Tags
Gemeente van Jezus Christus,
(Intro)
Vanmorgen de derde preek over David en Batseba. Voor vakantiegangers en andere die er de vorige keren niet bij waren, even een heel korte samenvatting van wat vooraf ging.
David is zwaar de fout ingegaan, dat hoorden we de eerste keer. Hij heeft de vrouw van een ander ingepikt, Batseba. En dat niet alleen: om zijn misdaad te verhullen heeft hij ervoor gezorgd dat haar man, Uria, om het leven kwam. De keer erna hoorden we hoe David ontmaskerd wordt door de profeet Nathan – eigenlijk door God Zelf. David krijgt zware straffen aangezegd. En nu vanmorgen de derde keer. Nu komt die beloofde straf. Davids zoon sterft, en als u thuis verder leest dan zult u merken dat ook de andere straffen die Nathan aankondigde precies over David komen.
Dan zou je zeggen: dit wordt een duister verhaal vandaag. Het kwaad slaat op David terug. Onontkoombaar onheil. Zelf naar gemaakt, het loopt laag af. Maar… nee! Dat is nu juist het geweldige van de Bijbel, van God. In het vóórgaande, dáár was de sfeer duister. David met zijn lust en zijn list. Nathan met woorden van oordeel. Maar het wonderlijke… in wat we vandaag lezen gaat juist iets ópen. Wat we lazen is intens, maar niet tragisch. David ligt op de grond, maar hij staat ook op. Er vallen woorden als ‘hij zalfde zich’, ‘hij troostte haar’, en ‘de HEER had het kind lief’. Want er sterft een kind, maar er wordt ook een kind geboren. Temidden van straf en dood, slaat de sfeer toch om ten goede. Daar wil ik vanmorgen met u en jou aan proeven. Want daar zit evangelie is.
Het thema van mijn preek is ‘Na de ontmaskering’, daar staan we vanmorgen bij stil. ‘Na de ontmaskering’. Ik heb mijn preek verdeeld in drie punten, je ziet ze op het scherm.
1. Berouw en bekering
2. Blijvende breuken
3. Vergeving doet leven (herhaal)
BEROUW EN BEKERING
(Het begint het berouw en bekering)
Als eerste ‘berouw en bekering’. Want daar begon het gedeelte mee dat we lazen, en dat is de reden dat er iets opengaat, dat er een uitweg is uit de warboel die David ervan heeft gemaakt.
David zegt, als Nathan is uitgesproken: ‘ik heb gezondigd tegen de HEER’. Kijk, en dát is waar de Heer David net wil hebben. Daarom stuurde hij ook de profeet Nathan naar David toe. Niet allereerst om straffen aan te kondigen – die had de Heer ook wel zó over David kunnen uitstorten. Maar God wil bovenal dat David tot inkeer komt, beseft wat hij gedaan heeft. Want dán, dán kan er iets nieuws beginnen. En zo is dat nog steeds. Als je eerlijk wordt over je eigen fouten, dán pas kun je los komen ervan. Maar wil je dat niet, dan blijf je vast.
David was koning. Hij had ook Nathan in de gevangenis kunnen laten gooien, of nog erger. Hij had eerder Uria ook al laten doden immers! David had ook kunnen kiezen om gewoon niet te luisteren. Hij had gewoon dóór kunnen gaan met zijn leven. Maar gelukkig, David komt tot inkeer. Daar zorgt Gods Geest voor, en tegelijk is het zijn eigen reactie. Hij staat open voor correctie, gelukkig!
Zo komt hij tot berouw en bekering. Echt van die kerkwoorden, en tegelijk kernwoorden. Berouw, dat is dat je spijt hebt, inziet hoe fout je zat, dat God terecht boos op je kan zijn. En bekering, dat is dat je anders gaat doen. Je afkeert van je verkeerde dingen en verkeerde instelling, en dat je je omkeert naar wat wel goed is. Dat je omkeert naar God, uiteindelijk. Dat maakt het verschil. David had na Nathans woorden ook alleen zijn straf lijdzaam kunnen aanvaarden. Dan was dit derde deel wel tragisch van sfeer geworden. Maar dat ís het niet! David aanvaardt niet alleen, hij komt tot berouw en bekering.
(Wat berouw en bekering is)
Laten we daar nog even op inzoomen. Davids houding is hier héél anders dan we eerder zagen. En dát is echte omkeer, geen gepraat en geen gevoel, maar dat je houding verandert. Tegenover God, tegenover jezelf, en tegenover anderen. Alle drie zien we bij David.
Allereerst tegenover God. Toen David bezig was om Batseba in te pikken, dácht hij niet eens aan Hem. Maar nu, nu zegt hij ‘ik heb gezondigd tegen de HEER’. Ja, ook tegen Uria, en Batseba, maar ten diepste tegen de HÉÉR. Davids wereld wordt weer 3D, in plaats van plat. Hij weet weer: wij leven op Gods aarde, onder zijn genade en geboden. Besef jij dat? Hoe plat is jouw leefwereld? David weet het weer. En dan wendt Hij zich ook verder tot God. Hij bidt en vast, om de aangekondigde dood van zijn kind te voorkomen. Hij beseft: bij God moet ik zijn, in al mijn nood.
