Tags
Gemeente van Jezus Christus,
[intro n.a.v. kindermoment]
Vele schilderijen en tekeningen zijn ervan gemaakt. Absalom die daar aan een boom hangt, zijn lange haar, zijn trots verstrikt In de takken. Hulpeloos tussen hemel en aarde. Generaal joab komt er al aan, de aanvoerder van Davids soldaten, en hij neemt zijn kans waar. Aanvoerder uitgeschakeld is oorlog gewonnen, immers? Absalom komt niet om in een strijdbaar gevecht, maar hij wordt smadelijk doodgeslagen door een aantal wapendragers. Zijn lichaam wordt in een kuil geworpen. De strijd is beslist.
Ik zei zojuist al tegen de kinderen: dit verhaal heeft een hoog gehalte van ‘net goed’. IJdelheid die de ondergang wordt van deze arrogante opstandeling. Had Absalom maar eerder naar de kapsalon moeten gaan. En laat het duidelijk wezen: Absalom was een meedogenloze man. Listig, ik-gericht, terwijl hij de Mensen onze vinger wikkelde met zijn knappe uiterlijk en vriendelijk gepraat. Zijn eerste zorg op dit moment was om zijn vader te doden…
Ja, net goed, als Absalom zo aan zijn eind komt! Hij verdient kwaad, want hij doet kwaad. Maar… wat als je zijn vader bent? Als je kind zo omkomt? Of wat als je gewoon door de Bijbelwoorden heen de tragiek voelt van het hele gebeuren?
[Davids verzoek om zachtheid]
Voor de strijd begint gaf David een opvallende opdracht aan zijn legerleiders: ‘treed niet te hard op tegen mijn jongen, tegen Absalom’. Je kunt je van aan afstandje afvragen of dat nu zo’n handig bevel is. Immers, Absalom is met een groot leger in aantocht tegen de kleinere groep die David trouw is gebleven. De enige hoop om deze opstand te smoren, is om de aanvoerder uit te schakelen. Een generaal met tactisch inzicht zou misschien juist bevelen: richt je voorál op Absalom, want hij is de belangrijkste tegenstander. Maar David zegt: ‘treed niet te hard op tegen mijn jongen, tegen Absalom’. Wat moet je daar nu van denken?
Trouwens, Absalom was zélf op het leven van David uit. Pas als de oude koning dood is, kan Absalom zonder vrees op de troon van Israël zitten. Verdíent zo iemand wel zachtheid, die zelf keihard is? Ik denk dat de meeste van Davids soldaten, toen ze na afloop van de strijd hoorden van Absaloms dood, gewoon gedacht hebben: mooi, net goed! En meer niet.
Ja, je voelt hier een diepe dubbelheid in David. Aan de ene kant wil hij niet dat de opstand slaagt – die is slecht, die moet neergeslagen. Maar aan de andere kant wil hij ook niet dat Absalom omkomt. Dat botst. Het is Davids zóón! Hij wenst Absalom niet dood, al doet Absalom dat wel. Hij gunt hem toekomst, al weet hij niet hoe. Absalom is hard, ijdel, arrogant, maar David heeft een zacht hart. Bij hem is er méér dan alleen praktisch denken, of denken aan wat verdiend is. Bij David leeft bewogenheid. Ook voor deze verloren zoon. Dat kun je dom noemen, maar je kunt het ook diep noemen. Dàt wil ik er vanochtend uitlichten.
[wij zijn vaak als Joab]
Nee, wat David vraagt aan zijn generaals is niet logisch. En toch is het diep, niet slap of slecht. Ik denk zelfs dat David zo iets van God laat zien, van Jezus. Van ‘heb uw vijanden lief, bid voor wie u vervolgen’…
Wij zijn vaak zo ondiep in ons denken en doen. We denken vooral langs de lijn van wat praktisch is. Hier dus: Absalom uitschakelen. Maar ook in ons dagelijks leven. Je hebt je docent nodig voor je cijfers, dus doe je beleefd tegen hem of haar. Een collega is irritant, en dan ontloop je hem – dat is het meest handig. Of je denkt praktisch in zaken: hier kan ik winst halen, en dan doe je dat. Ook als dat betekent dat een ander bedrijf bijna over de kop zal gaan. Ach, en ga zo maar door. We denken functioneel. Dan hoef je je niet in te leven, of iemand eens echt in de ogen te kijken. Is dat slecht? Het is in elk geval ondiep. Ik betrap mezelf er vaak op, bijvoorbeeld in een winkel. Alleen zakelijk contact, de transactie, meer niet.
Of een andere keer denken we aan wat eerlijk is. Recht, en vooral onze rechten, of wat een ander verdient. Absalom verdíent de dood – wat waar is. En zo denken wij: die-en-die zouden ze moeten opsluiten. Of: ik dien een klacht in tegen die zorgverlener, want het is toch een schande wat hij of zij… En misschien is dat ook zo. Maar zie je die ander tegelíjk nog als een mens als jij? Hoe snel schrijven we mensen af. Zijn we keihard, juist met het recht in de hand.
