Tags

, ,

(Schriftlezingen: Handelingen 1: 4-12, Romeinen 8:31-39. Kerntekst vers 34)

Gemeente van Jezus Christus,

[intro: iemand van vroeger]
u hebt waarschijnlijk wel eens van pastoor Verburgh gehoord. Franciscus Verburgh, dat is de man wiens standbeeld direct opvalt als je Poeldijk binnenrijdt vanuit de richting van Monster. Zeker de Poeldijkers kan zijn naam niet onbekend zijn, want er zijn in ons dorp heel wat dingen met ‘Verburgh’- in de naam. De Verburghlaan, katholieke basisschool de Verburghhof, voetbalvereniging Verburgh, en ga zo maar door.
Pastoor Verburgh heeft veel gedaan voor Poeldijk en het Westland. Niet alleen gaf hij geestelijke ondersteuning aan de katholieke bevolking in een tijd toen dat eigenlijk verboden was, hij is ook een van de grondleggers van de Westlandse druiventeelt. Hij zetten zich in tegen de armoede en de slechte leefomstandigheden die hier vroeger heersten. Kortom, een heel bijzondere man moet hij zijn geweest.
Ja, geweest, want hij is al enige eeuwen overleden. Het enige wat blijft is een herinnering en een standbeeld. En wat hij tot stand heeft gebracht natuurlijk: een sterke katholieke gemeenschap in Poeldijk, en heerlijke Westlandse druiven. Maar hijzelf is er niet meer. Hij is, naar we hopen, in de hemel, maar daar hebben wij weinig aan. Of zou hij misschien nog voor Poeldijk bidden? Niet meer onder ons, dat is zeker.

[Jezus is niet weg/inactief]
Waarom begin ik op deze Hemelvaartsdag zo over pastoor Verburgh? Wel, omdat wij denk ik geneigd zijn om soms op een manier over Jezus te denken die hierop lijkt. Als iemand van vroeger, niet meer onder ons. Iemand die goede dingen gedaan heeft waarvan de gevolgen tot vandaag duren. Jezus, die natuurlijk zéker naar de hemel is gegaan, het is immers Hemelvaart vandaag – en die hier dus weg is. Wat blijft is dan wat hij deed voor ons.
In het gedeelte uit de Romeinenbrief dat we lazen horen we over Jezus’ dood. “God, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard maar Hem voor ons allen overgegeven heeft”. Jezus werd overgegeven in de dood – om de zonden van de wereld te dragen. Om voor ons vergeving te bewerkstelligen. Dat weten we, dat gelooft u, hoop ik met heel uw hart. Als dat toch niet waar was! Maar het gevaar is groot dat we Hem dan alleen als ‘middel’ zien, als degene die eens voor de verzoening zorgde. De verzoening die doorwerkt tot op heden, gelukkig. Maar Hijzelf is dan iemand van toen.
Nu is het Hemelvaart vandaag. En het wonderlijke is: dat is júist het feest om te gedenken dat Hij níet buiten beeld geraakt ik. Hij is de levende Heer nu. Dat zegt de tekst die centraal staat vanmorgen: Romeinen 8:34. “Christus is het die gestorven is” – eens, toen –, “maar wat meer is, die ook opgewekt is” – Pasen. En die toen niet verdwenen is, maar “die ook aan de rechterhand van God zit en die ook voor ons pleit”. Jezus is niet ‘weg’, hij is in de hemel, bij God, en Hij is daar ‘ons ten goede’, zoals de catechismus zegt.
Jezus zit aan Gods rechterhand. Dat is natuurlijk bij wijze van spreken, God heeft geen letterlijke hand. Maar deze uitdrukking komt uit psalm 110. De plaats aan Gods rechterhand, dat wil zeggen: de hoogste ereplaats. Die plek heeft de Here Jezus gekregen, om alles wat Hij deed. Hij verdient de hoogste eer, en hij krijgt die ook! Om wat Hij deed: zichzelf opofferen tot in de dood aan het kruis. Om zij volharding en moed en gehoorzaamheid. Daarom: de ereplaats!
Joodse rabbijnen vertellen een aardig verhaal hierbij. Ze zeggen: in de komende wereld zal de koning Messias aan Gods rechterhand zitten, dat voorspelt psalm 110 al. En de grote aartsvader Abraham zal de troon krijgen aan Gods linkerhand. Maar vader Abraham zal niet tevreden zijn. Hij zal zeggen: moet ik hier zitten, en mijn achter-achterkleinkind op de hogere plaats? Dan zal de Almachtige zeggen: o Abraham, zie het anders. Ikzelf zit op de ereplaats aan jóuw rechterhand!