Dan ten tweede: Davids houding tegenover zichzelf. Eerst was hij bezig met een lekker leven voor zichzelf. Een knappe vrouw erbij, alles kunnen maken. Maar nu… Nu geeft hij niet meer om een makkelijk leven. Zie hem vasten, zie hem op de harde grond slapen! David wordt streng voor zichzelf. Ook dat is een teken van echte bekering! David gaat weer geven om anderen, in dit geval zijn kind. En voor zichzelf wordt hij streng.
En dan ten derde: het kan David ineens niet meer schelen wat anderen vinden. Eerst wilde David ten koste van alles zijn fouten verbergen, koninklijk lijken. Daarvoor moest zelfs Uria dood. Maar nu kan status en image David niet meer schelen. Laat zijn hovelingen maar raar kijken, als hij eten weigert. Laat ze maar raar kijken, als hij zich opfrist terwijl er rouw werd verwacht van hem. Eerlijk worden tegenover God en jezelf, dat maakt opeens immuun voor ‘wat de mensen denken’.
David leeft na zijn ontmaskering in 3D, met diepte. Niet meer alleen ik – 1D. Nu ook weer: God, zo hoog. Anderen om me heen. Diep gevoel ook – dat was eerst ook vlak vrees ik, maar nu is er weer ontzag, ontferming, en zoveel meer. Berouw en bekering. Dát opent toekomst, ook vandaag!
BLIJVENDE BREUKEN
(vergeving, niet goedkoop)
Dan mag de profeet Nathan namens God zeggen tegen David dat er voor hem vergeving is. En dat brengt ons bij het tweede punt. ‘Blijvende breuken’. Want ja, David krijgt vergeving. Straks meer daarover, bij het derde punt, maar eerst wil ik wat zeggen over Bijbelse vergeving níet is. Maar vergeving is niet ‘zand erover, door alsof er niets gebeurd is’. Vergeving houdt niet dat het niet erg is wat wij zoal uitspoken en aanrichten. Dat is het wél! En vergeving is ook niet dat fouten geen gevolgen hebben. Juist dat laatste zien we vandaag bij David.
David bekent zijn fouten, zíet ze weer, voelt ze weer. Hij komt tot berouw en bekering. Hij krijgt vergeving verkondigd. Maar dat wil niet zeggen dat de gevolgen van het kwaad weg zijn. Uria blijft dood. En… het kwaad blijft doorwerken. De aangekondigde straffen blijven staan. Davids kind van Batseba zal sterven. En ook verdere ellende, waar de volgende hoofdstukken uitgebreid over spreken, blijft niet weg omdat David tot inkeer komt. Er zijn blijvende breuken. Zo werkt het helaas, ook nu nog. Wij mensen, als we kwaad doen, dan heeft dat kwade gevolgen. En die blijven vaak bestaan, ook als wij ons bekeren. Stel je gaat vreemd, net als David, en je komt tot inkeer. Maar je huwelijk is al kapot, en dat blijft meestal zo. Zo is het op vele terreinen. Bij bekering hoort goedmaken wat je kunt, maar veel dingen zíjn niet meer goed te maken… Blijvende breuken.
Is dat eerlijk? Tja, het ís zo. Je kunt je afvragen of het eerlijk is dat het kindje in deze geschiedenis sterft – heeft dat iets fout gedaan? Nee, natuurlijk. Maar toch laat God het zo gaan. Zoals ook nu onschuldige mensen lijden onder de gevolgen van andermans kwaad. Daar kun je je vragen bij hebben, die niet opgelost worden. Er zijn blijvende breuken. We leven in een gebróken wereld.
(omgaan met wat kapot is)
En wat kunnen dingen dan moeilijk te aanvaarden zijn, zwaar te dragen. Ook als je weet van God en vergeving. Wat een vragen, wat een worsteling! We zien het hier hoe David worstelt rond het verlies van zijn kind. Een kind verliezen, dat is wel één van de ergste dingen die je kan overkomen. Wat is het dan bijzonder om te zien hoe David ermee omgaat. Nee, hij aanvaardt het niet zomaar, zelfs niet als God het zo leidt. Soms hoor mensen wel eens praten alsof aanvaarding de hoogste wijsheid is. “het is nu eenmaal zo”. Maar zo niet bij David. Hij aanvaardt niet zomaar. Hij zoekt God, staat er letterlijk. Gaat vasten, bidden, rouwen. Want hij weet: er is er één die helpen kan, die alles anders maken kan, en dat is God! Dezelfde God die dit laat gebeuren. Nee, dat krijg je niet rond met je verstand. Maar David worstelt met God. Heer, réd dat kind toch, al verdien ik niet dat u luistert! Hij zoekt God, juist omdat die blijvende breuken er zijn. Doe jij wij dat ook? Als we in ellende zitten, er niks van snappen, breuken en brokken ervaren – zóek God!
