijgen en zijn leven veranderen. Ontmaskering is heilzaam, is goed. En daarom ontmaskert God mensen. Zodat er voor hen een nieuw begin kan zijn. Dat wil ik uitwerken in twee punten: ontmaskering vóór ons, en ontmaskering dóór ons.
ONTMASKERING VÓÓR ONS
(David wakker geschud)
Ik weet niet in wie jij je herkent, of u, in dit verhaal. In David? In Nathan? In geen van beide misschien? Je denkt: nou, ik ben gelukkig niet zo slecht als die David. Die deed écht erge dingen. En hopelijk is dat ook zo. Maar toch ga ik ons eerst even naast David zetten, en dan pas naast Nathan.
Want hoe zat David erbij? Ik denk dat hij op dat moment niet echt dacht hoe verkeerd hij was geweest. Het was ook al even geleden. Batseba was al even zijn vrouw, ze had zelfs al een kindje gekregen. En hoe werkt het bij mensen? Als je iets doet dat niet goed is, voel je je op dat moment misschien schuldig; je weet dat het niet OK is. Maar dat gevoel zakt weg als de tijd verstrijkt. Maar is het kwaad dan ook weg? Nee! Zonde zakt niet weg! Dat staat tussen jou en God in, en vaak ook tussen jou en anderen, tot het is uitgepraat. Tot je schuld bekent en sorry zegt en om vergeving vraagt. Alleen dán raak je ervan vrij.
David wordt ontmaskerd. Want anders was hij gewoon doorgeleefd. Maar dan had hij geleefd ver weg van God. Want God vergeet het niet. Dan had God David zeker gestraft. Want wat David deed, verdiende de dood. En als David was gestorven met dat kwaad aan hem vast, dan was hij zelfs voor eeuwig verloren. En dat wil God niet! Hij wil dat David wakker schrikt, zijn schuld ziet, vergeving vraagt. Zodat hij kan léven.
En zo wil de Here God nog. Wij leven ook al te vaak over zonden heen. Nee, hopelijk niet zulke erge dingen als David, maar toch. Je gaat door met je leven. Maar heb je al aan God beleden wat je verkeerd doet? Dat is nódig. Alleen zó wordt het opgeruimd. God wíl graag een nieuw begin, ook voor jou en u en mij. En daarom stuurt hij boodschappers. Zoals eens Nathan. Zo horen we in de kerk ook elke week Gods leefregels. Waarom? Om je te ontmaskeren als dat nodig is. Om in de spiegel te kijken. Om te maken dat je jezelf éérlijk ziet, en telkens weer vergeving vraagt. Ja, telkens weer, dat heb ik tenminste wel nodig. Voor die dingen komen we in de kerk: voor ontmaskering, om te leren vergeving te vragen. Om Gods stem te horen, die van genade spreekt en de goede weg wijst. En Mirjam, voor jou is de kindernevendienst nu voorbij. Maar kom dus trouw naar de kerkdienst. Want daar spreekt God ons aan. Uit genade. En soms heel ontmaskerend. Maar dat is juist goed.
(berouw en bekering)
Bij David leidt de ontmaskering ook tot iets goeds. Eerst tot schrik, en dan tot spijt, en dan tot schuldbelijdenis. Hij komt tot berouw en bekering. Dat zijn van die kerk-woorden, die wil ik even goed uitleggen, want ze zijn belangrijk! Berouw, dat is dat je spijt hebt, dat je echt beseft wat je verkeerd deed. Dat je geen smoesjes meer verzint, maar je klein voelt en toegeeft: ik was niet goed. En bekering: dat is dat je het niet meer gaat doen, en anders gaat doen, zo goed je kunt. Dat je je dat echt voorneemt – ook al lukt het niet altijd.
Zo wil God ook dat wij doen: ons laten ontmaskeren. Daarvoor openstaan, en niet boos weglopen of gewoon doorgaan. Je kunt ook je oren dichtstoppen. Zo van “dat gedoe over zonde altijd”. Of je wordt boos, juist als je weet dat een ander gelijk heeft en jij fout zit. Maar als wij, als jij of u, als je eerlijk word en ontmaskerd, juist dán kan er een nieuw begin komen. Dan is er vergeving! Dat is het grote wonder van het geloof. Daar heeft Jezus voor gezorgd. En ook David mocht het ervaren. Als Nathan is uitgepraat, zegt hij het simpel en eerlijk: “ik heb gezondigd tegen de Heer”. Ja, ook tegen Uria, en tegen Batseba, en tegen Gods geboden, allemaal waar, maar uiteindelijk tegen God zelf. Hij zíet het, en erkent het. En dan mag Nathan tegen David ook van vergeving spreken.