Ik herkende mezelf met schrik in Joab in deze geschiedenis. Hij is bij uitstek de praktische man. Hij schakelt Absalom uit, wat David ook zegt. Hij spoort David aan om niet in verdriet te blijven hangen – de zaken gaan dóór. Verstandig allemaal. Maar peilt hij ook iets van de diepte van Davids verdriet? Kan zich überhaupt iets indenken bij Davids dubbelheid naar Absalom toe? Weet hij wat bewogenheid is? En wij, in ons dagelijks bestaan?
[Davids vaderhart]
Absalom, hij is niet zomaar iemand. Hij is Davids zóón. En dat is een sterke band. Dat maakt dat David niet afstandelijk kan calculeren. Ook al deugt Absalom van geen kant. Dat weet David ook wel. Maar hij wil zijn kind niet afschrijven. Hij blijft hopen op, bidden voor een verandering. Hij zou wensen dat Absalom wijzer werd. Hij zou zo graag een gezin hebben zónder breuken. Dat is dan voor hemzelf. Maar hij gunt Absalom ook geen ondergang. Hij is met zijn zoon bewogen, tóch!
Als er ouders in ons midden zijn die zelf zo’n kind hebben, dan zul je het herkennen. Het blíjft je zoon of dochter. Wat ze ook gezegd heeft of gedaan. Al zit hij ook in de greep van verslaving, of al heeft hij zelf nog zulke slechte keuzes gemaakt. Al zit ze in de gevangenis. Als ouder gaat het je aan het hart, als het goed is. Ja, er zijn ook ouders die zelf de deur dicht doen voor een kind. Soms kán het niet meer. Maar erg is het, als ook de deur van je hart dichtgaat, als de bewogenheid weg is.
Soms vraag je je als ouder ook af: heb ik het goed gedaan? In hoeverre ligt het aan mij, dat hij of zij zo is geworden? David dacht het vast ook. Had hij Absalom wel genoeg aandacht gegeven, had het koningschap hem niet teveel in beslag genomen? En had hij hem niet moeten vermanen over zijn ijdelheid? En dan zin eigen voorbeeld… ach, dan zucht David. Die geschiedenis met Batseba. Zijn slappe reactie toen Absaloms zus Thamar werd misbruikt. Later zijn halfslachtige reactie toen Absalom het recht daarom in eigen handen nam. David weet: ik was verre van volmaakt. Ik ben niet zonder schuld. Dat kleurt óók zijn houding tegenover Absalom.
De Bijbel doet meestal weinig aan psychologie. Maar wat er ook in Davids hart leeft, één ding is duidelijk. Hij is bewogen over Absalom. Hij wenst niet ondergang, maar omkeer. Hij zou zo graag willen dat het ánders werd. Hij houdt, ondanks alles, van zijn verloren zoon.
[David toont Gods vaderhart]
Zo is David niet alleen koning, maar ook vader. Daarin lijkt hij op God. Sterker nog, David is de door God gezalfde koning. En als koning is hij juist geroepen om iets van Gods beeld te vertonen. Soms is David daar zwaar in tekortgeschoten. Maar juist nú, op dit dieptepunt van zijn koningschap, juist nu laat hij veel zien wie God is.
Immers, God is de koning van hemel en aarde. Maar Hij is, zo horen we heel de Bijbel door, daarin ook een bewogen vader. Voor zijn volk Israël, en ten diepste voor al zijn mensen. Ook al komen ze in opstand, als Absalom. En dat doen we. Dat deed Israël, en dat doen wij. Maar dan is het niet zo dat de Allerhoogste onbewogen de opstand afstraft. Nee! God is en blijft een bewógen God. Een Vader. Hij heeft liefde, voor mensen, voor u, voor mij, voor Absalom, wat wij ook doen. Het gaat hem aan het hart, wanneer Hij als tegenstander tegen ze moet staan. Een diepe tekst in het Bijbelboek Klaagliederen zegt het “slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen”. Zoals hier David die wel een leger op de been móet brengen tegen Absalom, die de opstand niet kan laten passeren. Maar die tegelijk zegt ‘treed niet te hard op tegen mijn jongen, tegen Absalom’. Omdat hij nog altijd iets in hem ziet. Zó is ook God! Hij is koning, rechter, hij kan niet alles laten passeren. Maar, ik herhaal het, “slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen”. Je ziet het in Jezus, die huilt over de aanstaande verwoesting van Jeruzalem. Hem verwerpen kon niet zonder consequenties blijven. Maar Jezus húilt. Geen sprake van, dat hij zou denken ‘verdiende loon’ of wat ook.
David toont hier iets van Gods bewogenheid voor zondaars. Joab wil gewoon de slag winnen. Maar David gaat het ten diepste niet om winnen. Het gaat hem om rédden. Hij zou zo graag Absalom willen redden. ‘wees niet te hard voor de jongen’ – waarom? Omdat David hoopt op zijn redding. Een nieuw begin, als hij misschien wordt gevangengenomen. Maar nee, het zal niet zo zijn.