En niet alleen om het opgelost te krijgen. Soms is het antwoord ‘nee’. Davids kind sterft. Maar dán het bijzondere, hoe David daar niet in vast blijft zitten. Niet in gevoel van ‘dit is mijn schuld’. Niet in boosheid van ‘dit is niet eerlijk’. Nee, na het worstelen geeft hij het over. Juist dan staat hij op, gaat naar de het huis van de HEER en knielt er neer. Hij komt tot aanvaarding. Maar niet van ‘het is nu eenmaal zo’ – dat is plat, 1D. David aanvaardt het met God. U doet het zo, ik zou willen dat het anders was. Maar ik kniel neer: U bent de hoogste. U bepaalt, ook wat ik niet snap. Dat is aanvaarding, die toekomst opent. Want dan houd je Hemzelf over!
Ach, daar zou ik een hele preek over kunnen houden. Maar ik wens het u of jou zo toe, juist als je blijvende breuken ervaart in je leven: dat je ermee worstelt bij God. Dat je ermee leert buigen voor God. Zodat je Hem overhoudt. Niet als fixer voor je problemen, maar als de God van je leven. De God die toekomst opent, tóch.
TOEKOMST GEOPEND
(wat vergeving wél is)
Want dat brengt ons bij het derde punt. Want David hoorde van vergeving, al zat hij nog zo fout. Vergeving, temidden van breuken die blijven. Maar vergeving is ten diepste: dat er toekomst open gaat, tóch. En dat God dat doet, ondanks dat wij het er niet naar maken. Want zó is Hij!
Er is een lied dat het zo mooi zingt: “als er vergeving is, kan er genezing zijn”. En al blijven de straffen staan, toch beginnen er dingen te genezen. Heel subtiel wordt het geschilderd. Eerst staat er, in vers 15 ‘het kind dat de vrouw van Uria gebaard heeft zal sterven’. Batseba’s naam wordt niet genoemd, en alle nadruk ligt op dat ze niet wettig bij David hoort. Maar later, na de dood van het kindje, veranderen er dingen. In vers 24 lezen we ‘David troostte zijn vrouw Batseba’. Nu heeft ze een naam, en is ze Dávids vrouw. En David troost haar – in het gemeenschappelijke verdriet komen ze tot elkaar. Er komt nóg een kindje: Salomo – vredeskind. En dat niet alleen, de profeet Nathan komt weer langs. Hij noemt het kind ‘Jedid-ja’ – lieveling van de Heer. Wat verandert hier de sfeer. Nieuw leven, vrede, troost. God die doorgaat – ook met David en Batseba. Want als dit kind ‘lieveling van de Heer’ mag heten, dan doet dat denken aan de belofte van de Heer: altijd zal er een nakomeling van David op de troon zitten. Niet alleen verdiende straf die vaststaat, maar Gods genadige belofte die óók vaststaat. Ook al zijn er blijvende breuken – dat zal opnieuw blijken in het vervolg. Maar Gods belofte blijft ook!
En nee, dit is niet goedkoop. Het is licht ín het duister van een gebroken wereld. Eerst moet Davids zoon sterven, en dan gaat er toekomst open. Tóch.
(slot)
Hee… hoort u dat, wat ik net zei? Eerst moet Davids zoon sterven, en dan gaat er toekomst open. Ik herhaal het nog een keer: eerst moest Davids zoon sterven, en dan is gaat er toekomst open. Is dat niet inééns het hele evangelie dat oplicht? Davids zoon, Jezus, Hij stierf. Niet omdat Hij zelf schuldig was, maar vanwege de schuld van anderen. Dat oneerlijke van het kruis, hoe de onschuldige sterft. En waardoor de schuldige een toekomst krijgt. Niet alleen David, maar ieder die ontspoort. Wij allemaal. Jezus gaf zijn leven, om ons leven en toekomst te geven. Ondanks wat wij doen. Ondanks hoe wij vastzitten. Er ís vergeving. Ook voor jou! Als je zit met schuld. Er is toekomst, als je vast zit. In wat je deed, of in gevolgen van wat anderen deden. Er is toekomst, door Jezus, de grote Davidszoon!
En hoe krijg je daar dan deel aan? Door berouw en bekering. Dat zagen we vandaag. Door eerlijk te zijn, in 3D te leven. De hoogte van God boven je. De diepte van het oordeel dat we verdienen. De mensen om je heen. Hoe krijg jíj toekomst? Door eerlijk te worden. Door je te keren tot God, misschien wel worstelend. Door je over te geven aan Hem. Dan gaat er toekomst open. Nog steeds, nog altijd. Al blijven de breuken bestaan. Ineens komt er een woord van God: ‘Jedid-ja’ – geliefd door de Heer. Want zo is Hij. Hij ontmaskert, Hij is rechter. Hij is koning, en Hij houdt van mensen. Zelfs van David. Zelfs van mij en u en jou.
Amen