Even tussen haakjes: het lijkt misschien wel héél simpel zoals het er stond hier. Zo van – David: OK, ik heb gezondigd, Nathan: OK, het wordt je vergeven. Maar dat komt door de volgorde van het verhaal. Nathan hééft namelijk al flinke straffen aangekondigd, en die zijn niet ineens weg. Daar gaan we het volgende week verder over hebben – kom dan vooral ook luisteren. Al is er vergeving, vaak blijven de gevolgen van zonde staan helaas. Daarover volgende week.
ONTMASKERING DÓÓR ONS
(Nathan en wij)
Dan tenslotte nog wat over Nathan. Want misschien moet u of jij vandaag wel naast David gaan staan. Maar ik denk ook dat wij regelmatig geroepen worden om naar Nathan te gaan staan. Niet alleen ontmaskering vóór ons, maar misschien ook wel dóór ons. Dat we durven aanwijzen als iets niet deugt. David is hoe wij vaak zijn, Nathan is hoe we zouden moeten zijn.
Nathan, hij had een gevaarlijke taak. Mirjam, jij wees daar al op toen we deze dienst voorbespraken. David was, zei je, een soort dictator. Dan zit je meestal niet op commentaar te wachten. David had Uria al laten vermoorden. Als Nathan dan nu toch weer begint over Davids misdaden… Nathan had ook wel gedood kunnen worden! En toch doet hij zijn mond open, op Gods gezag.
Nathan weet wat David heeft gedaan. Veel mensen wisten het, blijkt wel uit de Bijbeltekst. Maar iedereen laat het gebeuren, niemand zegt iets. Alleen Nathan wel. En dat is góed, anders blijft kwaad bestaan. En zo is het nog. Er wordt helaas zoveel gedaan dat kwaad is, in het klein en het groot. Op de werkvloer of in de wereldpolitiek, en alles daartussen. Waardoor kan zulk gedrag blijven bestaan? Door alle mensen die het zien en niets zeggen. Kwaad gedijt bij zwijgen. Maar het is een grote roeping om níet te zwijgen. We hoorden het in de leefregel vanmorgen, wat Paulus zegt op Gods gezag: “heb geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker die liever”. Geen deel hebben – niet meedoen, dat is één ding. Maar ook dat andere: ontmasker het, durf het aan te wijzen. Dat is nodig, dat is heilzaam. Voor wie het treft en voor wie het doet.
Durf je dat? En ik vraag het ook aan mezelf: durf ik dat? Mijn mond open te doen, zoals Nathan hier? De wereld heeft onbevreesde mensen nodig. Jouw klas heeft dappere kinderen nodig, die er iets van zeggen als een ander kind iemand pest bijvoorbeeld. Sta er niet stil bij, maar doe je mond open. Durf het maar!
(hoe?)
Kwaad aanwijzen, het is hard nodig. Durf je het, doe je het? Maar hoe doe je dat goed? Ook daarin kunnen we van Nathan leren vandaag. Er zijn denk ik twee gevaren hierin. Het ene is dat je jezelf alleen maar tegenover en zelfs boven en ander plaatst die iets slechts doet. Daar zul jij wel eens wat gaan zeggen! Maar dat werkt meestal slecht. En aan de andere kant, vooral ook als die ander boven jóu staat, is er het gevaar dat je te slap wordt in je woorden en het kwaad half aanvaardt. Ook dat heeft weinig effect.
Nathan doet geen van beide. Hij doet iets onverwachts. Hij vertelt een verhaal, creatief, onverwacht. En juist zó raakt hij David diep. Hij spreekt uit inspiratie, hij is dan ook een profeet. Zo hebben ook wij Gods geest nodig om ons creatief te maken in het ingaan tegen onrecht. Niet alleen maar boos, ook niet bang, maar eerlijk en echt. Dan is gebed onmisbaar daarbij. Gebed om wijsheid, waar en wanneer je moet spreken, en wat zal werken. Maar de roeping ligt er. Laat het kwaad niet dooretteren, op je werk of waar ook, maar zoek het te ontmaskeren. Biddend, en afhankelijk van boven. En, ook heel belangrijk, wel gericht tegen wat niet goed is, maar tegelijk gericht op de redding van wíe niet goed doet. Ook God ontmaskert ons immers omdat Hij ons heil wil! Zo mogen ook wij erin staan, als mensen van Hem.
(slot)
Zo hoorden we van Nathan en David. Laat het met ons meegaan. Sta je open voor wat God te zeggen heeft, ook als dat je ontmaskert? Bij Hem mag een berouwvol mens altijd op nieuw beginnen. En juist wie leert leven uit Gods genade, die is geroepen om ook zélf kwaad te ontmaskeren. Mogen wij zulke mensen zijn. Mirjam, nu je afscheid neemt van de kindernevendienst, jullie allemaal, en ieder van ons. Tot eer van Christus. Amen