[Jezus’ activiteit nu: pleiten]
Jezus krijgt, als Hij terugkeert naar de hemel, de ereplaats. Maar zit Hij daar alleen maar stil? Zeker niet! Hij doet verschillende dingen voor de mensen op aarde die bij Hem horen. Vanmorgen draagt de tekst in het bijzonder één ding aan. Paulus zegt “die ook aan Gods rechterhand zit, die ook voor ons pleit”. Wat is dat, pleiten voor ons – voor zijn kerk?
Ik dacht eerst aan ‘bidden voor ons’ – zo staat het namelijk in de oude Statenvertaling “die ook voor ons bidt”. En dat is een mooie gedachte – dat de Here Jezus bidt voor ons, om steun en kracht en dergelijke. Zoals onze rooms-katholieke broeders en zusters misschien ook denken over pastoor Verburgh, of andere heiligen. Alleen… dat staat er niet! Er staat niet ‘die voor ons bidt’ maar ‘die voor ons pleit’. Pleiten is een woord dat je niet elke dag tegenkomt. Het hoort thuis in de rechtbank. En dat klopt in het verband: vers 31 tot 34 staat vol juridische woorden. Beschuldiging inbrengen, rechtvaardigen, veroordelen… En dus ook pleiten.
Jezus pleit voor ons. Wat is dat? Een advocaat noemen ze ook wel een strafpleiter. Hij pleit voor zijn cliënt, houdt een pleidooi, hij vraagt om vrijspraak. Kijk, en dát is wat de Here Jezus nu doet. Hij deed niet alleen vroéger iets, namelijk de zonden verzoenen, Hij is ook nú actief: Hij pleit voor ons. Hij verdedigt en komt voor zijn mensen op bij de hemelse rechter. God is de rechter die de wet handhaaft. Dreigt u of ik veroordeeld te worden omdat we de hemelse wet overtraden – dan is daar ook een advocaat. Jezus! Hij pleit voor ons! Wat een geweldige boodschap met Hemelvaart. Als je zo’n goede advocaat hebt, komt het vast goed!

[wat aanklaagt en dreigt]
Vers 33 vraagt: ‘wie zal beschuldigingen inbrengen tegen Gods uitverkorenen?’ Dat lijkt misschien een retorische vraag, zo van ‘niemand natuurlijk’. Maar zo is het niet! Paulus’ punt is dat die beschuldigingen niets zullen uitwerken, niet dat ze er niet zijn. Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen Gods kinderen, nu al, en straks in het laatste oordeel? De hoorders van toen wisten het antwoord meteen: de Satan. ‘Satan’ betekent namelijk letterlijk ‘beschuldiger’ of ‘aanklager’. Gods tegenstander, hij beschuldigt voor de hemelse rechtbank. Hij zegt “hoort die man, of hoort dat meisje bij u, God? Dat kan toch niet! Moet je zien: dit deed hij dat niet deugde, en daar overtrad ze uw geboden, en daar zondigt hij alweer. Zo iemand hoort niet bij U. Die moet u veroordelen. Kijk maar in uw wetboek!” Ja, en wat dan?
Je zou ook kunnen zeggen dat slechte dáden je aanklagen voor God. De Bijbel zegt tegen rijke uitbuiters: het geld dat je onthouden hebt aan je arbeiders roept naar de hemel! En elders staat dat het bloed van de vermoorde Abel riep vanaf de aarde. Zo is het met elk kwaad – ten hemel schreiend, letterlijk. En de Satan zal meeroepen: U moet nu veroordelen, rechtvaardige God!
Ja, want zonde en kwaad verdient straf. Paulus schrijft “wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Nou… uw en mijn zonden doen dat dus. Dan hoor je niet in de hemel. Dan past er slechts toorn! Oordeel. Scheiding van God – dat is ten diepste de hel.
Aangeklaagd worden we, allemaal, voor de hemelse rechtbank, en terecht ook nog. Maar nu het wonder: Jezus Christus pleit voor ons! Hij voert de verdediging. De beste verdediging die er maar is. Want Hij wijst op zichzelf, en Hij zegt: “ik heb de straf al gedragen. Ik heb de prijs betaald. Ja, de beschuldigingen kloppen. Maar de strafeis niet. Want deze man of deze vrouw hoort bij mij, gelooft in mij. En dus mag hij of zij vrijuit gaan. De rekening is betaald. Dit is een geliefd kind van God – houd je mond, Satan!”
Wat een verdediging! Jezus heeft niet alleen eens, toen 2000 jaar geleden de straf gedragen, Hij pleit zélf, Hij brengt dat naar voren. Hij verdedigt zo ieder die bij Hem hoort! Zou God dan nog veroordelen?

