Gemeente van Jezus Christus
(onbehagen over Davids regering)
Er moet onbehagen, er moet wantrouwen geweest zijn naar de regering van koning David, anders had Absalom nooit zo’n succes gehad! Absalom vertelt de mensen die naar Jeruzalem kwamen voor recht “hoor eens, u bent gelijk, maar bij de koning zult u geen gehoor gaan vinden!” Hij zaait wantrouwen. Maar het móet hebben aangesloten bij gedachten die er al waren. Kón je koning David wel vertrouwen? En die hele kliek in de hoofdstad…?
Er was wel de nodige aanleiding om een vraagteken te zetten bij de integriteit van koning David. Voor mijn vakantie hebben we uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van David en Batseba. Toen zei ik al: dat moet algemeen bekend zijn geraakt, met al die bodes en bedienden in het verhaal. De mensen wisten wel: onze koning, dat is iemand die de vrouw van een ander inpikt. Dát is het hof van de koning in Jeruzalem. Ja, bij die koning van ons sneuvelen er zelfs mensen wiens dood hem toevallig heel goed uitkomt… Uria. Denk aan president Poetin in Rusland, wiens tegenstanders verdacht vaak een dodelijk ongeluk krijgen. En van zo iemand moet je recht verwachten? We hoorden in eerdere preken ook dat David berouw had, vergeving kreeg, maar ik vrees dat zulke dingen het grote nieuws niet halen.
Ook verder bleek David niet sterk in het handhaven van recht. U moet thuis hoofdstuk 13 en 14 eens in zijn geheel lezen. Weinig verheffende taferelen aan het hof! Kroonprins Amnon verkracht zijn halfzus Thamar – met gescheurde kleren had ze jammerend door de stad gelopen, heel wat mensen hadden het gezien. En David? ‘Hij ontstak in woede’ – maar hij doet verder niets, terwijl hij de hoogste rechter is. Dan vermoordt Absalom, de broer van Thamar, als wraak prins Amnon. Absalom vlucht, maar wordt later weer aan het hof ontvangen door David. Zónder dat er recht wordt gesproken over die moord, zónder dat dingen worden uitgezocht en uitgepraat. En dát is waar je als gewone burger heen moet met je rechtszaken. Zou u er veel vertrouwen in hebben?
(Absalom als populist)
En dan is daar Absalom, die het onbehagen verwoordt. Of anders gezegd, die er gebruik van maakt. Want zo gaat dat, toen en nu, wanneer de mensen weinig vertrouwen hebben in wie regeren. Dan komen er mensen die zich presenteren als ‘de oplossing’. Absalom is een typisch voorbeeld van hoe dat werkt.
Allereerst gaat Absalom aan zijn image werken, zie vers 1 van het hoofdstuk. Hij schaft een wagen en paarden aan, en een flink escorte. Kijk mij eens! Alsof hij al de koning is. Indruk maken op de mensen. Maar aan de andere kant wil Absalom juist helemaal iemand ‘van het volk’ lijken. Wij zouden tegenwoord zeggen: een populist. Hij gaat langs de weg staan, doet heel gewoon, knoopt een praatje aan. Als iemand voor hem wil knielen omdat hij een prins is, trekt hij die persoon snel overeind en omhelst hem hartelijk. Zo van ‘kijk mij eens toegankelijk zijn en gewoon doen!’