[Davids Messiaanse trekken]
Dan barst David uit in een onbedwingbare rouwklacht. “Absalom, mijn zoon, mijn zoon!” Wie zou niet met hem meevoelen? En dan, juist in dat verdriet, toont David helemaal dat hij de gezalfde koning is. De ‘messias’, in het Hebreeuws. Want wat zegt Hij: “Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij”. Generaal Joab hoort het, zo stel ik me voor, en hij schudt zijn hoofd. Wat is dat voor onzin! Kan niet, en hoort niet. Absalom heeft zijn verdiende loon, en David moet dat inzien. Praktisch denken, denken in verdienen, ondiep denken. Zijn wij ook niet zo? Als je David hoort klagen, heb je medelijden, en tegelijk denk ik: ja, het gaat ook wel heel ver. Dit is niet redelijk meer…
Maar het hart heeft zijn redenen, die de rede niet kent. Luister toch, luister goed, wat David zegt. Davids bewogenheid met zijn slechte zoon gaat zó diep, hij zou zijn leven voor hem willen geven. Hij sterven, als Absalom maar het leven zou mogen krijgen daardoor. De gezalfde sterven, zodat de zondaar mag leven. Werkelijk, David toont hier messiaanse trekken. Want is dit niet precies wat dé gezalfde, dé messias doet, Jezus onze Heer, de zoon van David? David heeft hier de bewogenheid van Jezus. En wat David niet kon, dat deed Jezus daadwerkelijk. Hij gaf zichzelf over in de dood, liever dan ons opstandelingen te laten omkomen. Hij wilde zijn leven geven, om ons een nieuw begin te gunnen. Ja, hij dééd het! Zo diep gaat Gods bewogenheid. Boven recht uit, boven elke redelijkheid. Maar dít is de diepte van Gods liefde. Liefde voor een opstandige wereld. Dat is wat we komende zondag mogen vieren bij het Heilig Avondmaal. Dat Jezus wilde sterven in onze plaats. Net als David dat wilde in plaats van Absalom, maar het niet kon. Jezus kon het, en deed het! Want zó is Hij bewogen.
[De weerbarstigheid]
Wat is dit dan een diepe geschiedenis, met lijnen naar de kern van het Evangelie. En tegelijk is het een verdrietige geschiedenis. Want David kón Absalom niet redden. Er ging geen toekomst open voor de verloren zoon. Absalom kwam om, onontkoombaar. Deze geschiedenis toont ook de weerbarstigheid van de wereld, de tragiek in familie, de hardheid van een Joab die sterker is dan de bewogenheid van de gezalfde.
Want weet je nog? David had Absalom willen redden, al wist hij niet hoe. Hij had bevolen, of haast gesmeekt ‘treed niet te hard op tegen de jongen’ – die ijdele Absalom. Terwijl het leger streed, zat David ongetwijfeld te bidden in de stad. En wat gebeurt er? Absalom komt in een boom te hangen. Wat onmogelijk leek, Absalom sparen, wordt nu als het ware op een presenteerblaadje aangeboden. Je kunt hem zó pakken en als gevangene meevoeren. Was dit een antwoord op Davids gebeden? Maar Joabs praktische, harde, ondiepe denklijn heeft de overhand. Sla dood die jongen! Het hád anders gekund. Maar wat dan? Wat als Absalom was blijven leven? Zou hij zich hebben gebeterd? Is zulke hoop niet irreëel? Of is dat goddelijk? Hoeveel geduld heeft de Heer niet al met deze wereld, hoeveel tweede en derde en honderdste kansen krijgen wij?
Maar dit blijft speculatie. Want het loopt anders. Absalom is dood. David is diep droevig. Alles komt niet goed. Zo is het in onze wereld helaas zo vaak. Tussen ouders en kinderen, of bij mensen die mededogen hebben voor een slechterik. Bewogenheid lijkt tot zo weinig te leiden. Soms wordt de portemonnee nog uit de jaszak gejat van wie een verslaafde wil helpen. De wereld is weerbarstig.
En toch… dat alles is geen reden om dan de bewogenheid maar op te geven. David wás niet dwaas. Hij is diep. Zo toont hij zich de ware gezalfde. En God maakt zich kwetsbaar, tot op het kruis. In de gezalfde, in Jezus.
[slot: onze reactie]
Laten wij dan maar ontzag hebben voor wat hier gebeurt. Geen onbegrip. Dat je zó’n kind niet afschrijft! Dat je zó’n verdriet hebt als het omkomt. Het is een spiegel: zit er ook bewogenheid in ons?
Ja, laten we ontzag hebben bovenal voor God, die mensen niet afschrijft. Ons niet. Die middelen zoekt tot redding. Die niet hard wil optreden, maar nog liever zelf zijn leven geven. Daar kwam Jezus voor. Laat dat wonder je raken. Nu en telkens weer. Ook komende week, als we het Heilig Avondmaal vieren. Hij voor mij. Een God die bewogen is. Met ons.
Amen