[is dat nodig dan?]
Jezus Christus pleit voor ons in de hemel. Dat klinkt prachtig, toch!? Maarre… is dat nodig dan?
Kijk, een crimineel heeft een advocaat nodig, en liefst een goede ook. Een drugshandelaar of een hooligan of een moordenaar. Maar ik, heb ik een advocaat nodig? En u en jij? We belijden het makkelijk met de mond, dat we zondig zijn en zo, maar eigenlijk zijn we toch best nette mensen? Wat heb je dan met een hemelse rechtbank te maken, met God als rechter? ‘Hij was altijd vriendelijk’, hoor je bij een uitvaart, en ‘ik geef ieder het zijne, toch?’ Wat heeft heel dit rechtbank-gebeuren nu eigenlijk met míj te maken?
Nou, laten we eens eerlijk zijn. Als de aanklager, Satan, je leven overziet, zou hij dan echt níets kunnen vinden om je op te pakken? Is er niets dat naar de hemel roept? Dan bent u heiliger dan ik, als dat zo is… Wat met die keren dat je echt de fout bent ingegaan? Die zijn er toch ook? In relaties, in ruzie, in oneerlijkheid, in vloeken… Misschien voel je het meteen weer diep van binnen. Misschien ook helemaal niet. Misschien ken je het hemelse wetboek gewoon nauwelijks, wat God echt niet wil en wat wel. Maar de aanklager kent het op zijn duimpje. En hij wijst het precies aan: dit, en dat, en dat… er deugt niets van! De hemelse wet is streng, hoor – beseft u dat wel? Een korte samenvatting door Jezus zelf: “wees dan volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is”. Ga er maar aanstaan!
Het kan zijn dat u eens heel enthousiast begon met geloven. Gaan op Gods weg, zeker weten! Vertrouwen op Jezus’ offer voor alles er fout was, en voortaan anders worden. Maar kijk eens terug – wat is er van geworden? Sommigen hier moeten misschien zeggen: wat bén ik teruggevallen! Ik moet me schamen! Een ander worstelt er dagelijks mee, dat die oude fouten de kop maar blijven opsteken. Zou God zulke mensen niet moeten afwijzen?
Wat als je terugvalt? Wat als je struikelt? Wat als je gewoon eerlijk jezelf een beetje kent? Heb je dan niet iemand nodig die voor je pleit? Niet een Jezus die eens stierf, maar één die nú voor je in de bres springt? Maar hálleluja, die is er! “Christus is het, Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is”. Hij pleit voor ons!

[de juiste actie bij zonde]
Wij realiseren ons vaak niet eens dat we fout zitten. En áls we het al doen, dan kiezen we de foute reactie. Als het niet te grote dingen zijn, vergeten we ze maar snel. We leven er overheen. Of als het grotere dingen zijn, dan worden we onzeker. Wil de Here dat wel vergeven? Of we gaan zelfs zó ineens de wanhoop in: ik heb het echt verknald bij God! Voor mij is het hopeloos…
Allemaal foute reacties, mensen. Allemaal listen van de aanklager, de Satan. Hij zegt ‘ach, vergeet het’ – maar zelf schrijft hij alles precies op zijn lijstje, om straks bij de rechtbank tevoorschijn te trekken. Je schrikt vréselijk, als je zou zien hoeveel dingen daar staan, die je zelf al lang was vergeten. Nee, net doen of er geen hemelse rechtbank is, is geen optie! Maar net doen of er geen advocaat is, is ook geen optie. Dat wil de aanklager je ook soms laten geloven. Als je in je leven iets groots hebt gedaan dat echt niet deugt, dan fluistert hij je in: ‘dit is te erg. Denk je dat jij nu echt bij God mag horen? Het is hopeloos!’ Maar hij liegt. De Satan liegt altijd!
Weet u wat wél de goede reactie is? Erkennen wat u verkeerd deed. En dan tóch blijven geloven dat God u wil aanvaarden. Weet u waarom? Omdat Jezus pleit voor u. Míjn gebed om genade zou God kunnen afwijzen – wie ben ik? Maar Jézus pleit voor mij! Hij is de advocaat die altijd wint. En Hij verdedigt ieder die zich tot Hem wendt. De meeste advocaten zijn peperduur – Zijn diensten zijn gratis! Hij maakt het waar: níets zal ons scheiden van de liefde van God in Christus. Ook niet als je de fout ingaat, al is het nog zo erg. Er is een advocaat!

[gevolg: nooit gescheiden van Gods liefde]
Wat brengt Jezus’ Hemelvaart dan een zegen. Ja, Hij heeft voor de zonden betaald, eens voor al. maar hij pleit ook voor ons, télkens weer als we falen. Terugvallen. Tekortschieten. Laten we dan, zodrá we maar merken dat we in overtreding zijn, direct contact opnemen met onze advocaat! Zeggen: “Heer, daar ben ik weer! Vergeef me, en sta voor me in!” En dan mogen we geloven, dan kómt het goed. De Bijbel zegt “wij struikelen allen in vele dingen” – en dat is waar. Maar tóch mogen we telkens terugkeren bij Gods vaderhart. Wat een wonder!
Ik sluit af met een lied:

Nabij Gods hoog verheven troon
is iemand die steeds voor mij pleit;
Hij is volmaakt, Gods eigen zoon
en Priester tot in eeuwigheid.

Mijn naam, geschreven in zijn hand,
bewaart Hij eeuwig in zijn hart;
ik weet: geen aanklacht houdt meer stand,
wanneer mijn redder pleit voor mij,

AI klaagt de satan mij steeds aan,
terwijl hij wijst op al mijn schuld,
ik kijk omhoog en zie Hem staan
die alles voor mij heeft vervuld.

Ja, Hij is mijn gerechtigheid,
want zie, het Lam is opgestaan!
Hij troont als Heer der heerlijkheid,
wiens liefde eeuwig zal bestaan.
Amen

Advertenties