Nou is dat nog tot daar aan toe – het lijkt op politici vandaag als de verkiezingen komen: dan staan ze in een gewone jas op de markt te flyeren en praten ze met mensen; terwijl je ze daar de rest van de tijd nooit vindt… Maar Absalom gaat nog een stuk verder, en dan blijkt echt wat voor iemand hij is. Vers 3 vertelt het: Absalom zegt tegen iedereen ‘u hebt gelijk, u staat in uw recht’ – tegen iederéén, zonder op de inhoud in te gaan. Ja, zo win je wel stemmen! De mensen naar de mond praten, vinden wat zij vinden, een bekende strategie. En Absalom doet meer. Hij maakt de koning, de regering zwart: ‘je hebt gelijk, maar aan het hof zul je geen gehoor krijgen!’ Hij speelt in op de onvrede. Vertaald naar nu ongeveer ‘die lui in Den Haag luisteren toch niet, je moet bij míj wezen. Ik ga alles veel beter doen’. En zo loopt het uit op vers 5: “was ik maar rechter” – dat wil zeggen: was ik de baas maar, was ik maar koning, want toen was de koning de hoogste rechter. Geef míj de macht maar, dan komt alles goed. “Ik zou iedereen recht verschaffen” – de grootste beloftes, zonder erbij te vertellen hoe hij het gaat bereiken. Ja ja…
Zo stal Absalom het hart van het volk, staat er letterlijk in vers 6. Dat is niet positief bedoeld. Als wij zeggen ‘je hebt mijn hart gestolen’ is er sprake van romantiek en liefde. Maar hier – hier is het hetzelfde grondwoord als in de Tien Geboden “je mag niet stelen”. Stelen: oneerlijke iets pakken. Onze vertaling zegt terecht “zo palmde hij het volk in”. Pas maar op voor mensen die je willen inpikken. Zogenaamd voor jouw belang, maar in feite om zelf macht te krijgen. Want dat is waar Absalom het volk voor nodig heeft. Dacht je dat hij echt om hun zorgen gaf? Dat hij ze gaat oplossen?
(recht als kernwoord)
Maar misschien denkt u nu: dit is wel genoeg politiek in de kerk. Laten we daarom een stukje dieper gaan! Absalom gebruikt een aantal malen het woord ‘recht’, zeker in de grondtaal zie je dat. En dat is een Bijbels kernwoord als het gaat om macht en regeren. Dat toont iets van Gods bedoeling.
God wil dat er recht heerst op aarde. Recht, dat wil zeggen: dat de dingen gaan, en de mensen doen, naar zijn goede wil. Als mensen macht hebben, besturen en regeren, dan zijn ze geroepen om eerst en vooral het recht te handhaven voor iedereen. Besturen is geen belangen behartigen, besturen is niet de boel laten draaien. Nee, regeren is het récht handhaven. Dat niet het recht van de sterkste geldt of wat de meerderheid maar wil. Récht – eerlijkheid – integriteit – rechtvaardigheid. Dát is de zware verantwoordelijkheid voor elke machthebber, om die dingen te bevorderen. Van op school tot in de Tweede Kamer. En daar mag wie regeert ook op worden aangekeken.
Recht is iets anders dan regels. Ook regels kunnen onrecht veroorzaken. Wat recht is, leer je ten diepste pas als je God en zijn wil leert kennen. Maar gelukkig heeft God ook ieder mens een geweten gegeven, dat het vaak wel aanvoelt: dit deugt niet, dat wel!
Dus ja, de mensen toen in Absaloms tijd, en de mensen nu hebben groot gelijk als ze verlangen naar regeerders die recht doen. Die in hun persoonlijk leven onkreukbaar zijn, en in hun besluiten zoeken wat eerlijk is en opkomen voor zwakkeren. Dat is niet minder dan hun goddelijke roeping.
Het is terecht als mensen boos en teleurgesteld zijn ze bij bestuurders andere dingen zien. Toen bij David, en nu helaas nog al te vaak. Als in ons land een rapport moest uitkomen met de titel ‘ongekend onrecht’ – over de toeslagenaffaire. Als politici betrokken zijn in dubieuze zaakjes, als niet het algemeen belang maar lobbyisten het beleid lijken te bepalen, en ga zo maar door. Dan voelen mensen wel: dit deugt niet! En dan begint het wantrouwen.
(Waarschuwen tegen praatjes als die van Absalom)
En dan, dan komen ook de mensen die er gebruik van maken om zelf macht te krijgen. Die aanhaken bij de onvrede, die onbehagen uitbuiten, net als Absalom. Je ziet het gebeuren vandaag! Maar het biedt geen oplossing. De Bijbel beschrijft Absaloms gedrag zonder oordeel, maar uit het vervolg wordt wel duidelijk dat het geen toekomst heeft. Zulke mensen steunen in hoop op recht, geeft geen recht, het geeft alleen hen macht. En juist wie arm en zwak zijn, zal het onderspit delven.
Dat Absalom niet deugt blijkt zelfs al in dit stukje. Hij misbruikt de naam van de HEER voor zijn eigen voordeel, vers 7 en 8. Hij zegt dat hij een gelofte wil inlossen, de HEER eer wil bewijzen met een offer. Dat klinkt goed! Maar wat is de werkelijkheid: hij gebruikt het offermaal als startpunt voor zijn opstand. God gebruiken voor je eigen macht: waar je dat ziet gebeuren, moeten álle alarmbellen afgaan! Het deed me denken aan dat plaatje van Trump met een Bijbel in de hand, enkele jaren geleden. Om christelijke kiezers te trekken, terwijl de inhoud van de Bijbel haaks staat op veel in zijn persoonlijk leven en politieke keuzes. Zo nooit!
Vers 4 is wat dat betreft onthullend. Letterlijk zegt Absalom: “wie zal mij aanstellen tot rechter in dit land?” Een goede vraag! Wie stelt uiteindelijk de koningen aan in Israël? Is het God niet? Maar dáár het Absalom geen zin in om op te wachten, al is hij dan de kroonprins. “Wie zal mij aanstellen?” Hij stelt zichzelf aan. Het doet mij denken aan het oude spreekwoord ‘wie het liefst de macht wil hebben, moet je er het minst mee vertrouwen’.
Zo is dit Bijbelgedeelte een spiegel. Iemand als Absalom, die moet je niet hebben. Pas op voor iedereen die je hart wil stelen door in te spelen op onvrede!
(elke aardse macht stelt teleur, houd het uit)
Maar wat dan? Want de onvrede had wél een reden, toen en nu. David had dingen gedaan die absoluut niet konden. David handhaafde het recht niet in eigen familie. De dingen liepen in Israël wel volgens de regels, maar mensen hadden niet het gevoel dat het récht voorop ging. En ook nu in Nederland is er onvrede over de politiek, en niet zomaar. Het is niet voor niets dat het vertrouwen in de politiek ongekend laag is in Nederland. Om maar één voorbeeld te noemen van afgelopen herfst: de huisvesting van arbeidsmigranten – een groot punt hier in Beekbergen. Er lag een wetsvoorstel om daar dingen in te verbeteren, maar de verantwoordelijke staatssecretaris besloot het gewoon niet in te voeren – maar dat besluit geheim te houden tot ná de verkiezingen, zodat het haar partij geen stemmen zou kosten. En dat niet alleen, ze zorgde vervolgens ook dat haar besluit om de wet niet in te voeren juist bekendgemaakt werd op de dag na de verkiezingen, zodat het zou ondersneeuwen tussen al het verkiezingsnieuws. Toen ze daar vervolgens op werd aangesproken, hield ze bij hoog en laag vol dat het toeval was, terwijl later uit mailverkeer bleek dat ze er bewust voor had gekozen… Zulke dingen. Onvrede heeft een reden.
Regeerders vállen vaak tegen, ook nu. Is het niet door schandalen, dan is het wel dat problemen niet worden opgelost, dat visie vaak ontbreekt. En daarom: het is geen keuze tussen Absalom of David die alles zal oplossen. Geen van beide, helaas. En ook nu, schreeuwerige populisten à la Absalom afwijzen wil niet zeggen dat je dús alles moet verwachten van de gevestigde orde. Die valt vies tegen! Maar ze zijn wel de regering. Net als David destijds de koning was, door God aangesteld. Paulus zegt in Romeinen 13 “ook het huidige gezag is door God ingesteld”. Overdenk dat eens, als bestuurders alleen maar worden bekritiseerd en zwartgemaakt.
Als christen moet je het niet verwachten van mensen met een grote mond die zeggen dat ze alles zullen oplossen. Je moet óók niet alles verwachten van welke regering ook. Nee, als christen moeten we het uithouden in de voorlopigheid. Ik herhaal dat, want het is belangrijk: we moeten het ‘uithouden in de voorlopigheid’. Volkomen recht en gerechtigheid is van geen enkele aardse regering te verwachten. Het blijft altijd behelpen.
(Gods rijk van recht komt)
Dat klinkt ontnuchterend. En tegelijk: wie gelooft heeft hoop! Hoop dat tóch het recht zal zegevieren en heel de aarde zal vervullen. Nee, niet door David, al is hij de wettige koning – hij viel diep. Nog veel minder door Absalom, die sluwe samenzweerder. Zelfs niet door Salomo, de zoon van David die na hem koning wordt. Dan moeten we zijn bij de grote Zoon van David, bij Jezus. Want Gods plan gaat door. Dat is niet kapot te krijgen, ook niet door iemand als Absalom. De Heer had beloofd dat er voor ééuwig iemand uit Davids huis regeren zou, en dat maakt hij waar. En Hij, Jezus, brengt op het diepste recht en gerechtigheid. Door te sterven aan het kruis, om alle onrecht op zijn rug te nemen. Door op te staan uit de dood, zodat onrechtvaardige mensen rechtvaardig kunnen worden. En eenmaal, door terug te komen en finaal recht te spreken: het eindoordeel. Dan wordt alle onrecht uitgeroeid, dan zal de wereld worden zoals God het bedoelde. En dáár zien we naar uit!
Dit uitzicht, het maakt zó’n verschil! Als je niet gelooft, dan is het op aarde alleen maar een opeenvolging van regeerders. Recht is een ideaal, in het echt zijn het macht en botsende belangen die alles bepalen. Dan is er geen hoop dat het ooit echt anders wordt! Ja, je kunt er zelf voor vechten, maar met welke hoop op succes? En trouwens, al lukt het: idealisten die aan de macht komen blijken over het algemeen óók bepaald geen paradijs te brengen… Het kwaad zit in iedereen.
Maar wie gelooft in Jezus, díe heeft hoop. Hoop, dat het kwaad in jezelf niet het laatste woord heeft. Hoop dat het onrecht in de wereld niet het laatste woord heeft. Dan weet je van het komende koninkrijk. En juist dáárom kun je het uithouden in de voorlopigheid.
(slot)
En intussen: wat is dan je taak – afwachten? Nee, vérwachten. En in de voorlopigheid van vandaag zelf zoeken naar recht en dat bevorderen waar je kunt. In het stemhokje: de minste slechte optie kiezen. In de maatschappij: opletten of er oog is voor wie arm en zwak zijn – want juist dat is het kenmerkende voor Gods recht, voor Israëls regering als het goed is, anders dan elders. Zelf in achtei komen of onze overheid aansporen hierin. En natuurlijk: zélf het recht zoeken in alles. Eerlijk zijn, altijd. Dát alleen past een christen. Als je misschien een baan hebt met gezag over anderen – wees onkreukbaar eerlijk. Trek niemand voor. Veeg niets onder tafel. Durf standpunten in te nemen die impopulair zijn, als je weet dat het góed is. Of als je misschien juist een positie hebt voor je gevoel helemaal onderaan, waar er over je beslist wordt. Trap dan niet in het gepraat van Absaloms, al klinken ze nog zo innemend.
En dat geldt voor ons allemaal: laat je niet inpalmen door wie gouden bergen beloven. Houd het maar uit in de voorlopigheid. Wees niet steeds maar negatief, maar bíd voor wie ons regeren. Dat is de roeping voor elke christen, dat staat letterlijk in de Bijbel: “bid voor koningen en gezagsdragers, dat we rustig en ongestoord kunnen leven in alle vroomheid en waardigheid” 1 Timotheus 2 vers 2. Bid voor wie de baas zijn – en bid maar des te meer naarmate je ze incompetenter vindt, dan hebben ze het des te harder nodig, toch? En tegelijk: verwacht niet teveel: “dat we rustig en ongestoord kunnen leven” zegt Paulus dus – misschien is dat niet meer dan dat de regering je met rust laat. Denk niet dat de overheid ooit het paradijs brengt.
Juist als je soms moet zuchten, of boos wordt over de politiek: blijf dus bidden. En bovenal: houd hoop. Gód regeert uiteindelijk. En daarom zal zijn rijk van recht komen! Zie uit, en leef eruit. Om Jezus’ wil.
Amen
